Edit|
EditReeks Samenvatting:
Het verbond neemt in de Bijbel een grote plaats in, in Oude en Nieuwe Testament. Het wordt nooit automatisch vervuld. In de genade van God krijgt het de vervulling. In de geboorte van Christus is het OT vervult in het NT, nog los van de dingen die nog vervuld moeten worden. Het blijft van begin tot eind een zaak van genade.
Lucas 1,2; de geboorte van de voorloper van de Heere Jezus en van Hemzelf. Grote overeenkomsten zijn er. Johannes heeft alle trekken van de Heere Jezus. Ook de aankondiging van de geboorten. De engel Gabriël verschijnt aan Zacharias zowel als aan Maria. Oud en Nieuw reiken elkaar de hand. Zacharias - de laatste sleutelfiguur van het OT, Maria staat in het licht van het nieuwe verbond. Wonderlijke geboorten ook, beide.
Zacharias en Elisabeth. Een priester en een dochter van een priester, gezegend echtpaar: beide waren gerechtvaardigd voor God. Iets om jaloers op te wezen. Zacharias (Zecharja) betekent "De Heere is gedachtig" en Elisabeth (Elisjeva) betekent "De God van de eed". De betrouwbare God. Beide gedachten worden bewaarheid via het wonder van genade in hun leven. In vers 7 staat, en zij hadden geen kind. Ze waren beide oud - een gezegend echtpaar, maar kinderloos. Door diegenen onder ons die kinderloos gebleven zijn, wordt dat pas diep aangevoeld, wat dat betekent.
Een onmogelijkheid op nageslacht. In onze tijd pijn, waar je nooit te licht over denken moet, maar voor een Israëliet was er een religieuze betekenis: een stuk smaad. Elisabeth zegt het zelf straks.
Zonder nageslacht scheen men afgesneden van het toekomstig heil van de Messias. Het verbond van God zou dan in hun leven onvervuld blijven. En dat terwijl beide rechtvaardig voor God waren. De rechtvaardigheid van het OT. Ze kenden, dienden, vreesden de Heere in oprechtheid. Nu moet dit worden beleefd vanuit de toegerekende gerechtigheid van het NT. Hoofdstuk 2.
Daar zit een drempel, die genomen moet worden.
Ze dreigen met hun rechtvaardigheid "vast te lopen". De bedeling van het Nieuwe Verbond is zo dichtbij. Wie God in oprechtheid vreest kan het heel moeilijk krijgen om te gaan delen in het heil van het verbond van genade door genade alleen. Deel ik daar wel in?
Het waren biddende mensen. "Uw gebed is verhoord", zegt Gabriël. Als u toeleeft naar de toeleving naar het Heilig Avondmaal, dan gaan wij bij onszelf na of wij dat biddende leven kennen. Dat kan soms ingezonken zijn, dan gaan er lichtjes branden en alarmbellen aan. Het gebed behoort bij de mens die rechtvaardig is voor God. Maar de verhoring van het gebed hoort bij het rechtvaardig zijn van God. Wat zit daar tussen? Genade.
Zacharias mocht het reukoffer ontsteken, eens in zijn leven. Hij zal er naartoe geleefd hebben! Daar staat hij naast het reukoffer altaar. Een engel verschijnt aan hem. Een vrees valt op hem. Hij is bang. Vreest niet, want uw gebed is verhoord. Uw vrouw Elisabeth zal een zoon baren.
Exodus 34: Mij zal geen mens zien en leven, dus dat Zacharias bang is, is niet gek. Vrees niet, de genadige toewending van God tot een zondig mens. Zacharias bad niet meer om een zoon, hij geloofde er niet meer in. Rechtvaardig voor God was hij toch? En dan geloof je toch tegen de klippen op? Alleen als je dat jezelf hebt aangeleerd. - `Hoe kan dat nou, ik ben oud, en mijn vrouw ook`. Hij zegt bijna tegen de engel: gebruik je verstand... Op natuurlijke wijze onmogelijk geworden. God heeft het gebed verhoord van *lang geleden* . Echte gebeden blijven liggen voor de troon van God. God komt er op terug, ook al duurt het lang. Wat een bemoediging!
