Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2003-10-26 17:00:00 ds. R. van Kooten (Soest)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
2Sam 12:13,14 2Sam 12:1-14 2003-10-26.1710.mp3 (Votum en Groet, 16kPro, 0.1Mb)
2003-10-26.1711.mp3 (Schriftlezing, 16kPro, 0.4Mb)
2003-10-26.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.7Mb)
2003-10-26.1719.mp3 (Zegen, 16kPro, 0.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Ontdekking, Vergeving, Bestraffing

1. Ontdekking
Het moet wat geweest zijn,voor Mable Wisse Smit dat nu heel haal leven wordt uitgespit in de media. Wat zal ze zich doodongelukkig voelen, wat zou ze er veel voor overhebben om heel haal leven over te kunnen doen; ook voor haar verloofde en het koninklijk huis. Blij dat we niet in haar schoenen staan. Maar het is ons een waarschuwing; `Maar gij hebt het in het verborgene gedaan, maar de Heere zal deze zaak doen in de openbaarheid`.
Heel de wereld zal vernemen hoe we geweest zijn. Wij vinden het behoorlijk naïef van Mable, dat ze door het te verbergen haar positie dacht te houden. Maar wij doen ook aan korte termijn politiek, door zo te denken over onze zonden. Als we kinderen van God zijn, belijden we onze zonden in dit leven. In gemeenschap met God kun je niet leven met die verborgen zonden.
Davids zaak is niet ontdekt door een Joodse Peter R de Vries, maar de Heere heeft het ontdekt, dwz de "dekking" weggehaald. Niet vanwege een publiciteitsstunt. Maar om David terug te brengen. Zonden slijten niet, ze moeten beleden worden.
De Bijbel is een eerlijk boek. Het beeld van de man naar Gods hart wordt niet romantisch opgepoetst. Daar ze je aan dat het geen menselijk boek is. Het wordt eerlijk neergezet, maar niet om met rode oortjes van te smullen.
De zonde is geen eenmalig iets, de ene zonde lokt de andere aan. Ten eerste had David bij zijn leger moeten zijn, maar hij is thuis en wandelt op zijn dak. Een mooie jonge vrouw neemt een bad zonder kleding, hij laat haar halen en na een tijdje heet het: koning, ik ben zwanger. En de volgende zonde dient zich aan; hij haalt Uriah naar huis, zodat hij het kind zou `verwekken`, maar de oplossing mislukt, Uriah blijft in de poort. En dan het plan om hem te laten sterven. Het wordt ons geopenbaard om ons te waarschuwen voor de zonde. Veel mensen hebben het over David maar niet over het kostenplaatje. Het zwaard zal van zijn huis niet wijken, en zo is het gegaan.
Als David al een klein jaar in de zonde leeft, stuurt de Heere Nathan. Hij vertelt het verhaal van de rijke man die het ooilam van de arme steelt. Wat een verschrikkelijke man, roept David uit. Hoe zitten we in elkaar gemeente… Hij moest hem viervoudig vergoeden! De straf treft hemzelf. David heeft vier kinderen verloren: het jongetje uit de overspelige relatie. Amnon (hoofdstuk 13), Absolom (18) Adonia (1Kon 1).
David wordt niet gestraft als een bastaard, maar als kind van God. Anders had hij en hadden wij verloren gegaan. Het is een wonder dat de Heere je niet laat voortleven in de zonde. Dàn ben je een bastaard.

2. Vergeving
David leeft al minstens een jaar in de zonde. Hij doet naar buiten toe gewoon zijn ambtelijk werk. Als God komt ontdekken, en je volhardt in de zonde, brandt de zekering door. David onderbreekt Nathan niet. Er zal van alles door hem heen gegaan zijn, `beseft die vent wel tegen wie hij het heeft? Ontken het, met de hand op de bijbel!` Maar als Gods werk in ons gevonden wordt, dan stuurt Hij Zijn Heilige Geest mee, dan mag het in je boezem kolken, maar je verliest het. En er is een bevrijding, opluchting om niet langer met die verborgen zonde te leven.
David: Ik heb gezondigd tegen de Heere. Niet: `ja maar , Bathseba liep naakt in de tuin, dat had ze helemaal niet mogen doen, of: ja maar, mijn vrouw. Nee: Ik heb gezondigd tegen de Heere. Hij spreekt erover in Psalm 32. Toen ik zweeg: ik ging er lichamelijk en psychisch aan kapot. Ik voelde het in mijn botten.
Ik heb mensen in gesprek gehad die beleden zich nooit in de zonde gelukkig te hebben gevoeld, in weerwil van wat de satan ons voorhoudt. Niemand die zegt: ik heb er ook plezier aan gehad.
Maar: Ik was een gevangene; Uw hand was dag en nacht zwaar op mij. Geen vreugde, geen vrede. De zonde maakt dood ongelukkig. De angst voor de arrestatie.
Ik heb gezondigd: een bevrijding.

