Edit|
EditReeks Samenvatting:
Het kerstfeest ligt weer achter ons. Gehoord en uitgezongen - vooral de kleine kinderen, 2e Kerstdag. Wat was dat prachtig!
Maar, hebben wij het Kind Jezus zelf ook gezien? Hebben we in Hem onze eigen persoonlijke Zaligmaker gezien en ontmoet? Zo ja, dan ben je daar vol van. Het enige criterium. Zie de oude Simeon in Lucas 2. Zijn `achternaam` is erg lang in de Bijbel - zo is hij bekend in de hemel: rechtvaardig, godvrezende, verwachtende de vertroosting Israëls en de Heilige Geest was op hem. Wat wilt u nog meer. Een oudtestamentische vrome, charismatisch begaafd: de volheid van de Schriften, de Heilige Geest. In de rij van de profeten.
Hij zou eerst de Christus zien, voor hij zou sterven. Dit keer komt hij niet uit gewoonte naar de tempel, maar door een onweerstaanbare drang van de Geest. Op dat moment komen Jozef en Maria met het kindje Jezus naar de tempel. Er was niets bijzonders aan ze te zien. Om het te laten besnijden - "hij kwam bij ons - heel gewoon". Dit tafereel voltrok zich elke dag. De oude Simeon komt ook de tempel binnen, door de Geest, en daarom ziet hij dieper dan de anderen. Hoe ga je naar de kerk? Naar de kerkenraadskamer?
En Simeon weet: dit is de Messias. En hij neemt het in zijn armen. Als vanzelf en hij looft God. Dat moet diepaangrijpend geweest. Een hemelse glans die van zijn gezicht straalt. Dat zie niet zo vaak bij een bejaarde. En hij zegt: nu laat Gij Heere uw dienstknecht gaan in vrede want uw ogen hebben Uw zaligheid gezien. Laat me nu maar gaan.
Het is niet alleen een persoonlijke geschiedenis van Simeon. Er is meer. Het staat in Lucas 2, heel dicht bij het Kerstevangelie. Het staat in dienst van de verkondiging ervan. Het staat in verband met de bekendmaking aan de herders en de wijzen in het Oosten. Het gaat hier om de verkondiging van het kerstevangelie aan Israël en dàn ook aan ons. Houd dat vast. De herders horen: voor héél het volk Israël, de wijzen staan voor al de volken, en nu bij Simeon gaat het weer om het volk Israël.
Zacharias, een priester, was een schakel tussen Oude en Nieuwe Testament. Simeon is een profeet die ook zo staat. De Heilige Geest was op hem. Hij spreekt voor Israël en in plaats van Israël. Simeon heeft de zaligheid (of zaligmaker) gezien, waar Israël zo lang op wachtte. Simeon heeft die Jeshua, waar Jakob al op wachtte, gezien. Gods beloften zijn heerlijk vervuld. In het OT werd het heil van God alleen gezien door de Geest des Heeren. Simeon de grenswachter is met die Geest begaafd.
Een adventsverwachting gaat snel in de richting van de wederkomst, zeggen we - want ze zijn niet Joods. Nee, maar we moeten niet doen, alsof we Hem voor het eerst zien. Want Hij is gekomen. En ik denk wel eens dat wij dominees geen raad weten met de verwachting van Israël en in grote sprongen door gaan naar de wederkomst. Het betekent in elk geval dat je Hem eerst ziet zoals Hij hier gekomen is. Mijn ogen hebben Uw zaligmaker gezien. Als we op zien naar de wolken en ons er minder zorgen over maken of we Hem hier gezien hebben - dan is er wat met ons adventsgeloof. Als je Hem hier niet ziet *als* zaligmaker zie je Hem straks niet *terug* als zaligmaker, maar als rechter.
Nu Simeon Hem gezien heeft, kan hij worden ontslaan van zijn wachtpost. In vers 29 staat `despota` 'heerser", en niet Kurios. Alle profeten hebben verwacht maar niet gezien. Maar hij niet. En in Simeon is heel het volk Israël van zijn wachtpost afgelost. Heel Israël hoeft niet meer te wachten op Zijn zaligmaker. Israël en de kerk zijn wel onderscheiden, maar scheid ze niet! Het punt is: gelooft Israël het?
Simeon trekt de lijn van Jesaja door: een licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Israël.
Meer dan een persoonlijke ontmoeting!
Hebben wij net als Simeon door de Geest het Kind Jezus gezien? Als dat waar is, is al uw wachten vervuld in Hem. Dan hoef je jezelf niet meer te verlossen. Het ligt in je armen. Christus die ons leven is. Het is hier klein Pinksteren.
Als je Jezus omhelsd hebt, heb je je handen vol, en moet je alles loslaten. Je handen vol aan Jezus. Dan kun je zeggen, Heere, laat me nu maar gaan. Als je daar op beknibbelt hou je alleen een heleboel godsdienst over.
Is het spanningsveld aanwezig tussen Pinksteren en Kerst of ben je tevreden met wat je hebt? Een uitzien naar het moment dat Israël zijn zaligmaker zal zien, samen met de kerk. Wie daar niet vol van is, die heeft er niets van gesnapt. Je bent er vol van of niet.
Charismatisch. Op die manier ben ik graag een pinksterman. Hoe weet je dat je zo ver bent? Laat me nu maar gaan Heere, afgelost van de wachtpost. Want mijn ogen hebben Hem gezien, die de vervulling is van al mijn verlangens.
Dan zullen alle ogen Hem zien - als rechter of als zaligmaker. Bent u daar weer, Heere? Goede bekenden die elkaar ontmoeten, dan. Gekend van eeuwigheid. Ik weet mijn verlosser leeft, zei Job. Mijn ogen zullen hem zien.
Daar is een mens steeds weer vol van en straks voor eeuwig. Vol van.