Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-01-01 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Een vaste burcht is onze God

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
psa 46:2 psa 46:1-12 2010-01-01.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.3Mb)
2010-01-01C.105.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 25.3Mb)
2010-01-01T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.4Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In sommige kerken hangt een kleed aan de kansel, op nieuwjaarsmorgen is dat wit. Het is als het ware nog niet besmet. De vorige was ‘vol’. Er ligt een vers jaar voor ons. Het is de achtste dag vanaf 25 december, en op die dag is de Heere Jezus besneden en kreeg Hij Zijn naam: Josua Immanuel; dat lezen we ook in vers 8 en 12 van onze Psalm. We kijken voorwaarts, maar ook opwaarts. De taak, de toekomst… maar God is een toevlucht. De toekomst is onbekend. Maar de toevlucht is bekend.
We zijn een jaar verder van Zijn geboorte af maar ook een jaar dichter bij Zijn wederkomst. Ik heb een gebed om bemoediging. Voor de ambtsdragers, diakenen, ouderlingen en kerkrentmeesters. Ook de gekozen ambstdrager en die op dubbeltal staan. Trouw en toewijding beloont God altijd.
Ik bid voor bemoediging voor ouderen gezinnen en singels en voor de kinderen, om ze richten de Heere op te voeden. Ik bid voor de zendelingen, Nico en Jolanda en ook Erwin en Lisette, die in de startblokken staan, dat jullie de kracht van de voorbede mogen ervaren. Kracht van God. Voor degene de weg van het geloof gaan, weer 22 belijdenis catechisanten. Dat God je tegemoet zal komen en over de drempel zal trekken op Tweede Paasdag, voor allen die werken in de samenleving, om kracht en vrijmoedigheid. Om staande te blijven en niet meegesleurd te worden in de Nijl van de secularisatie.
Dat is mijn bede voor u – mijn nieuwjaarstoespraak.

Een vaste burcht is onze God.

1 verschrikking rondom 2 veilig omhoog (3 vrede vooruit)


Psalm 46 is het Lutherlied. Melanchton was zijn vriend en hij schrijft dat Luther ook wel eens moedeloos was. Kom laten we weer eens de 46e psalm zingen. De Immanuelpsalm wordt het ook wel genoemd. Het gaat om de Heere der heerscharen – zo groot, almachtig; maar ook de God van Jakob, die zich inlaat met zondaars.
Qua structuur is het een mooie psalm. Drie stukken worden met sela afgebakend. Daarin zijn drie kringen: Vers 1-4 de dichter , 5-8 de stad van God, 9-12 de wereld, steeds grotere cirkels. Kind van God, kerk en wereld. Het eindigt met God als burcht, een vesting. Aan begin en eind maar ook in het midden. Een motie van vertrouwen op God. Al zijn er oorlogen, God blijft betrouwbaar.

De achtergrond is een bekende geschiedenis – die van Hizkia. Hij wordt belegerd door het Assyrische wereldrijk, koning Sanherib. Alle landen overwint hij en komt voor Jeruzalem. Hizkia piept als een vogeltje, hij kan niet weg, generaal Rabsake belegert hem. Hij houdt een speech. Geef je maar over, ook je God kan je niet redden. Hij spreekt Hebreeuws, het is de bedoeling dat iedereen hem hoort. Hizka scheurt zijn kleren en smeekt om verlossing. Dan komt Jesaja: vrees niet voor die woorden van die braller daar buiten de muur. God zal de stad beschermen en verlossen, 705 v. Chr. schrijven we dan.
De bron Gihon was buiten de stad, de beekjes der rivier verblijden de stad Gods, de loop verlegd, de bron verstopt.
En dan zijn er 185.000 soldaten in een keer verslagen door de engel Gods. Psalm 46 is een danklied. Op Alamoth – op de wijze van de jonge meisjes, een vrolijk lied in reidans. En wij mogen mee zingen, fluiten en trommels erbij. Ik zie ze naar het tempelplein gaan en hoor ze Psalm 46 zingen. Hij is een toevlucht en een sterkte. We weten wat het is, we waren in benauwdheid, maar God heeft geholpen. Hoe ouder je wordt hoe meer je de kostbaarheid van deze Psalm ondervindt.
In de tijd van Luther was het ook een chaos. Tien jaar na de Stellingen…, de duivel rukt vast aan. Hij heeft last van nierstenen, geestelijk wordt hij bestreden. En ook de Turken staan voor Wenen 1529, met opgestoken vaan, heel Europa zouden ze Islamiseren. Er heerste een pest-epidemie en tegen die tijd dicht hij Een vaste burcht. Als we in de benauwdheid zijn: wij hebben een Toevlucht.
In elke eeuw heeft deze Psalm gesproken. 20e eeuw: Tweede wereldoorlog, zondag 16 sep 1944 – een nacht voor de slag om Arnhem, Oosterkerk. Mensen kwamen naar de kerk, de dominee preekte over ps 46, en het luchtalarm ging af. Dat gebeurde vaker als de geallieerde overvlogen naar Duitsland, maar nu vielen de bommen hier. En ze zongen zonder orgel Psalm 46, God is een toevlucht voor de zijnen, als alles om je heen schudt.
21e eeuw. Futurologen hebben een somber beeld, crisis en chaos. Verdere islamisering, radicalisering in de politiek, verharding in de samenleving, je kunt zo een wereldramp krijgen, hoe gaat het met het milieu, de wateren, aardbeving, tsunami’s. Het rumoeren van de volken, de koninkrijken wankelen, alles staat te schudden op zijn fundamenten.
Ook in je privé leven. Er kan van alles gebeuren, je kunt een uitslag krijgen – het zit [weer] niet goed, dan davert de aarde. Het kan in je huwelijksleven, je partner blijkt een ander te hebben of komt niet meer thuis na een ongeluk. Je wereld op z’n klop. ‘Mij ontslaan ze niet’ en het gebeurt toch.

