Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2003-11-16 17:00:00
cand. A. van Kralingen (Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gal 4:28 Gen 21:8-12 Gal 4:20-31 2003-11-16.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Er is vreugde in de tent van Abraham. Abraham is 100 jaar oud; Sara is 90 jaar oud. Er is een zoon geboren: Izak: hij lacht. Mag ik zeggen: God lacht? Een geschenk van de God der blijdschap. Het vriendelijk Aangezicht Gods is in vreugde gewend tot Abraham en in Abraham en Izak tot de wereld: in u zullen de geslachten der aarde gezegend worden. Izak: een wonder. Elk kind is een wonder. Als Abraham en Sara een kind ontvangen, is dat een bijzonder wonder: zij waren volgens Rom. 4 beiden ‘verstorven’. Izak: God lacht.
Er klinkt nog een lach: de lach van Ismaël. Een spottende lach; een vijandige lach. Ismaël zal niet erven met Izak. Het gaat niet samen in de tent van Abraham.
Paulus schrijft aan de Galaten: Wij, broeders, zijn kinderen der belofte. In de gemeente zijn sommigen opgestaan die de gehele gemeente willen afleiden van het Evangelie van de Heere Jezus Christus. Zij vermengen het Evangelie met het zuurdesem van de Farizeeën. Zij willen dat degenen die de Heere Jezus Christus volgen worden besneden. Niet alle geboden behoeven weliswaar te worden gehouden – en deze inconsequentie wordt door Paulus dan ook onder kritiek gesteld – maar juist de besnijdenis wel! De besnijdenis die bloedig is en Oudtestamentisch zag op het komende offer van Christus werd zo weer ingesteld.
Deze afwijking van het Evangelie is echter zeker niet onschuldig! Het is geen mogelijke variant op het Evangelie. Of het Evangelie uit de hemel; of een anti-Evangelie. Of het leven uit en door Christus, of de dood uit en door onszelf. Of het levende geloof in de Zaligmaker van zondaren, of een levensgevaarlijk, ja dodelijk vertrouwen op onszelf. Of een gehele Zaligmaker voor onze gehele schuld, of wij betalen zelf … zie art. 22 van de NGB.
Paulus’ antwoord aan de Galaten: hij toont het verschil tussen knecht en kind. Dat is een bekend thema van Paulus, ook in Romeinen 8 te vinden. Daar heeft dit thema betrekking op de verzekering van de zaligheid door de Heilige Geest.
Paulus laat het verschil tussen kind en knecht zien aan de hand van de geschiedenis van Ismaël en Izak. N.B. Er is hier sprake van een allegorie, geen bewijs. Laten wij dus eerst kijken naar het leven van Abraham. In Genesis 12 zegt de God van hemel en aarde: Ik zal u tot een groot volk maken. In het vervolg komt de Heere vijf maal op Zijn belofte terug! Abraham heeft de belofte geloofd; Abraham heeft God geloofd en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend.
Abraham heeft door ongeloof niet getwijfeld – maar Abrahams geloof was wel een levend geloof en dus aangevochten. In Gen. 15 stelt Abram aan de Heere voor, dat Eliëzer zijn erfgenaam zal zijn. In Gen. 16 wordt Ismaël geboren, en in Gen. 17 pleit Abraham bij de Heere voor Ismaël: Och, dat Ismaël mocht leven voor Uw aangezicht! In Gen. 21 wordt Izak geboren en later Ismaël uitgedreven, weggezonden. Izak wordt dus geboren in een onmogelijke weg. Later ontvangt Abraham Izak ten tweede male als uit de doden: als hij zijn eniggeboren Zoon moet offeren.
Izak is een kind der belofte. Niet vanwege zijn vader. Zelfs niet vanwege zijn moeder, maar vanwege het spreken Gods. Inderdaad! Gods woord is immers Zijn daad. Psalm 33:9 9 Want Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er. In de schepping spreekt Hij Zijn woord. Bij de wetgeving spreekt Hij Zijn woord: Ik ben de HEERE uw God.
Een kind der belofte. Ziende reeds op het Kind der belofte Jezus Christus. Geboren als uit de doden. Uit een maagd: een onmogelijkheid. En: opgestaan uit de doden!
