Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-01-02 10:00:00
ds. E.F. Vergunst (em. te Ridderkerk)
Het profetisch woord

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
2Pet1:19 2Pet1:1-21 2011-01-02.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.3Mb)
2011-01-02_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 64.9Mb)
2011-01-02T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.7Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Er zit een stuk verwondering in onze tekst: wij hebben het profetische woord... dat is niet vanzelfsprekend. Wij vinden het vaak vanzelfsprekend, maar velen hebben geen weet van het woord van God. Dat woord dat ons de weg wijst naar de toekomst; de enige goede weg. Het verspreidt licht midden in de duisternis van deze wereld. Staat daarom haaks op alles wat deze wereld eigenlijk is. Licht en duisternis staan diametraal tegenover elkaar. Zo staat ook het woord van God en deze wereld tegenover elkaar. De wereld die Petrus op het oog heeft; het woord van de profetie tegenover deze duistere wereld in gebondenheid, in de macht van de overste van deze wereld. Het wordt daar steeds donkerder. Naarmate de tijd van het boze kortere wordt, worden zijn aanvallen heftiger. Petrus wist dat al, en wij toch ook.
De duivel heeft heel wat pijlen in zijn koker. Onderschat het niet; Petrus vergelijkt hem met een brullende leeuw die rond gaat. Prachtig in de dierentuin, maar kom hem niet tegen in de wildernis. Hij is er op uit om mensen te verslinden. Daarom Petrus' waarschuwing om op te letten, te waken, nuchter te zijn. Laat je niet in slaap sussen. Dat is heel actueel,want het is er niet beter op geworden sinds de dagen van Petrus.
Ook wij weten van de gedachten van de duivel. Ze worden steeds duidelijker. Ze kunnen je beangstigen. In de dagen van terreur van de duivel zijn de dagen van een christen zwaar. Dan is het niet vanzelfsprekend om Christus na te volgen en daarin te volharden. Net zo moeilijk om in een stikdonkere nacht je weg te gaan; voor je het weet ben je verdwaald. Je hebt dan een looplamp nodig; een sterke lamp die licht geeft en ver vooruit straalt. Dat is het woord van God. Dat het is woord van de profetie. Niet het woord van een mens, maar mensen die door de Heilige Geest zijn gedreven, hebben het geschreven. Daarom werd het zijn licht ver vooruit tot in de eeuwigheid.

Met dat woord zijn we vandaag hier bij elkaar aan het begin van een nieuw jaar. Volstrekt onwetend zijn we over de rest van onze levensweg. We wensen elkaar Gods heil en zegen toe, het goede. Maar dat moet je wel krijgen van hogerhand. Ik kan het leven niet naar mijn hand zetten; het komt uit Gods hand. Jesaja zegt: wij tasten naar de rand gelijk een blinde.....die man zoekt zijn weg, tastend langs de muur om een opening te vinden. Aangrijpende beeldspraak. Een beeldspraak die niet veel verwachting wekt om in de chaos van onze tijd de weg te vinden. Zo was het in de tijd van Petrus en nu nog. Toen ook dwaalleer in de kerk, de naam van Jezus werd bespot. Net als vandaag. Er stond laatst een artikel in de krant, over Jezus, waarin vreselijk gesproken werd over Hem. Dat was ook zo om de tijd van Petrus. Hij kende de spotters goed. Spot is het meest venijnige argument van de duivel. Als je geen argumenten hebt, ga je spotten. De dagen van Sodom en Gomorra. Die ook vandaag uit hun as herrijzen. U begrijpt wat ik bedoel...
Als ik aan die brullende leeuw denk en ik denk aan de christenen in Petrus tijd.......zij hoorden de leeuwen in de arena echt brullen. De spotters zeiden laat je niks wijs maken. Wat is er nu veranderd, zeiden de spotters. Jaar na jaar wordt er gepreekt, maar wat verandert er? Oud nieuws. Zo lang deze wereld bestaat. Maar wel nieuws. Het nieuws van de lankmoedigheid van God. God wil niet dat u verloren gaat. Daarom duurt het zolang. Daarom betekent het geen afstel. Zelfs geen uitstel, want de dag is bepaald. Daarom haasten wij ons naar de dag van God. Daarom moet u nuchter zijn en waken.

