Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-01-23 10:00:00 prof. dr. W. Balke (Em. te Den Haag)

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mat 6:21 Mat 6:1-21 2011-01-23.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.4Mb)
2011-01-23_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 63.8Mb)
2011-01-23T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Onze tekst staat in de Bergrede. De Bergrede is het eerste optreden van de Heiland waarbij Hij het nodig vond om de wet te ontdoen van alle franje die mensen erbij gemaakt hadden. De liefde tot God en de liefde tot de naaste, dat is de kern. In deze Bergrede komt ook onze tekst ter sprake, over aardse schatten. Die zijn vergankelijk, riskant en die worden bedreigd. Ze worden aangetast door mot en roest. Roest is waarschijnlijk ook een insect. Tegenover aardse schatten en goederen stelt de Heere Jezus een andere schat. Om de mensen vrij te maken van begeerte die de mens kan beheersen en verteren. Die andere schat is veilig in de hemel. Die hemelse schat trekt het hart en maakt het vrij van alle begeren naar aardse schatten die uiteindelijk geen waarde hebben. De ogen spelen een belangrijke rol. Zij kunnen de begeerte opwekken. Er is heel veel wat het oog streelt. De reclame richt zich daarop met uiterst raffinement. Het hart beheerst uiteindelijk het hele lichaam. Is het oog niet stralend, mededeelzaam, maar vol begeerte en hebzucht, dan is dat in het oog te lezen. Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. Schat en hart corresponderen met elkaar, staan met elkaar in gemeenschap, zijn communicerende vaten. Die vaten zijn met water gevuld, en de wet van de zwaartekracht zorgt ervoor dat het niveau van vaten gelijk is. De schat trekt het hart en het hart volgt de schat. Gezondheid is de grootste schat, zeggen mensen in de volksmond. Dat is niet helemaal waar, maar laten we het even vasthouden. Gezondheid is een hele grote schat. De mens zet er zijn hart op, juist als hij ziek is. Juist als zijn gezondheid bedreigd wordt. Als je ziek bent wordt je gezondheid het een en al. Het hart is erop gericht, op pijn, op ziekte, de kans, de pogingen om beter te worden,.dat kan je helemaal in beslag nemen. Want waar uw schat is, is uw hart. Uw bedreigde gezondheid heeft uw volle aandacht.
Twee mensen waren met elkaar in gesprek. Ze hadden het over het grote oorlogsgevaar in de wereld dat telkens weer de kop opsteekt. De een was het te doen om vrede, zonder absolute vrede. De ander zei: ja maar gerechtigheid moet het eerste en het laatste zijn en alles is daaronder geschikt. Ze waren het niet met elkaar eens. De een snakt met zijn hele hart naar vrede voor alle volkeren. Hij zou bereid zijn om alles over zijn kant te laten gaan als het maar vrede wordt en blijft. Voor die ander is gerechtigheid zijn grootste schat, desnoods mag je alles gebruiken om gerechtigheid te krijgen. Bij beide is hun schat hun hart. Bij de één is de schat vrede, bij de ander is zijn schat gerechtigheid. Hart en schat zijn communicerende vaten, en dat blijft zo hun hele leven lang. Er zijn veel dingen die door ons als schat worden begeerd, dingen waar ons hart naar uit gaat. De hele geschiedenis van de mensheid is er een van schat zoeken. In ieder mensenhart is verlangen. Verlangen naar rijkdom die blijft. We merken dat er ook nog een verborgen onrust is, ongenoegen. Een merkwaardig woord is dat. Het veroorzaakt ruzie. De mens vindt dat hij net niet genoeg heeft wat een ander wel heeft. Gebrek aan vrede. Dat raakt verlangens van allerlei niveau. Ontevredenheid. Dat zijn mensen. Dan beseffen we dat we bij alle rijkdom toch nog arm zijn, midden in de rijke productie en overconsumptie hebben we toch nog nooit genoeg...

Maarten Luther, een groot kerkhervormer en zijn werk was van historische betekenis. Toen Luther gestorven was, kwam men in de kamer waar hij het laatste geslapen had een heel klein briefje tegen. De laatste woorden van de man die zo ontzaglijk veel geschreven heeft waren heel simpel: wij zijn bedelaars. Hij had een rijk leven gehad, veel bereikt. En nu is dat zijn slotsom. Wij zijn mensen van de arbo. Mensen die uit zijn op een andere schat. Een betere schat, aan de andere oever van de doodsrivier, in het nieuwe Jeruzalem. Want je kunt nog zo rijk zijn, nog zo veel hebben. In kunst, in schatten, in rijkdom, inzake politiek, wat dan ook. Als ik dat maar heb, dan ben ik er. Maar je bent er niet. Zelfs als je op het moment bent van: nu heb ik het gevonden, dan blijkt vaak dat dat toch niet waar was. Dan denken we aan de parolen van de Franse revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Liberté, égalité, fraternité. Dat zijn elkaar fnuikende leuzen: vrijheid betekent uiteindelijk als ik het maar heb en de ander wordt verdrukt. Gelijkheid: je pakt het van de één af en geeft het aan de ander; broederschap is er niet.
