Edit|
EditReeks Samenvatting:
Een week geleden was ik in Ethiopië met een predikant in een gebied waar wonderen gebeuren. Een moslimgebied. In vier jaar waren 5000 mensen tot geloof gekomen. Moskeeën staan leeg, eenvoudige kerkjes zijn vol. 30% is christen en het groeit. Wat een tegenstelling met Nederland. De zaak van de Heere gaat door! En hoeveel mensen hebben er hier geen enkele behoefte aan om tot Jezus te komen.
In Johannes' tijd kwamen ook veel mensen tot Jezus, ze willen naar Hem toe. Maar eigenlijk wilde Heere dat helemaal niet,kennelijk. Hij onttrekt zich eraan. Is dat te snappen? Met het komen is iets mis. Waar komen ze voor? Om het leven te hebben in Hem alleen? Of voor het spektakel? "Je hebt de broden gegeten, maar heb je in de gaten wie Ik ben?" Vele `volgelingen` haakten af en tegen de 12 zei Hij, willen jullie ook niet weg gaan? Wat een verdriet moet dat voor Hem zijn.
Waarom komen wij naar de kerk? Trouw, misschien omdat we het fijn vinden? Maar wat zijn onze motieven precies? Komen tot Jezus is heel belangrijk. Het staat volgens Johannes gelijk aan geloven in Hem.
Het komen is niet maar een zaak van beneden, maar een geschenk van boven, en een nodiging zonder verhindering.
De Heere Jezus wil dat mensen tot Hem komen. Daarom kwam Hij naar een verloren wereld. Hij wil dat zondaren tot Hem komen. Hij is teleurgesteld als het ze niet te doen is om die redding. "Opdat gij het leven mocht hebben". Dus enerzijds: mensen die helemaal niet komen, maar ook: die niet komen om die reden. Ze komen omdat Hij past bij hun idealen, denken ze. Als geweldige rabbi, wonderdoener, maar niet om het leven te hebben. In feite willen ze hun eigen leven behouden. Niet: ik verlies mijn leven om het in Hem te vinden. Een komen vanaf beneden. Dat geeft Hem verdriet.
Gaat het mij in mijn geloven om dat waar Hij voor gekomen is? En waarom komen de mensen in Ethiopië tot geloof? Denken ze misschien, als christen krijgen we meer hulp? Een zgn. `rijst-christen`, het komt voor in de derde wereld. Maar de mensen in Ethiopië bleven arm, en werden bevrijd uit de beklemming van de Islam. Een wonder van boven.
"Komen ze wel voor Mij", zegt de Heere als het ware tegen zichzelf - ja, daar zorgt de Vader voor. Al wat Mij de Vader geeft. `Al wat`, dus dat zijn er ook niet weinig. Meer dan geteld kunnen worden. Maar altijd uit het gegevene van de Vader.
Dit woord van zekerheid voor Zijn missie kan voor ons iets zijn om vast te lopen: gaat het mij wel oprecht om het leven? Hoe weet ik dat ik echt mag komen? Moet ik dan niet eerst weten dat ik een gegevene ben van de Vader aan de Zoon? Moet ik niet eerst een tekentje hebben, dat het bij mijzelf echt is?
Het is de wil van Vader dat wij de Zoon aanschouwen, daartoe worden wij genood, gedrongen. En de Heere Jezus wordt daar niet lijdelijk van. Hij zit niet te wachten tot de echten zouden komen. Hij verkondigt het evangelie, Hij roept. Het maakt Hem alleen maar vuriger, in de wetenschap dat het van de Vader komt. Het maakt zijn appel sterker, niet zwakker. `Hoe kan ik nu geloven, het moet me gegeven worden en daarom heb ik het niet`, wat een rare gedachte: dus als het van mezelf zou zijn had ik het al gedaan…! Juist omdat het een gave van God is, gebeurt het. Het is geen belemmerend woord! `Ja, maar als je nu niet uitverkoren bent.` Jazeker, verkiezing is van eeuwig. Jezus zegt: al wat Mij de Vader *geeft*. Nu, tegenwoordige tijd; M.a.w. Hij is daar nu mee bezig. Hij heeft Zijn Zoon niet voor niets gegeven, en Hij zorgt dat Zijn zoon zondaren heeft. Dat is de troost als het ware voor de Heere Jezus.
Geen zondaar hoeft dus bang te zijn. Juist als ik het niet weet hoe ik echt zal komen, en ik ben zo onoprecht vaak: toch is de Vader bezig, ook vanmorgen, hier, waar de Zoon tot ons komt. Zondaren die geen leven meer hebben in zichzelf maar het zoeken en vinden in Hem. Het kan juist en gebeurt juist OMDAT het boven komt.
En wie tot Mij komt, zal ik geenszins uitwerpen. Waarom zegt Hij dat erbij? Hij weet hoe het van binnen bij ons is. Er is zoveel van de wereld in ons… Maar: Ik zal niemand uitwerpen. Als het je echt te doen is om Hem. Mensen die bij bosjes kwamen waren helemaal niet bang dat Hij hen zou uitwerpen. Maar als je je hart kent: als je vreest dat je niet bij Hem wezen mag. Dan mag je komen zoals je bent. "Waar jij bang voor bent, zal ik niet doen". Wat een geweldig woord! Wie denkt nu dat hij niet tot Jezus zou mogen komen?
Het is een hartelijke nodiging. Hij wil u nog veel liever zalig maken dan u zalig wilt worden; heeft u daar wel eens aangedacht?
Heden zo gij Zijn stem hoort. Kom maar, zoals je vol vrees bent, zo doods je bent. Hij kwam juist om het leven te zijn en dat aan u te geven.
De Heere Jezus vraagt niet of je als verkorene komt, maar als een verlorene!
Er is geen alibi meer over om niet te komen, en dan is er niets ergers dan niet komen. Geen smoesjes meer. Als Hij straks terug komt, zegt Hij niet: Ik zie het al: je kon niet komen, want Ik zou je weggestuurd hebben. Maar: Gij weg van Mij, gij hebt niet gewild!
Maar nu nog geldt: Zo gij Zijn stem dan heden hoort,
Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord;
Verhardt u niet, maar laat u leiden.
Want die tot Mij komt zegt Jezus, Ik zal u geenszins uitwerpen.