Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-01-01 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Het goede toegewenst

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
psa 4:7 Psa 4:1-9 2011-01-01.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.1Mb)
2011-01-01T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 8.5Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
In het bedrijfsleven wensen ze elkaar een winstgevend nieuw jaar toe. Bij een zorginstantie: een gezond nieuw jaar. Een sportvereniging: een bewegelijk nieuw jaar. In Israël op Rosh Hasnana een zoet nieuw jaar, daar krijg je een appel gedoopt in honing. Veel mensen lijken op koorddansers. In je linkerhand een zak met schuld van het verleden en rechts een zak met bangheid voor de toekomst. Balanceren tussen 'hoop' en wanhoop. Dan heb je niet goed geluisterd naar de blijde boodschap. God wil er bij zijn, Ik wil er voor jou zijn. Je hoeft bij God niet op je tenen te lopen. Wandelen met Hem. Dat wens ik u alleen toe. Een tekst trof mij. Joz 5: ze komen in Kanaän: het manna hield op. Zij aten dat jaar van de opbrengst van het land Kanaän. Wat was die opbrengst: het vloeide van melk en honing. Tarwe, gerst, wijn, granaatappel, olijfboom. Een zevenvoudige vrucht. Geestelijk toegepast: Kanaän kan een beeld zijn van de hemel, er zullen er dit jaar zijn die het tijdelijke met het eeuwige gaan verwisselen. Wat een blij vooruitzicht, de vrucht van het hemelse land te genieten. Maar als de verspieders terug komen hebben ze al een voorschot: dat geeft Gods Geest. Ik wens u toe dat u dit jaar die vruchten al vast mag genieten, tarwe (de Heere Jezus in Zijn opstanding) gerst – Zijn vernedering, de wijnstok, de vreugde in de Heere, de vijgenboom (beeld van gerechtigheid), granaatappel (heiligheid), olijfboom (Heilige Geest), de honing: het zoete van het woord. Dat we dit jaar van de vrucht van het hemelse land moge hebben.

Ps 4:7

Het goede toegewenst
1 een vraag: Wie?
2 een gebed: Gij!

1
Psalm 3 en 4 horen bij elkaar. Geschreven in de dezelfde omstandigheden. David vluchtte voor Absolom. Hij vlucht naar het Overjordaanse. Een vorst die verraden wordt en verstoten. Absolom heeft veel aanhangers. Wat een absurde situatie. Zelfs zijn vertrouweling Achitofel tegen zich hem. Velen staan tegen hem op. “Hij heeft geen heil bij God” (3:3). Morgen de beslissende slag. Burgeroorlog. David doet nog eenmaal een rondje langs de manschappen. Hij hoort dezelfde vraag steeds: wie zal ons het goede doen zien? Hoe zal het gaan, morgen. Het ziet er somber uit. Gaan we het winnen?

Je hoeft de kranten maar te lezen, opwarming van de aarde, allerlei zaken intensiveren. Ongekende kracht van aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, hongersnood, angst voor resistente bacteriën. We vragen het de top wetenschappers, kunnen jullie ons het goede doen zien? Of aan de politiek, met de economische crisis. Of aan de kerkleiders? Eindelijk een verenigde kerk, na de Nationale Synode? Of zal de HSV de zoveelste scheuring en scheiding gaan geven? Een vraag zonder antwoord, een kreet zonder adres. Vraag het in je eigen huwelijk. Wie maakt ons gelukkig, vertaalt de NBV hier. Ga jij mij gelukkig maken? Ik verwacht veel van je... 'Tov' staat er. Wie gaat er voor zorgen dat je een tof jaar krijgt, jongelui?

2
De vraag haakt in David. En wat doet David met die vraagt: Verhef over ons het licht van Uw aangezicht, HEERE! David zegt niet hier ben ik, een charismatische leider. Hij zegt ook niet:jullie weten het toch, je moet op God vertrouwen. Heb ik al zo vaak gezegd. Hij leert hen geen lesje.
Hij komt terug in zijn tent en zijn hart is overstelpt. Ik zie wat en hoor wat: Hij gaat op de knieën en ik hoor hem: hij bidt tot God, geen belijdenis voor zijn manschappen. Ik hef mijn ogenop niet naar mezelf en niet naar de manschappen, maar naar u.