Zacharias staat bij het reukofferaltaar. Maar hij staat er in ongeloof. Het reukofferaltaar stond voor het opstijgen van de gebeden van het volk tot God. Hoe belangrijk is de openbare dienst der gebeden in de dienst van de verzoening. Als je zelf met een ongelovig hart in de kerk zit, of zelfs op de kansel staat. Dan sta je toch bij de dienst van de openbare gebeden. God verhoort het gebed van deze biddeloze man. En wel via een wonder. Een wonder van de genade. Zoals het verbond altijd in de genade wordt gestand gedaan.
Zijn zoon moest Johannes heten. Dat Johannes via een wonder geboren zal worden, daar zit de hele oudtestamentische bediening aan vast. Kijk naar de wonderlijke geboorte van Izaäk, toen het niet meer kon. Bijna dezelfde woorden werden gebezigd door Abraham en Sarah. Oud en ver op hun dagen gekomen. Dan gebeurt het juist wel. Hetzelfde bij de vrouw van Manoach (Simson) en Hannah (Samuël), geen kinderen, en ze huilt zich leeg voor God in de tempel. Dit mag een aanmoediging zijn voor jonge gezinnen die tot nog toe kinderloos zijn gebleven. Het heil kon alleen maar door een bijzondere daad van God werkelijkheid worden. Geen automatisme. De Zoon van God geboren uit een maagd, wat normaliter ook niet kon. Het hele OT wordt samen gevat in de laatste drempel van het OT. Ze geven de hand aan Maria, die een Zoon zal ontvangen op wonderlijke wijze. Ziet u de samenhang?
Waar het niet kon, kon het. Waar het niet kan, kan het. Voorbereidingsweek: waar het niet kan, kan het. En waar het kan, kan het niet.
Zacharias' gebed werd op wonderlijke wijze verhoor. Op geen andere wijze verhoord God nu. Door de genade heen, opdat Zijn werk verheerlijkt zal worden. In de naam Johannes komt het bijzondere karakter uit van zijn werken en van Gods werk. Johannes werd gebaard door een wonder, en dat God genadig is wordt ons geopenbaard van Gods genade. Maak van de genade nooit het wonder los, of andersom. Je houdt niets over, alleen een begrip, een klank.
Zacharias moet het doen met het woord van de Heere, met de adventsverwachting, dat hij en zijn vrouw een zoon mogen verwachten. Het woord, onvervuld, meer niet. De verwachting van het OT gaat hier door de onmogelijkheid heen vervuld worden. Dan kun je niet meer rekenen, maar je moet er wel mee rekenen.
Kennen we deze adventsverwachting, dat de Heere ons genadig zal zijn door onze onmogelijkheden heen? Al ervaren en zien we het niet nu? In het hopen op Zijn woord. Genadig, daar wij niets meer te verwachten hebben.
Voorbereiding, geen verwachting? Niet in verwachting, en je kunt zelfs niet meer bidden, en toch heel diep in je hart die stille hoop in je hart. Zacharias kan het niet geloven. Geen pracht figuur, geen krachtsfiguur. Maar van God uit gezien rechtvaardig. Maar de engel zegt: je zult stom zijn tot de belofte is vervuld. Terwijl hij toch gezien had dat het Gods woord was, als er toch een engel naast je staat!
God bezoekt ook de zonden van Zijn kinderen, en ook hun ongeloof. Zacharias vraagt om een teken; het resulteert in een zwijgende mond. Hij rekende niet met Gods almacht maar wel met eigen onmacht; en omdat hij zich niet verliet op het woord van God alleen, wierp God hem op zichzelf. De oude bedeling gaat zwijgen in de mond van Zacharias. Wat een onderscheid met Maria, die zegt: mij geschiede naar uw woord. Geloof.
Door de ongelovigheid van Zacharias wordt hem genade bewezen, opdat genade genade zal zijn. Daarom kan een adventsvolk dat geen verwachting meer heeft, toch zalig worden, om Jezus wil.