Zijn levenseinde is nabij. Hij schrijft het ook zelf. Hij neemt nog een keer de pen ter hand om de christenen tijdens de vervolging te bemoedigen en aan te sporen om vol te houden. In een christelijke levenswandel. Heilig, volhardend. Een korte brief, maar zo machtig rijk. Heel compact. Petrus weet dat hij niet zoveel tijd meer heeft. Die Romeinse soldaat komt hem straks halen om hem an het kruis te brengen. De Heere heeft het hem geopenbaard: de tijd van je ontbinding is aanstaande. Maar hij gebruikt de tijd nog tot het laatste moment om anderen te waarschuwen en te bemoedigen. Als gemeente kom je wel in zwaar weer terecht. In de nacht van het lijden van Jezus, het kind van Bethelehem. De nacht van het oordeel. Het oordeel begint daar, juist in die vervolging, bij het huis van God.

Een machtig woord om mee te nemen vanmorgen. God geeft u voor het nieuwe jaar alweer iets in handen. Daarmee kunt u het leven aan. Het is uitermate kostbaar, die kostbare belofte van God. Daar moet u acht opgeven. In de duisternis van deze wereld is toch het licht op gegaan. Daar is in 's werelds duistere wolken, het licht der lichten op gegaan. Dat licht straalt hel ver vooruit tot de nieuwe dag, de dag van Christus. Dat licht? Het profetische woord, daar kun je staat op maken. Je moet wel je ogen open doen. Met ogen dicht zie je geen licht. God laat u niet met open handen het nieuwe jaar in gaan. U krijgt wat mee. U had het al, maar God legt er de nadruk op vanmorgen. U hebt de wijsheid in pacht. Dat klinkt arrogant, maar het is toch waar. Niet mijn wijsheid. Maar de wijsheid van God. Dat is dwaas voor de wereld, maar juist in die dwaasheid komt de wijsheid van God openbaar. Wijsheid die gehuld is in het kleed van het profetische woord. Dat geeft houvast. Dat woord houvast: dat moet je houden, vast houden. Als je het loslaat, ben je je houvast kwijt. Vasthouden, leunend op de staf van het woord je weg gaan. Velen vinden dat arrogant. Ze spreken over hindoeïsme en boeddhisme,die weten het toch ook? Nou dacht u dat?

U krijgt het mee om het mee te nemen en te bewaren. Om er bij bewaard te blijven. Dat is toch genade, of niet? Kijk hier eens in Rotterdam, hoeveel mensen komt u tegen die geen weet hebben van het woord van God. Ze weten niet hoe kostbaar het is. Is het kostbaar voor u? Anders bewaart u het niet, dan gooit u het weg. Zo zijn veel mensen, ook jonge mensen. Zoveel procent verlaat de kerk. In de Bijbel lees je niet over mensen, die de kerk verlaten, maar wel over mensen die God verlaten. Wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen. We maken ons druk over een vertaling. Onvoorstelbaar, we katten elkaar af. Dan kon het wel eens zijn dat God het terug neemt. God kon de kandelaar wel eens naar China verplaatsen. Als ons volk en land de kostbaarheid van het woord niet meer kent. Dan raakt je levensschip op drift. Dan bereik je de haven niet.
Daar is Petrus van overtuigd. De vastheid van het woord van God. Dat zeer vast is, zegt Petrus. Daarin zijn de kracht en de toekomst van Jezus geboekstaafd. U moet die volgorde vasthouden. Petrus spreekt eerst over de kracht van Christus, die Hij heeft. Hij staat in voor Zijn woord, zijn belofte.

