Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-11-05 19:30:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Rom 2:4 psa 136 Rom 2:4 2008-11-05.1913.mp3 (Preek, 16kPro, 6.6Mb)
2008-11-05C.195.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.4Mb)
2008-11-05T.191.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.9Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In het Oude Testament staat een geschiedenis over de mannen van Bethsemes (1 Samuel 6). Zij waren bezig de oogst binnen te halen en zagen toen de ark het land weer binnen komen.. getrokken door 2 zogende koeien. Als die werklui de ark zien komen, laten ze het werk even in de steek en rennen naar de ark. Ze hakken het hout van de wagen en slachten de koeien en maken een dankoffer voor de Heere. Een goed beeld voor dankdag. Even het werk laten rusten, we laten even de gaven liggen en kijken naar de milde zegenader, de gever.
Op dankdag mogen we a.h.w. een dankoffer brengen in woorden en in daden. De laatste maanden zijn er heel wat euro's de lucht in gegaan. Vanavond een ander altaar waarvan de reuk omhoog mag krijgen. Er is stof genoeg tot danken. Alleen ons hart.....De Farizeeër vierde dankdag met een hoogmoedig hart; en daarom werd zijn dankoffer een stank voor de ogen van God. We staan vanavond stil bij Gods goedertierenheid.

De rijkdom van Gods goedertierenheid
1.de inhoud van die rijkdom
2.de bedoeling van die rijkdom
3.de verantwoording van die rijkdom

De kanttekeningen zeggen: de grootheid en veelheid van de goedertierenheid van God leidde er bij de Romeinen toe dat ze dachten dat God wel niet boos op hen zou zijn. Maar de tekst zegt dat de bedoeling juist is dat het jou tot inkeer brengt. Goedertierenheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid, 3 deugden van Gods karakter. Goedertierenheid is de lievelingseigenschap van God, zou je kunnen zeggen. Hij heeft niet af en toe een goede bui, waarin Hij eens iets extra's geeft, maar zo is Zijn karakter. Zo als de zon onverminderd altijd straalt, zo is de goedertierenheid van God. Zonder goedertierenheid zou Hij geen God meer zijn. Letterlijk betekent dat: God die tiert in het goeddoen.
Bij een kind met heimwee zeg je wel eens; hij tiert niet. Als het wel tiert, voelt het kind zich thuis. Zo voelt God zich thuis in het goeddoen. Hij laat Zijn zon schijnen over alles wat leeft. God wordt niet moe met goeddoen jegens mensen, die niet ophouden met zondigen. Hij heeft gelukkig een andere mentaliteit dan mensen hebben. Als wij nooit bedankt worden, houden we al snel op met goeddoen. Gelovige en ongelovige boeren, kerkelijke en onkerkelijke mensen. De rijkdom van Gods goedertierenheid: dat wijst op overvloed, royaal, mild. Menigvuldige verlossing. Er staat ergens: je moet het niet optellen maar vermenigvuldigen, dat is veel meer. Hij schenkt mij hulp en redt mij keer op keer. In het Hebreeuws is het woordje “gehset”, dat is een maatschep met een kop erop. Goedertierenheid is een schep met een kop erop. Goedertierenheid is, dat God extra geeft, ontelbare gunstbewijzen. Blijken van Zijn barmhartigheid.

