Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-07-13 10:00:00 ds. P. Kolijn (em. te Krimpen a/d IJssel)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
han 14:22 han 14:5-28 2008-07-13.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.0Mb)
2008-07-13C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.2Mb)
2008-07-13T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Door vele verdrukkingen ingaan.

Ik zou wel eens willen weten, hoe u deze tekst aankijkt, als eerste indruk, 'door vele verdrukkingen'. Nogal somber... wat moet dat worden? Maar lees niet over het eerste gedeelte heen. Paulus wilde de aangesprokenen juist versterken, om te blijven in het geloof - een gewaarschuwd mens... Ook Christus zei: bereken de kosten van te voren. Een strijd om in te gaan. Tegenwoordig wordt wel gesuggereerd - als je gelooft kun je altijd blij zijn, geen problemen meer. Is dat zo? Een betrekkelijk jonge weduwe van 58 las dat, en het was moeilijk voor haar. Wat zegt de Heere ervan in Zijn woord en hoe gaat in het geestelijke leven? Gods kerk gaat struikelend haar weg en gaat voort van kracht tot kracht, Gods kinderen worden op aarde geen hoogvliegers. Altijd juichend op de toppen? Nee en de Bijbel is daar heel eerlijk in. Denk maar aan Elia. Neem me maar weg - Asaf klaagt: ik schatte mij geheel verloren - geen vertroosting. Petrus: ik wil mijn leven wel voor U geven, maar we weten hoe het ging.

Maar het mag er ons niet om te doen zijn, dat we de twijfel en klein-geloof zouden verheerlijken. We bestrijden het echter niet door het te ontkennen, want die werkelijkheid is er. Die werkelijkheid wil de Heere ons leren, maar dan opdat we Hem zouden blijven bidden om de genade van de Heilige Geest. En Hij weet wat er van Zijn maaksel te verwachten is.

Hij stelt ons geen weg over rozen voor. Strijd. Geen rustige reis is ons beloofd. Paulus kan dan ook eerlijk zijn. Advertenties uit de wereld spiegelen ons alleen goede en mooie zaken voor. Niemand heeft in een showroom van auto's ooit een bord zien staan: Met deze auto's kunt u zichzelf te pletter rijden. De werkelijkheid is anders dan de advertenties van de wereld.

Paulus en Barnabas zijn op de weg terug. Huurlingen vluchten, maar zij zijn trouw. Ze komen ook in Lystre, waar Paulus gestenigd was. Wat zullen die kleine gemeentes dat nodig hebben gehad om opnieuw vermaand en vertroost te worden.
Wat voor verdrukkingen praten we over? Paulus wist er over mee te praten 2Cor 11. Overal in gevaar. Petrus spreekt er ook zo over in zijn eerste zendingsbrief. Niets vreemds. De gemeente van Christus viel op. In maar niet van de wereld, dat wekt ergernis op. Dat maakt de wereld onrustig, vooral als er over zonden wordt gesproken. De oorzaak van afkeer: verzoening door voldoening - zijn we echt zo slecht, dat er bloed moest vloeien? De wereld wil horen dat ze goed is en goed doet. Toen en nu.
Vallen wij ook op in deze wereld? Binnen de kerkmuren is het niet moeilijk, dan zijn we apart genoeg. Maar hoe is het morgen - bidden en danken we voor het eten? Je hoeft er niet voor op een niet-christelijke school te zitten. Ook op een reformatorische school komt er spot, als het je ernst is.
Wat zijn we machteloos - wat is Christus ons waard? Ik denk aan Mozes: hij moet kiezen tussen de rijkdommen van Egypte en de smaadheid van Christus. Paulus was het dat ook waard. Zo ontvangt het Woord zijn verdere loop. Waar het woord wordt verworpen brengt het oordeel - schudt het stof van je voeten had de Heere Jezus gezegd. Beproeven we onszelf of ook wij in het geloof zijn, dat het ons niet voorbij zal gaan vanwege ons ongeloof?
Ik ben ook in deze stad opgegroeid. In de tijd van volle kerken, afgeladen Noorderkerk als ds Koorevaar sprak, afgeladen Koninginnekerk. Wat heeft er een kaalslag plaatsgevonden! Het gaat ons allemaal aan, want de Heere zou ook het woord van ons kunnen wegnemen. Dat hier in Europa gebeurt wat in Klein Azië is gebeurd. Calvijn waarschuwde er al voor. Weggevaagd.
Het dwingt ons tot een persoonlijke keuze. Is het ons genoeg om 'bij de gemeente te behoren?' Dat was wellicht vroeger 'voldoende' , het dorp was christelijk. Op de steenfabriek werd over de preek gesproken. We zijn een minderheid geworden. U was de enige in de straat die naar de kerk ging. In het ziekenhuis in je eentje. En meer en meer dringt ons de vraag van Christus wie zegt gij dat Ik ben? Misschien komt de vraag tot u als de belijdenis catechisatie weer aanvangt - wat is Christus u waard?

