Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-10-26 17:00:00 ds. C.J. van der Plas (Zwijndrecht)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 14:22 Mat 14:1-33 2008-10-26.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.6Mb)
2008-10-26C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 24.7Mb)
2008-10-26T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.3Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
We zitten midden in een financiƫle crisis. Je hoort woorden als recessie; wie weet wat ons nog te wachten staat. Maar op dit moment hebben we elke dag nog genoeg voedsel. Dat is op zich al een wonder. Jezus gaf een grote schare mensen te eten op een wonderlijke manier. Met 5 kleine broodjes en 2 visjes. De mensen zijn enthousiast over Jezus en willen Hem tot koning uitroepen volgens Johannes 6. Als er honger is, doet Hij even een wonder en alles is opgelost. Maar de Heere Jezus wil dat niet. Is Hij dan geen koning? Ja, maar van het Koninkrijk der Hemelen. Hij dwingt daarom Zijn discipelen in het schip te gaan. Zelf willen ze niet dus. Ze vinden het geweldig wat de schare wil en willen ook niet zonder Jezus in het schip. Maar de Heere Jezus wil hen dat afleren en dwingt hen in het schip te gaan. Dan stuurt Hij de schare uiteen en gaat zelf de berg op om te bidden. Hij is echt mens zoals wij. Maar geen gewoon mens. Hij is mens en God in 1 persoon. Hij heeft er behoefte aan om gemeenschap te oefenen met Zijn Vader. Het gebeurde was een verzoeking voor Hem van satan. Om tot koning uitgeroepen te worden. Maar Hij heeft die verzoeking weerstaan en wil nu graag gemeenschap met Zijn vader. Waarover Hij heeft gesproken met Zijn Vader op die berg weten we niet. Misschien over Zijn opdracht waarom Hij naar deze wereld is gekomen. Heeft u ook behoefte aan gemeenschap met de Heere? Laten we het gebed waarnemen, persoonlijk en als gezin. Vaders, u bent priester in het gezin. Bid maar hardop. En als vader niet thuis is, laat moeder het dan doen. Hebben wij een binnenkamer waar wij alleen verkeren met God en ons hart voor Hem uitstorten?

Intussen is het nacht geworden. Het schip met de discipelen is in het midden van de zee. De wind is hen tegen en de golven teisteren het schip. Ze doen moeite om het scheepje vooruit te krijgen met de roeiriemen. Het meer van Galilea is niet zo groot en ligt 200 m beneden de zeespiegel van de Middellandse zee. Er kunnen daar opeens winden opsteken met een enorme kracht. Die jagen het water van het meer op en maken het meer gevaarlijk.
De discipelen zijn door Jezus zelf gedwongen in het schip te gaan. En toch zijn ze midden in de storm terecht gekomen. God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst in de eeuwige haven. Angst, nood en onrust zullen ons niet voorbij gaan. Dan komt de waarom-vraag gemakkelijk in ons op. Waarom moet ik dit of dat meemaken? Mijn raad zal bestaan en Ik zal al Mijn welbehagen doen, zegt God. Hij heeft met alles Zijn bedoeling, maar wij zien die soms meer niet, dan wel. Soms houdt Hij zijn bedoeling verborgen, omdat Hij ons wil leren dat in ons geen wijsheid is. Soms lijkt het of God er zelfs geen weet van heeft. Maar het is niet waar. De Heere vergeet de Zijnen nooit.

De discipelen zijn in nood en de Heere Jezus is op de berg. Hij is de biddende Hogepriester. Hij doet dat nu nog aan de rechterhand van Zijn vader. Hij doet dat voor een ieder die zijn hoop op Hem alleen stelt en het niet meer bij zichzelf kan vinden. Hij heeft het goede met ons voor, ook al worden we soms in moeilijke wegen geleid. Hij wil dat we ons vertrouwen stellen op Hem alleen. Het leven van Gods kerk op aarde is een leven van geloof en niet van aanschouwen. De discipelen zien Jezus niet, maar Hij ziet hen wel. Marcus deelt ons dat uitdrukkelijk mee. Jezus zag dat zij zich zeer pijnigden om het schip vooruit te krijgen. Hij gaat naar hen toe om hen te helpen. Hij wandelt over de hoge golven naar hen toe. Hij komt pas in de 4e nachtwake. Tussen 3 en 6 uur in de nacht. Zou de Heere niet meestal zo handelen? Als de nood het hoogst is? Om ons te laten merken dat we enkel van Hem afhankelijk zijn? Marcus zegt dat Hij eerst voorbij wilde gaan. Wat een beproeving voor de discipelen. Zo zijn wij, dat we moeten leren dat we kleine nietige mensen zijn die van Hem afhankelijk zijn. De discipelen zien Hem aankomen. Ze hielden er totaal geen rekening mee dat het de Heere Jezus zou kunnen zijn en roepen het uit: een spook. Er heerste in die tijd veel bijgeloof. Deze gelovige mannen zijn niet volmaakt. Ook al kennen ze de de Heere Jezus, er is nog zoveel zwakheid. Ze hadden niet gelet op het wonder van de broden, zegt Marcus. Laten we de Heere bidden dat Hij ons hart zal verlichten, voor het eerst en iedere keer weer opnieuw.

