Edit|
EditReeks Samenvatting:
Er valt weinig te zeggen over de kinderjaren van de Heere Jezus. D.w.z. in allerlei legenden en apocriefe boeken staan allerlei verhalen, niet in de Schrift. Het kind neemt toe in wijsheid en genade; meer staat er niet. Vanaf het 13e jaar is het verplicht, maar vele ouders nemen hun kinderen al eerder mee naar de tempel (drie keer per jaar). 12 jaar is Jezus. Dat betekende veel voor wetsgetrouwe Joden, zoals Maria en Jozef zijn. De tempel staat in Jeruzalem, met de ark, de cherubiem, daar woont de Heere in het huis van de Vader beneden.
Wat moet dat hebben betekend voor het kind, op wiens ziel nog geen eelt zit van ongeloof en onverschilligheid. Zo ontvankelijk voor alles wat het hoort. Een kind neemt meer mee naar huis dan wij denken. Worden als een kind, zegt de Heere. Er zijn geen regels voor, het ene kind gaat met 4 jaar mee, het ander met 6 jaar.
Je hoort vaak: ze moeten apart, maar als ze tot hun 12e naar een kindernevendienst gaan: leer ze dan nog maar eens naar de kerk gaan daarna. Leren we onze kinderen, dat kerkgang een hoogtepunt is van de week? Een goede gewoonte, ja, maar hopelijk meer dan een gewoonte. Misschien wel een feest zo nu en dan. Als bij ons de begeerte ook ontbreekt, wordt het voor onze kinderen ook moeilijk. Kom ga met ons en doe als wij.
Jezus is aanwezig en laat het niet bij aanwezigheid. Zo moeten jullie ook aanwezig zijn, jongeren. We hebben Hem in alle dingen nodig. Zeg niet eerst dit, eerst dat, hard voor werken voor de toekomst eerst. Maar: zoekt eerst het koninkrijk van God, en al die dingen zullen u toegeworpen worden.
Er ging een behoorlijke stoet naar Jeruzalem, iedereen sloot zich erbij aan van dorp tot dorp, iedereen zong de liederen Hama'alot. Die zingen we nog. Tieners lopen bij elkaar, prima om elkaar op te zoeken. Ze maakten afspraken, daar en daar zie we elkaar terug. Als het Pascha gevierd is in Jeruzalem, dan is het kind verdwenen. Het kind is er niet! Een schrik die dwars door merg en been gaat. Het zal u wel eens gebeurd zijn: een paar uur kwijt. Je zegt al gauw, we hebben er niet genoeg zorg aan besteed. Wat zal dat voor Jozef en Maria geweest zijn: het Kind is weg. Zouden ze één minuut geslapen hebben? In de nacht terug ging niet, namelijk.
Maria heeft al zoveel zorgen uitgestaan, denk aan de kindermoord te Bethlehem. Als je de Heere volgt in je leven bestrijdt de duivel je te vuur en te zwaard. David zegt: Gij hebt mijn berg vastgesteld door Uw goedertierenheid. Maar toen Uw aangezicht maar een ogenblik was verborgen, was het de grootste verschrikking. Geen troost. Niet iedereen beleeft die aanvechtingen op dezelfde wijze. Wat hier staat is niet ten behoeve van Maria overgeleverd, maar voor ons. Opdat we toegerust mogen worden in de aanvechtingen van het geloofsleven.
Zefanja zegt: God is een God die zich verbergt. Wij zeggen ook wel: Heere waar bent u eigenlijk? Je vraagt: waarom handelt God zó.
1. Om ons klein te houden, laag aan de grond. Maria is de moeder van de Zoon van God, dat zou naar haar hoofd kunnen gaan. Ze had daar druk voor nodig. Paulus heeft die doorn in zijn vlees "opdat ik mij niet zou verheffen". Wanneer de genade overvloediger wordt heb je meer kennis van aanvechtingen en bestrijdingen in je leven.
2. Om de goddelozen te waarschuwen,. Als God al zo met Zijn kinderen om gaat, waar zullen de goddelozen naar toe moeten? Wat een waarschuwing voor ons als we op déze waarschuwing geen acht slaan.
3. Genade is zo kostbaar, dat wie het Kind kwijt is, overal gaat zoeken. Of zegt u: ja je moet het krijgen, het moet je maar gegeven worden. Zou je dan de klopper op de deur van de genade niet dag en nacht laten gaan?
