Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-01-03 17:00:00
ds. M. van Kooten (Elspeet)
Het kerstevangelie in een collectebrief

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
2Cor 8:9 2Cor 8:1-15 2010-01-03.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.7Mb)
2010-01-03C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.0Mb)
2010-01-03T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1 vernedering, 2 verrijking, 3 verstaan

De tweede brief van Paulus aan de Corinthiërs wordt wel een collectebrief genoemd, die brief staat er niet vol mee, maar zowel het achtste als negende hoofdstuk is een en al uitwijding over een collecte die gehouden is en wordt voor de behoeftigen van Jeruzalem. In de Romeinenbrief vinden we dat ook. De Macedoniërs geven. De christenen in Jeruzalem hebben het moeilijk gehad, van de synagoge en priesters hadden ze blijkbaar tegenwerking gehad. Paulus zei: er moet een grote collecte komen voor hen, want de heidenen hebben uit het land van de Joden de genade gekregen, de geestelijke goederen zijn ze deelachtig geworden. Dus ze staan bij hen in de schuld. Die aanbeveling hoefde niet zo bijzonder te zijn Prof. Wisse sprak na de stormvloedramp van 1955, hij was er meester in om het geld uit de zakken te praten… Maar in Macedonië was dat niet zo nodig. Een enkel woord was genoeg. Filippi lag er (de stokbewaarder, Lydia), Berea. Ze hadden het niet breed. Maar ze gaven boven vermogen. Neem het aan, baden ze. Het is teveel! Het is een te grote schat. Ze hadden zich eerst aan de Heere gegeven en daarna aan ons. Heere leer ons naar Uw wil te handelen. Ze kenden het geheim van het grote Geschenk. Als we uit die genade mogen leven, zouden wij dan niet willen uitdelen?

Nu komen de Corinthiërs, die vergen meer beweging… twee hoofdstukken heeft Paulus er voor nodig. Die rijke stad, hoofdstad van Achaje. Titus begon, maar het stagneert. U bent in alles overvloedig zegt Paulus, wees dan ook in de gaven overvloedig. Ik heb gezien hoe anderen daar instaan, laat eens zien dat het echt is. Als ik jullie woorden hoor – machtig in de Schrift. Ook in liefde tot ons – daar spot Paulus een beetje met de Corinthiërs, aan het eind van de brief blijkt dat een beetje tegen te vallen.
Corinthe, hoe staat het eigenlijk met je woord en je kennis en naarstigheid, je liefde tot ons – zo kunnen we het ook lezen.
Jullie kennen toch de genade van de Heere Jezus Christus. Wees dan eens royaler.. Dat is de context.

1
Als de Heere je aanraakt, raakt Hij alles aan. Bekommernis over een ander in geestelijk en materieel opzicht. Je zegt niet: ga heen en wordt warm. Hij heeft dat gedaan – nu u. Daar eindigt vaak de prediking.
Is het echter in het hart gebeurd?

De Heere is arm geworden en Hij was rijk. Wat is die rijkdom die Hij zich ontzegde? De Hallels in de hemel, het gezang van de engelen, de tegenwoordigheid van de Vader. Altijd spelende voor het aangezicht van Zijn Vader… De hele aarde was van Hem. Hij, de Koning der aarde. Nu neemt de Zoon van God menselijk vlees aan. Hij houdt niet op God te zijn, maar Hij gaat arm worden. Wij waren allemaal in het faillissement terecht gekomen. Zonder een borg worden wij gedagvaard. Ga weg van Mij, die ongerechtigheid werkt. En nu gaat de Zoon van God mijn vlees aannemen, dat aan bederf onderhevig is, dat alleen maar zonde is en denkt. Wat blijft er van u en mij over?

Bij Mamre bij Abraham nam hij tijdelijk een lichaam aan en Hij legde het weer af. Vanaf het uur van onze ontvangenis kwam Hij echter in het vlees. Vanaf dat moment zijn wij nl al bedorven. Alle vezels van ongerechtigheid zijn in ons te vinden, er is geen zonde of de vezel daarvan is in ons te vinden. We hebben geen reden om boven welke crimineel dan ook te staan.
Daarom moest Hij op zo’n manier en moment vlees aan nemen.

