Edit|
EditReeks Samenvatting:
Het lijkt zo'n huiselijk tafereel, uit het leven van de Heere Jezus. Een kort gesprek tussen Petrus en Jezus, een zakelijke kwestie. De verschuldigde tempelbelasting. Hij is een tijd van huis geweest, zelfs in het noorden buiten de het Joodse land. Petrus had Hem beleden als Christus en Jezus was begonnen te vertellen van Zijn lijden en opstanding. Weer terug in Capernaüm vraagt de tempelbelastingontvanger of Jezus de didrachmen niet betaalt. Juist nu, nu de discipelen zo bedroeft zijn. Als beproeving aan Jezus ook.
In de maand Adar moest de tempelheffing worden betaald. Het was maar een klein bedrag. Er waren ook offers die afhankelijk waren van het inkomen, denk aan de "tienden". Net als bij onze KB-actie. Maar het hoofdgeld is voor alle mensen gelijk, net als de Generale Kas in onze Hervormde Kerk. Als je twintig was ging je over tot de getelden; en dan is er geen verschil tussen mensen. Voor de verzoening is voor iedereen hetzelfde nodig. Met de didrachmen werd de dagelijkse offerdienst in stand gehouden.
Is de verzoening dan te koop? Nee. Maar de Heere heeft dit ingesteld als een symbolisch bedrag. Het wijst heen naar dat Ene Offer dat gebracht zal worden. Iedereen die het bedrag betaalt spreekt uit dat hij een zondaar is, die verzoening nodig heeft. Sommigen zullen ook nu denken: als ik aan mijn kerkelijke verplichtingen nu maar voldoe… Maar dat is en was niet voldoende. Het wijst vooruit naar de offer van de Heere Jezus.
De mensen van Capernaüm geloven niet in Hem, ze willen niets met Hem van doen hebben, en juist zij vragen of hij Zijn didrachmen niet betaalt. Dat is brutaal!
Petrus kan twee dingen doen: ofwel ja zeggen - dan zeggen ze: zie je wel het is ook maar een zondaar; en zo nee: zie je wel het is een revolutionair, die ingaat tegen het hoofdgeld. Ongehoorzaamheid aan de wet van Mozes als beschuldiging. Gekomen tot het Zijne en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.
Het is makkelijk oordelen over een ander. Maar weten wij ook niet heel best wat er allemaal niet mag en wel mag, en ondertussen gaan we aan de Heere Jezus voorbij. Voldane kerkelijke verplichtingen ten spijt. Door de werken der wet wordt niemand zalig.
Ja, zegt Petrus. Als het ware, natuurlijk, wat denkt u wel van mijn meester…! Bent u ooit iets te kort gekomen aan Hem? Uit liefde tot Jezus zegt hij het. Hij gaat naar binnen, en voor hij wat kan zeggen (misschien wel vragen of hij juist antwoordde) is Jezus hem voor. Petrus houdt heel veel van de Heere Jezus, maar heeft Hij Hem ook nodig voor Zijn zonden? `Simon`, zegt Jezus, en niet Petrus. Zijn oude naam, van vóór zijn belijdenis.
De onderdanen moeten belasting betalen aan de koningen; de zonen zijn dus vrij. De Christus, de Zoon van de levende God, had hij ervoor van Hem gezegd. Ja, dan hoeft Hij het tempelgeld niet te betalen, dat had Petrus zo nog niet bekeken…. De Vader en Hij zijn één. De offers die betaald moeten worden, worden áán Hem gebracht. Hij is het Lam Gods. Hij moet aan de tempeldienst op een andere manier betalen.
De eerste rekening is voor het kopen van de offerdieren. De tweede rekening wordt de Heere Jezus aangeboden: zorgen dat de offerdienst kan ophouden. De offers in de tempel vormen het echte offer niet. Alles verwijst naar dat offer dat alles zin zou geven. Alles in de tempel is daarop gericht.
De offers vragen om antwoord en dat moet Jezus geven. Geen afwijkend standpunt van Jezus.
Op Jezus' rekening staan alle namen van de gelovigen en wat ze gedaan hebben (met naam en toenaam); het roept om wraak van God, omdat Zijn eer is geschonden. En wij zijn Hem liefde verschuldigd en gehoorzaamheid… Alles waar mee ons hart bezig is, onbetrouwbaarheid, oneerlijkheid; onze tekorten worden op Jezus verhaald.
Niet: 'zo is de zoon vrij', maar 'de zonen', zegt de Heere. Dat is wonderlijk! De Heere God geeft ons met Zijn Zoon alle dingen. Ook het kindschap hebben we dan terug…
En dan neemt de tekst een verrassende wending; je verwacht dat Jezus de penning niet betaalt. Tegenover Petrus vertelt Hij hoe Hij staat, maar de anderen wil Hij geen aanstoot geven. Ze zouden de weigering te betalen niet kunnen begrijpen. Liefde tot de Heere vraagt de wet maar ook liefde tot de naaste. Dat drijft de Heere Jezus hier met name. Hij betaalt en vervult de wet. Petrus moet vissen en hij zal een stater vinden, vier drachmen, dus 2 didrachmen, genoeg voor het hoofdgeld voor twee personen . Dat heeft God zo bestuurt - alles is van Hem, Jezus kan betalen uit de schat van Zijn vader. Betaal voor Mij en voor u. Ook voor Hem, dus: Hij is helemaal in onze plaats gaan staan. Op weg naar Golgotha. Wat Hij niet geroofd heeft moet Hij terug geven.
Er is betaald. Jezus heeft het voor Zijn rekening genomen, als we van Hem zijn. Als we nog vreemden zijn, dan moeten we op eigen kosten door dit leven. En op eigen kosten dit leven uit.
Alles is voldaan! God ziet u aan of u alles zelf had voldaan. Dan mag u ook sterven straks op kosten van Hem.