Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-02-15 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 32 Jac 2:14-26 2009-02-15.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.3Mb)
2009-02-15T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.5Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De vrucht der dankbaarheid

1.de dode werken
2.de goede werken
3.de boze werken

Wij zijn aangekomen bij deel 3 van de Heidelberger Catechismus, het stuk over de dankbaarheid. Het stuk der ellende was het kortst, het deel der verlossing het langst. Nu komt het deel van de dankbaarheid. Dat is het grootste doel van de verlossing: dankbaarheid. Geen van de 3 kan gemist worden, anders bent u geen christen. In dit deel wordt de wet van de Tien Geboden uitgelegd en het gebed. Wij schieten altijd tekort in dankbaarheid. Een christen heeft een tekort aan vitamine d: dankbaarheid. Dankbaarheid aan God. Wij praten vaak over geluk, over mazzel. Niet over de bewarende hand van God. Maar zelfs met dankbaarheid kan het nog verkeerd gaan. Een vader dankte bijvoorbeeld de medische techniek voor zijn pasgeboren baby. Niet de God die die techniek heeft gegeven. Spreken wij op een geboortekaartje van dankbaarheid in het algemeen of over dankbaarheid aan God? Zulke dingen maken het verschil tussen een christen en een niet-christen.

Hier gaat het over de dankbaarheid die je schuldig bent over je verlossing. Toen Noach veilig in de ark gered was en toen weer voet op het droge kon zetten, maakte hij als eerste een dank-altaar. Als je als hoogst ellendige je hart voor Hem uitstort, en Hij bevrijdt en verlost je, dan kun je niet anders dan danken. Mooi dat er daarom 21 zondagen in de Heidelberger Catechismus gaan over de dankbaarheid. Dat is het doel waar God op aan werkt.
Verlossing alleen uit genade door Christus.
Dankbaarheid ben je schuldig. Een mens staat altijd bij God in de schuld, of je nu christen bent of niet. Jouw schuld staat opgetekend bij God. Als je met je hart hebt leren knielen aan de voet van het kruis en je hebt mogen opzien naar Hem........ dat die lange rij van zonden als een schuldbrief is genageld aan het kruis.....Als je mag zien dat ook jouw schuld bedekt is onder het bloed van de Heere Jezus, dan komt er een ereschuld van dankbaarheid die je bij God nooit krijgt afgelost. Je hebt nooit genoeg gedankt. Telkens is er opnieuw dankstof tot Zijn eer. Een zondaar staat schuldig aan Gods recht. Een christen staat schuldig aan Gods liefde.

Vraag 86 benadrukt hier dat goede werken noodzakelijk zijn, maar geen verdienste. Het is wel nodig, maar je krijgt er niets voor. Dat kennen wij niet als mensen. Wij nemen geen baan aan als we niets verdienen. Veel mensen kijken aan tegen God als een grote Baas. Je wilt er wel wat aan doen, je wilt er wat voor doen en laten. Je bent kerkelijk betrokken, je bidt, je betaalt je kerkelijke bijdrage. Je probeert de zondag in ere te houden en je bent er ook wel mee bezig. Natuurlijk zegt u niet: daarmee verdien ik de hemel. Maar heimelijk zegt u: ik kan me toch eigenlijk niet voorstellen dat God mij verloren laat gaan. Maar met dode werken kun je de hemel niet verdienen. Is dat dan niet goed? Ja wel. Maar je moet de gerechtigheid hebben die redt van de dood. Je hebt een Redder nodig. Dat is niet hard, maar Bijbels. God is Rechter en Vader. Hoe zit het dan met die werken?

