Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-10-05 10:00:00 ds. A. Belder (Nieuwe Tonge)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Joh 15:9 Joh 15:1-17 2008-10-05.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.1Mb)
2008-10-05C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 30.4Mb)
2008-10-05T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Geen liefde is echt en geen liefde is waard dan die zichzelf wil geven. Zo is het toch? Liefde moet blijken. En die van de Heere Jezus is ons gebleken. Hij heeft Zichzelf en volkomen gegeven.
Daar staat Hij, op weg om Zijn leven te geven. Misschien naar aanleiding van een wijnstok zo langs de weg, begint Hij te spreken. Hij is de ware wijnstok. Hij is de ware, niet Israel; wiens roeping het was, maar ze hebben het niet gevolgd. Een gekweekte wijnstok. Zijn Vader is de landman dus de wijnverbouwer; onder voortdurende zorg. Alles wat geen vrucht draagt neemt Hij weg. En wat wel vrucht draagt, verzorgt Hij.
Maar wat geen vrucht draagt wordt verwijderd. Daar liggen ze op een hoop en straks worden ze tot as. Wie niet door een waar geloof ingelijfd zijn. Het gaat niet om de rank op zich, het gaat om de vruchten. Dat zal elke oprechte rank beamen. De Heere Jezus waarschuwt ons.
In het vooraar gaat de landman alles ook langs, de te kleine druifjes worden verwijderd, het krenten. En de beschimmelde. Opdat het grote rijpe trossen worden. Snoeien doet groeien. Het gaat om de vrucht.
U bent rein om het woord dat ik tot U gesproken heb, Judas is afgevallen. Naar het leek Hem ingelijfd en toch niet de gewenste vruchten. De levens zijn gereinigd, gesnoeid door het Woord. Petrus wilde zijn voeten niet laten wassen en leek vroomheid, maar het was hoogmoed. Die zelfliefde, dat hij zich niet helemaal openstelde voor de Heere Jezus en Zijn zegenrijke werk. Maar nu hij door het woord gesnoeid is mag hij in de juiste verhouding staan, niet verwachten van eigen wijsheid en goed en kracht. Maar van de genade en wijsheid en kracht van Christus.

Een takje te mogen zijn van die wijnstok. Zijn belang op het oog hebbend in tere zelfverloochening. Leven van het gegeef. Dat doet het geloof om het daarna door te geven. Al maar minder worden. Opdat Hij meer worde.

Nu is het wel zaak om in Hem te blijven, nu je rein bent. De ranken kunnen niet zelfstandig. Als de rank afvalt dan is het verdord en doods. Als je in mij blijft draag je veel vrucht, maar in Mij en met Mij en door Mij draag je veel vrucht. Maar buiten geworpen blijft en er as over. In Hem blijven kan door het woord en het gebed; wat je begeert zal je gegeven worden, jullie verlangen zal Zijn verlangen zijn. Daarin is Zijn Vader verheerlijkt. Tot je bestemming komen.

Zo staat Hij temidden van Zijn ranken in Rotterdam-Zuid. Dragen we vruchten? Oprechte liefde tot Hem, vrede door Christus tot God, goedertierenheid, matigheid. Het gaat om de oprechtheid en echtheid. Bij de oprechten komt die twijfel. Ze voelen: ze schieten zo te kort. Blijf in mij. Dan blijf ik in u! Blijf in mijn woord door het gebed. Door de onderwerping aan mij. Dan zul je er in toe nemen, in die vruchten. Maar zoals Vader Mij liefheeft, zo heb ik U lief. Blijf in Mijn liefde..
Zo komt Hij ook tot ons vanmorgen.

Het gaat niet om twee soorten liefde. Het is juist een en dezelfde liefde, ‘gelijkerwijs’. Zoals de Vader het hoofd liefheeft, zo heb ik Mijn lichaam lief. Nooit het hoofd alleen. Hij is niet los te denken van Zijn lichaam.
Het zijn ernstige woorden uit Zijn mond, als ik let op de as. Bewaar me daarvoor, dat ik niet gewenste vruchten draag. Dat ik in U mag blijven, maar wat een troost - Hij heeft mij zo liefgehad. Over die liefde spreekt Hij. Eén liefde.

De wijngaardenier heeft in de wijnstok de ranken lief en de vruchten. Zou dan de wijnstok de vruchten niet lief hebben. Zo onverstaanbaar; dat was niet uit mij, ik was hatelijk en ik haatte de anderen, maar U bent met Uw liefde in mijn hart gekomen. Het gaat niet om de liefde van de Vader en Zoon onderling, maar die van de Vader tot het hoofd van de kerk.

Geen liefde is waard dan die zich zelf wil geven. In Hem wordt die liefde waar. Die volkomen liefde. Geen offer was Hem te veel. Om Zijn ranken in zijn gemeenschap te voeren, opdat het Zijne het hunne zou zijn. Wat houdt dat ons klein.

We denken wel eens dat wij de liefde van Christus moeten opwekken, maar het kwam bij Hem vandaan. Laten onze ogen vandaag op Hem zijn. We horen Hem zeggen, zo heeft Hij ze liefgehad tot einde. Hij schiet niet te kort. Hij heeft Zich dood geliefd. Daar hangt onze schuld. In Zijn vlees heeft Hij de macht van onze zonden onttroont.