Jozef en Maria zijn het kind kwijt en dus alles. Hebben jullie onze Jezus gezien? (een veel voorkomende naam) Iedereen aangeklamd. 3 dagen gezocht, denk je eens in. Je kind drie dagen kwijt! Bent u uw kind wel eens een halve dag kwijt geweest? Dan weet u de plaats nog waar u het weer vond.
Ze gingen niet direct naar de Tempel. En daar in een van de bijvertrekken vinden ze Hem aan de voeten van de leraren. Kind, waarom heb je ons dit aangedaan; heel de frustratie van Maria komt er uit! Dan het koninklijke antwoord: wist u dan niet dat ik moest zijn in de dingen van Mijn vader. Wat een les voor Maria en Jozef.
Misschien missen hier sommigen ook de Heere. Stel dat er is ingebroken als je thuis komt, een erfstuk weg - dat is heel erg. Als je God kwijt bent voel je je radeloos en misschien wel reddeloos. God laat zich vinden in de toepassing van Zijn woord, in de kerk of thuis bij het lezen. Vanaf het verzoendeksel, daar zul je Mij vinden en Ik jou.
Wat een verrassing als we Hem terug vinden, altijd is het onze schuld wanneer we Hem kwijt raken.
Jezus stelt allerlei vragen, de mensen om Hem heen zijn ontzet over Zijn kennis. De leraren van Israël staan perplex. Het zal gegaan zijn over God, de belofte van de komende Messias. Zolang je met de leraren in gesprek blijft kan het heel boeiend zijn. Het loopt fout als Jezus sterft aan een ruwhouten kruis. De verzoening door voldoening. 40 jaar geleden ging het al mis in de kerk, maar toch zijn we altijd gebleven omdat het Woord door mocht gaan ook door zal gaan.
Als Jezus zegt dat je wedergeboren moet worden - dan gaat het mis. Nu zijn ze nog verwonderd.Wat een vernedering moet het zijn geweest, dat Hij zich laat onderwijzen door de leraren van Israël. De Woorden van God zijn eten en drinken, Hij zit er helemaal in. Hij moest zijn IN de dingen van zijn vader.
Is het niet onbehoorlijk dat Jezus niet verteld waar Hij is? Voor jullie wel, maar Jezus hoeft zich niet gelijk te laten schakelen met andere kinderen. Zijn eigen vader en moeder is Hij totaal vergeten. Ik zal gaan om Borg te zijn. In de dingen van Zijn Vader, in de tempel van Zijn Vader.
Waar is God. Overal. Ja dat is waar. Maar vooral daar waar Zijn Woord is en Zijn Geest werkt. Waar er twee of drie in Mijn naam vergaderd zijn.
De tempel is de kerk van God zelf. Gij zijt de tempel van God. Van de Heilige Geest. God in ons. In ons hart wil Hij wonen.
Jezus moet zijn in de dingen van Zijn Vader. Moeten is er tegenwoordig niet meer bij. Anti-autoritair. Gezag moet je waar maken, en dat is waar. Eerst het gezag en dan het waar maken.
Mijn vader en moeder willen dat ik naar de kerk ga, maar ik wil niet. Ik hoop niet dat het voor één jullie van toepassing is. Ik moet zijn, zegt de Heere Jezus. Een mogen en moeten. God heeft recht op ons hele leven. Er is van alles in. Maar waar zijn wij in? Waar zijn we vol van? Goud, zilver, onroerend goed? Spreek dan maar niet te veel over verlangen naar God.
Maar hopelijk ontdekt de Heere Jezus ons vanavond ergens aan: De oudste broer die thuis blijft, keurig in de kerk, bekeerde zich niet. De vader van de oudste èn de verloren zoon. Ze hebben beide bekering nodig, dagelijkse bekering tot onze God. Als we Zijn woord verachten, dat vindt God het ergst.
Gedenk niet meer aan de zonden van mijn jeugd.
Hij heeft alle leeftijdsfasen doorgemaakt en is door God volmaakt bevonden. Wat een liefde. Zul jij Hem dan niet liefhebben? Zul je dan maar wat aanrommelen, op plekken waar je niet hoort? De Heere heeft recht op de binnenkant. Niet alleen de buitenkant. Hij breidt Zijn armen uit. Wend u tot Mij en wordt behouden want ik ben God en niemand meer.