Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-03-01 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Vernederd en verhoogd – de Knecht des Heeren Voorbereiding Heilig Avondmaal. (Klik hier voor een werkvertaling van de HSV-versie van Jesaja 52:13 - 53:12)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 52:13-15 Jes 52:13-53:6 2009-03-01.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.2Mb)
2009-03-01T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.9Mb)
Het vierde Knechtslied van Jesaja

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Vorige week is de serie over de Efeze-brief afgerond. Nu is het OT weer aan de beurt. Ik wil de lijdensweken stil staan bij Jesaja 53.

Vernederd en verhoogd – de Knecht des Heeren
1 Verstandig (13) 2 verdorven (14) 3 verkondigd (15)

“Die bittere Leidenszeit beginnet abermahl”, zegt een Duits lied. We mogen weer stil staan bij het Lam van God. Die geleden heeft… zo nameloos diep, van de kribbe tot het kruis. Psalm 22 had ook gekund Maar geeft Psalm 22 een beschrijving, Jes 55 geeft de betekenis van dat lijden aan. Verootmoediging. Geleden vóór maar ook dóór mijn zonden. Opdat we Hem steeds meer leren liefhebben. Spreken over Hem geeft altijd zegen. Gelovig en aanbiddend zien op Hem geeft zegen en leven in eeuwigheid.

Alleen al de indeling van Jesaja... Hoofdstuk 1-39 en 40-66. Twee delen. Dat tweede deel is het zgn. troostboek. Troost, troost Mijn volk, daar begint het ook mee. Het hart is precies hoofdstuk 53! 13 hoofdstukken ervoor en 13 erna. Het is de kern van de zaak. Dit heeft al zoveel tongen los en pennen in beweging gebracht. De Messiah van Händel heeft veel gedeelten uit Jesaja 53. Joden, vooral die tot geloof zijn gekomen in Christus: Dat kwam mede door Jesaja 53 – dit moet op Jezus van Nazareth slaan. Christiaan Salmon Duits, 18e eeuw. Hij las veel in de Torah. Hij kwam bij Jesaja 53: Wie is die man van smarten en hij las stiekem Mat 26-27-28. Hij is die beloofde Messias, door de Heilige Geest en het Woord kwam hij tot dat inzicht.

“Het evangelie naar de beschrijving van Jesaja” is het hoofdstuk wel genoemd. 700 jaar voor Christus. Zo nauwkeurig alsof hij bij het kruis heeft gestaan. We hebben 4 knechtsliederen in Jesaja. Net als 4 Evangeliën. Één knechtslied is niet genoeg om iets van die volheid te laten zien. Jesaja 42, Jesaja 49:(3) Jesaja 50, Jesaja 53 is het laatste en het mooiste. Dit gedeelte moeten we allemaal uit ons hoofd kennen, zegt Maarten Luther. Niet alleen slaperig opzeggen, maar vooral in je hart overdenken. Lees het eens onbevangen. Verbijsterend eigenlijk, zo anders dan we verwachten – een mislukkeling, op het eerst gezicht. Maar het is een misverstand, zegt Jesaja. Een treurlied en een loflied. Dodenherdenking en Bevrijdingsdag – zo is het Avondmaal. Uw bloed dat mij bevrijdt……..

Dit gedicht, een lied van 15 verzen. 5 coupletten van drie verzen. Het eerste couplet hebben we vanmorgen. Spreker is de Heere God, zie Mijn Knecht, thema: de verhoging van de Messias. Wie is die Knecht? Het Joodse volk zegt: dat is het volk Israël. – Dat is soms zo in de Schrift, maar hier kan het niet het zo zijn – in 8b : de overtreding van Mijn volk is het op Hem gekomen. Er is dus sprake van Zijn volk ook. Een geheimzinnig persoon bijv. geen bedrog in Zijn mond – om de overtredingen van anderen is Hij geknecht. Wie is die knecht? Ook (oude) Joodse verklaarders zeggen dat het hier om de Messias gaat.
In het Nieuwe Testament wordt het zeker, de kamerling uit Morenland leest deze bladzijde. Van wie zegt de profeet dit? Hij mist de sleutel om dit hoofdstuk te verstaan. Daar komt Filippus, vol van de Heilige Geest. Hij komt op de wagen zitten. En hij verkondigde Hem Jezus. Hij is de sleutel om de Bijbel te begrijpen. Het gaat om Hem.