De Heere wil alleen volkomen mensen. Ik kom om Uw wil te doen o God, Hij gaat de armoe in en verlaat de heerlijkheid van de hemel. Al de zonden neemt hij op, ook de zonde van moord en doodslag. Hij is mijn gerechtigheid. Het is begonnen in Bethlehem. De zoon van God in een kribbe, maar zet er geen punt. Ook al is het heel wat. Het was waarschijnlijk niet eens een stal, maar een spelonk met maar een klein beetje beschutting. Maar het kan nog armer. Hoeveel kinderen zijn er niet geboren in de trein op weg naar Sobibor en Treblinka. Die zijn niet eens in een kribje gelegd. Maar ze zijn uit de trein geslingerd. Dat is nog lager. Laten wij ons rondom Kerst niet fixeren op dat ‘kindeke’ alleen, want de armoede gaat veel verder. De vogelen hebben nesten en de vossen holen, maar de Zoon des mensen niet, en dieper nog, aan het kruis genageld - Hij de zoon van God hangt naakt tussen hemel en aarde. En dan volgt de ontlading van Gods toorn. Zo arm werd de Heere, der engelen Heer… O die zo zwaar woud lijden, om zondaars te bevrijden.

Spurgeon ontmoette eens een vrouw en die vertelde dat ze in een sneeuwstorm was, en ze dacht: hoevelen hebben geen dak boven hun hoofd – ik ga 20 dakloze mensen adopteren, thuis. Ze kwam thuis – warme thee bij de open haard. Daar vergat ze haar gelofte. De Heere Jezus niet. Wij hebben er alles aangedaan, dat Hij in de rijkdom bleef, niemand vroeg toch naar Hem.

2
De verrijking door het kerstevangelie. Opdat gij door zijn armoe zoudt rijk worden. Wat is dat, rijk worden? Kun je dat tasten? Boven de crisis uit? Dat je gezondheid intact blijft? Dat is ook rijk, maar de grote rijkdom waar de tekst van spreekt, dat is de rijkdom dat ik mag weten een borg te hebben voor mijn hemelhoge schuld. Dat ik geen vertoornd God behoef te ontmoeten. Hij is tevreden met de losprijs die Zijn Zoon heeft aangebracht.
Dat is de rijkdom van de tekst – daar heeft de fiscus geen interesse voor. Alleen een zondaar die uitgekeken is op zijn eigen gerechtigheden. Tot wie zullen wij dan gaan? U hebt de woorden van het eeuwige leven. Om uwentwil.

Wie zijn die uwen, hier. Dat zijn zondaren.
In 1896 is er in Amerika een geweldige sneeuwstorm geweest, het stond in de krant. Vier kleine kinderen gingen erdoor naar huis. Onderweg werden ze overvallen door die sneeuwstorm. Ze bereikten een beschutte plaats; de oudste van de vier, een meisje van 11 trok haar jas en bijna al haar kleertjes uit en ze bedekte daarmee haar broertjes en zusjes en ging erbij liggen - drie kleine kinderen werden gevonden, maar het meisje van elf was doodgevroren.
Maar wat op Golgotha gebeurde, was er niet voor vrienden of familie. Maar voor vijanden, voor goddelozen. Toen wij nog vijanden waren….. voor u.

Het is om uwentwil. Vul uw naam maar in. Blader maar door de Corinthebrieven. Een twistende gemeente, ik ben van Paulus, ik van Apollos. Tweedracht en muiterij. De Heere schudde ze niet door elkaar, maar zegt: om uwentwil. En we lezen dat er een man was die vuile ontucht bedreef. Een diepe val, wat vulgair. Hij moet de ban in,opdat hij tot bekering kome, maar ook om uwentwil.
En we lezen: er waren broeders, die met onenigheid zich wenden tot de wereldlijke rechter, een heiden – die lachte – kijk die christenen eens… ze gaven de geur niet weer van Christus. Nog een voorbeeld: In die gemeente waren er ook die zeiden, dat de opstanding van de Heere Jezus niet letterlijk te nemen was. Het is een onmogelijkheid. Worden ze op een hoop geworpen met ketters? Om uwentwil … niet opdat ze voort zouden leven daarin, maar zodat ze zich aan Hem zouden overgeven.

