Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-01-02 17:00:00
ds. J. Blom (Ridderkerk)
Het getuigenis van Simeon

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Luc 2:29-30 Luc 2:22-38 2011-01-02.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.5Mb)
2011-01-02_1700.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 65.0Mb)
2011-01-02T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.9Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Vanmiddag gaat het niet om Simeon, maar om zijn getuigenis. Wat de H. Geest door Simeon, toen en vandaag, ons heeft te zeggen.

Het gaat om het Kind, waarvan Simeon getuigenis heeft gegeven.

Wellicht dat iemand dacht: dat ik als Simeon mocht zijn: en zo de Christus mochten ontvangen. In de rij van geloofshelden gaat het ook niet om hun leven maar om hun geloof. Zo ook in deze geschiedenis: het gaat om het geloof van Simeon. Door het geloof neemt Simeon het Kind in zijn armen. Het geloof is een vaste grond der zaken die men hoopt, en een bewijs der zaken die men niet ziet.

Ander punt: De eerste hoofdstukken van Lukas vormen een drieluik. Linkerpaneel: aankondiging van de geboorte en de lofzangen. En het middenpaneel is dan de geboorte van de Heere Jezus. En het rechter paneel: daar gaat het hier over. Dat het geboren Kind de Christus is. Simeon is één van de vele getuigen. Het licht valt daarbij op de volgende punten:

- de vertroosting van Israel; Simeon verwacht deze vertroosting (Jes. 40) Het gaat hier niet alleen om de terugkeer uit de ballingschap: maar ook om terugkeer tot het heil van God, vernieuwing en vergeving.

- voor hij zou sterven zou hij de Christus des Heeren zien; Simeon heeft hier alles gezien en gezegd door de H. Geest. De H. Geest heeft dus door Simeon ons dit te zeggen: dat dit Kind de Christus (Gezalfde) des Heeren is. Naar Hem hebben de profeten uitgezien. Wonderlijk: ruim 400 jaar heeft Israel het moeten stellen zonder de stem van een profeet. Nu brengen na 40 dagen Maria en Jozef het nieuwgeboren Kind naar de tempel. En krijgt Simeon de openbaring dat dit Kind de Christus is. Hoe? En wij? Simeon wordt door Rembrandt afgeschilderd als een blinde. Hij onderstreept dat Simeon niet door de natuurlijke ogen dit zag. Maar door de H. Geest. Zo ook wij. Ik zeg niet: wacht daarop, totdat een bijzondere openbaring je deel wordt. Buiten de werkplaats van de Heilige Geest om. Dit voltrekt zich dóór (en niet buiten) de verkondiging van het Evangelie.’ Gij hebt het profetische Woord, en doet wel dat gij daarop acht geeft’. Het gaat er ons dus om dat wij ons door dat Woord laten gezeggen. En dat Kind vind u in (de kribbe van) het Woord (Luther). En wij dienaren hebben de taak Hem uit de doeken (het Woord) te doen.

- de zaligheid; ook: de zaligmakende, dus het reddende Kind. Vergeving dus. Maar ook verlossing. Bevrijd tot de dienst van God. Dat wij vrije mensen worden: vrij in Christus. Van: ‘ik kan het zelf wel’ naar het uit handen geven van het stuur van mijn leven. Dat ik me door Hem laat leiden. Dat het komt tot overgave: ‘Wat wilt Gij dat ik doen zal’.



- Een Licht tot verlichting der heidenen; Een Licht der lichten is opgegaan. Licht verdrijft de duisternis. Waar Jezus komt verdwijnt de duisternis. In Galilea in Jezus’ rondgang daar (naar de profetie van Jesaja), maar ook in onze levens.

- Gezet tot een val en opstanding van velen in Israel; Sommigen tot een val. Zoals Judas: hij vond de zalfolie waarmee Christus gezalfd werd maar een verkwisting. En tot een opstanding van velen in Israel: wedergeboren tot een nieuw leven door de opstanding der doden. Tot een leven ter wille van de komst van Zijn koninkrijk. Dat ik bereid ben tot een dienst in gehoorzaamheid aan hem.

- Tot een teken dat weersproken zal worden; Wat wordt de Naam van de Heere Jezus toch gelasterd. Het is ook een teken: ons overkomen geen vreemde dingen: het is voorzegd. Er zullen anderen zijn die Hem rechtvaardigen, die Hem zullen loven en prijzen: Gij o Lam van God zijt waardig te ontvangen alle lof, dank en aanbidding.

- Een zwaard zal door uw ziel gaan; Bij Maria als haar zoon gekruisigd wordt. Bij het kruis komt openbaar wat er bij Maria leeft, maar ook bij Nicodemus. Bij (de verkondiging van) het Kruisevangelie gebeurt hetzelfde.

Nu laat Gij Heere Uw dienstknecht gaan in vrede, naar Uw woord, want mijn ogen hebben Uw zaligheid gezien!

Ik sprak eens iemand die in de oorlog als kind (door een inslag van een V1) blind was geraakt. Ik vroeg hem of hij dat niet erg vond. Hij antwoordde: Ik heb genoeg gezien! Het laatste wat ik zag was mijn moeder die op het moment van de inslag zich beschermend over mijn zusje uitstrekte. Zij was dood, maar mijn zusje mocht leven!

Genoeg gezien! Wat laat dat na? Vrede met God. En ben ik niet bevreesd voor het naderende einde.

En wij? De Christus des Heeren aanschouwd? Door het geloof (in de levende God) ontvangen wij de zaligheid.

En rampzalig degene die in ongeloof volhardt.

Zalig zijn zij die Woord van God bewaren. Van nu aan!

Edit