O Heere – dat betekent nood. Ik heb die behoefte, als ik kijk naar de Maranathagemeente, en als ik kijk naar kerk in de wijk en naar het zeldingsveld. Gaan we het maken? Nee, we knielen naast David, we kijken elkaar niet aan, maar we kijken naar boven.

David vraagt om licht. Niet om gaven. Niet een volle kerk, nieuwkomers, of dat het financieel wat opgekrikt wordt. Dat zal wel goed zijn, maar het is niet het eerste. David vraagt niet om zijn paleis en koningschap terug. Ik vraag u om uw Blik. Wend het naar mij toe. Wilt u op mij zien? Dat is het eerste.
Je gezondheid kan zwak zijn, maar als je een blik krijgt van Zijn genade, uitgeblust of uitgeteert. Het mooiste is: Gij zag op mij neder. U wendde Uw aangezicht naar mij. Mooi beeld: licht van Gods gezicht. Een oosters vorst op zijn troon, een smekeling aan zijn voeten. Als de vorst zijn aangezicht van hem afwendt, dan is het gebeurd, doodsvonnis, maar kijkt hij je aan, dat is leven.

Een gezicht spreekt boekdelen. Als je iemand kent, lees je de stemming van zijn gezicht. Ik zie aan je gezicht, dat... blij, bedroefd, bang. Je keert je gezicht af van iemand, waarmee je niets te maken wilt hebben. Heere, kijk me niet met de 'nek' aan...
Stel je voor dat je verkering hebt – een lange wens in vervulling. Dat zie je er aan af. Je ziet het aan de kleinste. Als hij papa of mama ziet... .Maar, als u komt.... Een oudere in Sonneburgh en dan komt er een kleinkind. De warme liefde straalt uit iemands gezicht. Uw gelaat.

Als je iemands gezicht ziet is hij erbij. God ziet en proeft en ruikt er mee. Hij hoort je, als je Hem roept, Hij ruikt het gebed, dat uit je hart opstijgt en proeft of het echt is of niet. Als Hij je aanziet, gaat Hij je ook helpen, als de barmhartige Samaritaan.

Tegenover verheffen staat verbergen. Ik herinner me, als je stout was geweest en het echt te bont had gemaakt, kon het gebeuren dat moeder zei: weg uit mijn gezicht, ik wil je even niet meer zien. Dan moet je naar boven, je wilt slapen, maar het zit niet goed. Wat een opluchting als mama nog even haar gezicht laat zien en zegt welterusten.

Nadat het Lam is geofferd: op grond daarvan kan de priester zegenen. Zegenend ging de Heere Jezus naar de hemel. Ook al zit je in het Overjordaanse, aan Uw zegen is alles gelegen.

Zonder zegen verlept het. David bidt niet om een waslijst van goede dingen. Wat een verschil tussen zonlicht en schaduw, zegen en vloek. God wel of niet er bij, dan merk je dat. Het is pas echt goed, als u er bent, Heere.

Wat er ook komt dit jaar, misschien minder inkomen, of misschien ontslag, misschien dat mijn gezin uit elkaar valt. Misschien dat ik vrienden moet gaan missen. Je hoeft niet alles te hebben, als Gods licht over je leven schijnt. God is mijn belangrijkste factor, zegt David. Ook in het donker is de Heere nabij.
8,9: Vreugde in mijn hart,o meer dan in alle aardse zegeningen. Vrede, en veiligheid. Als God zegent geeft hij vreugde, vrede en veiligheid. Zo mogen we gaan. Beschenen door het zonlicht van Zijn genade.

1 Zegen ons Algoede,
neem ons in uw hoede
en verhef uw aangezicht
over ons en geef ons licht.
2 Stort, op onze bede,
in ons hart uw vrede,
en vervul ons met de kracht
van uw Geest bij dag en nacht.
3 Amen, amen, amen!
Dat wij niet beschamen
Jezus Christus onze Heer,
amen, God, uw naam ter eer!
(LdK, 456)

Edit