1
Hij zal verstandelijk handelen. Kijk eens naar Hem. Concentreer je op Hem. Mijn knecht en Mijn Zoon. Als hij door Rotterdam verworpen wordt – kijk eens goed naar Hem. Mijn Beminde in Wie ik al mijn welbehagen gevonden heb. Mag ik Hem eens aan uw voorstellen….. zie Mijn Knecht. Dat is het evangelie. Ik zie niet een heleboel Avondmaalgangers, maar ik zie Gods Knecht, het heil des Heeren op de tafel. Een Heiland gebroken. Zie Mijn Knecht. –

Je weet alles al van die lijdensgeschiedenis – toch niet. Ik las iets, waar ik altijd over heen gelezen had. Johannes 18, Pilatus stelt Hem voor; zie de Mens. ‘Zie ik breng Hem tot u uit’. Dat is de taak van het prediken, een knechtje van God. Ik breng Hem heden voor u uit. Niet om aan te zien. Hij voldoet niet aan uw verwachtingen. Is het zo bezienswaardig dat God zo enthousiast is en dominees zo enthousiast kunnen prediken? De opiniepeilingen bewijzen het tegendeel. Een mismaakt iemand – moet ik daar naar kijken? Hij is het aankijken niet waard. Zo zet je je eigen kinderen toch niet te kijk. Een geschonden kind, dat wil je beschermen voor al die verachtelijke blikken. Sjonge wat zie jij er uit…. God doet dat wel. Kijk maar eens goed. Dat is nu Mijn Kind.
Hij is gekomen om te dienen. De Heere God wil maar een ding: dat u dat overneemt. Ja, ik zie Uw Knecht - dat is nu mijn Koning, en mijn Zaligmaker. Ik ga alles in Hem zien, juist in Zijn vernedering.
“Hij zal slagen” zegt de NBV, voorspoedig handelen. (Hij zal het zeer bekwaam volbrengen [HSV]). Dan zal ook de Koning der ere worden verhoogd boven alle koningen. Verhoogd, verheven, ja zeer hoog worden. Het lijden is de weg, Zijn verheerlijking is het doel. Drie stappen van de Paasmorgen zitten daar in: verhoogd uit het graf, verheven naar de hemel. Zeer hoog: aan de rechterhand van zijn Vader. Uitermate verhoogd. Boven alles. Met eer en heerlijkheid gekroond. Jesaja mag zo scherp al zien. Daar ligt nu mijn verlossing in. Zelfs de Joodse commentaren (altijd zeer boeiend), zien die Messias boven Mozes en verhevener dan Abraham en hoger dan de engelen.
Is dat uw verlangen ook? Mijn naam mag verrotten, zegt Withfield. Ik zal Hem verhogen in mijn lied, zolang ik het licht geniet… Vers 13 is als het ware een inleiding op het verdere lied.
Zo diep als Zijn verachting was, zo hoog zal Zijn verheerlijking zijn. Even ontzaglijk hoog.

