Edit|
EditReeks Samenvatting:
Vandaag zondag 2, de zondag direct na het machtige openingsstuk over “Wat is uw enige troost in leven en sterven?” Dat ik niet van mezelf, maar het eigendom van Jezus Christus ben. Uw enige houvast. Om in die troost te mogen leven en sterven, moet je iets weten. Drie stukken, zegt de Heidelberger Catechismus: hoe groot mijn zonden en ellenden zijn, hoe ik daarvan verlost wordt en hoe ik God daarvoor dankbaar zal zijn. Het gaat in de Heidelberger Catechismus steeds om weten. Kennis, maar ook vast vertrouwen dat niet alleen anderen maar ook mij genade geschonken is. Dat vertrouwen werkt de Heilige Geest in mijn hart. Maar het geloof begint met het weten wat God in Zijn Woord heeft geopenbaard. Dat is niet zo ìn vandaag, ook niet in de kerk. Het gaat vaak meer over gevoel, wat ik heb meegemaakt en hoe ik tegen de dingen aankijk. Daar zijn we vaak over in gesprek. Die tijden zijn er vaker geweest in de kerk. Tijden waarin het gevoel en mijn visie zo belangrijk was. Maar hier gaat het allereerst om weten. Er zijn wel dagen dat ik niet zoveel voel of ervaar van God. Soms heb je helemaal niet zo'n goed gevoel. Dan denk je dat God heel ver bij je vandaan lijkt. De Heidelberger Catechismus spreekt ook over ervaren, bevinden. Maar dat gaat altijd over dat wat God van zichzelf laat weten. Grond onder de voeten. Dat je dat mag geloven en vertrouwen. Maar het begint hier met het weten en dat blijft steeds terug komen.
Er staat in zondag 2: Waaruit kent gij uw ellende? Uit de wet van God. Niet: hoe bent u zich nu zo ellendig gaan gevoelen? Waaruit kènt gij uw ellende? Kennen is hier met hoofd en hart. Daar zit ook een stuk bevinding in,. Maar het gaat om kennen op grond van wat God gezegd heeft.
We zijn vanmiddag midden tussen de voetbalfans uit het stadion naar de kerk gekomen. Zijn wij dan toch niet meer een beetje beter? Wij zijn toch heel anders? Zijn we nu echt zo ellendig, zo “uitlandig”? Als je je spiegelt aan anderen dan valt het toch nog wel mee? Hoe kom je dan achter je ellende? Uit de wet van God. Anders niet. U heeft het leren kennen doordat God het u heeft bekendgemaakt, òf u heeft het níet leren kennen. Wij zijn geen beter slag mensen omdat wij vanavond in de kerk zijn. Wij zijn allemaal zondaren, zegt de Bijbel. Misschien is dit het verschil: dat je in het huis van God komt. En daar laat God je wat weten, namelijk wie Hij is en wie wij zijn. Dan kom je erachter dat je niet bent zoals je behoort te zijn. Dat is iets waardoor je je niet beter moet voelen, maar wel iets waarvoor je dankbaar mag zijn. Misschien had je ook wel naar het voetballen willen gaan kijken en moest je van je ouders me naar de kerk. Toch moet je dan van de Heere leren waarom je daar toch dankbaar voor mag zijn. Dat Hij je laat zien dat er geen betere plek is om te zijn dan onder het Woord van God. Maar we zitten toch in het cathechismusdeel over de ellende? En nu heeft u het over dankbaarheid. Ja, maar die stukken staan niet los van elkaar. Je leert dat je een zondaar bent, maar bent dan ook dankbaar dat de Heere je dat leert. Dat leer je daar waar Gods Woord gepreekt wordt. Wat is dat eigenlijk, de wet van God? We hebben Leviticus 19 gelezen. De wet die hoort bij het Oude Testament. Dat is toch allemaal voorbij? Wij hebben nu toch het Nieuwe Testament? Wij hebben vaak een verkeerd begrip van de Wet van God. Ik neem u mee naar het Paradijs. Adam en Eva. Zij leefden in de gemeenschap met God. Zij leefden sàmen met de Heere, en niets stond dat samen-zijn in de weg. De Heere God wilde dat die mens bij Hem zou zijn. Dat is het Paradijs. Adam wist en hij deed daar wat God wilde. Zijn bestaan bestond uit leven voor de Heere God. De wet van God stond als het ware in zijn hart geschreven. Zijn hele wil was er op gericht om te doen wat God wilde. Dat kunnen wij ons niet indenken. Wij kunnen alleen maar te weten komen wat Gods wil is door de wet van God. Adam zou het eeuwige leven krijgen als hij bleef leven naar de wil van God. De wet van God functioneerde in de kring van God en Adam. Dat noemen we het werkverbond of het levensverbond. De wet van God is de uitdrukking van de wil van God. In dat verbondsleven van God met Adam en Eva kwam dat helemaal tot uiting. Toen verbrak Adam dat verbond. Eva en Adam wilden als God zijn. Ze wilden wijsheid, kennis buiten God.