Maar er is ook verdrukking van binnen: een strijd met ons eigen ik. Paulus kent dat ook: de Geest strijd met ons vlees, de natuurlijke aard. We hebben er onszelf niet in mee. Wat voor voorstelling maakt u zich van Paulus? 'De kleine'. Hij was niet zo wel ter tale. Gemeentes zoeken vaak predikanten die goed uit hun woorden kunnen komen om het zachtjes te zeggen.
Paulus werd er op aangevallen - de tegenwoordigheid van het lichaam is zwak en de rede is verachtelijk. Geen kanselredenaar. We lezen van hem geen diepe inzinking als van Elia, maar het raakt ook hem. Een mens van vlees en bloed die er strijd mee heeft.
Wij overschatten onszelf zo graag in het geestelijke. Hoe groter wij zijn, hoe minder de Heere aan ons kwijt kan. We kunnen nooit te arm zijn, wel te rijk... Onze rijkdom ligt niet in ons bezit, maar daarin dat we een rijke God hebben in Christus. Rijk van genade en vergeving.
Paulus wilt dat weten. Hij vergelijkt zijn leven met wonen in een tent. Dat beeld moet ons aanspreken in deze vakantietijd. Het wordt steeds weer afgebroken. We zijn er nog niet... En in dit leven komen we er ook niet. Niet dat ik het alrede gegrepen heb zegt Paulus, maar hij IS wel gegrepen! Hij kan er niet van af komen. In een tent heb je geen voorraadkelders. Iedere dag weer moesten ze hun tent uit om het manna te halen, als ze hamsterden bedierf het. Dat tekent ons het leven van Gods kerk. Geen leven van hebben, en zeker niet van het op zak hebben, in je binnenzak. Een leven van ontvangen iedere dag opnieuw.
Is dat niet onzeker? Nee juist niet - want dan ligt het vast in de trouw van God, die gisteren en heden en in eeuwigheid Dezelfde is. God is getrouw.
Ben je bekeerd? Als voltooid deelwoord - zou je durven zeggen dat het klaar is? Bekeerlijk zijn - ik ben er nog niet. Je mag in het geloof wel weten dat je er zeker komen zult! Maar je bent er nog niet. De Heere doet geen half werk en wat Hij begonnen is zal Hij afmaken, zelfs als wij struikelen. Je kunt nooit groot van jezelf gaan denken onder verdrukking. De satan bestrijdt met de gedachte: `als je echt een christen was dan zou dat toch meer blijken? - kijk eens wat je er van terecht brengt... Ben jij een kind van God? Als het waar was zou het toch anders zijn?` Hij speelt in op onze zwakheden, karakterzonde, voor je het weet val je weer in dezelfde zonde. De satan is niet machteloos, al is hij gebonden. De duivel kan op de rand van je sterfbed komen zitten - is het wel waar, en bedrieg je jezelf niet? Een nabij leven geeft wel eens strijd aan het eind, en een gestreden leven geeft wel eens die rust.

Welke verdrukkingen zijn er meer? Ieder mens is onderworpen aan het lijden van deze tijd (Pred 9). De goddeloze en rechtvaardige kan hetzelfde overkomen. Ook Gods kinderen kunnen kanker krijgen. Wat kan het een aanvechting worden!
Wat is dan het verschil? Asaf tobt er mee in Psalm 73, zal ik dan maar niet met de wereld mee doen? Maar met de nood aan de man weet de wereld niet waar ze het zoeken moet; zelfverzekerdheid is er alleen als het goed gaat. Weet u waar u het zoeken moet? Als de nood komt.
God geeft uitzicht - al het lijden van deze tijd, wegen niet op tegen de heerlijkheid die over ons geopenbaard zal worden!

En dan is er nog het lijden aan de kerk. Wat kan dat een verdriet zijn. Ook de wereld in de kerk kent die strijd niet. Sommigen in de kerk maakten zelfs misbruik van het lijden van Paulus. 'Geloven dóe je toch? Waarom al die moeite?' Als je nu komt uit de wachtkamer van de dokter en hij zegt: ik kan niets meer voor u doen, waar ben je dan met je geloof? Ligt het dan nog allemaal zo vlak, zal het dan wel waar worden, dat God niet laat varen het werk dat Zijn hand begon of komt dan boven: waarom moet IK dat nu hebben, waar heb IK dat nu aan verdiend? Moeten we niet belijden, zelfs als u mij kastijdt dan doet U mij nog geen 'recht', naar de grootte van mijn zonden...

Het is een ingaan in het koninkrijk Gods, verdienen heeft er maar Één gedaan. Voor mensen die niets anders verdienen dan door God verworpen worden. Dat te belijden kan ons ootmoedig maken in onze verdrukkingen.

Paulus gebruikt 'moeten'. Zomaar in ons zelf worden we niet afgebroken, Hij moet meer worden en ik minder. Johannes de Doper gebruikt de woorden van het voorjaar, het minder worden van de nacht, met seconden tegelijk. Kijk het maar na in uw agenda. Niet van het ene op het andere moment, een levenlange strijd. God is niet hard, maar wij zijn zo hard. Hij is goed. Als die moeiten werken mee ten goede, gemeenschap aan het lijden van Christus. Hij kan zo'n medelijden hebben met onze zwakheden. Nederdaling ter helle - het heelrijke antwoord van de catechismus: opdat ik mij in mijn hoogste aanvechting in Christus zou kunnen vertroosten.
Calvijn gebruikt daar het beeld van de schapen die een merkteken dragen. Zij worden gebrandmerkt, de wonde heeft Christus gedragen! Wij krijgen alleen het litteken te dragen. En dat moet ook nog allemaal medewerken ten goede.

Eenmaal zal de Heere de tranen van uw ogen afwissen. Christus ging u voor om plaats te berijden. In die verwachting mogen we leren leven.
Dwars door alle moeite en zorgen heen.

Ps 94:8 De HEER' zal in dit moeilijk leven,
Zijn volk en erfdeel nooit begeven.
Het oordeel keert, vol majesteit,
Haast weder tot gerechtigheid;
Al wie oprecht is van gemoed,
Die merkt het op, en keurt het goed.
10: Wanneer ik zei: 'Mijn voeten glijden',
Toen hebt Gij mij gesterkt in 't lijden;
Wanneer mij 't afgepeinsde hart,
Door al mijn denken werd verward;
En ik in druk schier was gestikt,
Toen heeft Uw troost mijn ziel verkwikt.

Alle dingen moesten mee werken ten goede..

Edit