2
Is dat nu mijn Koning? Mishandeld.. zie, die het Woord is, is zonder spreken, zegt een adventslied. Zie, die vorst is zonder pracht. Die ‘t al is, in gebreken, die ‘t licht is in de nacht.
Wie sla ik gade? Gods Knecht – kijk eens naar Zijn gelaat, Zijn gestalte, hoe ziet dat er uit? IJselijk, misvormd, zijn aanblik is onmenselijk. En dramatische ontluistering. Mozes was schoon voor God in dat biezen kistje – wat dacht je van de Heere Jezus in de kribbe? Geen mismaakt gezicht, de kindertjes kwamen naar Hem toe gekropen op Zijn schoot. Maar wat bedoelt de Profeet dan? Het gaat om het leed dat de Heere Jezus heeft meegemaakt de slagen, de doornenkroon, en het kinderlijke lijden vooral, we weten niet wat dat is. Lot deed de verwording in Sodom pijn (2Pet 3:8), wat dan te denken van de Heere Jezus…
De beste mens op aarde was een zondaar. Die lijnen trekken sporen van smart op Zijn aangezicht. De Joden dachten dat Hij veel ouder was. Nog geen vijftig is Hij toch? Hij heeft Abraham nog niet gezien – je bent net 30 – heb Ik dan zo’n oud gezicht…. Vanwege de rusteloze arbeid. Bewogen, begaan, troostend, bevrijdend. Vermoeid, honger. Bedroefd om de verharding van het hart van Zijn eigen volk. Al het lijden om Hem heen. Hij zuchtte in de geest lezen we, dat ziet, dat bedoelt Jesaja. Het deed Hem zeer. En natuurlijk ten diepste in Gethsémané, op Gabbatha en op Golgatha. Denk eens over dat lieve gezicht van Heere Jezus, wat hebben Zijn ogen gezien en oren gehoord. De smart die Zijn gezicht verwrong, geslagen door Romeinse vuisten, geblinddoekt en ze rochelden op Hem, Zijn oren hoorden alleen maar spot. Als je een profeet bent, zie spuugde er net? Doornenkroon, bloed en speeksel op Zijn gelaat, hete tranen die Zijn gelaat nat maakten; vuistslagen die zijn gelaat kwetsten, en de dood zie het verbleekte. Als ik kijk naar Gethsémané – als een worm en geen man, hij begon bedroefd en bang te worden - dacht je dat je dat niet kunt lezen op iemands gezicht? Ik denk weer aan een lied, van Paul Gerhard (1607-1676): o Haupt vol Blut und Wunden. “Eertijds gekroond met stralen, van meer dan aardsche gloed, waarlangs nu drop’len dalen, ‘k breng zegenend U mijn groet.” (Woensel-Kooy, 99a)
Zijn gedaante – niet alleen zijn gezicht dus. Jesaja 50:6 Ik geef Mijn rug dengenen, die Mij slaan, en Mijn wangen dengenen, die Mij het haar uitplukken; Mijn aangezicht verberg Ik niet voor smaadheden en speeksel.
Een geschonden Messias. Zie de mens zegt Pilatus ik breng hem heden uit en God zegt: Zie Mijn Knecht. Geen gedaante nog heerlijkheid. Niet meer menselijk, waarom, Heere, waarom? Door mij, maar ook voor mij en daar ontzet ik mij ook over, daar bewonder ik Hem om. Ik heb die wonden geslagen en toen hebben die wonden mij gered!
Zie onze God, de Koning-Knecht, Hij heeft Zijn leven afgelegd (Opwekking 258)
Komt verwondert u hier mensen, zie hoe dat u God bemindt… (Herv Gez. 15)

3
Er is twee keer een verbazing, eerst over Zijn vernedering, en in vers 15 over Zijn ontzaglijke verhoging, Dat kruis-evangelie gaat de wereld in. Niet alleen aan een volk maar aan de heidenen, koningen. Aanvankelijk is dat vervuld. Toen Hij verhoogd werd gingen de discipelen uit in de wereld. Het is niet letterlijk de doop, maar heeft er wel mee te maken. Het bloed druppelt op de hoorders, en toch geloof gekomen worden ze gedoopt.
Je kunt ook lezen, dat de bomen zullen springen – er zit ook een vervulling bij de wederkomst. Koningen zullen verstommen van verbazing. Zo verhoogd. Zo zal Hij verschijnen. Ten diepste vervuld bij de wederkomst.
Als de groten der aarde oog in oog zullen staan met Hem zullen ze verstommen van verbazing zullen ze niet meer tot Hem en zeker niet meer tegen Hem in durven spreken. De mond zullen ze over Hem toe houden. Elk der vorsten zullen zich voor Hem neerbuigen. Je zit een voorproefje met de koningin van Scheba toen ze Salomo zag . Er was geen geest meer in haar over. Om straks Hem te zien die zo verachtelijk een plaats was ontzegd, zo toegetakeld, Passion of the Christ, en straks Zijn gezicht te zien stralen. Uitbundige aanbidding – opspringen.

Nog steeds wordt het Evangelie verkondigd. Die blijde boodschap van de Gekruisigde mag worden vernomen. En Hij wordt nog aangenomen en omhelsd, dat geeft een machtige verandering.

53:1 vraagt: Wie heeft onze prediking geloofd, wie kijkt zich nu zalig? Geloven is ingewikkeld geworden. Dat gaat niet zomaar… geloven is ZIEN. Zien op het Lam Gods. Op die Koning die kwam op een ezeltje – dat voldoet niet aan mijn verwachtingen. Gods wil: een ieder die de Zoon aanschouwd zal het eeuwige leven hebben.
Ik lees het in de vier Evangeliën en in de vier knechtsliederen, zie op Hem. Zo naar het Heilig Avondmaal. En dus afzien van de omstandigheden en van mezelf en mijn medemensen, maar alleen staren op Hem. De knecht die kwam om te dienen. De hele Kerk raakt niet op die Knecht uitgekeken. Hoe meer ik hoor, hoe meer ik Hem zie, hoe meer ik van Hem houd.

Edit