Het is een ervaren realiteit. Petrus heeft de majesteit van het Kind van Bethlehem gezien. Hij was een ooggetuige van de glorie van Chrustus. Hij heeft de stem uit de hemel gehoord. Hij heeft het woord van de profetie doorgegeven. Dat adembenemende gebeuren stond in zijn ziel gekerfd. Het woord van God werd toen bevestigd. Mozes en Elia waren er als vertegenwoordigers van de profetie. Zijn uitgang die Hij in Jeruzalem moest volbrengen....en het is gebeurd. Hij deed Zijn belofte gestand. Dat profetische woord is de levensgids. Daar kun je je levensweg mee vervolgen in de duisternis van deze wereld. Daar stond de hoop van Petrus ook op. Met die hoop was Hij weer geboren. Dat onvergankelijke woord van God. De dood stond te wachten. Dat wist hij wel; met welke dood hij God verheerlijken zou. Hij zou zijn handen moeten uitstrekken naar het kruis, gebracht op een plaats waar hij eigenlijk niet wilde zijn, maar waar hij wel kwam. De vastheid van dat woord heeft Petrus in zijn dood laten zien. Dat werd in zijn sterven bevestigd. Hebt u wel eens gestaan aan het sterfbed van een kind van God? Dan zegt u, ja nu zie ik het. Het is waar gebleken. Zoals de hemel open ging in de sterfkamer.
Ik heb niet veel tijd meer, zegt Petrus. Zo roept een godvrezende vader zijn kinderen bij zijn sterfbed: vergeet de God van je vader niet. Vergeet niet waarin je onderwezen bent. Zul je het niet laten vallen? Petrus weet wel hoe vergeetachtig wij zijn, wat dit betreft tenminste. God zegt: vergeet niet één van zijn weldadigheden. Petrus heeft geleerd dat hij alleen maar daar houvast vond. Niet in zichzelf, zijn eigen leven is afgebroken. Hij had daar eerst op gestaan, maar hij ging onderuit. Hij had de woorden van de Heere Jezus in de wind geslagen. Het woord van God hebben is een zegen; maar ernaar luisteren is nog een aparte zegen. Dat moet u ook leren, elke dag. Petrus ook, door schade en schande heen. De laatste woorden van Petrus zijn zijn laatste woorden. Zijn geestelijk testament. Alsof hij u het laatst oproept. Wat zegt hij dan? Maak je roeping en verkiezing vast, want zo alleen zul u worden toegevoegd, de ingang van het eeuwige koninkrijk van God.
Je roeping vast maken...hoe dan, waarin dan? Wat houdt ons dan vast? Eigenlijk hou ik het ook niet zolang vast. Maar ik moet vastgehouden worden in de chaos van deze tijd. Wat heeft Petrus staande gehouden in het uur van zijn verzoeking? De voorsmaak van de hemel die hij daar bij de verheerlijking op de berg geproefd had, daar had hij helemaal niets aan in het uur van zijn verloochening. Hij bezwoer het zelfs. Hij struikelde. Wat ik ervaren heb, geeft mij geen houvast. Morgen ben ik het kwijt. Petrus moest al zijn enige wijsheid verliezen om terecht te komen alleen bij het woord van God.
Ik heb het zelf uit Zijn mond gehoord. Dan ga je de bijbel lezen. Juist in de gemeenschap aan het lijden, je roeping en verkiezing vast maken. Dat heeft houvast, daar kun je mee verder. Daar kun je mee naar de dood. Wij hebben het profetische woord dat vaster is, staat er letterlijk. Vergrotende trap. Vaster dan wat? Vaster dan die aanschouwing van Christus' heerlijkheid op de berg. Want God zien was vaster dan wat hij gezien had op de berg. Zonder Gods woord zou het geheimenis ook verborgen zijn gebleven. Door de schijnwerper van de profetie wordt de Thabor in het licht gezet.

Zo zal het straks ook bij de wederkomst zijn. De schijnwerper van het woord wijst naar Zijn heerlijkheid die aanstaande is. Dat is het werk van de Heilige Geest. Die a.h.w. In dat woord schuil gaat. Daaruit te leven en daarin verankerd te zijn. Dan is je leven met Christus verborgen in God. Zo staat dat woord van God vanmorgen voor u in met zijn vastheid en betrouwbaarheid. Het houdt stand in eeuwigheid. Het openbaart ons de kracht en de komst van de Heere Jezus. De toekomst van onze Heere Jezus, en ik ga naar Hem toe met die lamp in mijn handen. Zo vind ik de weg.

