Edit|
EditReeks Samenvatting:
Met Kerst zingen we zo graag de Lofzang van Zacharias, misschien wel bij gebrek aan… O dierbaar Kind, geschenk van 't alvermogen. Dan denken we aan het Kind Jezus, maar dat klopt natuurlijk niet, want Zacharias bedoelt daar Johannes mee, "Elk noemt u Gods profeet, en treed voor 't aanschijn van de Heer' " Hij gaat voor de Heere Jezus uit. Twee wonderlijke geboorten. Door het onmogelijke heen. Het kon eigenlijk niet, en toch geschiedt het. Wie meent dat het heil van God aansluit bij de verwachting van ons mensen, een aanknopingspunt heeft bij ons, die kent het heil van God niet. De verwachting van de onvruchtbare Elisabeth en de maagdelijke Maria prediken ons de onmogelijkheid bij en van de mens. Het gaat bij advent om Gods mogelijkheid in onze onmogelijkheid.
Geen inspraak op de boodschap van de engel. Geen verduidelijking meer. Als de engel heeft gesproken zwijgt Zacharias - het OT heeft niets meer te zeggen buiten Christus om. Als zijn mond open gaat breekt de lofzang van Zacharias los. God opent zijn mond en vervult hem met de Heilige Geest. Vóór die tijd moet je nooit gaan zingen, want anders zing je het oude liedje.
We gaan naar Kerst toe - de eerste vieringen beginnen al weer. Het wordt tijd voor 25 en 26 december, met het kerstfeest van de kinderen - waar u allemaal bij bent, natuurlijk.
Johannes de Doper is de wegbereider. Dit stukje van de Bijbel kan niet overgeslagen worden. Wie zich de weg niet laat bereiden, die verstaat niets van het heil. Je komt niet verder in het NT, omdat je ontspoort bent voor je goed en wel op weg bent. Het kindje Johannes zal de weg bereiden, door zijn volk kennis te geven van de zaligheid. Wie geen instructie krijgt blijft buiten de zaligheid. Kennis van de zaligheid is nodig om de zaligheid te ontvangen. Geloofskennis.
Het heilsbegrip onder Israël was langzamerhand verschraald. De profeten gaven voortdurend inzage in het heil. Een hoogmoedig godsdienstig nationalisme was er gekomen, men had het heil in de vingers. Hoe velen vandaag sluiten zichzelf binnen en andere buiten…
Het ging over de verlossing van de Romeinen. Men schreef voor hoe God hen moest bevrijden. Een herstel van de maatschappij, ideale samenleving zoals onder David en Salomo. Dat was het heilsbegrip geworden. In plaats van de hoop op geestelijke verlossing.
De weg wordt bereid om de zaligmaker te kunnen ontvangen als zaligmaker. Waar het op aan komt is vergeving van de zonden. Niet verlossing van (kerkelijke) vijanden. De geestelijke verlossing.
De moderne theologie van vandaag gaat het alleen om maatschappelijke structuren, hulp aan verdrukten, etc. die theologie krijgt hier de nekslag. De moderne theologie is niet zo ver weg, maar zit in ons hart. Kerst - `licht in donkere dagen, 't is toch al zo donker in deze tijd`. Begrijpelijk, ja. `Wat gezelligheid en sfeer. Graag - nu sijt wellecome.` Tja, dat hoor je ook op Zuidplein. Is er geloofskennis? Op Zuidplein? En op de huisbezoeken?
En zo springen wij over Johannes de Doper heen. Er is een prediking die heel populair aansluit op deze menselijke behoefte, soms in dichterlijke vorm, maar die van God vervloekt is. Omdat er geen geloofskennis is. Concrete zonden kunnen benoemen. Niet: `Ik zal u een klein beetje laten zien wie u bent`, maar: "Adderengebroedsel"… Als ik concreet moest zeggen waar het aan hapert zou ik hier niet lang meer staan.
Wie hun zonden beleden, werden gedoopt door hem. De doop der bekering tot vergeving van de zonden. Als Jezus komt is zijn taak voorbij. "Zie het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt." Als je alleen maar gelooft dat Jezus vergeeft en dus ook die van jou waarschijnlijk wel, dan heeft de doper niet gefunctioneerd.
Kennis: de doorleving van je zonde. De ondervinding dat het van mijn kant onmogelijk is dat ik zalig word, daar begint het mee. Of spring je daar overheen? Dan mis je de boot, en wel het Scheepje onder Jezus hoede.
Geen verwachting van onze kant, maar wel is de verwachting van Gods kant. Een ander moet voor mijn schuld boeten. Kennis van onze zaligheid in pure verwondering. Puur van God. Het kan nooit van mijn kant.
Gelooft u? hebt u geloofskennis? Kennis van de zaligheid. Ik weet dat ik zalig word, om Jezus wil. Ik mag persoonlijk weten dat mijn zonden vergeven zijn. Ik mag zalig worden, omdat God dat wil van eeuwigheid. Zo alleen wordt het Kerst en anders kan het niet.
Ik gun het u van harte, verantwoordelijk als ik ben voor het brengen van de juiste boodschap. Snappen ze nu wat ik bedoel? Wat er bedoeld wordt door de vergeving van de schuld, laat je de weg bereiden tot Kerst in de kennis der zaligheid.
Zacharias zag de purperrode zonsopgang; het morgen licht brak zich een baan, als een dal in - van boven naar beneden. God heeft ons ermee bezocht zegt Zacharias. Krijgt u wel eens bezoek van de Heere? Dat vergeet je niet meer. Om te verschijnen die 'zitten' in duisternis - als in de gevangenis. De schaduw van de dood. Zo gezien wordt advent een spannende zaak. Levenslang gekregen.
Daar komt het licht van over de bergen. De nacht gaat voorbij, de dag breekt aan. Gaat u mee? Kennis der zaligheid, der ellende, der verlossing en der dankbaarheid. Geleid tot Christus, daar is kennis en vergeving der zonden, waar je verenigd wordt met Christus. Wij dan gerechtvaardigd zijnde door het geloof hebben vrede met God door onze Heere Jezus Christus. Opgang uit de hoogte van boven naar benenden, vriendelijk licht leidt gij mij voort? Licht in het zicht, wat een uitzicht. Uit genade.