Al liet iedereen Hem in de steek en verachten alle mensen Hem. De Vader is met Mij. Omdat Hij dienstbaar is aan het werk van de Vader. Hij geeft Zich zelf, gemeente.
Dat is niet te begrijpen alleen te bewonderen en te aanbidden.
Ik heb u uitverkoren, niet u mij. Een liefde van ontferming, gemeenschap. De ranken zijn nooit uit Zijn hart geweest.
Een jongen ligt in een wak en iemand haalt hem eruit en stuurt hem naar huis. Maar Jezus is in dat wak afgedaald; onze nood is Zijn nood geworden. Als Hij onze ogen opent voor Zijn liefde door Zijn woord en Geest, dat is liefde op liefde. Niet: op eigen benen verder, nee hij drukt ons aan Zijn hart en gemeenschap en zijn hartelijke liefde en trouw. We hebben alles aan Hem te danken, een geliefd kind en erfgenaam te worden, een beminde des Heeren… onder Zijn zorg staan, door Hem gevoed en gekleed. Door Hem geregeerd en geleid. Hij de mijne en wij de Zijne.

Een leven van het gegeef om het door te geven. Is dat niet rijk? Ik ook, Ik heb u liefgehad. Iemand vertelde: o Heere houd Uw liefde wat in, anders kan ik mijn werk niet doen... Die liefde verteert je zonden, maar niet jezelf. Ik denk weer aan die as. Genade alleen, gemeente. Van eeuwigheid af had Hij al het oog op ons.
We gaan zijn wetten beminnen, met heel ons hart. Zie heel mijn hart staat voor u open, ik wil uw rankje zijn. Er zullen hier meisjes en jongens zitten die een twijgje van Christus mogen zijn. Christus zegt vanmorgen: ik heb ook u, jouw liefgehad. We zijn tevreden met Christus en met Hem alleen.
In en door Christus bemind te mogen zijn, door Zijn Vader… een beminde des Heeren. Al lijkt Zijn hand tegen me, Zijn hart is voor me, zei een zieke. Die zelfzucht, dat aardsgezinde, wie de Heere lief heeft weet gesnoeid te worden. Vader legt het snoeimes niet uit Zijn hand. Ik geef mijn wens en wil over in Zijn hand. Snoeien doet groeien. Die Hij liefheeft kastijdt hij, Hij de volle toorn en wij slechts die liefderijke kastijding. Opdat we meer en meer ontvankelijk voor Hem worden. Wij moeten minder en Hij groter worden, dan doet Hij het door ons voor onze naaste.
We zijn er om Hem, dat we veel vrucht dragen, liefde, trouw, matigheid, je zelf opofferen, jezelf verloochenen. Om van Hem vervuld te mogen zijn.
Paulus bidt tot drie keer toe, maar God verhoord het niet. Opdat Paulus afhankelijk blijft, zodat Christus zijn gang kan gaan. Hij spreekt en het is er. In zijn zwakheid is Paulus tevreden; zonder Christus kunnen we niets doen, maar met Christus wel. Wie Hij lief heeft, snoeit Hij. Ik heb u liefgehad.

Als iemand gaat sterven en hij of zij mag de Heere vrezen. Dan leggen we onze oren bij de lippen van die laatste woorden. Onze Middelaar gaat sterven. Luister goed. Christus volgen is niet altijd ’voorspoed’, want Hij snoeit ons.

Blijf in deze Mijn liefde. Gelukkig niet: blijf in jouw liefde tot Mij. Gehoorzaam aan Vaders wil. Door de ranken, zo wil hij de liefde planten in de ranken van misschien wel uw buren, of collega`s, of Israël, of de heidenen. En kijk die gemeenschap zich eens uitbreiden. Zie die rank eens uitlopen.
In Hem zijn en blijven. Kom tot die liefde, kom zoals je bent en wat je vraagt geeft Hij, op het gebed. “Vervul mijn hart met Uw liefde.” Zo blijf je in de liefde van Christus.

Hij is nergens voor teruggedeinsd. Hij is in de liefde gebleven door die liefde te delen met de Zijnen. Dat is ook voor ons de weg. Blijf in Hem, door de liefde te weerkaatsen, de weerspiegelen. Door dienstbaar te zijn aan Hem en Zijn liefdeswerk. In die weg gaat Hij zich meer en meer openbaren, inwijden in Zijn plannen, meer en meer verzekerd van het feit dat we Zijn eigendom zijn.

Gehoorzaamheid, je dienstbaar stellen. God wil zich in Christus verenigen met Zijn ranken. Dat is rijk. Dan kun je niet anders dan: zie hier ben ik. Mij geschiede naar uw werk, zo zei Maria; haar zaak - Gods zaak. En wat heeft ze die liefde genoten. Bij het kruis stond ze er nog – en ze week niet.

Laat m' in U blijven, groeien, bloeien,
o Heiland, die de wijnstok zijt!
Uw kracht moet in mij overvloeien,
of 'k ben een wis verderf gewijd.
Doorstroom, beziel en zegen mij,
opdat ik waarlijk vruchtbaar zij.
(Herv.Gez. 229:1)

Edit