In het Evangelie hoorden we andere woorden, hele verrijkende woorden. Geloof, hoop en liefde. En de meeste is de liefde. Onrustig is het hart totdat het rust vindt in God (Augustinus). Geloof, hoop en uiteindelijk de liefde. Dat is de schat van ons hart. Nu zijn we vanmorgen in de kerk en daar mogen we dankbaar voor zijn. Wat doet de kerk? Gaat de kerk voorbij aan de eigenlijke nood van een mens? Heeft de kerk daar weet van wat de schat is? Wat is de schat en waar is hij? Kan ik 'm krijgen en hoe kom ik er aan? Telkens zijn er gelukkig ook weer tijden van hervorming en dat is nooit klaar. Je moet altijd opnieuw hervormd worden. Die vraag wordt niet alleen van buiten aan de kerk gesteld wordt, maar ook van binnen komt die vraag iedere keer weer bij ons op: wat is die schat waar de mens steeds naar zoekt? Waar die de schat die de kerk moet bieden? Dat heeft niets te maken met verdienste. De kerk is het lichaam van Christus waar we lid van moeten zijn. Dat is een verborgen lichaam, God kent het. Maar de kerk is ook een instituut in deze wereld. Een stukje wereld. Dat kan ook de kerk helemaal in beslag nemen. Zoals in de tijd van de reformatie, natuurlijk een schandaal. Niets menselijks is ons vreemd. We moeten weten dat er ook in die tijd dat hervorming nodig was, nog mensen waren die niet de financiën de schat van de kerk noemden. Ze hadden het over een ander kapiteel, en geestelijk conto, een surplus van goede daden die heilige mensen deden. Zo veel meer dat nodig was voor hun eigen zielenheil, en dat brachten ze bijeen en dat was dan de schat van de kerk. Een groot kapitaal van overtollige goede werken. Het schandaal was dat ze een heel geraffineerd financieringssysteem hadden bedacht. De paus kon uit die schat aandelen geven tot heil van zondaren. Je kon nu al een aflaat kopen voor een daad die je morgen dacht te gaan vervullen. Tegen die misstand heeft Luther zich gekeerd. De werkelijke schat van de kerk is het heilig Evangelie van de eer en de genade van God. Het is belangrijk dat we dat meenemen. Natuurlijk niet van geld, goud en goed, en dat waren de monniken ook wel met Luther eens. Maar ook niet die zogenaamde geestelijke rijkdom, die hele schat van goede werken, die overtollige schat van werken die ze dan zelf heilig verklaard hadden. Maar Luther zei: de kerk beschikt helemaal niet over een deposito van heilige daden. Luther zegt: we zijn goddeloos van onze eerste snik en tot onze laatste adem toe. We worden alleen maar om niet, om Christus' wil uit genade zalig verklaard. Dat is de ware schat van de kerk. De boodschap van het kruis van Christus. Iets anders mag de kerk niet hebben, mag ze ook niet bieden. Wat dat is alles wat een mens nodig heeft.

Laten we voorzichtige zijn. We zijn het er tegenwoordig wel over eens dat de schat van de kerk nu niet zit in rijkdom, een goed saldo, in gebouwen etc. Maar we staan altijd bloot aan de verleiding om de schat te zoeken daar waar het niet zit. Misschien zeggen we: voor ons bestaat de schat van de kerk in de rechtzinnigheid. Wij hebben de belijdenis, de waarheid. Een ander zegt: de schat is de bevinding en dat ik deel heb aan het heil. Dat is ook een grote schat, maar dat is geen specialiteit van ons, geen verdienste van ons. Want bekering is de constatering dat het Woord van God waar is in wat het over mijzelf zegt en over God. Dat is bevinding. Het Woord van God is waar. Maar er zijn ook mensen die zeggen: voor mij is de schat van de kerk de toewijding van leden, die bereid zijn om te dienen en zich toe te wijden. De activiteiten, de sociale activiteiten, we spreken tegenwoordig niet meer over zending, maar we noemen het “kerk in actie”. We zoeken het in wat mensen zijn en in wat mensen doen. In hun bereidheid om te doen en in hun opoffering en zelfverloochening, daar zit veel goeds in, maar het is toch in wezen secundair. Het is het uitvloeisel ervan, de consequentie maar niet de schat zelf. Het is zelfs zo: de schat van de kerk dat zijn de armen. Een diaken genaamd Laurentius, levend in de eerste eeuw na Christus, in een tijd van vervolging, werd gepakt en voor de rechtbank gesleept. Het geld van de kerk werd direct geconfisqueerd, ingepikt, ze eisten van hem het vermogen van de kerk. Hij toonde toen aan de rechter de armen en de zieken die hij verzorgde. Zie daar de schat van de kerk. Die onpeilbare nood die op onze weg geplaatst is, daar ligt haar schat om één te zijn met de naaste. Hij zat er heel dichtbij. Luther noemt het in zijn stellingen, met name de 42e en 43e stelling. Weet je wat je de christenen moet leren: wie aan de armen geeft en het zijne deelt met de behoeftigen, dat die beter doet dan wie aflaten koopt met zijn geld. Daden van barmhartigheid gaan ver uit boven het kopen van aflaatbrieven. Luther stelt dus de diaconie hoger dan wat de kerk ook doet of heeft.