Welke betekenis heeft dit nu voor ons? Kind der belofte staat tegenover knecht. Izak tegenover Ismaël. De vrije tegenover de slaaf. Bent u kind of slaaf? Deze vraag geldt ons allen; u, jou en mij. Izak en Ismaël verkeren in dezelfde tent; wij verkeren ook allen in hetzelfde huis.
U bent nabij alle goederen van de meester; u gaat dagelijks om met zijn bezittingen: je komt in het huis des Heeren, je leest Zijn Woord. Je gedraagt je wellicht als eigenaar; je kent de gang van de gemeente; je verstaat de “gangen Gods in het heiligdom” – en toch ben je geen kind.
Omgaan met de Bijbel, omgaan met de Heere. In het bezit van het Evangelie, de lof aan God brengend, en toch … geen kind, maar slaaf. Een gewillige en een altijd dienende slaaf wellicht, maar toch een slaaf. Een uitblinkende slaaf, misschien een overste over andere slaven, maar … een slaaf. Avondmaalganger, ambtsdrager, leider van de gesprekskring, trouw gemeentelid; niet vreemd aan de dienst des Heeren; thuis in Zijn huis. Maar toch …
Een kind kan daarentegen onwetend zijn van de grote rijkdommen van vader, maar toch kind zijn!
Hoe is dat bij u, bij jou, bij mij?
Bent u kind of knecht?
Zie Ismaël en Izak:
Beiden zonen van Abraham! Het verschil zat niet zozeer in hun geboorte.
Beiden verkeren in de tent van Abraham.
Beiden eten van Abraham.
Beiden delen in de goederen van Abraham.
Voor een buitenstaander is het verschil niet zomaar duidelijk.
Kind des Heeren of knecht?
Knecht – welke betrekking hebt u op de dienst des Heeren?
Je bent niet los van zijn dienst. Je weet jezelf eraan verbonden. Er bij horen, er verkeren. Hoe weet je dan, dat je toch knecht en geen kind bent? Een knecht kan kind aan huis zijn in het huis des Vaders, maar toch geen kind van de Vader zijn.
Moeten. De dienst des Heeren is een tredmolen/ een zware gang/ een en-passant gebeuren. Er zijn verschillende manieren van moeten. Een wettisch moeten: altijd bevreesd, altijd streng voor jezelf en anderen; een godsdienst zonder vreugde, zonder troost, zonder licht. Een voortdurend wikken en wegen zonder die levende hunkering van het hart naar de gunst van de Vader. Wetticisme.
Er is ook een evangelisch moeten. Dat is net zo erg, wellicht nog geraffineerder. Onder het mom van het Evangelie, onder een dekmantel van vrijheid is er toch een onbarmhartige pressie in het omgaan met de Heere en met de naaste. Moeten geloven, moeten prijzen, moeten bidden, moeten, moeten, moeten …
Onze zonde: wij voelen ons thuis als slaaf. Wij zien het verschil niet. Het is niet de bedoeling van de prediking u onzeker te maken … juist niet! Luther zegt in zijn verklaring op de brief aan de Galaten: Het aardse Jeruzalem wandelt in werken der wet, komt nooit tot de vrijheid der Geest, blijft schuldig onder de wet, de zonde, het kwade geweten, de toorn en het gericht van God, de eeuwige dood en de hel. Wèl: de vrijheid van het vlees, rijkdom en bezit. Het is nodig dat wij zekerheid vinden en onze roeping en verkiezing vast maken.
Kinderen der belofte. Paulus leert de Galaten, dat de vrijheid het meeste wezenlijke is. De vrijheid der kinderen Gods. In de liefde is geen vrees. De liefde drijft de vrees buiten. Er is wel vrees voor alles wat buiten de liefde ligt, voor alles wat tegen de liefde ingaat. Maar in de liefde is geen vrees.
Beloften van de wet voorwaardelijk: doe dit, en gij zult leven. Zo zijn onze gewetens altijd in twijfel! De beloften van het Evangelie echter zijn om Christus’ wil.
Welke beloften? Welke belofte? De belofte van zaligheid. Alle beloften zijn in Christus ja en amen. Deze belofte is de belofte van een Drie-enig God: de belofte van de Vader in Genesis 3: 21; de belofte van de Zoon: “Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt”; de belofte van de Heilige Geest, die Zelf de Geest der belofte is. De belofte van God in Christus luidt: Want God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, hun hun zonden niet toerekenende.
