Edit|
EditReeks Samenvatting:
Waarom moet geloven moeilijk zijn? We kunnen in en om de kerk behoorlijke drempels opwerpen. Ben ik een sta in de weg voor de doorwerking van het evangelie? Aan de andere kant, niet alle drempels zijn door ons opgeworpen. Wij krijgen de weg niet effen. De grootste drempel ligt in de kerk zelf. Het hart van het evangelie is een steen des aanstoots. Als je dat weghaalt, blijft er niets over. In Hem te geloven geeft strijd. Dat geeft Paulus aan Timotheüs. Maar wij mijden de strijd liever. Liefelijke klanken zijn populair: Vergeving, liefde, genade. De scherpe kantjes worden nogal eens verwijderd.
Maar het kan er niet vanaf, want er zijn tegenstanders – velen. Wie niet vóór Mij is, is tegen Mij. Zoek niet te ver: Waar leer en leven niet overeenkomen met de woorden van de Heere Jezus is die vijandschap al. Daarom heeft een christen te strijden. Voortdurend de aanvallen en aanvechtingen. Zelfs Timotheüs moet op het hart gebonden worden om de strijd op te nemen! Een strijd voor de waarheid, voor de eeuwigheid. Dat is niet vaag. Het gaat om een strijd tegen dwaalleraren, tegen hebzucht. Er zijn altijd mensen die het beter weten dan het evangelie en de gemeente in en door trekken. En ook die uit zijn op eigen belangen. Je kunt een lijst maken van zaken, waarin ons leven getekend wordt, in plaats van het evangelie.
Hoe staan wij in het leven? Nemen wij het op tegen alles, wat in strijd is met het evangelie, hebben wij een leven in het geloof? Het leven een strijdperk. Tegen vijanden die altijd proberen het geloof onderuit te halen.
Wij mogen ook horen van een rust in Christus. Opdat wij leven zullen. We moeten die woorden goed verstaan – het gaat niet om een rimpelloos leven. De Heere houdt ons voor dat het ons in eeuwigheid goed zal gaan. Zij die gewonnen zijn, willen nog maar één ding: voor Hem te leven, omdat het om Zijn eer gaat! En de eeuwigheid hangt ervan af.
Waar strijd ontbreekt, is die kennelijk al geslecht. Gods volk op aarde is een strijdend volk. Strijd de goede strijd van het geloof. Dat geldt iedereen en alle leeftijden. Leg uw leven naast het woord van God.
Denk aan soldaten, aan het front.
1.
Hij gaat helemaal op in zijn werk. Hij kan er zich niet aan onttrekken. Strijden voor het geloof is niet iets alleen voor in de kerk. Dat kom je maar al te vaak tegen. Gaat u zo ook om met uw vrienden, op school, collega’s?
2.
Een soldaat moet de vijanden onderscheiden, hij gaat niet met hen om alsof het zijn beste vrienden zijn. Gevaar onderkennen en erkennen. Op geestelijke afstand houden. Onderscheiden wij de vijanden? De gevaren niet zien is nog wel zo gevaarlijk. Er mag niet worden geschipperd. Wijk af van ongeloof. Er zijn duidelijke grenzen, ook binnen de gemeente. Vermeng godzaligheid niet met goddeloosheid. De waakzaamheid moet niet verslappen. Laat ons dan wakker en nuchter zijn. Dat we niet worden overvallen door de Boze. Wees waakzaam, beproef alle dingen, onderzoek de geesten.
En als je de Boze opmerkt? Bij strijden hoort niet vluchten. Je moet er buiten blijven, niet in laten palmen – dat betekent strijden, Wederstaat de duivel en hij zal van u vlieden.
3.
Hoe kun je dat alles? Is het geen grootspraak? De soldaat kan het door zijn goede wapenrusting. Zie Efeze 6. Wonen in de Heere en de sterkte van Zijn macht. Niet met wapens van onszelf. Goddelijke wapens: zien op Jezus, de strijd is gestreden, door Hem.
Het is een strijd op leven en dood, een tweesplitsing.
4.
Een soldaat moet ook oefenen. Oefen u zelf tot godzaligheid. Wie denkt zonder oefening de duivel te kunnen weerstaan die vergist zich. Geloven vergt oefening. Door een leven met de Heere, met woord en gebed. Wij moeten dat niet veronachtzamen. Hoe druk we het hebben met de dagelijkse gang van ons leven. Doen wij dat? Vergeet u het niet? Het kan niet zonder!
Zo maar vier kenmerken van de strijders van het geloof. Het is zo belangrijk vandaag de dag.
Sommigen vluchten, andere lopen zelfs over! Soms in één keer, anderen stapje voor stapje. Daarom klinkt de aanmoediging: strijd de goede strijd van het geloof, ontvlucht de zonde, sta naar gerechtigheid. Hoe lang het duurt – dat leert de tijd. Zult u het redden? Tot het einde toe: de Heere zelf geeft kracht en sterkte. Hij strijdt zelf voor de Zijnen. We hebben het volkomen van Hem te verwachten.
Waarom moet geloven moeilijk zijn? Het roept vijandschap op – van buiten en van binnen, dat maakt het moeilijk en ook wel zwaar. Maar wie de zaligheid buiten zichzelf in Christus zoekt, zoekt niet te vergeefs. Het einde zal goed zijn. Ik heb de goede strijd gestreden, de loop geëindigd, de kroon is voor mij weggelegd.
Het zij nogmaals gezegd: Strijd om in te gaan in Gods zaligheid. Wat de strijd ook moge zijn: de Heere zegt: zijt getrouw tot de dood en Ik zal u geven de kroon van het leven.