Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2003-10-19 10:00:00
ds. S.J. van der Vlies (Rotterdam)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jac 1:15,18 Jac 1:1-18 2003-10-19.1010.mp3 (Votum en Groet, 16kPro, 0.0Mb)
2003-10-19.1011.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.3Mb)
2003-10-19.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.3Mb)
2003-10-19.1019.mp3 (Zegen, 16kPro, 0.0Mb)
2003-10-19.1710.mp3 (Votum en Groet, 16kPro, 0.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In Jakobus 1 staat een paar keer een woord dat we niet vaak gebruiken, kinderen; in vers 15 en 18: Baren. Het betekent geboren worden of voortbrengen. Misschien heb je wel eens een broertje of zusje gekregen. Baren, geboren worden. Waarom gebruikt Jakobus dit woord? Het gaat hier niet over een broertje of zusje. Als een kindje groeit in de buik van de moeder wordt het geboren. Dat kan niet anders. Je kunt niet zeggen, laat maar zitten. Het is een proces, een ontwikkeling. Wat Jakobus daarmee zeggen? Een voorbeeld: Er komt een ijsboer de straat in rijden, en het is 10 minuten voordat jullie gaan eten. Nee, zegt mama, we gaan zo eten. En een van de buurtkinderen loopt net met een ijsje weg. Je hebt er wel erg veel zin in. Begeren noemt Jakobus dat. En je gaat samen met je vriendje naar de moeder van het vriendje. En die zegt ja. En je denkt dit klopt niet helemaal. Je loopt niet langs huis. Dan ga je eten en kan niet zo veel op. Jakobus zegt als je dit eenmaal in je hoofd hebt, wil je er veel voor doen, misschien wel liegen en draaien.

Het proces: baren; het kan zich in goede en kwade zin ontwikkelen. Dood en leven.

Jakobus somt veel op in zijn brief. Het onderwerp vanaf vers 13, begeren; daar hebben we het eigenlijk erg weinig over. Taboe, we praten niet zo makkelijk over onze begeerten.
Jakobus is naar alle waarschijnlijkheid de broeder van de Here Jezus. Hij schrijft aan de jonge christenen die zijn gaan wonen rond de middellandse zee, ze zijn uit Israƫl weggegaan. Een brief uit de beginperiode, ong. 44 na Christus, heel kort na wat er allemaal gebeurd is.
De eerste 12 verzen gaan met name over de beproevingen van buiten. Wees niet bang voor tegenslagen, die leiden tot een volmaakt geloof. Niet blij met de tegenslagen zelf, uiteraard. En misschien heb je wel veel vragen, maar ga er mee naar God. Het eindigt in: Zalig ben je als je volhardt. Gekroond aan het einde van het leven.

1. Verzoekingen komen niet van God, maar van ons zelf.
Begeren wil zeggen, dat je iets sterk verlangt. Je wilt iets graag bezitten. Vaak gaat het om dingen die van een ander zijn. Bepaalde kleding, bijv. Vaak op gebied van seksualiteit. Hebzucht, inhaligheid, altijd maar meer willen. Er is zelfs een apart gebod van: Gij zult niet begeren.
Het kwade komt niet van God.

2. Het leidt van het een tot het ander
Meegetrokken door een lokaas, en je gaat er vanzelf in mee. Begeerte zit in je. Zeg het ook hardop, dat je zelf verantwoordelijk bent hoe je daar mee omgaat, het zou ons moeten waarschuwen. We zouden zonden moeten willen voorkomen ipv genezen. Als je er aan toegeeft kom je van het een in het ander. Vanuit de begeerte leidt het tot zonde, en als je dat altijd maar laat doorgaan, dan baart de zonde uiteindelijk ook de dood, letterlijk maar meer nog figuurlijk.
David - verzocht door zijn eigen begeerte. Hij ziet Bathseba, en zwanger van de begeerte, geeft hij toe en het leidt tot de zonde. Hij zond boden heen en lag bij haar. Iemand die de zonde doet is een slaaf van de zonde. En we zien in onze tijd waar begeerte toe leidt: verslaving. Drugs en alcohol, of het beeldscherm van computer, TV, dingen waar je vast aan zit. Je komt van het een in het ander. Het proces heeft z'n eigen snelheid en gang. Je kunt niet meer terug. Maar wat je bij andere uitvergroot ziet zit ook in uw en jouw hart. Jakobus' brief is niet gestuurd aan de verslaafden rond de Middellandse zee, maar jonge christenen. Het proces gaat nu een keer zo. Als je je zonden laat volgroeien raak je God kwijt, al lijken het zulke onschuldige stappen. Op school waar ik werkte zag ik dat met occulte zaken, die allemaal heel klein, 'onschuldig' begonnen. Een lang proces, waarmee je de weg kwijt raakt. Dwaalt niet, zegt Jakobus.


3. Al het goede komt van God.
De verzoekingen niet, maar de zegeningen wel. Telt u maar op in uw leven. Familie, ouders of kinderen, huis, werk, gezondheid, tel alle goede gaven op. En zeg: die zijn allemaal van God. Individueel, maar het geldt ook voor ons, als christelijke gemeente in de verstrooiing.God blijft onveranderlijk, en onveranderlijk goed. Wat er ook in je leven gebeurt.

4. Toegeven aan die goede gaven is ook een proces.
In vers 18 staat wat God met ons leven wil. Het leidt tot het leven. Het woord der waarheid: (toen:) het O.T. en de verkondiging van Jezus en Hij zelf. Als we luisteren naar het Woord van Jezus, dan leidt dat weer tot leven. Als je op zondag en door de week zelf en met anderen bezig bent met het Woord.

Verzoekingen en het leven met Jezus Christus leiden tot tegenovergestelden. Je hebt twee mogelijkheden: je kunt naar beneden en naar boven. Waar ben ik mee bezig? Wat slokt mijn tijd op, waar gaat mijn aandacht naartoe? Sta eens stil op je weg, denk eens na over de woorden van God, en wijk af van de weg naar beneden en vervolg de weg naar boven.
Laat je eigen begeerte niet volgroeien, want dat eindigt in de dood, maar luister naar de stem van Jezus Christus.
Zo dan in dien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel, het oude is voorbijgegaan, het is alles nieuw geworden.

Edit