Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2010-09-19 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Niet stelen, maar delen

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 42 deu 15:1-11 amo 8:4-8 2010-09-19.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.3Mb)
2010-09-19C.175.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 27.2Mb)
2010-09-19T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.9Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1 hoe kom ik aan mijn geld en goed 2 wat doe ik er mee 3 wie dien ik er mee

Er komt een tiensnarig instrument in de Psalmen voor – daar wordt de Tien Geboden wel mee vergeleken. Nu het achtste gebod, de achtste snaar. Tien woorden van leven. Leefregels.
Het is heel actueel. Inbrekers, tasjesdieven, koperdieven. Bankoverval, scimmen, handelen met voorkennis. Gewelddadig soms. Stiekem soms. In warenhuizen wordt gewaarschuwd, auto op slot, buit eruit. Zelfs in verenigingsgebouwen van kerken, met camera's, alarminstallaties. Actueel. En ook noodzakelijk. Er zit in ieder mens iets diefachtigs. Het 7e gebod had te maken met Gods heiligheid, het 8e met Zijn gerechtigheid. Die verboden vrucht uit het Paradijs. Ze mochten overal aan zitten. Behalve waar het bordje je mag niet stelen bij stond…

Uit het hart komt het voort. Niet als je steelt en betrapt wordt, ben je pas een dief. De duivel: hij komt als een dief, hij beroofde Adam en Eva van hun kleed van reinheid. Kostbare waarheden van de kerk zijn ontvreemd. De waarheid van de spoedige wederkomst van Christus, de gaven van de Geest, het koninkrijk van God, de waarheid van genezing en bevrijding. Stelen en bederven is zijn bedoeling.

De grondgedachte is: God is de eigenaar van alles. Wat ik in bezit heb, is toedeling van God, de één een scepter en de ander een spa. Wij zijn rentmeesters. Goederen om goed me om te gaan, met je leven, je tijd, je geld, je kinderen, je girorekening. Wij zijn er geen baas over. We hebben er straks rekenschap van af te geven. Hoe ben je er mee omgegaan. Heb je God ervoor gedankt, je naaste ermee gediend? Ben ik getrouw geweest met het weinige dat ik gekregen heb? Een boek uit de bibliotheek moet je netjes houden. Dat is goed rentmeester zijn.

Wat moet je over dit gebod nu zeggen, regels van wat er allemaal niet mag? Ook met de blauwe envelop – maar dat weet u al. Ik heb twee dingen ontdekt. Het gaat niet zo zeer over onze goederen, maar het gaat allereerst om mensenroof. Dat was nieuw voor me. Het tweede is: niet alleen als armen van rijken stelen, maar juist de rijke van de arme.
Het land is van Mij en de inwoners moeten zorgen, dat er geen bedelaars zijn. Het is de verantwoordelijkheid van de rijke. Boeken en CD kopiëren mag ook niet – iedereen doet het – maar het mag niet, maar dat is niet de spits van het achtste gebod.
Gannaf, staat in de grondtekst. In Amsterdam kennen ze dat, 'gannef', een dief. Jozef was gestolen uit Kanaän. Een mens wordt van zijn vrijheid beroofd. Je mag niet zitten aan de vrijheid van je naaste. Een mens niet manipuleren.
Wie een mens rooft, die zal zekerlijk gedood worden. Het stelen van een dier met je vergoeden met iets extra's. Maar op mensroof staat de doodstraf. Zoals op alle Tien Geboden…
Het derde is: in het NT zien we hoe Paulus in 1Tim 1:9,10 een reeks overtredingen noemt, die overeenkomen met de Tien Geboden. En bij het achtste gebod noemt hij: 'mensendieven'.

We kunnen het invullen met de slaventransporten die onze voorouders hebben gedaan. Vreselijk. Internationale vrouwenhandel, gedwongen prostitutie. Of ook kindsoldaten. Overal waar gezagsrelaties zijn, zie je dit. Dictaturen. Of ook in een huwelijk waar de een de ander wil manipuleren. Een week je mond houden, truucjes…. Kinderen met ouders. Ook in de kerk gebeurt dat. Dat je als synode of kerkenraad de kerkgangers naar je hand wilt zeggen, jij moet doen wat wij zeggen, zo niet val je erbuiten en er wordt gedreigd, Heilsmiddelen worden machtsmiddelen.

Een ernstig voorbeeld geeft Knielen op een bed violen van Jan Sibeling. – in de macht van geestelijk "verlichte" mensen, volkomen willoos, los van vrouw en kinderen – 'dat zijn de echte bekeerde mensen'. Het gebeurt ook nu veel in evangelische kring, misschien nog wel meer. Als je tot geloof gekomen bent, dan moet je in elk geval een discipelschapstraining volgen. Dat moet. Zo zijn onze manieren. Je moet tienden geven. Je moet de BIjbel in een of twee jaar tijd lezen. Psychische druk, je moet aanwezig zijn op Praise-avonden. Je hebt alleen dat te zeggen wat de leider zegt.
Profetieën – daar gaat ook zoveel mis. "ik heb van God gekregen, dat ik dit tegen jou moet zeggen". Dat kan vreselijk beklemmend zijn, ga daar maar eens tegen in. Probeer mensen niet van hun geestelijke vrijheid in Christus te beroven. Mensen naar je hand zetten.

