Toen ik ergens wilde aanbellen zag ik een bord "Welkom". Het doet warm aan, wat is het goed om je ergens welkom te voelen. Zijn de mensen blij met de komst van de Zaligmaker? Je zou denken van wel, nu zijt wellecome, Jesu lieve Heer. Maar is het echt waar? Nee, is de teleurstellende conclusie.Hem werd geen welkom toegeroepen. Het licht schijnt in de duisternis maar is niet welkom, niet begrepen, niet erkend, niet herkend. En: niet aangenomen. De Koning der koningen. Gesloten deuren en harten.De één grof en de ander op een vrome manier: `niet welkom`.
Heeft de Heere zich toen teruggetrokken van de wereld? Zocht hij het Vaderhuis weer op? Gelukkig niet. Niet welkom, maar Zijn komst toch doorgezet. Een heilsfeit en historisch feit. Een jaarlijkse herdenking van dat feit - niet alsof het nog moet gebeuren: - zondebesef en groei daarin, en dan gebeurt het op Kerstdag. Dat kan wel, maar: Hij is er al.
De Heere Jezus is niet tegen heug en meug gegaan, maar: hier ben Ik om Uw wil te doen. Mensen staan wel open voor wat kerstromantiek, maar niet voor Christus. Hoe velen zijn er die er niets meer aan doen,misschien wel kinderen van u.
Gelukkig dat er nog een kerk is, waar hij wel gekend wordt en aangenomen wordt - dat dachten de wijzen uit het Oosten ook. Daar waar de synodegebouwen staan, daar zullen ze wel feest vieren nu Jezus geboren is. Maar nee, ze hebben het te druk met de wet.
Hij is gekomen tot de Zijnen, Zijn familie, de Gemeente des Heeren. In Israël, in de stad van David. Het was Hem te doen om de Joden. De schapen van het huis Israëls. Dat krijgt de Kanaännitische ook te horen. En de zijnen hebben hem met open armen ontvangen - Gezegend zij de grote Koning, die komt in de Naam des Heeren. Nee, de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar verworpen, niet gediend van Hem.
Van de rosten wilden ze Hem gooien in Nazareth, ga alstublieft weg uit Gadera, in Juda kon Hij niet meer in het openbaar komen, tot zelfs Zijn kruisiging. Krachtens het verbond is de gemeente het Zijne in zeer speciale zin. En is Hij welkom bij ons? Johannes zegt het heel algemeen: het Zijne. Ook Zijn huis. Ook wij willen van nature niet van Jezus als Zaligmaker weten, we willen niet sterven aan onszelf en leven van vrije genade alleen.
De Zijnen hebben het geschenk van de Vader niet aanvaard. Gratis monsters nemen we zo aan op straat. Maar niet zo op geloofsgebied. De Heere biedt u Zijn Zoon aan tot zaligmaker. De grootste zonde: het ongeloof. Niet aannemen.
Sommigen klagen over een gebrek aan schuldbesef, ze leven heel netjes, maar ze maken zich schuldig aan het niet aannemen van Zijn Zoon!
Maar zoveel Hem aangenomen hebben - Er zijn er, er zullen er gelukkig zijn die Hem aannemen. Velen, niet weinigen, een menigte uit alle tong, ras en natie.
Neem Hem aan: dat kan niet met volle handen. Als je je handen vol hebt met cadeaus , kun je dat duurdere cadeau niet aannemen. Laat alles van jezelf maar uit je handen vallen.
Hem aannemen - de toe-eigening. U verlangt er wel naar, maar hoe gaat dat nou in zijn werk? Het is geen lichamelijke handeling, want Jezus is niet meer op aarde. We kunnen het niet anders toe-eigenen, dan door in Zijn naam te geloven. Je gelooft toch in een persoon , i.p.v. een naam? Deze naam is uitdrukking van de persoon. Zaligmaker. In Zijn naam geloven betekent dan niet anders dan Hem omhelzen als je Zaligmaker.
Aannemen kun je ook vertalen hier met `ontvangen`. De Zoon van Zijn liefde ontvangen. "Het aannemen van Jezus is geen stelen, want Hij is gegeven. Die Hem niet aanneemt,die steelt!" (Erskine).
Zo velen Hem aangenomen hebben die heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden. Dus `worden`, en niet `zijn`? In de beleving is het meer een `worden`, inderdaad. Er mankeert zoveel aan, in de worsteling van het leven. Maar het `worden` doet niets af van de status van het kind van God zijn: door Hem aan te nemen word je een kind van God. De bevoegdheid, om zich kind van God te noemen. Zelfs de duivel kan ons dat recht niet meer betwisten.
Gelukkig is Jezus toch welkom. Zijn deze mensen dan beter? Nee, van huis uit even onwaardig en weigerachtig. Alleen door de werking van Zijn Geest in hun hart - alleen God de eer. Niets uit ons, alles uit Hem.
Niet uit het vlees, geen biologisch gebeuren, niet uit de mens, maar uit God. Niet uit den bloede (meervoud in het Grieks): conform het Griekse beeld, dat leven begint uit de bloedstromen van moeder en vader. Niets goeds te verwachten van de mens - kind van God word je dan ook niet door geboorte, maar door wedergeboorte.
We moeten wel vasthouden aan de volgorde van de tekst: Eerst aannemen, om dan te beseffen dat het Gods werk was. Anders wachten we af en nemen we de oproep niet meer serieus. Niet: eerst eens weten of ik wedergeboren ben, voordat ik Jezus mag aannamen. Calvijn ziet geen tijdsvolgorde tussen wedergeboorte en geloof, ze `accorderen`. Wie gelooft, is overgegaan uit de dood in het leven en komt niet in de verdoemenis. Zie daar ook de kracht van de zonde, het ongeloof.
De triomf van Gods genade. Zo gaat er een streep door onze daden. We kloppen ons niet op de borst `ik heb mijn hart voor Jezus open gedaan - God de eer, ook voor dat aannemen. Ogen gekregen om te zien, een hart gekregen om U te beminnen. Ik zal U eeuwig loven omdat Gij het hebt gedaan.
Doet u dat? Jezus aannemen? In de prediking komt Hij op uw stoep staan. Staat daar een bordje, welkom, dan viert u Christusfeest, en zingt met recht "Nu sijt wellecome, Jesu Lieve Heer"!