Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2009-12-27 17:00:00 ds. L.W. van der Sluijs (Nijkerkerveen)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Jes 11:7 Jes 11:1-9 Rom 8:18-22 2009-12-27.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.1Mb)
2009-12-27C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 26.4Mb)
2009-12-27T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.7Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Zij hielden de nachtwacht over hun kudden. In de velden van Efratha en het werd Kerstfeest. Engelen begonnen te zingen voor herders, ere zijn God, vrede op aarde, in mensen een welbehagen. ‘Zou die boodschap nu ook echt voor ons zijn? Wij mogen het horen’. In mensen een welbehagen. Hij is geboren. De lang Verwachtte.
Het klonk als een voortdurende refrein. Zo mooi klonk het. Wie kan er mooier zingen dan een engel… Op aarde lukt dat soms bijna, maar niet zoals engelen dat kunnen. Vrede op aarde – het zijn prachtige woorden, maar die herders wisten als geen ander hoe die aarde er aan toe was. Een gebroken wereld. Ze deden hun werk met beide benen op de grond. Vrede voor die schepping; het waren wel Joodse mannen. Erbij opgevoed. De schepping lijdt, zoals Paulus later schreef. Er zitten zoveel barsten in. De natuur zelf zucht. Door de mensen die elkaar steeds weer in de haren vliegen.

En hoe is het in de dierenwereld – daar wisten die herders alles van. De herders moesten waken – waarom? De kudde moest bewaakt. Er waren beesten die konden grommen, een wolf bijvoorbeeld. Ze hadden wel een vuur gemaakt en dat hield ze wel op een afstand. Als ze van zich af probeerden te kijken – wat een donkerte…. Misschien heb jij wel zo’n nachtlampje op je kamer. Als je vader of moeder dat vergeet aan te doen….
Als het zo donker is; en stel je voor dat er van die dieren zijn… grommen vanuit het donker. En er waren ook beren zijn, berin, een moeder beer. Bij Elisa lezen we daarvan. Een berin met jongen was helemaal gevaarlijk. Wolven, beren en leeuwen ook… Denk aan Simson.
De herders waren niet bang uitgevallen, maar ze moesten wel de wacht houden tegen al die bedreigingen. Zeker als er eens een schaapje zou afdwalen.
De natuur is wel heel mooi, zeker ook met sneeuw; maar de natuur kan ook heel wreed zijn. De herders moeten echt de wacht houden. Misschien heb jij wel een dier dat verzorging nodig heeft. Een konijn of een cavia. Op deze aarde, zoals die geworden is. Je kunt zeggen: zo gaat het nu een keer in de natuur. Maar heeft de Heere het zo bedoeld? Nee. Vrede op aarde, vanuit Jesaja gezien, dan gaat het ook om de leeuw die stro zal eten als een os. Al het roofzuchtige zal ooit voorbij zijn. De wolf met het lamp, een panter bij een geitenbokje. Ooit zullen er ook geen ruimingen meer zijn, zoals nu vanwege de Q-koorts. Een koe met een berin, beide moeder. De jongen zullen het samen weten te vinden.
Nergens meer leed, waar God zal wonen. Jesaja moet het doorgeven. Niets meer dat bedreigt. Kon ik dat maar zeggen, denkt u misschien. De dokter zei… en nu word ik zo bedreigd. Alle gevaar geweken, wie zou dat niet willen.

Wie zou geen rilling voelen – vrees niet. Er is geen reden meer om bang te zijn. Is dat echt zo? Ja, want nu is er een boodschap die alleen blijdschap zal geven. Dat alle duisternis kan verdrijven. Voor u geboren, die lang Verwachtte. De Messias. Neergelegd in een kribbe. Geen licht in de stal. Grauwe voerbak.
Hoe donker het ook zal zijn, het Licht kan die donkerte verdrijven.