De rijke die van de arme steelt. Machtsmisbruik van goederen. Amos 8. Ook Micha zegt dat , daar leggen Grote en Kleine profeten juist de vinger bij. Amos zegt dat de tijd van Gods gericht heel snel nabij komt –hij wijst op sociale misstanden. De rijken trekken akker aan akker. Ze hebben nooit genoeg. Ze zitten op Sabbat in de synagoge en zingen Psalm 116 en denken: Goud heb ik lief. Op Sabbat zitten ze zaken te bedenken. Winst maken met oneerlijke praktijken. De efa wordt verkleind. Geen 10 maar 8 kilo. Knoeien met de prijs. Om een paar schoenen worden er armen verkocht.

Nathan zegt het tegen David. Hij heeft een harem, Uria heeft maar één vrouw. Er was eens een rijke boer en een arme boer. David wordt zeer toornig – die rijke moet sterven…! Jij bent die man, David. Als je God kwaad wil maken moet je dat doen.
Een arme dief is minder erg, dan een rijke dief. Bisschop Muskens van Breda zei ooit – als iemand zo arm is, dat hij geen eten heeft, mag hij een broodje stelen. Dat is te begrijpen – niet goed te keuren, maar wel te begrijpen.

Het gaat over je spullen.
Alle "truucjes" worden ook genoemd, slinks naar jezelf toe halen. Met geweld of onder schijn van recht. Wilhelmus à Brakel: doe je kasten eens open en zie je geld, kleren en sierraden en vraag eens, hoe ben je er aan gekomen? Ik keek tijdens de voorbereiding eens naar de boeken, heb ik die boeken allemaal geleend en niet teruggegeven?
Bij erfenissen gaat het ook mis. Jij hebt te veel en die broer te weinig. Er staan dingen in huis die er niet horen. Gehazi, Acham, ze haalden een vloek over zich, door te eigenen wat hen niet toe behoorde.

Je kunt veel kopen met geld. Je kunt een bed kopen maar geen slaap. Je kunt een huis kopen maar geen thuis. Voedsel maar geen trek. Plezier maar geen geluk. Een kerk maar geen hemel, sierraden maar geen schoonheid. Medicijnen maar geen gezondheid.
Kinderen kunnen moeilijk samen delen, dat moet je leren.
Papa en mama – ikke hebbe is het tweede wat ze zeggen. Ik herinner me een verhaal van mij grootouders vlak na de oorlog. Hij had een appelboom. Op zolder werden ze gedroogd. Een hoop kinderen, trek. Stiekem naar zolder. Oma merkte dat natuurlijk. Ze werden gaandeweg minder. Op een briefje stond: God ziet u. Tussen de appeltjes. En toen was het over. Dat legde nog beslag.
Je wordt ouder. 40 jaar Guido. Je had vroeger een tankstation, er kwam een bordje, niet met meer dan twee scholieren tegelijk. En niet met tassen. Pubers stelen wel eens uit de portemonnee van pa en moe. Augustinus schrijft in zijn Belijdenissen. Hij was een probleemjongere. Deed mee aan een perendiefstal 's nachts. Ik had slechte vrinden, maar het was leuk, niet om dat ik honger had, ik wilde een grens over gaan. Op 32 komt hij tot bekering en hij krijgt er last van. En het kwam allemaal terug. Ik zal het u ordentelijk voor ogen stellen. Een rolletje snoep, je krijgt er last van, je probeert het ook goed te maken. Waar het kan. Gij zult niet stelen. Met vals gewicht. Te lang inkopen en te kort verkopen, dan reken je het jezelf toe. Ik geloof dat God een precies God is. Hij let op de gram en de centimeter. We komen in die weegschaal te liggen. Ook onze daden.
Als Hij mij gaat wegen – 'gewogen en te licht bevonden'.

Geestelijke dieven. God van Zijn eer of gezag beroven. Vorige week was er Avondmaal - je kunt dat brood stelen. Het is alleen voor de kinderkens. Als je zonder goddelijk recht aangaat, steel je dat brood. Als het gekregen is, gaat het smaken!
Kerkdieven – zonder wettisch te worden – kun je ook de kerk beroven? – Van tienden? – je moet helemaal niks – maar hoeveel besteed ik nu voor mezelf? In mijn parochie zitten alleen maar arme weduwe, zei eens een pastoor. Alleen maar 'penninkskens'.
Of een dominee zei: ik heb goed en slecht nieuws, we hebben genoeg geld voor de verbouwing, maar het slechte nieuws is, dat dat geld nog in uw portemonnee ziet.

