Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2008-11-23 10:00:00 ds. J.R. Volk (Katwijk aan Zee)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Dan 12:2 Dan 12:1-13 2008-11-23.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 3.4Mb)
2008-11-23C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 25.2Mb)
2008-11-23T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.4Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De laatste zondag van het kerkelijk jaar. Je kijkt eens terug. We mochten samen komen zondag na zondag om het Woord van de Heere te horen, de kerkelijke feestagen beleefd. Stil te staan bij de heilsfeiten.
Dat gedenken had plaats in ons leven, stond er niet buiten. Misschien was er ziekte in ons leven, ook de sterfelijkheid van ons leven was niet afwezig. Ongeboren leven zelfs… aangrijpende dingen. Je leven wordt heen en weer geschud. In elk sterfgeval wordt de waarheid van de Schift onderstreept; Stof zijt gij, tot stof zult gij wederkeren. Het is geen natuurlijk proces, zoals men dat wil doen geloven. Het is vanwege de zonde, de dood is het loon op de zonde, zo formuleert Paulus. Een uitbetaling die je niet kunt weigeren…
Het is ook een aanklacht tegen je zelf. Aan het graf is het niet alleen een roepstem, maar ook beschuldiging: als jij niet gezondigd had was dit vreselijke er niet geweest. Hoorde u die stem? Zo nee, weer een bewijs van onze val, doof voor de dood…. Smeek dan om de Geest die uw oren en uw hart openen kan. Dat je sterven moet en waarom jij sterven moet. En dat je zó niet sterven kan – die Geest wil dat nog steeds laten zien, door het Woord.
Maar je mag dan ook weten van Christus’ overwinning op het graf. Wat een gevecht is dat geweest! We kunnen niet vermoeden hoe ingrijpend die strijd was. Tot in de hel toe. De overwinning is gebleken op Eerste Paasmorgen. Maar blijkt dat nu ook in dit leven? Nee nog niet. We lieten het graf gesloten achter ons. Maar bij Christus’ wederkomst zal het blijken. Lazarus kom uit! Wat toen gebeurde, in volkomenheid dàn: alle graven zullen opengaan. Ook die verbrand werden in de crematoria van de concentratiekampen. De zee zal haar doden weergeven.

Dan kijkt u nog eens naar de tekst – klopt dat wel: alle doden? Er staat ‘velen’, dat lijkt in tegenspraak. Ook met het belijden van de kerk. Maar toch is het zo niet. Dat moet duidelijk worden uit het verband van onze tekst. Er is sprake van een bepaalde tijd van benauwdheid. Wat wordt daar mee bedoeld? Die thuis zijn in de laatste hoofdstukken van Daniel weten dat er daar heel benauwde tijd voor Zijn volk wordt geschilderd. Dat is vervuld in een bepaalde periode ten tijde van Antiochus IV Epiphanes (215-163 v. Chr.). Hij richtte zich bijzonder tegen de tempel en Jeruzalem. Hij verbande de Heilige boekrollen, hij vaardigde een verbod op de besnijdenis uit. Moeders die toch hun zoontje lieten besnijden werden gedood, met het lijkje van hun kindje op hun arm.
De offerdienst werd weggenomen – hij verving het voor een dienst voor Zeus en Jupiter, waarop varkens geofferd werden. Die werd door Daniël reeds voorzien. Het zou een vreselijke tijd worden. Een tijd van vele martelaren.
Daniël mocht spreken van verlossing. De opstanding van de doden. Wordt niet moedeloos, laat die bestrijder maar woeden, want hij heeft niet het laatste woord. Ook hij zal sterven. En de Heere zal spreken. Wanneer dat zal gebeuren zal ons onbekend blijven . Maar het zal gebeuren. De graven zullen open gaan. Vele martelaren gaan uit hun graven om eeuwig te leven.

Christus wekt ook diegenen op die Hem tegenstonden. Tot eeuwig afgrijzen. Wat aangrijpend. Daar was de overwinning van Christus ook voor,… alle knie zal zich buigen. Ieder, bekeerd en onbekeerd. Hoe we met Hem te maken krijgen ligt aan hoe onze verhouding in ons leven is. Jezus is overwinnaar.

Daniël zag de toekomst vanaf een heuvel. Een beperkt panorama van de toekomst. Als je hoger staat, op een berg, zie je méér, zoals wij in het Nieuwe Testament. Dus alle doden.
Maar de opstanding der velen, of die van allen; hoe het zij: het gaat in die opstanding om de troost voor Gods kerk voor alle tijden. De satan richt nog altijd zijn aanvallen op de kerk des Heeren.

Het zal een tijd van benauwdheid zijn voor de kerk des Heeren. Zo die dagen niet verkort werden, geen vlees zou behouden worden, zegt de HJ. Vele van de kinderen Gods zullen omkomen. Zal de satan dan toch nog winnen? Wat Daniël zag, zal dan ten volle geschieden, de dag van Zijn wederkomst. De ure komt.
Ook die aan de kant van Antiochus stonden, m.a.w. ieder die leeft zonder Christus, ze zullen uitgaan tot de opstanding der verdoemenis.

Hoe gaan wij met die grote overwinning van Christus om? Krijg je er mee te maken als vriend of als vijand? Dat je deel had aan Christus of niet? Ten eeuwige leven of tot een eeuwig verderf. Het een of het ander zal het zijn. Wat maakt het voor ons tot een heerlijke zaak? Als we als arme zondaar in rechte belijdenis van onze schuld terecht komen aan de voeten van de Heere Jezus om het van Hem te verliezen en vanuit Hem te leven. Daar heb je jezelf op te onderzoeken. Gevonden geschreven te zijn in het boek. Daar gaat het om. Niet dat wij er voor houden, niet dat wij het er voor een ander voor houden. Maar bekend bij Hem omdat we staan in het boek van het Lam. Alleen te danken aan het bloed van Christus.
Op weg naar die grote dag dat Hij komt. De openbaring van de kinderen van God. Meer dan overwinnaar door Christus, door de grote verdrukking gebracht. Als je nu je zelf onderzoekt en dit mist, bedenk dan wie je bent. Een vijand van Christus, wat zal je einde dan zijn? Vreselijk, zeker als je dit woord mocht horen, en nog roept Hij u. Zoek het heil alleen in Christus, daar is het te krijgen, om niet! Rust niet voor je met God verzoend bent. Aan Hem verbonden, door het geloof met Hem te leven, zeker, maar ook te lijden. En zeker ook met Hem verheerlijkt te worden. Met allen die omkwamen in alle moeilijke tijden van de kerk. En die ontsliepen in Christus, vader, moeder, opa, oma. Met hen eeuwig te leven. De Heere te aanbidden aan het Avondmaal van de bruiloft van het Lam.

Gij, HEER’, alleen, Gij zijt
Verwinnaar in den strijd,
En geeft Uw volk den zegen.

Edit