Vind u uw naam dan niet in deze brief? Zo heeft Hij ons rijk willen maken. Niet alleen in stoffelijke zaken. Maar ook al keerde rijkdom terug bij Job, hem was bij zijn sterven een betere lot bereid. Alleen uit de kruisverdienste van de Zaligmaker.

3
U heeft dit vast vaker gehoord – maar verstaat u het ook? Komt u zo nu en dan in de kerk? En het pakt het u niet? Ik sprak iemand die een kerststal had – die os en ezel die daarbij afgebeeld zijn gaat terug op een vers van Jesaja (1:3)
”Een os kent zijn bezitter
en een ezel de krib van zijn eigenaar,
[maar] Israël heeft geen kennis,
Mijn volk heeft geen inzicht”

Ook hierin wordt de Schrift, met nog zoveel andere zaken. Ik had graag die ezel geweest, zei Luther, om Hem echt te zien, nu moet ik nog zolang wachten...

Het is toch erg als we moeten zeggen – ja ik weet het wel, maar ik weet het niet. Ik bevind het niet – het is niet nodig. Hoe kom ik dan aan die bevindelijke kennis. Ook voor mij, hoe kom ik tot die verwondering? Als ons die wijsheid ontbreekt, die bevindelijk wijsheid – indien iemand wijsheid ontbreekt, dat Hij ze van God begere en Hij zal gegeven worden. Dan mag het toch zo zijn, als dat evangelie aangereikt mag worden - mag ik er klein onder worden. Je kunt niet altijd een moment aanwijzen – net als verliefdheid, soms is het boem en vlam, maar het kan ook langzaam beginnen. Nog eens een ontmoeting, sommige zijn in een keer omgezet, de wereld beu geworden. Maar: onderzoekt die Schriften en je zult de parel zien schitteren. Hij ligt verborgen in de kribbe en de bladzijden van het heilig evangelie – verborgen? Hij openbaart zich er in.
Bedenk eens wat het leven buiten de Heere Jezus is, een eeuwig zielsverderf. Maar ik ben zo hard… Hoe ouder hoe kouder.
Pierre Allard is een Canadese gevangenis predikant. Hij was vader geworden. Hij stelde zijn vrouw voor het kindje te dopen in de gevangenis – bij al die zware jongens.. De dag breekt aan. Zijn vrouw neemt de plaats in, te midden van 50 criminelen – een van die boeven pakt dat kleine kind in zijn armen en bekijkt het, zo verwonderd. Die grote kerel krijgt tranen in zijn ogen en hij geeft het door – en al die onverschrokken mannen raakten ontroerd van zo’n klein kind.
De Heere Jezus heeft vlees aangenomen omdat wij verdorven zijn in principe, en er moest helemaal rechtvaardigheid zijn. Maar ook: we hoeven niet bang voor Hem te zijn. Als ik het kruis zie, wat een ernst, Mijn God , Mijn God waarom verlaat gij mij? - Ik weet me dan geen raad, maar Hij is ook Kindje geworden, zodat u met al uw armoede u daarover zou verwonderen. Als u ver boven al die zware jongens staat ga je voor eeuwig verloren. Als u op een lijn staat, ik ellendig mens – zie dat kind, dat arm geworden is.

Nu is Hij in zijn volle glorie in de zaligheid, Hij is nu rijk, niet arm gebleven. Nu zegt Hij tot u, die zich misschien schatrijk waant. Die zich stoort misschien aan dat ‘goddelozen’ en ‘vijanden’ – u weet niet wat u bent, maar Ik raad u dat gij van Mij koopt … Zo straatarm – je hoeft niet te betalen. Waar haal ik die klederen vandaan? Uit de schatten van het heiligdom en de grootste schat van de hemel is het evangelie.

Edit