Goede werken zijn tot eer van God en boze werken zijn werken naar het vlees. Zonden. Maar er zijn ook dode werken. Onder andere in Hebreeën 9 wordt gesproken over dode werken. (Vers 14) Dode werken komen niet voort uit ons zondige vlees, maar uit ons vrome vlees. Maar het blijft vlees, het komt voort uit een onwedergeboren hart. Het is 1 punt te kort. Denk aan de rijke jongeling, denk aan de Farizeeërs. Kerkelijke mensen staan bloot aan dode werken. Onze gerechtigheden zijn voor God als een wegwerpelijk kleed. Onze gerechtigheden staat er, niet onze ongerechtigheden. Dat is geen drukfout. Onze beste werken zijn nog met zonden bevlekt; ze tellen niet mee voor de verlossing. Zelfs mijn gebeden hebben nog verzoening nodig; zelfs mijn tranen hebben nog vergeving nodig. De zaligheid van de kerk ligt niet in mijn werk, maar in Zijn werk.

Waarom moeten wij dan nog goede werken doen, vraagt de Heidelberger Catechismus. Dat woordje “moeten” , daar ben ik niet zo blij mee. Als je dingen opgelegd krijgt en de kern gaat daar uit bestaan (ik moet Jezus liefhebben, ik moet getuige zijn, ik moet mezelf helemaal overgeven aan Jezus, ik moet christen zijn, ik moet ook nog vriendelijk zijn), dan gaat het een onhaalbare klus worden. We zijn daarmee de kern van het Evangelie helemaal kwijt geraakt. We moeten bij het begin beginnen: Jezus stierf voor mij. Hij betaalde mijn schuld, die ik niet kon betalen. En daarna: dan blijft het ook pure genade. Dat woord “moeten” moet je dan niet zien als dwang maar als drang. Niet als grond, maar als vrucht. Ik kan niet anders, ik wil niet anders. Die goede werken volgen hen na, staat er geschreven over mensen die in Christus ontslapen zijn. Die goede werken staan niet op de voorgrond. Zij zien op Jezus en hun goede werken komen er achter aan.

Wat zijn dan die goede werken?
In antwoord 86 wordt de Heere Jezus mij geschilderd als een volkomen Zaligmaker. Door Zijn bloed worden mijn zonden vergeven en door de Heilige Geest word ik vernieuwd tot het beeld van de Heere Jezus. Vergeving en vernieuwing horen bij elkaar. Hij is niet alleen mijn verlossing maar ook mijn voorbeeld. Waar ik mee omga, word ik mee besmet. Ga ik veel met Hem om, dan ga ik veel op Hem lijken. Dat heeft met de binnenkant en met de buitenkant te maken. Wie vernieuwd, is heeft 2 aders in zijn leven: een slagader van Zijn bloed en een dank-ader. Als jij vergeving van zonden hebt en je leidt geen ander leven, dan hou je jezelf voor de gek. Vernieuwing en vergeving zijn niet los verkrijgbaar. “Jezus is een koopman in oud roest, zei Gerrit Achterberg. Hij koopt mij op en Hij koopt mij vrij. En daarna gaat Hij mij opknappen; gaat de roest eraf door Zijn geest en gaat Hij mij polijsten. Zodat ik een instrument word tot eer van mijn Meester.
De verlossing heeft drieërlei doel: God prijzen. De vrucht van de dankbaarheid en daardoor de verzekering van mijn geloof en ook dat de naaste ingewonnen wordt voor Jezus. Dus vrucht naar boven, naar mijzelf toe en naar de ander. God wil van ons geen sierbomen maken maar vruchtbomen.
Dankbaarheid bewijzen en God prijzen, staat er. Je bent allereerst gered om God groot te maken. Dus niet in de eerste plaats om anderen te redden, al hoort dat er ook bij. Waarvoor God prijzen? Voor al Zijn weldaden, zegeningen, groot en klein.

Sommige mensen wilden liever een beest zijn zodat ze in elk geval niet verloren hoeven te gaan. Wat een afschuwelijke gedachte. Het is toch veel heerlijker om geschapen te zijn om God groot te maken. God doet er alles aan om jou niet verloren te laten gaan. Je hoeft alleen maar amen te zeggen tegen deze Zaligmaker. Geen bijdrage, maar bijval. Dat je de Heere gaat omhelzen en dan ben je zalig. Je hoeft geen berg te beklimmen.