Hoe word ik een kind der belofte, een kind Gods? Een onmogelijkheid. Wij zijn geestelijk dood. Dood in zonden en misdaden, kinderen des toorns, die in het rijk van God niet kunnen inkomen, tenzij wij van nieuws geboren worden. Kinderen der belofte, in deze betekenis: Ten dage als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven.
Kinderen der belofte zijn uit de belofte geboren. Dat betekent: kind vanwege de God Die spreekt. De stem van de Zoon van God! In de prediking van het Evangelie klinkt de stem van de Zoon van God.
Geboren worden uit de belofte: het Woord van de sprekende God ontvangen. Lukas 15:18-21 18 Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u; 19 En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van uw huurlingen. 20 En opstaande ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem. 21 En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u, en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden.
Een Kind is ons geboren! Wees vrolijk, gij onvruchtbare; geen vrucht uit u, maar alleen uit Christus!
Abraham – Izak – Jezus Christus: de lijn van de God Die leven wekt uit de doden. Kinderen der belofte zijn geboren uit het onvergankelijk zaad, het Woord van God. Het gehele Woord van God is het goede zaad. Elke prediking van het Evangelie wordt het goede zaad gezaaid. U komt de belofte toe en uw kinderen! Zo geldt hier: Spreek slechts één woord. Wij hebben van doen met de God Die in morgenstond van de schepping, in de volkomen duisternis één scheppend woord sprak.
Dat vindt plaats in de gemeente. Dat vindt plaats in de kerk – in wezen zelfs in de bedding en binnen de bediening van de kerk der eeuwen. Dat is het Jeruzalem dat boven is: boven omdat Jezus Christus in de hemel is. De kerk heeft een zeker pand in de hemel. En dat geestelijke Jeruzalem baart geestelijke kinderen. Luther zegt het zo: De bruid van Christus baart door de ambtsbediening tot aan het einde van de wereld zonder ophouden kinderen.
Jeruzalem boven: uit de hemel verkiezing, verlossing, rechtvaardiging, heiliging: de zaligheid is onzes Gods! Jeruzalem boven: hun wandel is in de hemelen. Dit Jeruzalem is ons aller moeder. Zo citeert Paulus Jesaja: De kinderen der eenzame zijn veel meer dan degene die de man heeft. Het Koninkrijk van Jezus Christus is niet van de wereld. De Kerk Gods scoort noch schittert, heeft geen aanzien en geen gedaante noch heerlijkheid; de dienstknecht is niet meer dan de Meester. Zij wordt bespot zoals de vrije Izak, het eigen kind van Abraham werd bespot door de zoon van de slavin. Zo ontmoet de Kerk, zo ontmoet elk kind van God spot en hoon. Van de wereld die vraagt: waar is de dag van zijn toekomst? Van de geknechte godsdienst die een slavendienst is, die ten diepste zegt: je kunt van genade niet leven, je bent onvruchtbaar! Je moet, je moet, je moet! … je kunt niet vrij zijn en leven van de liefde van Hem Die heeft geleden.
Het Evangelie van de genade Gods in de Heere Jezus Christus echter zegt: Wees vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij, die geen barensnood hebt, want de kinderen der eenzame zijn veel meer, dan dergene, die den man heeft; want wij, broeders, zijn kinderen der belofte, als Izak was. Gij onvruchtbare!
Sara, Rebekka, Maria! Zo wordt de onvruchtbare Rebekka gezegend door haar zusters, en in haar de ganse Kerk: “En zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen, en uw zaad bezitte de poort zijner haters!”
Een schare die niemand tellen kan – de kerk der eeuwen van Adam af tot de jongste dag! Onvruchtbaar: de kerk baart niet uit kracht van zichzelf. Heerlijke belofte: Hij zal zaad zien. Kinderen der belofte.
En dan zal het einde komen en dan zal het verschil tussen kind en knecht eeuwig helder worden. Hoe aangrijpend: een knecht die zijn leven lang heeft gewerkt, getobt, gezwoegd, gejaagd wel jaren lang om goed en vroom te leven staat buiten: buiten de erfenis dat is buiten de gemeenschap van God in Christus – en een kind erft. Dat is de derde en de volle vervulling van de belofte – de eerste vervulling is de vervulling van de heilsfeiten; de tweede vervulling is de persoonlijke toepassing en de laatste vervulling is als God alles en in allen vervult en waarmaakt wat Hij Abraham beloofde: Ik ben Uw Loon zeer groot.

Edit