Kun je Jezus stelen? Kun je met een gestolen Jezus naar de hel gaan - het ligt er maar aan hoe. Als je Hem hebt, heb je het allerhoogste en eeuwige goed. Mijn liefste is van mij en ik ben van Hem! Dan is er wel wat gebeurd in je leven. Jezus stelen kan in zekere zin. Maar denk aan de bloedvloeiende vrouw – je weet dat Hij de enige is die je kan redden. Al ga je stiekem naar Hem toe en je raakt Hem aan, van achteren en je raakt Hem aan in geloof, en Hij zegt wie heeft me aangeraakt – dan moet ze openbaar. Ze verteld hem de hele waarheid, en misschien heeft ze gedacht nu moet ik het terug geven – omdat je in geloof hebt genomen, mag je het houden.

Verboden te stelen stond er bij de boom, maar bij het kruis van de Heere Jezus staat gelukkig geen bordje of een muur, de heerlijk vruchten van vergeving en verlossing en bevrijding, daar mag je zo naar toe.
Tobbers met heilszekerheid: Kohlbrugge zegt ergens: – als je twijfelt of je zoveel de belofte mag aannemen: een dief ben ik toch al. Verloren ben ik ook en erger worden met mij kan het niet. Daarom leg ik de handen op de belofte alsof ze alleen voor mij geschreven zijn.

2
Wat doe ik met het goed? Gierig, verkwistend - we zitten in het stuk van de dankbaarheid. Hoe wilt u dat ik omga met mijn geld? Vrijgevig. Je mag er best van genieten! Ieder moet verantwoording afleggen voor het goede wat hij had kunnen genieten, maar het niet heeft gedaan, zegt een rabbijn. Dat vind ik een mooie zin. Omdat je een vrek was of God vergat. Geniet in dankbaarheid van wat God je geeft.

3
Wie dien je er mee?
In het OT gaat het over de wet van Mozes, in het NT diept de Heere Jezus die wet uit en Hij zet er ook wat tegenover. De wet van Mozes is een minimumpakket. De Heere Jezus verscherpt. Je bent niet OK voor God als je geen rover bent. En tienden geeft. Niet alleen aan de buitenkant - als je al begeert - het bezit, of te heersen over de vrijheid van de naaste dan gaat het al mis. Dan ben je al schuldig.

Dan wil ik aan Zijn voeten terecht komen vanavond. U heeft tussen twee rovers gehangen, Heere. Om ook mijn zonden tegen het achtste gebod te verzoenen.

Jezus maakt er ook iets positiefs van: Efeze 4:28, arbeiden om aan een ander mee te delen. Delen, geven en dienen, niet heersen. Het geheim van de liefde.

Ik denk aan de Heere Jezus, mijn Heiland – 2Cor 8:9 Want gij weet de genade van onzen Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden.

Hij ontledigde zich. Wij rijk. Hij had geen plek om Zijn hoofd kon neerleggen. Hij had toch heel makkelijk rijk kunnen worden. Stel je voor, dat Hij een collecte had gehouden… Nee. Hij vraagt geen geld. Een knieval voor de satan en Hij had alles. Hij wilde het niet uit handen van die dief. Hij wilde zondaars eeuwig rijk maken in God.
Als ik Zijn Geest heb ontvangen, ga ik lijken op Hem. Dienen, voedselbank, op mijn werk, vriendschapsrelatie. Iemand was arm en ik heb hem te eten en drinken gegeven. Ik weet zelf niet hoe, misschien.
Zacheüs was een dwerg en een dief. De Heere komt in zijn leven, en hij wordt van een afperser een sponsor. Dat is wat Gods genade doet, niet omdat hij nu tienden moet geven, maar uit dankbaarheid.

In mijn vorige gemeente werd een keer aan het einde van de dienst een briefje gevonden met 100 gulden. Daar stond op: "Alles wat ik ontvreemd heb, zal ik viervoudig weergeven. Mijn gelofte zal ik de Heere betalen. Een zondaar, bestemd voor een goed doel." Als God gaat werken krijg je er last van.

Delen, dienen en geven, daar gaat het om. Geven aan armen, naar draagkracht, zoals de eerste gemeente dat deed. Men gaf vrijwillig. Men zorgde voor de armen, de eigen armen en anderen.
Dat ik een ander behandel, zoals ik zelf behandel wil worden. Doe barmhartigheid aan de nooddruftigen, stop maar eens wat toe.


De Heere Jezus is ook een dief. Een hartendief. Dat zeggen we tegen de kleinste, je bent een hartendiefje - je wint me om je vinger. Hij wil jouw hart hebben. Hij wil je hart stelen.
Mensen is Hij niet om te stelen, zei een dominee eens in het vuur van zin preek waarin hij de Heere had uitgeschilderd. Je mag Hem pakken en aan je hart drukken.

Gij zult niet stelen.
Er was een rabbi Levi die met een koets reisde. Plotseling zag de koetsier een bos stro. Hij pakte het op – want niemand ziet mij. De rabbi schreeuwde: kijk uit, je wordt gezien. Wie ziet mij dan? De Almachtige!

Edit