De zekerheid van het heil ligt in de Heere Jezus. Maar hoe weet ik dat mijn geloof het ware geloof is? Dat het geen verstandsgeloof is en geen praatgeloof. Dan kun je verzekerd worden uit de vruchten. De Dordtse Leerregels werpen ons allereerst terug op de beloften: wie tot Mij komt, zal ik geenszins uitwerpen. Als jij nu tot Hem komt, zal Hij jou zeker niet uitwerpen. Weet je zeker dat je zalig wordt? Ja, omdat God het gezegd heeft.

En als extra steuntje staat er hier bij dat je verzekerd kunt worden uit de vruchten. Hij stuwt Zijn sappen door mijn leven heen en dan draag ik vrucht. Ik breng het niet voort, maar ik draag vrucht. Hoe meer vrucht u draagt, hoe ootmoediger u bent. Wat zijn die vruchten dan? Onze vaderen onderscheidden innerlijke en uiterlijke vrucht: innerlijke vrucht zijn dan innerlijke ervaringen die je meemaakt. Bijvoorbeeld vrede, vreugde in je hart. Als je je hart weer eens helemaal uitgestort hebt voor de Heere, dan kan het zo goed zijn met de Heere. De liefde tot de Heere, maar ook de droefheid als je weer eens onderuit gaat. Kinderlijke eerbied voor God. Sjoemelen is er niet meer bij. Maar er zijn ook praktische vruchten: de vrucht van vergevingsgezindheid. Dat heeft te maken met je handel en wandel. Zelfbeheersing, matigheid, vriendelijkheid. Maar ook praktisch, zoals Dorkas die kleding maakte voor de armen. Soms kun je met blijdschap zeggen: er is een verschil in hoe ik vroeger was en hoe ik nu ben.
Vruchten hoor je niet, die zie je, die proef je. Licht dat zie je; ook dat hoor je niet.
Het is mijn gebed om waarlijk vruchtbaar te zijn.

Toen dominee Poort pas begon als legerpredikant, zei de hoofdpredikant tegen hem: als je ooit iets voor iemand anders hebt betekend,
dan heb je niet voor niets geleefd. Een gelovig mens is een Bijbel voor een ongelovige. Ze letten op je levenswandel. Of je eerlijk, of je consequent bent. Of je vergevingsgezind bent. Of je een getuige bent op je sterfbed. Heere, mag ik een lichtje zijn waar duisternis is. Mag ik een scheutje opgeruimdheid brengen waar troosteloosheid is. Wat gaat er van mij uit als de kerk uitgaat?
Buitenkerkelijken hebben vaak het idee dat christen zijn betekent: bijna niets meer mogen. Wat zou het fijn zijn als ze aan jou proeven dat God dienen blijdschap is. Mensen willen winnen, maar Christus wil inwinnen. Het gaat er niet om of er mensen bij de Maranathakerk komen, maar of mensen voor Christus worden gewonnen zodat het winst voor Jezus is.

Een arme Chinees kwam tot een zendeling en vertelde dat hij christen was geworden. Hij wilde gedoopt worden. De zendeling vroeg waar hij het evangelie had gehoord. Dat had hij niet gehoord, maar hij had het gezien. Hij had een verslaafde man met een boos karakter gekend, die door het evangelie compleet veranderd was en zo zachtmoedig was geworden. De verandering van die man was voor hem het Evangelie geworden. Laat zo uw licht schijnen, opdat de mensen uw goede werken mogen zien en Uw Vader die in de hemel is verheerlijken. En: al wat gedaan is uit liefde tot Jezus, dat houdt zijn waarde en zal blijven bestaan.

Edit