Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2007-03-04 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
AvondmaalsFormulier Luc 22:7-23 2007-03-04.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.4Mb)
2007-03-04T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.9Mb)
Avondmaalsformulier

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Gedenkt en gelooft.
1. Ontstaan en oorsprong van het formulier. [2. De indeling, 3. de instelling.]

Wat lezen we als we dat formulier horen? Het Heilig Avondmaal heeft heel wat vragen. Wat is Censura Morum? Waarom hebben we voorbereidingsdienst? Wat ervaren we aan de tafel?

Het klassieke formulier wordt gelezen. Soms in het geheel, soms in tweeën, bij ons in drieën. De voorbereiding, bediening en nabetrachting horen bij elkaar. U moet er allemaal zijn. Het is niet goed als u zondagavond niet de moeite neemt om de Heere ‘dank U wel’ te zeggen. Dat is onbehoorlijk. Negen melaatsen kwamen niet terug. De Samaritaan werd genezen als een rechtloze. Die had iets van zijn onwaardigheid beleefd. Een onverdiende zegen! Wilt u niet zijn als die negen, die wel eten en drinken... niet voor mij, hoor! Maar voor de Heere.

Het gaat niet om het ritueel. Wat is de betekenis van het Avondmaal? 1) ‘Tot Zijn gedachtenis’ – dat is de kern. Niet in de eerste plaats om mijn geloof te versterken, maar om mijn Heiland te gedenken. Hij gaf Zich voor mij, heel persoonlijk. Door Zijn bloed heeft Hij mij gered, en dat wonder kan ik niet op. Zijn hartelijke liefde en trouw. Heere ik geloof, dat U, Heere Jezus, voor mij stierf en dat U aan het smadelijk hout voor mij het eeuwig leven verwierf. De kerk heeft altijd die herinnering aan Zijn dood levend gehouden. Niet: “je moet goede gronden hebben...”. Enkelvoud, er is maar Één grond.

2) Nog iets heel belangrijks. In broederlijke liefde. Ik zit er samen, niet alleen. Niet alleen verticaal, ook horizontaal. Het huisgezin van Vader. Geen dwangmaal, altijd pastoraal, herderlijk teer. Er is geen moeten. Geestelijke dingen liggen altijd teer. Geen twistmaal. Geen verdeeldheid. De eenheid van de kinderen van God. Het meest Bijbels zou zijn, als er één brood op tafel stond – en we er allemaal een stukje af zouden breken, en één beker, één tafel, één Lichaam, één gemeente. Broedertwist is de grootste misdaad.
Ruim het op, als er wat is! We vragen in de kerkenraad – is er wat dat belemmert? Maak het weer vlak. Het is niet een Maranathakerk-instelling, maar een instelling van Christus. Gebouwen van hout en harten van goud in de Vroege kerk. Nu is het andersom. De diaken riep overluid: omhelst en kust elkaar. U moet elkaar van harte de hand kunnen schudden. Of gaan we niet aan dezelfde tafel als die en die?

3) Het derde is tot onze troost, voor die aangevochten gelovigen met name. Die worden verstekt. Denk niet aan de versterking zelf, maar aan Hem. Aan zijn lijden en verzoenend sterven. Dáármee wordt u verstekt. Met dat u op Hem gericht bent, wordt u verstekt. Het formulier is heel onderwijzend, maar ook pastoraal. De Heere richt Zich op de kleinen in het geloof. Om ze te verkwikken. Opwas in de genade en de kennis van Christus.

Waarom een formulier? We hebben er 8. Het Avondmaalsformulier is het schoonste. Een juweeltje. Het moet wel uitgelegd. In de evangelische gemeente hebben ze dat formulier niet. Sommige gereformeerde oud-vaders hadden er ook een hekel aan. Jakobus Koelman noemde het ‘geestelijke sleur’. Hij is dan ook afgezet, dus ik lees ze maar wel..

Waarom is het ingevoerd? Ten eerste om duidelijkheid te scheppen. Schriftuurlijk onderwijs ook over de sacramenten. Veel mis(vers)tanden waren er. Ook was er verwarring tussen Calvinisten en Luthersen. Duidelijk, in de landstaal. In de kantlijn staan heel veel bijbelteksten.
Er was nog een reden: eenheid. Ieder deed het maar wat op zijn eigen manier. Er was bijna geen herkenning meer. Geen subjectief gevaar.

