Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2003-12-25 10:00:00
dr. C.A. van der Sluijs (em. te Veenendaal)
1e Kerstdag

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Luc 2:12 Luc 2:8-20 2003-12-25.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Als ik een teken geef, dan moet je me volgen. Zo ging het als spel, vroeger. Een ontdekkingstocht in het bos. Of tijdens een overlevingsoefening in militaire dienst. In dekking in het gras en de commandant zegt: als ik een teken geef, dan volg je. De ouderen onder ons weten dat nog.
Een ontdekkingstocht tussen de kerstbomen, en we zien door de bomen het bos niet meer. Waar gaat het nu eigenlijk om? Misschien maak je een tocht op leven en dood. Mensen, ook jonge mensen kunnen het soms zo moeilijk hebben. Een tocht op leven en dood om bij het Kerstkind te komen. Maar waar vind je het? Als ik een teken geef moet u mij volgen.

De herders zagen ook door de bomen het bos niet meer. Er waren al zoveel profetieën, valse profeten. En bovendien was het nacht. Dat is niet zonder betekenis. Waar bleef de beloofde koning van de Joden? De hemel neemt onverwacht de leiding. De engel zegt ik verkondig u grote blijdschap, dat de zaligmaker voor u geboren is. Dat is een boodschap geweest! Maar waar en hoe vind je dat kind dan? De engel is ze voor en voorkomt hun vraag. Ik geef u een teken en dat moet u volgen. In doeken gewonden en liggend in de kribbe. Een teken van armoe en nederigheid, en daar vind je Jezus. Zo gaat het verhaal immers. Maar klopt dat wel?
Ik heb hier eerder over gepreekt, in een vorige gemeente, en er blijken andere aspecten aan te zitten die ik nooit gezien heb.

Alle baby's in Bethlehem en daarom heen werden in doeken gewonden. Heel strak gewikkeld, ingebakerd, heet dat vandaag. Het geeft het kind een geborgen gevoel, als in de moederschoot. Daar ga je met armoe-uitleg.
Het is nederigheid t.o.v. een satijnen wieg, maar de doeken zijn niet speciaal. Dus wat is het herkenningsteken dan? De kribbe zelf?

Maar, teken - dat is niet alleen `herkenningsteken`; in vers 34 wordt de Heere Jezus een `teken` genoemd dat weersproken zal worden. Dit zal u een teken zijn, dat weersproken zal worden; had kunnen worden door de herders zelf. In een kribbe vond je nl. alleen een vondeling. Een ongewenst kind, achtergelaten in een kribbe, een stal; naakt, onverzorgd. Buiten de samenleving. Het bijzondere is dus dat er in een kribbe een kind ligt dat ingebakerd is, verzorgd en wel.
Het had weersproken kunnen worden: `dat kan niet`. Het is niet weersproken door de herders, want ze zijn in geloof gegaan. Het strookte ook niet met de gangbare Messiasverwachting.

Wat is dit diep ontdekkend, vandaag. Hier ligt dat Kind Jezus in het dieptepunt van Israëls geschiedenis. Een dieptepunt dat de profeet Jesaja verwoorde, toen God heel erg toornig was. In de schaduw van de dood kun je de Messias verwachten. Ezechiël (16:4) zei: "En aangaande uw geboorten: ten dage, als gij geboren waart, werd uw navel niet afgesneden; en gij waart niet met water gewassen, toen Ik u aanschouwde; gij waart ook geenszins met zout gewreven, noch in windselen gewonden." Ik zag je als een vondeling". Zo vind de Heere je en je laat je vinden, dan vindt Hij je als een vondeling, pas geboren, niet gewassen, niet ingebakerd, niet verzorgd.
Vindt God ons zó vandaag met Kerst? Ja, als Hij je vindt wel.

Als ik een teken geef, moet u mij nu volgen in het geloof. "Nochtans". Hier ligt de zaligmaker in de plaats van een vondeling. De doekenwinding is het begin van Zijn plaatsbekleding. Zegt u: dat ben ik nou, naakt en onverzorgd. Dan gaat het Kerstevangelie voor je spreken.
Op de plek van een vondeling, maar niet àls een vondeling: in doeken gewonden.

Met Zijn heiligheid mijn zonden bedekt. Het verzoendeksel. Dit Kind bedekt vanaf de `wieg` mijn zonden voor God. Misschien maken wij een ontdekkingstocht om bij het Kind te komen, misschien op leven en dood. Als ik u een teken geef moet u mij nu volgen. Bent u een vondeling, maar aangenomen in de geliefde…!
Ezechiël gaat verder: (16:8-10) "Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne. 9 Daarna wies Ik u met water, en Ik spoelde uw bloed van u af, en zalfde u met olie. 10 Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte u met zijde."

Volgt u? U hoeft vandaag niets bij je te hebben, je mag gewoon wezen wie je bent. Zo verloren als je bent. Zo mag je kijken naar dat kind en je zalig zien. God vindt ons in windselen niet gebonden, niet ontfermd, verloren. Hier ligt het Kind in uw plaats.

Bij Hoek van Holland staat een semafoor (`tekendrager`), een seinpost. De schepen die daar langs gaan moeten daar goed op letten, zo niet dan krijg je ongelukken.

Op de plaats van een vondeling mag u een koningskind worden. Laat dat nou eens wegen! Volg dit teken en u mag zalig worden, om Jezus wil.

Edit