Wat dan de toekomst brengen zal weet ik niet, maar ik hoef het ook niet te weten. Wilt u houvast hebben? Zekerheid? Verwachting? Dan moet je daar acht opgeven. Als een soldaat. Geef acht, roept een commandant en ze springen gelijk in de houding. Gij doet wel dat gij daarop acht geeft, als een licht schijnende in een duistere plaats.
Steeds weer, totdat. Niet dan wel en dan niet. Als een looplamp, dan vind je de weg. Dwars door het donker heen. Het leven zonder God en zonder hoop. Is het niet verrassend dat God u dat woord in handen geeft? Dat het licht is opgegaan zo groot, zo schoon, gedaald van 's hemels troon?In Bethlehem? Het licht is gekomen in deze wereld. Heel dat profetische woord getuigt van Hem. Van A tot Z. Dat Kind dat in de wereld kwam, om u te zoeken, om u de weg te wijzen, om u mee te nemen naar Zijn toekomst. Dat woord verlicht een ieder mens, komende in de wereld. Om Hem was het God begonnen, om Hem was het Petrus ook begonnen. En u? Is het u om Hem te doen? Hoe vindt u anders de goede weg?

Gij doet wel als u op Christus acht geeft. Dat is niet vanzelfsprekened. Hij is tot de zijnen gekomen en ze hebben Hem niet aangenomen, zegt Johannes. Als je dat licht aandoet, dan ontdek je op eens wat je eerder niet zag. Duisternis betekent eigenlijk vuil. Dat ligt eigenlijk voor de hand. Een donkere kamer waar jaren niemand geweest is, is vervuild.
Het verbaast me dat het licht nog schijnt, dat God niet gezegd heeft, doe het maar uit. Maar vergeet niet om eerst de lichtstralen van dat woord op je eigen hart te richten. Dat hart is niet verschoond van dat vuil. Gereinigd. Bij de wonderbare visvangst viel Petrus aan Jezus' voeten neer en zie: gaat uit van mij want ik ben een zondig mens. Als u acht geeft op het profetische woord, dan ontdekt u dat. Paulus schrijft van die moeilijke brieven, zeggen mensen. Wat Paulus geschreven heeft: dat God in onze harten geschenen heeft om te verlichten met de kennis van onze Heere Jezus Christus.

Zo wordt des Heeren volk geleid.....dan heeft de duivel niet het laatste woord. De dag zal aanlichten. Er komt een eind aan de duisternis. Zal dat 2011 zijn? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat ik de looplamp van dat woord geen moment kan missen. Dat je denkt, komt er nu nooit een eind aan? Ja, zegt Petrus het gebeurt. Er komt een eind aan. Als in het oosten de duisternis inviel, deden de mensen een olielampje aan. Ze bliezen het pas uit als de zon opkwam. Als ze de morgenster zagen. Dan ging het licht uit. Het licht van de profetie dooft, verbleekt als de zon der gerechtigheid opkwam.

We zijn er een jaar dichterbij. We schuiven door de nacht van deze wereld naar de nieuwe dag. Het licht van de profetie verbleekt bij de heerlijkheid van Christus. Verwacht u die dag? Petrus zegt dat je je moet haasten. Geen tijd verloren laten gaan. Je haasten naar de komst van die dag.
Zolang als het licht schijnt. Levend in de lichtkring van dat woord. Al staan we dan in de duisternis van deze wereld. Dan zal die dag mij niet als een dief in de nacht overvallen. Wij behoren niet aan de wereld, aan de duisternis, maar laat ons dan niet slapen, maar waken en nuchter zijn., Toegerust met de wapenrusting van God.

Morgenglans der eeuwigheid,
licht aan 't eeuwig Licht onttogen,
stel ons deze ochtendtijd
uwe heerlijkheid voor ogen,
en verdrijf door uwe macht
onze nacht!
Licht van boven, dat ons leidt,
geef, dat wij ten jongsten dage,
gans verheerlijkt en bevrijd.
ver van alle aardse plagen,
langs uw vreugdevolle baan
binnengaan.
Dat uw glans ook daar ons schijn',
klare zon van Gods genade,
als wij eens verheerlijkt zijn
in uw rijk, verlost van 't kwade,
waar de vreugde zonder maat
noot vergaat.
(Herv gez 128:1,4,5)

Edit