Ik las laatst een boekje van Max Lucado. Geen Spurgeon, maar ik las toch een aardig voorbeeld. Hij vertelde over een man met MS, die steeds minder kon en depressief werd. Zijn vroegen waarvoor ze konden bidden. Hij leverde een lijst aan met 18 zegeningen om voor te danken en 6 gebedspunten.
Zullen wij eens wat dankpunten noemen?
- Ons voedsel. Miljoenen lijden honger, elke seconde sterft een kind. Toen wij een tijdje gelden amper de tank konden vullen omdat de benzine zo duur was, hadden anderen een probleem hoe ze in leven konden blijven. We hebben nog een boterham, zelfs met beleg erop.
- We mogen er nog zijn, er zijn ook lege plekken in de kerk van mensen die overleden zijn. Toen Spurgeon na een ziekteperiode zijn eerste boterham weer nam, smaakte die naar genade, zei hij. We hebben nog een woning.....denk aan de miljoenen vluchtelingen op de wereld.
- Onze gezondheid...hoe velen zijn er niet ziek of opgegeven?
Misschien heb je psychisch een donkere periode gehad. Maar ben je er toch weer doorheen gekomen en is het weer licht geworden, heb je weer een beetje moed gekregen. Wat wordt het kleine dan ontzaglijk groot.
- En als je nou ziek bent? Wees dan blij dat je nog leeft en nog genadetijd hebt. Wees blij dat je nog liefdevolle verzorging kunt krijgen hier in Nederland. Wie verzorgde Jezus in Gethsemané? Niemand. Hij had zelfs geen zakdoek om zijn bloedige zweet af te vegen. U krijgt wellicht nog bezoek, u heeft een kussen. De Heere Jezus niet...
- We hebben de kerkelijke feesten mogen vieren. Aan het eind van de 1e Paasdag hebben we gezongen: U zij de glorie. Tot eer van God.
- We hebben een heerlijke belijdenisdienst gehad.
- Er zijn ambtsdragers bevestigd. In India kan dat niet..........een meisje werd daar in brand gestoken; een dominee werd zijn been afgesneden, een non runde een weeshuis en werd naakt verkracht voor de ogen van al die weeskinderen...
- Dat je hier mag zitten is zo groot. Een bijzondere weldaad.
- Tussen biddag en dankdag is er ook hier vrucht gevallen. Niet dankzij mij, maar door Gods zegen. Er zijn mensen die geestelijke voeding gekregen hebben, tijdens het avondmaal bijvoorbeeld. Geestelijke zegen, de liefde van Christus bezingen we vanavond.
- Dat je een kind van God bent geworden door genade. God waakt over me, Jezus woont in mij, de Heilige Geest werkt in mij en de hemel wacht op mij! Wat heerlijk, toch? Geleid naar het kruis, gemaakt tot een kind. Zou je daarvoor de Heere niet met eerbied prijzen?

Die aardse zegeningen zijn eikeltjes, die geestelijk zegeningen zijn pareltjes. Genezing is heerlijk, maar redding is nog veel heerlijker. In Psalm 136 staat 26 keer: want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid. De dichter zei het 26 keer, maar het staat er eigenlijk nooit genoeg. Die goedertierenheid van God. Mijn leven kent wisselende coupletten, maar vroeg of laat klinkt altijd weer dat refrein.

Gods verdraagzaamheid: dan denk ik aan een moeder. Een vader kan nog wel eens ontploffen, maar een moeder heeft vaak veel meer geduld. En soms zegt ze: en nu ga ik weg. Dan zouden die kinderen iets te zeggen hebben. Maar ze kan dat gezin niet loslaten. Zo is God in nog veel sterkere mate. Er gaat dagelijks een stroom van vloeken naar de hemel en we krijgen een stroom van zegeningen terug uit de hemel. Het is net als in de dagen van Noach. God verdraagt heel wat van Nederland. Ontheiliging van Zijn naam en dag. De wet op de smalende godslastering gaan we schrappen. Een derde van Nederland gelooft nog in een leven na de dood......Sinterklaas staat op nummer 1, kerkgang op 29........
Maar God verdraagt ook zo veel van Zijn kerk en van Zijn kinderen. Hij is lankmoedig, Hij heeft heel veel uithoudingsvermogen en geduld. Anders zou de wereld allang zijn vergaan. Hij houdt Zijn toorn nog zo lang in. Hij stelt Zijn oordeel nog zo lang uit. De Heere gaat tot de uiterste grens. Het vonnis voltrekt Hij nog steeds niet. Je hebt nog genadetijd. Gods lankmoedigheid staat altijd tegen de achtergrond van Zijn oordeel. Hij wacht zo lang tot dat je komt en intussen overlaadt Hij je met Zijn gunstbewijzen. Sparende genade, opdat je Zijn reddende genade zal nodig krijgen.
In onze tekst staat “niet wetende dat Zijn goedertierenheid tot bekering leidt”. Wil je daar niet aan? Het is niet zo dat de hel en de wet je naar God drijft. De Heere Jezus wil het liever niet door dwang doen in je leven, maar je door liefde aanlokken. Hij trekt het liefst uit liefde.

Als je onder die hele berg van goedertierenheid nou eens mag bezwijken, dan kom je tot berouw en tot bekering. Tot innerlijk berouw, tot boetvaardigheid. Zoals Petrus de Heere Jezus aanbidt, als hij de hoeveelheid vis ziet, die ze gevangen hebben door de macht van Jezus. Overweldigd door de goedheid van God. Dat we het gaan erkennen: Heere ik heb het niet verdiend; Zijn goedheid werd mij te sterk, ik werd er onder bedolven. Schaamte tegenover God: wat heb ik het lang zonder u kunnen uithouden!
Boetvaardigheid: Telkens weer versmelten, verbroken worden onder de goedheid van God. Daar zit ook het woord boete in. Dat is een oud Nederlands woord voor herstellen, genezen, repareren. Denk aan vissers(vrouwen) die al zingend de netten boeten (herstellen). Er zit een gat tussen de Heere God en mij, en dat kan ik niet dichten. Maar dat kan de Heere Jezus met Zijn offer wel. Al ben je bekeerd, dan komen er toch weer nieuwe gaten in de relatie met God en dan moeten die weer geheeld worden door de Heere Jezus. In Micha staat een treffende tekst: wat heb Ik je nu misdaan? Betuig dat eens tegen Mij....het heeft u toch eigenlijk aan niets ontbroken? Je liep weg, en Ik liep met handen vol zegeningen achter je aan. Waarom brengt dat je niet aan de voeten van Mijn Zoon?