De discipelen schreeuwen van vrees. En Jezus' stem klinkt dan: vrees niet, zijt goedsmoeds. Ik ben het! Dat zegt Jezus nog. Iemand zei eens dat dat wel 365 keer in de Bijbel staat. Voor elke dag van het jaar. Ik ben het! Wees goedsmoeds, vrees niet! Wat een zegen als de Heilige Geest ons oren geeft om die stem te verstaan. Petrus reageert direct. Hij handelt meteen en is daarmee heel anders dan zijn broer Andreas of zijn mede-discipel Johannes. Heere, indien Gij het zijt, beveel mij tot U te komen. Twijfelt Petrus dan nog of het de Heere Jezus wel is? Dat geloof ik niet. Hij vraagt zo veel als: omdat U het bent, gebied mij tot U te komen. Het is geen waaghalzerij van Petrus; anders zou Jezus hem wel bestraft hebben. Een kind wat zijn moeder een tijdje niet gezien heeft, rent naar zijn moeder toe als hij haar ziet. Petrus verlangt zo ook naar de Heere Jezus. Maar Hij vraagt eerst om toestemming aan de Heere Jezus. En dan stapt hij zo maar over boord en wandelt ook op de zee. Het geloof vermag dus ontzettend veel. Nooit kan het geloof te veel verwachten. Met mijn God dring ik door een bende en spring ik over een muur.

Het is een mooie geschiedenis, die niet voor niets is opgetekend. De Heilige Geest heeft er voor gezorgd dat deze in de Bijbel staat en wil ons er iets door leren. De Heere Jezus riep Petrus: Kom! Zo roept de Heere Jezus ook ons. We zijn maar voor een poosje op deze aarde. Sterven is verschijnen voor de rechterstoel van de heilige God. De Heere Jezus wil niet dat we verloren gaan en roept ons tot Zich. Om bij Jezus te komen, moest Petrus over de zee heen. In zekere zin is er ook tussen de Heere Jezus en ons een zee. Een zee van zorgen en een zee van zonden. Wat kunnen er een noden en problemen zijn die ons bezig houden. Wat kan er een onrust komen in je leven. De Heere Jezus zegt: komt tot Mij. Dat betekent in Hem geloven. Geloven is het wagen op het woord van Christus. Op het Woord van het Evangelie. Met wagen bedoel ik niet een waagstuk waarbij je maar moet zien hoe je uitkomt. Als je het waagt met de Heere Jezus dan spring je in de vader-armen van de Vader. Het bloed van Jezus Christus Gods Zoon reinigt ons van alle zonden. Je eigen vastigheden en steunsels loslaten om je enkel vast te houden aan de Heere Jezus Christus. Petrus laat alles los en stapt over boord. Petrus pakt niet snel een touw voor als het mis gaat. Hij vertrouwt enkel op de Heere Jezus en stapt over boord. Daarin is hij een voorbeeld voor ons. Wij zoeken vaak vastigheid in andere dingen dan alleen in de Heere Jezus. We willen graag iets in handen hebben, iets voelen. Maar Bijbels geloven is overgave aan Christus en Zijn woord. Alles van jezelf en van deze aarde voor vuilnis (schade en drek) achten om de uitnemendheid van de kennis van Christus, zegt Paulus. Ik heb het niet en ik kan het niet, maar Gij hebt Uw enige Zoon gegeven in de dood aan het kruis. U heeft hem niet voor niets gegeven. Op Hem vertrouw ik, op Hem alleen. Als je dat belijdt, is dat het werk van de Heilige Geest en geen prestatie van jezelf.

De andere discipelen in het schip zijn waarschijnlijk een en al oog geweest voor Petrus. Zal het goed gaan? Ja, het gaat goed, zo lang hij op de Heere Jezus let. Als hij op de wind en de golven gaat letten, wordt hij bang en zinkt hij als een baksteen. Zou het geestelijk anders liggen? Als ik gelovig op de Heere Jezus zie, dan gaat het goed. Dan mag ik weten van vrede met God door Christus' bloed en van het vaderhuis met zijn vele woningen. De Heere is bij mij, ik zal niet vrezen. Maar het gaat wel eens anders in het geestelijk leven. Dat ga ik zien op wat ik er van terecht breng. Ik zie op zorgen en moeiten. En dan verlies ik de Heere Jezus uit het oog en zink als een baksteen. Je kunt jezelf geweldig tegenvallen; je oude mens kan geweldig opspelen als je ziet op jezelf en de omstandigheden. Waarom laat de Heere het Zijn kinderen dan overkomen? Hij heeft daar ook een bedoeling mee gehad. Stel eens dat Petrus was blijven wandelen op de zee. Dan had er misschien een applaus vanuit de boot geklonken voor Petrus. Maar: die roemt, roeme in de Heere. Petrus roept: Heere, behoudt mij. En dan wordt Christus aanbeden. Ook wij moeten leren dat in ons niets te roemen valt. Dan kan het gebeuren, dat de Heere ons ook wel eens laat wankelen om ons te doen beseffen dat we voor 100% aangewezen zijn op Gods genade. Mijn genade is u genoeg. Petrus kan zichzelf niet vasthouden, maar moet vastgehouden worden. Bij ons is het niet anders.
Geloven is: je aangewezen weten op de Heere Jezus Christus. Zelf-ontdekking is telkens weer nodig. Opdat we het van Hem verwachten. Wie Hem aanroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot. Christus is de barmhartige Hogepriester. Hij helpt Petrus terstond. Hij geeft hem wel een berisping. Hij werkt niet over onze zonden en fouten heen.
Jezus en Petrus klimmen in het schip en de wind en de golven gaan liggen. De discipelen aanbidden Hem en zeggen: waarlijk, Deze is Gods Zoon. Dat is de 1e keer dat we dit lezen van hen. Ze zijn onder de indruk gekomen van de Heere Jezus. Laten we het maar van Hem alleen verwachten. Vertrouw je maar aan Hem toe, ook als er zorgen en moeiten komen. Wie in Hem gelooft, komt niet beschaamd uit, dat hebben we gezien aan Petrus vanmiddag.

Edit