Als je wat gepikt hebt, en mamma vraagt: wie heeft dat gepakt? Nou ik niet. Je houd jezelf in de gevangenis. Gelukkig als je vastloopt en het uitkomt. Als je het werkelijk verliest, dat is het grootste wonder, wanneer je niet zegt: ja maar mama, hij heeft ook…. maar: Ik heb het gedaan. Ik heb gezondigd tegen de Heere.
Tegen de Heere.

Er zijn er die maar worstelen, meer dit en meer dat, om verder te komen. Omdat ze dit punt voorbij gaan. Maar: Ik heb naar Gods rechtvaardig oordeel tijdelijk en eeuwig straf verdiend. Voor God worden die je bent. Niet: `dominee 't is zo moeilijk`, nee: het is onmogelijk! En als je dat belijdt gaat het vanzelf.
De Heere heeft uw zonde weggenomen, gij zult niet sterven. Nathan zegt niet: ik hoop dat je het meent,en kom volgende week nog maar eens langs. De Heere neemt de zonde weg, en dan valt de straf van de wet weg.

Als u bent vastgelopen - hebt u het beleden. Zegt u: ik heb gezondigd tegen de Heere? Dan mag ik u verkondigen, de Heere heeft uw zonde van u weggenomen, gij zult niet sterven. Wilt u daar goed naar luisteren? Het geldt de man naar Gods hart, maar u niet minder. Het enige wat aan uw kant ligt, is: ken uw ongerechtigheid. En dat wil de Heere ook nog werken. En de Heere *zal* genadig zijn, wanneer zij zich schuldig weten. Zoals de tollenaar, 'wees mij zondaar genadig'. Of de moordenaar aan het kruis.

Het gaat erom dat we het geloven, omdat de Heere het zegt en Hij niet liegen kan. Hoe meer we dat omhelzen, naar die mate zal de blijdschap vloeien. Dat ging niet een, twee, drie bij David. In die worsteling is er maar één houvast: Heere Gij hebt het gezegd.

De naam van de Heere wordt gelasterd, door de vijanden; binnen en buiten de kerk. Zij die de Heere niet liefhebben. Vijanden van het leven met de Heere. Blij om kwaad te kunnen spreken van het volk van God. `Ze kunnen het wel mooi preken in die kerk, maar zo lekker ligt dat niet. Erg, heb je gehoord wat die koning, wat die dominee, wat die jeugdouderling gedaan heeft?` Maar ze vinden het helemaal niet erg en vertellen het met het grootste genoegen verder. Liefde tot de gemeente doet ons, die een Bijbelse weg zoeken, liever onrecht lijden dan gelijk halen ten koste van.

3. Bestraffing
De straf is weg, maar toch, het zoontje is gestorven. Geen straf in de zin van boete. Maar de vaderlijke kastijding om de mond van de vijanden te snoeren: moet je eens kijken, als het maar een vriendje is…. Geen verrekening, eerder een prediking van de gerechtigheid en de heiligheid van God.
Paulus kon zichzelf ook niet vergeven: ik heb de gemeente van God vervolgd. Maar hij blijft er niet in steken. Niet verbergen of wegstoppen; maar: niet verzwijgen, en ook niet etaleren. Maar daarom weet Paulus het evangelie waarheid; de grootste zondaar genade bewezen. Vergeving en kastijding moet je niet verwarren. De ene keer vergeef je bijv je kinderen, en dan is het klaar, en soms vergeef je, maar zeg je toch: je zult het zelf moeten betalen. Broertjes en zusjes moet en niet denken: o dus als ik zeg dat het me spijt, gaat het allemaal wel.

Zonder tegen te spreken het aanvaarden van de straf en die gedragen; dan is het ook over. Als het kind dood is, staat er, daarna trooste David zijn vrouw Bathseba (terwijl er nog staat: de Heere sloeg het kind van de vrouw van Uriah ). De straf is gedragen en ze kan vrouw van David worden genoemd.

Zijn er hier huwlijken die niet gesloten hadden mogen worden? Bent u getrouwd met een gescheidene, maar niet op basis van overspel en hoererij? Is u dat niet tot zonde geworden? Dan leeft u misschien heel dubbel - u houdt van hem of haar maar denkt ik mag hem/haar niet hebben. Neem dit is mee: in het bukken, in het aanvaarden van de kastijding, mag u het worden. Daarna troostte David zijn vrouw. Dan mag u nu in Christus uw vrouw zien als uw vrouw en in vrede leven, maar alleen zo en niet anders.

Dan heeft de Heere de zonde weggedaan, zo ver het westen in van het oosten, om uw ziel te troosten.

Edit