Het is bijzonder dat die wet van God weer terug komt in de Bijbel. De Heere geeft hem aan het volk Israël op de Sinaï. Dat noemen we het verbond der genade. Denk aan Genesis 3, de belofte dat het vrouwenzaad het slangenzaad zal vernietigen.
De wet van God moet niet losgemaakt worden van het handelen van God. Niet een serie regels waaraan je je moet spiegelen, maar ze valt onder het verbond van God. Daarom staat er in de Heidelberger Catechismus: dat leert ons de Middelaar van het verbond van God, Christus. Hij kwam om de wet van God te vervullen. Dat betekent niet: nu is het afgedaan, voorbij,. Maar wel: nu is de wet tot zijn volle geldingskracht gekomen. Ik ben de Heere, uw God, zo spreekt Hij ons aan. De Heidelberger Catechismus geeft de wet van God hier weer in haar samenvatting. Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. De wet van God is altijd vervuld geweest met liefde. Ze roept ons in de gemeenschap met God. En juist als wij zo voor de eis van de wet van God komen te staan, dan leren we, dan weten we hoe groot onze zone en ellende zijn. Dan voel je dat je geneigd bent om niet in gemeenschap te leven en Hem je liefde te schenken, maar dat je van nature geneigd bent God en je naaste te haten. Maar ik ben toch niet voor niks in de kerk? En nu zegt de dominee dat ik geneigd ben om de Heere te haten? Sommige dingen leer je als kind, maar je begrijpt nog niet goed het waarom en hoe ervan. Dat leer je dan later pas. Die kennis van onze ellende uit de wet van God is niet iets wat je in één keer leert en dan weet, maar pas veel later kom je er stukje bij beetje achter wat dat betekent. De wet van God gaat diep. Ze vraagt waar uw hart naar uitgaat. En dan schiet het schaamrood naar je kaken. De Heidelberger Catechismus wil hier wijzen op de eis van de wet van God: dat we geen ademhaling doen zonder God. Dat we Hem liefhebben en dienen met heel ons hart, ziel verstand en kracht en onze naaste als onszelf. Gat dat nu altijd zo?
De Heidelberger Catechismus zegt: dat leert ons Christus. Dat leer je in de weg van het verbond. Maar ik ben toch bekeerd? Ik heb de Heere Jezus toch leren kennen? Dat is nu toch voorbij? Maar het kan ook helemaal de andere kant uit. Dat we ons alleen maar bezig houden met de heiligheid van God en bij Hem vandaan vluchten omdat we zondaren zijn en voor Hem niet kunnen bestaan.
Veel preken over deze cathechismuszondag zeggen dat we eerst de wet moeten kennen als voorwaarde om Christus te leren kennen. Als een lijst van regels die zegt: God wil met u geen gemeenschap, want u bent een zondaar. U moet eerst dit en eerst dat. Dan wordt de wet van God losgemaakt van de genade. De Heidelberger Catechismus zegt: dat leert ons Christus! De Zaligmaker die naar de wereld is gekomen om zondaren te zoeken en zalig te maken. Opdat wij ons voor Hem verootmoedigen. God wil ons troosten, wil dat we naar de Heere Jezus vluchten en in gemeenschap met Hem leven. Ik ben geneigd God en mijn naaste te haten. Maar God komt naar mij toe. Hij heeft het beloofd, Hij maakt Zijn woorden waar. Daarom leert Hij ons dat wij uitlandig zijn, opdat we ons voor Hem verootmoedigen en Hij ons Zijn genade kan bewijzen. Nooddruftigen vergeet God niet, Hij laat die niet eindeloos in het verdriet. In Israël vieren de orthodoxe Joden Simchat Torah, het feest van de vreugde der wet. Maar die wet staat ons toch alleen maar tegen? Ja. Maar als wij leren wij God is en wie wij zijn, dan zien we dat het niet gaat om een God die mij wil verdoemen, maar om een God die mij wil verlossen.
Misschien begrijp je het nu nog niet goed. Hou je van de Heere Jezus. Vind je het fijn om van de Heere te horen. Dan leert de Heere je later nog wel dat er ook wat anders in je hart is. Maar dan mag je ook leren dat de Heere Jezus nu juist voor zulke zondige mensen gekomen is.