We heeft het geschreven? In 1563, toen de catechismus is geschreven, heeft Olevianus ook dit avondmaalsformulier opgesteld. Leerling van Calvijn. In 1566 was er een zekere Petrus Datheen, die het uit het Latijn in het Nederlands heeft vertaald. Al die geslachten lang is dit formulier in die aloude vaderlandse kerk gelezen. Zoveel kinderen van God hebben dit formulier gehoord, zijn er door bemoedigd en vertroost
Oorspronkelijk ging aan het formulier een korte onderzoeking van het geloof vooraf. Of men geloofde, een Bijbels leven lijden en zich onderwierp aan de tucht.
Het is dus altijd een gesloten tafel geweest. Op belijdenis van het geloof werd toegang verleend. Er werd gevraagd naar persoonlijk geloof. Er is een omheining rond de tafel. Er zit één Deur in: Christus. En alleen door een persoonlijk geloof in Hem, mag ik aan de tafel des Heeren aangaan.
Praktisch: je neemt iemand mee, die in haar kerk ook aangaat, dan mag het hier toch ook? Nee, die persoon hoort op Censura Morum te komen, en na een hartelijk gesprek zal de tafel voor haar open staan.

Voor wie is het dan? De eerste vraag is: Wie is Hij? En dan een hele tijd niks. Gaan maar eens naar Hem in liefde staren en blijf dan maar eens zitten volgende week....

De kerkenraad houdt u niet tegen als u Bijbels leeft en belijdenis heeft gedaan. Maar ook de catechismus gaat verder: Het is voor al diegenen, die zich zelf verfoeien vanwege hun zonden. Die nochtans vertrouwen dat de Heere Jezus mijn zonden vergeven heeft en voornemen om hun leven te beteren, naar de geboden van God in liefde voor God en de naaste. Als u daar niet vreemd van bent. Ik weet, wat het is om droefheid over mijn zonde te hebben, de zonde smaakt me niet meer. Ik wil niet leven aan de rand met één been in het Koninkrijk en één in de wereld, om met een 6min over te gaan. Geen droefheid over de manier waarop het er hier aan toe gaat in de kerk, dan heb je aan je eigen tuintje genoeg. Nee, een hartelijk droefheid over mijn zonde – de grootste der zondaars ben ik. Al zou de Heere mij volgende week terug sturen, dan buig ik mijn hoofd - ik heb er geen recht op.
En u? Zegt u: ‘ik ben altijd gegaan, en ik geloof in de Heere Jezus, waarom zou Hij dat nu doen?’ Dan snap je me niet. Ik ben niet waardig om aan Uw tafel aan te mogen zitten – voor die wordt het een wonder... Dan wordt het een verrassende en beschamende zegen, zoveel goeds tegenover zoveel slechts.
Wat heeft u weinig plezier aan mij, Heere. Wat loop ik gauw weg en wat kan ik lang wegblijven – dat U het met mij kan uithouden! Als u dat niet kent bent u geen kind van God.
Maar ook het hartelijk vertrouwen, nochtans, en toch. En toch, toch zegent Hij ons nog. Dat leunen op Christus! Het is een lang eind van waar u zit naar de tafel, ik denk wel eens: ik kom er nooit. En toch sta ik op, als een kreupele Mefiboseth, mag ik dan op U leunen, Heere Jezus? Leunend op mijn Liefste, zo kom ik aan. Om heilig te leven – heel dicht bij de Heere Jezus. Hoe lang hou je dat vol - maar je hebt het wel gewild.

Inleidende opmerkingen – gaat u hiermee naar huis: Het is tot Zijn gedachtenis. U alleen, in broederlijk liefde. Kijk om me heen – moet ik de telefoon eens pakken, misschien van mijn troontje af komen. De schuldvraag is sinds Gen 3 opgelost: Hij ligt altijd bij de ander, die vrouw, die man, die slang, maar niet ik. Kom eens van uw troon. Wees de eerste! Dan krijg je een overvloedige zegen. God kan dan Zijn zegen weer kwijt. Tot onze troost
Dat geve de Heere aan ons allen.

Edit