Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2003-11-23 17:00:00 ds. M. Klaassen (Sliedrecht)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
psa 63:1-4a psa 63:1-12 2003-11-23.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.8Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Psalm 63 was de morgenzang van der vroege kerk. Het Hebreeuws van vers 1, `ik zoek u` is afgeleid van het woord `dageraad`. En door de eeuwen heen is het een geliefde psalm vanwege het verlangen naar God.
We ontmoeten David onder moeilijke omstandigheden, terwijl hij vlucht voor zijn zoon Absalom. Zijn rijk dreigt David te ontvallen. Vluchten voor je eigen kind... Het moet zijn residentie verlaten, koning af, zo te zien. In de woestijn is hij op zoek naar zijn God. 2 Sam 15,16 laat dan ook iets van de gemoedsgesteldheid van David zien. Hij is moe. Een aangevochten mens, door trouwe vrienden verraden; hij wendt zich tot de hand van God. Waar is Uw goedertierenheid nu? In de woestijn openbaart God zich juist, zie Hagar, Mozes, Elia. Ook David komt tot de belijdenis: uw goedertierenheid is beter dan het leven.

`Oh God, u zijt *mijn* God`. Een persoonlijk geloof. Ik zoek u in de dagenraad, of ook: `ernstig`, `aanhoudend`. Als een stuk land dat water nodig heeft, net als de hinde. Het beeld van de dorst is een bekend beeld in de Bijbel. Water is beperkt in het land van de Bijbel. Uitdroging kan dodelijk zijn. In zijn eenzaamheid zoekt David de gemeenschap met God. Juist als de omstandigheden haaks staan op de belofte, zo schijnt het. Niet teleurgesteld weglopen, als het niet mee zit. Dit geloof vlucht naar God, juist als Hij ver weg lijkt te zijn. God is voor David alles. Uw goedertierenheid is beter dan het leven. Kunt u de gemeenschap met God evenmin missen? Kunt u zeggen Hij is *mijn* God? Wat doen we dat weinig…
Zoals een reiziger naar water zoekt als z'n leven ervan afhangt, zo David die naar God zoekt. De ervaring is niet de laatste grond van het geloof - er is ook een geloof dat tegen de ervaring in gaat. Het geloof dat van de belofte uitgaat, heeft weet van hoogte en diepte. Een kerkvader zei eens: God dorst er naar, dat er naar Hem gedorst wordt. Heere ik kan niet meer zonder U. Dat geloof wordt geoefend in tegenslagen. Voorspoed is nog geen geestelijke voorspoed. We moeten leren te worstelen om ons vertrouwen op de Heere vast te stellen onder de moeilijkste omstandigheden.
Draaien wij God teleurgesteld de rug toe bij teleurstelling? Alle geloven kennen hun woestijn. Maar juist in die beproeving richt het geloof zich tot God.

Mijn ziel dorst naar U; mijn vlees verlangt naar U. M.a.w. met heel mijn wezen, mijn totale existentie. Er is hier geen tegenstelling tussen vlees en ziel. Het geestelijk verlangen naar de ervaring van Gods heil. Zoals het land naar water dorst.
Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, i.p.v. zalig die geen dorst hebben. Alle gij dorstigen komt tot de wateren, komt en eet, ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs.
Mijn hart gaat uit naar God. Zo iemand dorst hij kome tot Mij, zegt Jezus, en zo ook aan het einde van de Bijbel. Wat is de prijs? Niets. Dat is een hele prijs voor een natuurlijk mens. Als je aan het eind bent, ben je blij met deze boodschap.
Wie zoekt naar God, is al door God opgezocht. De natuurlijke mens dorst naar macht, begeerte, lust. Je ziet de zoektocht van de mens naar geluk. Het bevredigt niet. Nooit wordt het hart echt bevredigd. Onrustig is het hart totdat het echt geluk vindt in God. De mens komt tot zichzelf als hij tot God komt.

David verlangt naar de gemeenschap met God. U ook? `Dit is het eeuwige leven, dat zijn U kennen en Jezus Christus die gij gezonden hebt.` Paulus roept het uit; opdat ik Hem kenne. Deze dorst blijft. Zelfvoldaanheid en gearriveerdheid is geen teken van geestelijke kennis. Dorst wel. Enerzijds verzadigd , anderzijds steeds meer dorst. Totdat het Lam hen leiden zal aan de fontein.

Waarom stelt David zijn vertrouwen op God? Omdat hij weet wie God is. Zulke mensen kunnen niet bij God weg blijven. David heeft God in het heiligdom aanschouwd, dwz niet `zien` met je ogen, maar een visionaire ervaring, zo staat het ook bij de profeten. Daar heeft hij het besef gekregen van de heerlijkheid en majesteit van God, daaruit put hij moed. Zoiets gaat altijd gepaard met een besef van je eigen kleinheid en onwaardigheid. Zoals bij Jesaja.De tempel schudde, van de Heerlijkheid vol. Hij riep wee mij, want mijn ogen hebben de Koning, de Heere der Heerscharen gezien. Geen angst, maar ontzag. Zelfs de discipel die het meest intiem met Jezus om ging, valt in Openbaring als dood aan Zijn voeten.
Heeft u Gods heerlijkheid gezien? Niet meer zichtbaar, maar het wordt ervaren. Hier in de bediening van de verzoening. God confronteert Zich met ons, met Zijn goedertierenheid ook. De zondige mens roept uit: wee mij, want ik verga. En: ontferm u mijner. Vrees niet, zegt de Heere Jezus tegen de verschrikte Johannes. In het aangezicht van een mogelijke dood: Uw goedertierenheid is beter dan het leven.