Het werd Kerst. Voor de herders. Voor diegenen die wisten hoe het er in de wereld, alleen al in de natuur aan toegaat. Voor u is Hij geboren.
Het waren misschien wel heel ruwe lieden – dat is nog maar de vraag. Want ze zeggen: laten we gaan en zien wat de Heere heeft laten zeggen. Ze leefden er wel bij… Ze keerden terug naar hun kudden en ze loofden en prijzen God – dat dezen ze echt niet voor het eerst. Ze waren er mee groot geworden. Als jongens waren die woorden hen bijgebracht. En Maria bewaarde al die woorden in haar hart. De herders zullen Jesaja 11 gekend hebben. Misschien hebben ze weleens gezegd tegen elkaar – hoe zou dat zijn, als die wolf bij het lammetje gaat liggen… Een zuigeling die speelt met een slang, als speelgoed. Ze zullen gehoed worden door een klein jongetje – dan is er echt totaal geen gevaar…. Hoe zou dat kunnen? Vrede op aarde? In een schepping die nog altijd zucht.
Is het allemaal tevergeefs, een soort kringloop? Nee – Vrede op aarde. Er is een zuchten als in barensnood. Het nieuwe, dat gaat het om. En wie was in barensnood in die nacht – Maria en zij baarde haar eerstgeboren Zoon.

Er zal nergens meer leed zijn. De aarde zal vol zijn van de kennis des Heeren. Van die allergrootste barmhartigheid. Hoe groot is Gods genade, zo klein als het Kind ook is. Hoe donker ook deze wereld. Hij zal de armen rechtdoen, zegt Jesaja. Ze zullen gelijk krijgen, als ze zeggen, zo kan het toch niet zijn bedoeld, Heere, altijd met die dreiging? Als de Messias gekomen zal zijn, zullen we dit mogen meemaken.
Die grote belofte is er: vrede zal er nog komen op deze aarde. De Messias die het in gang zet, draagt de gordel van gerechtigheid en waarheid, zoals den reizigers een gordel moet dragen anders kan hij niet doen wat hij moet doen. Hij zal Zijn werk doen. Vrede op aarde. Als er Één is, ie van me weet en naar me om ziet.

Hij zal niet aanzien wat voor ogen is. Wat een genade. Wat er van deze wereld geworden is…. Je hart zie Ik aan om er aan te werken. Licht, hoop, hij oordeelt ook niet van horen zeggen. Het zal zo anders zijn, zoals Hij zal spreken.
Hij zal de aarde slaan – met de roede van Zijn mond - met woorden.

Zou het dan echt? Geloof het maar, waar het nog zo onmogelijk lijkt. Het mogelijk is bij God. Die herder gaan met haast – wat moet er met die schapen gebeuren in de nacht…. Ze keren later terug - er is niets gebeurd met de schapen, ook toen al gebeurde dat wonder. De Heere zelf hield de wacht. Met Gods zorgende hand in je leven. Hij steekt Zijn reddende hand uit. Vanuit die kribbe.

Zoals een gedicht zegt:

Heer, Gij hebt dit lieve leven ons gegeven
als een park, een paradijs,
als een tuin om te betreden, hof van heden –
Here God, kyrie eleis!

God, wat is er van gekomen? Onze dromen
zijn door eigen schuld vergaan.
Recht en vrede afgestorven, - hoe bedorven
is dit menselijk bestaan!

Kom ons harde hart bekeren, kom ons leren
wat de Geest al heeft voorspeld:
komen zal Gods rijk op aarde, nier door zwaarden,
niet door kracht noch door geweld.

Laat dat koninkrijk nu komen, doe ons dromen,
dromen van dat kleine kind
bukkend om een slang te strelen – zie ze spelen!
heel uw schepping eensgezind

Dan wordt alles vol van vrede, uitgestreden
buigen wij de wapens om.
O, dan ploegen wij met zwaarden nieuwe aarde –
Heer, uw vrede zingt alom!
(A.F. Troost)

Vrede waar de strijd voorbij is, om het eigen bestaan. Vrede waar ik knielen mag, Jezus is ook mijn overwinnaar.

Edit