Edit|
EditReeks Samenvatting:
Afwachten of verwachten, de titel van een recent verschenen boek, wat pennen en monden in beweging gebracht heeft. De moeite waard. Wat is het m.b.t. 12 december? Bij een besluit tot eenwording zal er veel scheuring en twist ontstaan in onze gemeenten. Wachten we af, of verwachten we, dat de Heere God wonderlijk kan ingrijpen? Of hebben we het al gezien en geloven we het wel? Heeft dat nog wat te maken in geloof in die ene kerk? En de naastenliefde?
Koning Hizkia, een godvrezende koning, een van de weinige. Hij verwacht Gods hulp. Sanherib had alle grote steden van Juda al ingenomen. Juda, die hadden gekozen voor het huis van David. Kennelijk niet gevrijwaard van rampen en tegenspoed. Eerst probeert hij een compromis te sluiten met de vijand. Het kost heel wat zilver en goud van de tempel! Dat hadden we niet verwacht van Hizkia! En dat ten kost van het liturgisch materiaal van de tempel. Hizkia durft nog wel meer: een bondgenootschap met Egypte.
Geen excuus, maar kijken we naar onszelf: verwachten wij het van de Heere m.b.t. 12 december? Of hebben wij ook een `escape` in gebouwd?
Het leger van Sanherib rukt op tot onder de muren van Jeruzalem. Er wordt onderhandeld. Rabsaké, de veldheer spreekt namens de Assyriërs. "Op wie vertrouwen jullie nu eigenlijk? Op Egypte of op je God?" Een goede vraag, nota bene gesteld door de vijand. Rabsaké spreekt Hebreeuws en blijft brullen tegen het volk `kies onze kant, vertrouw niet op Hizkia, die zegt de Heere zal ons redden: geloof hem niet!` Ziet u het gebeuren?
Onze tegenpartij, helaas onze synode, als ook zij een vorm van overleven voorstellen, of zo, of zo, dan is dat ook voor ons aantrekkelijk. Als we maar kerkelijk overleven. Je krijgt het nog beter, zeggen ze zelfs. Met name financieel. Het landje van belofte.
Rabsaké zegt, waar zijn de goden van de volken gebleven tegen over de onze? De eer van God is ermee gemoeid. `Zo zal het gaan met Jahwe, als je Hem nodig hebt.` Het volk staat op de muur, schouder aan schouder en ze zeggen niets. Ze brullen niet terug, `jij lelijkerd, je zult erachter komen of er een God is`. Nee, ze zwijgen naar het gebod van koning Hizkia. Een waardige, geestelijke houding. Wat lijkt het volk op de muur hier op Hem die "niet weder schold als Hij gescholden werd."
Dat is het begin van hun redding. - Waar was het in de afgelopen jaren het stilst? In de kracht van het woord van God, de Heere zal voor u strijden en gij zult stil zijn. De Heere verbreekt dit stilzwijgen, want Zijn naam is ermee gemoeid.
Hizkia gaat naar de tempel, de grootste vijand is binnen de muren: eigen zonde en schuld. Heeft dit nog een plaats gehad in de huidige kerkelijke discussies? Of alleen pro forma? Met de schuld van land en volk voor het aangezicht van God komen. Daarin had de kern moeten liggen van die vele kerkelijke discussies.
Hizkia zendt boden naar Jesaja. Vanuit zelfvernedering zich wenden tot God en Zijn woord. Niet `ik verneder mij en dan betrouw ik ook`. Je bent er niet zeker van dat de Heere zal horen, want het is en blijft onverdiend. Misschien zal de Heere God horen, zegt Hizkia. Waar was in de kerkelijke discussie deze verootmoediging?
Maar dan laat de Heere zich ook niet onbetuigd. Hij laat weten door Jesaja: vreest niet. Het antwoord op de verootmoediging van Hizkia. Vrees niet. Eerste Adventzondag, vrees niet, u is heden geboren, de zaligmaker; Vrees niet, Hij is op gestaan, Vrees niet, zoals Hij opgevaren is, zo komt Hij terug. Vrees niet.
Dat mag ik u verkondigen: vrees niet. Vlak voor 12 december 2003 mag dit woord worden gehoord in de waarachtige verootmoediging: vrees niet.
Verwachten, niet afwachten. Moed gevende woorden. Het gaat altijd hoe dan ook naar huis.
De vijand herneemt het woord. Na troost en bemoediging. Boven water het lek en hij begint opnieuw. Brieven worden van Sanherib naar Hizkia gestuurd. `Laat u uw God niet bedriegen, op wie u vertrouwt. Je ziet de legers rond de stad. Denk je echt gered te worden?`
Vandaag dezelfde woorden. De kracht van de Bijbel? Wees toch wijzer. Dacht je echt dat je de komende situatie kon ontwijken? Dwingt de maatschappelijke situatie ons niet tot eenwording? Wees tot reëel. En nog meer van dergelijke vragen.
Hizkia reageert als volgt: Hij breidt de brieven uit voor het aan gezicht des Heeren. Zijn antwoord is een daad. Hij leest ze, ziet de volle werkelijkheid voor ogen en gaat ermee naar de Heere. Dan is hij het kwijt.
Laten wij in deze tijd, de Heere `meelezen` in de krant, in eerbied gesproken? Spreiden wij de dreigbrieven van de synode uit voor het aangezicht van de Heere?
`Doet Hizkia niet méér? Dat is toch niet praktisch?` De praktijk van de zaligheid. We moeten God erbij halen. Laat onze gebeden opstijgen naar de hemel. God, Gij alleen zijt de God van alle koninkrijken der aarde. Het gebed van een rechtvaardige. En de Zoon zegt, ik heb betaald voor de Kerk, zij kan niet verloren gaan.
Het gaat in dat gebed om Gods eer. De levende God wordt gehoond.
Als het ons gaat om de eer van God zijn we zeker van de overwinning. Hizkia lijkt op David, tegenover Goliath.
Heere het gaat om Uw eer. Als we verloren zouden gaan (welk kind van God denkt dat nooit) - maar wat zult u dan met Uw grote naam doen? Die is toch verbonden aan mijn zaak? In een barre geestelijke worsteling de Heere te houden aan Zijn naam.
Als er zo wordt gebeden in deze dagen… van zo'n gebed heeft de biddende Hogepriester weet van, en Hij houdt de brieven voor aan Zijn Vader.
Spreid uw brieven van duivel, wereld en eigen vlees maar voor de Vader. Heere lees eens mee…. Is dat alles? Ja, dit gebed wordt door de Heere gehoord en verhoord: Om Zijnentwil en om Davidswil zal de Heere de stad redden, niet omwille van Hizkia.
Om Jezus wil. Daar val je mooi tussenuit. Hizkia stekt geen hand uit naar Sanherib, maar de Heere overwint ze.
De Heere zal voor u strijden, hoe moeilijk het is, huiselijk, persoonlijk, kerkelijk. En gij zult stil zijn.
Afwachten of verwachten?
Die de Heere verwachten zullen niet beschaamd worden, want 12 december valt in Adventstijd.