Goedertierenheid, dwz standvastige goedheid, liefde. Leven kun je op twee manieren zien, hier. Goedertierenheid is beter dan alles wat het leven te bieden heeft. Alle gemakken, studie, werk, gezin, vriend, vriendin, wat ook. Ondanks dat ik koning af lijk te zijn, Uw goedertierenheid gaat ook dat te boven, wat het leven maar te bieden heeft. In deze tijd kunnen we alles krijgen wat we willen. Je hoort er niet bij zonder DVD speler, als je minder dan 3x op vakantie gaat. Geluk ligt in bezit, zegt deze maatschappij, die geen ziel meer heeft. En we willen meer en meer. En doe je je zelf niet te kort, als je deze dingen niet hebt? Nee zegt de Bijbel. Paulus: "Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus , mijn Heere;" Waar God Christus schenkt neemt Hij veel van de behoefte die niet goed voor ons is weg. Wat voor een natuurlijk mens saai en onaantrekkelijk is, is voor een kind van God leven.
Leven wij in de gemeenschap met Christus?

Het kan ook zijn dat leven je fysieke, naakte bestaan betekent. Dus ook al kost mij het het leven, dan nog is Uw goedertierenheid mij meer waard. Daniël onderhoudt het contact met God, zet daarmee zijn leven op het spel. Stefanus gaat zo de dood in. Guido de Brès schrijft aan zijn vrouw, wachtend op zijn executie. `Nu gevoel ik de getrouwheid van mijn Heere Jezus Christus. Ik heb meer vorderingen gemaakt sinds de gevangenis, dan in mijn hele leven`.

Is Gods goedertierenheid u meer waard dan uw dromen, verlangen, ambities? Kunt u zonder Gods liefde leven? Wie Zijn liefde gezien heeft kan van deze God niet meer weg komen. Door het geloof in de goedertierenheid van God zijn mensen bereid geweest hun leven op te geven; `Delft vrouw en kind het graf` - hoe gemakkelijk zingen we dat…? Vers 4 van psalm 63 is een oproep om Gods goedertierenheid hoger te achten. Bent u bereid alles op te geven? Ook die zonde waarvan je niet los wil komen, die persoon waarvan je weet dat zijn of haar invloed niet goed voor je is? Bent u het met God eens wanneer Hij u uw man, uw vrouw, uw baan van afneemt?
Als God Job naar de rand van afgrond bent, zegt hij: ik zal God nog loven. Als alles je ontnomen wordt wat je ziet, dan te geloven in de goedertierenheid die je niet altijd ziet? Job heeft met God geworsteld. En hij komt tot: ik ben te gering - dat is capitulatie. Je ondergeschikt stellen aan de wil van God.
Paulus worstelt met de `doorn in zijn vlees`. "Mijn genade is u genoeg" is dat zwakheid? Paulus is het er mee eens geworden, Als ik zwak ben dan ben ik machtig. Uw goedertierenheid is beter dan het leven.

God breekt af en bouwt weer op. Hij laat het nacht worden, opdat Zijn heilzon opga. Waar de kracht van de mens verdwijnt, komt Gods kracht binnen.

Weten wij de woorden van Jezus nog? Wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen. Maar zo iemand achter Mij wil komen, hij neme zijn kruis op en volge Mij.
Het neemt de zorgen niet weg of de vragen, maar Hij tilt je erboven uit. Als de jongelingen in de oven zijn, is daar een vierde, Ik zal u niet vergeven.
De Heere is mij een helper.

Uw goedertierenheid is beter van het leven, de uitroep van de belasten; vecht u nog met God, gemeente? Worstel je nog `is dit de weg?` Bid dan: leg zelf die belijdenis op mijn lippen. Wij hebben ooit de dood verkozen. In de verzoening is het opnieuw de vraag: kies dan het leven.
Waarom zijn mensen bereid om alle het aardse op te geven, naam, baan, voor de liefde van één; hoeveel te meer zou dat moeten gelden voor Gods liefde?
In Gethsemané is een stem: Indien het mogelijk is, laat deze drinkbeker voorbij gaan, maar niet wat Ik wil, maar wat U wilt. Zonder dat had niemand ooit Gods goedertierenheid kunnen ervaren.
Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten; Hij kon goedertierenheid van God niet ervaren, ons ter zaligheid. Zijn strijd gestreden, zag Hij de wolken weer weg gaan - de Zoon kon weer thuis komen. De schuld weggedragen, en Hij riep het uit: `Mij dorst`. Niet alleen lichamelijke dorst. Het werk volbracht, Ik dorst nu naar Uw gemeenschap. En de vader zegt: Kom maar thuis, en nog een keer klinkt Zijn stem: het is volbracht!

Edit