U heeft tegenspoed gehad.....het was een rampjaar voor u. OK, dan praat ik wat zachter. Kan dat? Danken onder het kruis? Danken dat de Heere nu zo machtig is dat Hij alles in mijn leven wil gebruiken ten goede? Ik kan dat niet voor je invullen en dat kan je misschien zelf ook niet. Maar wij weten vanuit het geloof dat God alle dingen mee wil laten werken ten goede.......
Je kunt die goedertierenheid ook verachten. Je zwemt in Zijn goedertierenheid, maar je verheerlijkt God er niet voor. Je vergeet zijn weldaden, je slaat er geen acht op. Je telt wel je klachten, maar niet je zegeningen. Een goed middel om ze niet te verachten is dat je ze gaat tellen....
Er is ergens een zonnewijzer waarop staat: ik tel alleen de heldere uren. Dat is een goed advies voor ons. De donkere uren slaan we op dankdag even over. We proberen ons de heldere uren in herinnering te brengen en zien dan Gods goedheid door alles heen. Dan zeg ik toch verwonderd: Hij laat nooit alleen. Zijn hart heeft mij die zegen toebedacht en Zijn hand heeft ze mij gegeven. Uw goedheid is hemelhoog......daartegenover staat mij berg aan dwaasheden en schuld, die ik heb misdaan. Daartussen staat het dal van de ootmoed. Als ik in dat dal sta en ik kijk eerst naar die ene en dan naar die ander berg, dan kom ik tot verwondering over die grenzeloze goedheid van God.
In de voorbereiding van deze preek las ik over een lepralijder. Er was daar een zendeling die een dienst hield en vroeg of iemand nog een een lied op wilde geven. Een zeer mismaakte vrouw gaf het lied op: tel je zegeningen een voor een en ge ziet verwonderd Hij liet nooit alleen. Count your blessings...

Laten we de rijkdom van Gods goedheid niet vergeten. Wees niet ondankbaar! Dat is heel erg. Een muilezel drinkt bij zijn moeder en trapt haar daarna in de buik......dat is dom en erg. Als je God links laat liggen, die je het zelfde. Vers 4 is zo evangelisch. Maar denk er om dat we niet eenzijdig moeten denken over God. Vers 5 is de andere kant: als je God links laat liggen, als je zijn goedheid veracht, en het brengt je niet op de knieën, dan vergader je voor jezelf een hoge, hemelhoge toorn. Dan wordt er gesproken over de dag des toorn en het aandeel van God. Als een sneeuwbal, die steeds groter wordt en waar je straks door verpletterd wordt. Als je je niet tot de Heere wendt, word je rijp gemaakt als een mestkalf voor de slachting. Enkel vloek en oordeel. Niet alleen vanwege het doen van zonden, maar vooral vanwege het verachten van de goedheid van God. Die zonnestralen kunnen het ijs versmelten, en de klei er onder verharden. De mesthoop gaat er steeds erger van stinken. Steeds dorrer, steeds vuiler. Dat kan dus ook.

Händel heeft een oratorium geschreven dat gaat over Belsazar uit Daniël 5. Belsazar richt een orgie aan met een en al lichtzinnigheid, terwijl de stad omsingeld is. In dat oratorium komt dan een stuk voor dat gaat zo: met langzame stappen stijgt de toorn van God tot een climax, daar houdt de lankmoedigheid die vreselijke bliksemstraal van Gods toorn vast, voordat ze de overtredende mens bestookt. Ze wacht lang en geduldig op berouw en boete en is terughoudend om te vernietigen. Uiteindelijk, de ellendeling zorgt geheel verstokt en verblind voor zijn eigen ondergang. De lankmoedigheid van God houdt de bliksemstraal van Gods toorn nog tegen, maar een komt een moment dat die lankmoedigheid Zijn arm terug trekt.

Daarom: laten we Gods goedheid loven, want Zijn goedertierenheid is tot in der eeuwigheid. Vanwege Zijn verlossende genade in Christus.

Dat Israël nu zegge en dat de Maranathakerk nu zegge: Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

Edit