2
Veilig omhoog
Te midden van die benauwdheden staat: God is ons een toevlucht. De STV heeft: “Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden.” De Nieuwe vertaling van 1951 heeft: “ten zeerste bevonden een hulp in benauwdheden.” De NBV: “Een betrouwbare hulp in de nood”, de Herziene Statenvertaling: “in benauwdheid is Hij een krachtige hulp gebleken”. The King James: “a very present help in trouble.” Heel nabij. Maar het moist vind ik de Franse vertaling: “un secours dans les détresses, toujours facile à trouver”. Gemakkelijk te vinden…!

Die er steeds is en zo nabij is. Makkelijk te vinden. Bij toevlucht denk ik aan vleugels. Daar mag je weg schuilen. In de schaduw - dat is makkelijk te vinden. Jesaja: hij is gevonden door degenen die Hem niet zochten! Daar staat Hij al. Ik heb Mijn armen uitgestrekt naar een onwillig volk. Ommuren met Mijn armen – dan ben je save! Hij dat doet in Zijn Immanuël, in de Heere Jezus: Zie hier ben Ik. Die armen zijn uitgestrekt.

Bach heeft dat in de Mattäus Passion verwoord. De Heere Jezus wordt gekruisigd en het koor zingt in de aria “Sehet, Jesus hat die Hand,
Uns zu fassen, ausgespannt,”: “Wohin?” “In Jesu Armen”. Zoek het in Zijn armen. Daar kun je leven en sterven. Veilig omhoog. Laten de volkeren maar daveren. De wateren maar bruisen. Die machtige God…
Gods kinderen hebben dat allemaal beleefd. David zit op de puinhopen van Ziklag, alles is weg. Zijn mannen zijn anders loyaal, maar geven hem nu de schuld; maar hij sterkte zich in de Heere zijn God. Daar vond Hij rust en kracht.
Dat vaste punt heb je nodig. Daarom vrezen we niet.
Wij zijn mensen niet van vrees maar van vertrouwen. Hizka was wel bang, maar hij ging er mee naar de tempel. Er kan een veelheid van vrees zijn in ons leven. Voor het leven voor de satan, ook voor God. Angst voor mensen, die je bedreigen, die je te kort doen. Angst voor je relatie. Loopt niet zo lekker, huwelijk, bedrijf, school. Bang dat een geliefde heen gaat. Bang om oud te worden. Angst voor Altzheimzer. Bang voor de dood en voor daarna, weet ik dat nu eigenlijk zeker, ik zeg het en zing er van. Maar hoe zal ik rechtvaardig verschijnen voor God, zei Luther ook. Je kunt het maar één keer fout doen, en dat kruipt naar mijn keel.
Krijgen we nog ruimte om samen te komen, geen openbare uitgingen van christen en christelijk geloof. Angst voor de grote afval. Vooral voor de opkomst voor de anti-christ en de anti-christelijke machten.

Immanuël heeft het ook gekend, angst die veel groter en dieper en verder gaat, voor de Godverlatenheid.

En toch staat er: daarom zullen we niet vrezen – hoe word je er dan van bevrijd? Er zijn redenen om niet bang te zijn: De reden is niet de bevrijding van Jeruzalem, maar wel een andere: er heeft een kruis op een heuvel gestaan en dat kruis is leeg en een graf in de hof en dat graf is open. Bij het aanbreken van de morgenstond, vroeg in de morgen, is Jezus opgestaan, wij zijn paaschristenen, en omdat Hij leeft ben ik niet bang voor morgen.
Immanuël, God leeft, Jezus leeft. Laat af en weet dat ik God ben – Die God die met zich met personen en individuen bezig houdt. Wie weet dat God God is, en stil geworden is – die weet genoeg.


Rust, mijn ziel, uw God is koning,
aard' en hemel zijn gebied,
alles wisselt op zijn wenken,
maar Hij zelf verandert niet.

Rust, mijn ziel, uw God is koning,
wees tevreden met uw lot,
zie, hoe alles hier verandert,
en verlang alleen naar God!

Edit