Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2004-01-18 17:00:00 dr. P.H. van Harten (em. te Ridderkerk)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mar 1:21-28 Jes 61:1-6 Mar 1:14-28 2004-01-18.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.2Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Over de duivel maken velen zich niet meer druk. `We geloven immers niet meer in sprookjes. In de Middeleeuwen geloofde men in heksen op bezemstelen en spoken, maar nu bekijken we de dingen nuchterder`. Maar in onze tekst is sprake van een onreine geest - een van de trawanten van de satan, die probeert die persoon stuk te maken. We geloven niet IN demonen, maar we geloven dat ze er zijn. Zoals overal ook God is, zo is er ook om ons heen het ongeziene rijk van de duisternis. Dat heeft iets beangstigends, maar er rijst ook uit op: de Heere Jezus in Zijn Almacht. Eén die er tegen op kan.
Jezus gaat naar Capernaüm, het staat er als een reisbericht. Maar wat een wonder is het als de Heere Jezus komt. Capernaüm is enorm bevoorrecht. Hij komt altijd om te geven en te dienen. Net als de zon, die op zou zijn na zoveel miljarden jaren, maar de Heere Jezus is nooit `op`. Wat een weldaad. We worden opgeroepen ons te laten leren om de weg ter zaligheid te betreden.
Marcus vermeldt niet wàt de Heere heeft gepreekt in Capernaüm. Elders predikt Hij dat de tijd vervuld was en het Koninkrijk Gods is nabij gekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie. Er is een koning in Hem verschenen, die zal regeren, armen van geest zullen worden zalig gesproken.
Marcus zwijgt erover, maar laat het nog doorklinken: ze versloegen zich over Zijn leer, als machthebbende. De majesteit van God lag over Zijn woorden. Het deed ze iets.

Er was een mens `in` een onreine geest, staat er. Er helemaal van in de ban. Een demoon. We weten uit de andere evangeliën hoe actief ze waren in de tijd van Jezus' omwandelingen. Ze lieten hun bezetenen in het vuur en water springen. Is het epilepsie? Er zijn verschijnselen waar de wetenschap geen antwoord op heeft. Zeker niet m.b.t. de invloed van de boze op de mens.

Een onreine geest in de synagoge? In de kerk? Dat verwacht je toch niet? De kerk, de werkvloer van de Heilige Geest. Dat daar ook de duivel present is, wie rekent daarop? Hij is elke keer aanwezig, blijft niet thuis voor een regenbui of een predikant die hij niet `moet`. De demonen zijn hier zeker present en bezig de kinderen van God te bestoken met vurige pijlen. `Dacht je dat God nog naar jou om ziet; dat het nog wat wordt met jou, als je ziet op de omstandigheden? Is er eigenlijk wel een God?` Als je nooit het eigendom geworden bent van de Heere Jezus Christus dan heeft hij een makkie aan je, zorgen dat je niet wakker wordt. 'Zo'n vaart zal het niet lopen, later kan het nog wel, ik heb zoveel zorgen aan mijn hoofd'. Hoe minder je met ze rekent, hoe beter het is - je hoeft niet in ze te geloven. Door onze zondeval hebben we de deuren opengezet. Lees Efeze 2 eens na. Weet je wie jullie inspirator is, zegt Jezus tegen de schriftgeleerden: de duivel.

Nu Jezus present is, gaat het werken, rumoeren. De vredevorst krijgt met een tegenstander te maken. 'Laat af, wat hebben wij met u te doen'. Wij hebben niets met U te maken, en U niets met ons. Met gevallen engelen is het anders gesteld dan met mensen: voor ons staan beloften in de Bijbel. Mensen kunnen verlost worden. Heere Jezus ontferm U mijner. Je bent een mens en *dus* kan het voor jou. Als je je afhoudt van die belofte zit je op het spoor van de boze! Het rijk der duisternis beeft nu het evangelie verkondigd wordt.

Zijt Gij gekomen om ons te verderven? De duivel weet dat het daar op uitdraait. De Heere Jezus zelf heeft het vaak over de hel gehad. Een vuur dat bereid is voor de duivel en zijn engelen. Bent u nu al gekomen om onze ondergang te bewerkstelligen?
Als je leven gaat in het spoor van de boze, een kind der ongehoorzaamheid... Maar als je de Heere Jezus kent, dan ben je gelukkig, dat is het Leven. Als je hart open gaat voor het woord. De duivelen staan bevend op een afstand. Eén woord hoor je niet, in al het geschreeuw: *Mijn* Heere Jezus, *onze* Heere Jezus; dat we Hem mogen toe te horen.

Jezus oefent Zijn macht enkel door het woord. Hij kan woorden van genade en eeuwig leven spreken. Hij bestrafte, letterlijk hij schold hem weg. Zwijg, wees stil. Hou je koest, zoals je dat tegen een hond zegt: Mijn naam hoef jij niet op je onreine lippen te nemen. De sterkere dringt het huis van de zwakkere binnen. Zwijg, ga uit van hem. Waarheen zegt de Heere Jezus niet. Hij moet terrein prijs geven, wanneer het koninkrijk van God baan breekt. Hoeveel hebben het al ervaren, wanneer ze vast zaten en de Heere raad wist, dat je schuld en de macht van de zonde verbroken werd. Dat de boze zijn greep ging verliezen. Misschien zegt u; ik mag toch geloven dat God met me bezig is. Maar het lijkt donkerder te worden. Denk hieraan: De onreine geest verscheurde hem! Hij wierp hem op de grond, spreid even nog zijn macht ten toon. Maar hij moet gehoorzamen.

Wat nieuwe leer is dit? Ze kijken naar de prediker. Deze in het vizier hebben is gezegend. Zo'n grote verkondiger van het evangelie. Fijn voor die man, wat een gezegend iemand. Eerst bezet gebied, nu bevrijd. Eerst verslaafd, maar Hij heeft mij bevrijd, van de verslaving aan geld, seks, zingenot. Of leven we nog onder de banier van de boze? Die zit achter zoveel dingen. Waarom laat God zoveel dingen toe? Dat zijn de raadselen van het wereldbestuur. Grote misdadigers. Staat er in onze eigen leven al een `stop`? We schudden het hoofd over de jongen die zijn leraar doodschiet, maar we varen zelf voort. Of moet het veranderen in ons leven, en varen we de kruisvlag? Heere komt Gij met Uw geest. Eer je het weet kan Hij mensen in de ruimte zetten.

Als Hij je uit de greep van de boze gehaald heeft, dan houdt Hij je ook vrij. Want de boze komt terug en laat zijn prooi niet zo schieten. Wij hebben de strijd tegen de machten boosheden in de lucht. Hoe kan ik staande blijven in die strijd - ik heb te waken en te bidden en op zoek naar de Opperbevelhebber. Het loopt Hem niet uit de hand. Hij heerst, heeft het voor het zeggen. U koninkrijk kome toch O Heer.

Edit