En toch, is dat ook de schat van de kerk niet. Dat is het allerheiligst Evangelie van de eer en de genade van God. Het is goed om daar nauwkeurig op te letten. De eer en de genade van God.
We hebben zo onze sjablonen en gevestigde meningen. Bij Luther ging het om de genade van God, bij Calvijn ging het om de eer van God. Maar zo'n sjabloon klopt niet. Als het gaat om de genade en eer van God dan reiken ze elkaar de hand. Er is geen tegenstelling bij Calvijn tussen de eer van God en de zaligheid van de mens. Ook bij Luther gaat de eer van God voorop. Juist op dit centrale punt bestaat geen enkel verschil tussen bij de hervormers. Het Evangelie van de eer en de genade van God. Dat is de boodschap van onze Heere Jezus Christus. Zij hebben dat met grote klaarheid opnieuw in de kerk gebracht. Het heeft de mensen geraakt en zij hoorden het ongehoorde evangelie. Geen surplus van goede werken want ik kom zoveel te kort. Genade alleen. Het is het woord gerechtigheid waardoor wij mogen weten: al zijn onze zonden nog zo groot: het bloed van Christus is krachtig tot verzoening van al onze zonden. Die hoeven wij niet meer telkens meer te sjouwen, die heeft God achter zijn rug geworpen. Dat is de gemeenschap met het kruis en de opstanding van Christus. Dat wij de oude Adam met Christus meegeven in Zijn kruisdood en met Christus mogen opstaan in een nieuw leven, het wordt ons toegeëigend om niet. Je kunt er niets aan toevoegen, je hoeft er niets voor te betalen en daaruit volgt dat andere. Ook de heiliging van het leven, de bereidheid om te dienen, dat vloeit daaruit voort. De mens die weet dat zijn zonden zijn vergeven, weet dat God groter is dan Zijn hart. Dat grote Vaderhart van God is onbegrijpelijk groot. Hij is volmaakt rechtvaardig. Hij is groter in barmhartigheid, veel genadiger en barmhartiger dan wij ooit kunnen zeggen. De oneindige goedheid van God. Dat Evangelie dat elke werkdag en elke zondag werd meegedeeld, Gods genade alleen. Luther en Calvijn hebben samen geleerd en verkondigd dat Gods goedheid elke dag nieuw is. Dat wij elke dag in dit leven mogen staan in grote barmhartigheid en bewogenheid ten opzichte van onze medemens. Dan zeggen we: ons leven wordt in beweging gezet. Wij hebben een nieuwe toekomst in het koninkrijk van gerechtigheid en vrede, in geloof, hoop en liefde. Er wordt van ons wel eens een actie gevraagd, maar dat is niet onze schat. Het gaat niet om hoe en waarom wij dat doen, maar het gaat om ons hart. De schat hebben wij in handen. Die schat is in de hemel. Hoger en heiliger en veiliger en beter bewaard dan al wat van ons is wat we hebben, zijn of doen. In Christus liggen alle schatten van wijsheid verborgen. Alle schatten van wijsheid en kennis. Het is God die ons heeft verlicht met de weerschijn van het licht van Christus. Wij hebben die schat, we kunnen nauwelijks spreken van “wij hebben... ' We hebben die schat in aarden vaten, zodat de kracht die alles te boven gaat is van God en niet van ons. Alle schatten in Christus, dat strekt zich uit naar de toekomst. De schepping en de herschepping weer in al zijn heerlijkheid en luister en majesteit van God.

Tenslotte de vraag waar het op aankomt: waarop hebt u uw hart gezet? Het heeft geen enkele zin om af te geven op de aflaat van die tijd, om af te geven op ander mensen. Waarop hebt u uw hart gezet? Waar uw schat is, daar is uw hart.
We kunnen deze tekst ook verstaan als een appèl. Waar uw schat is , daar moet ook uw hart zijn. Aan het eind van al het zoeken naar avontuur, dan zal blijken dat de verborgen schat ligt in de eer en de genade van onze God en Vader, en van Jezus Christus Zijn Zoon in het heilig Evangelie. Omdat God eeuwig goed is. Daarom mag ons hart bij Hem zijn. In de grootste smarten blijven onze harten in de Heer' gerust. Want in Hem is ons leven gered, geheiligd, geborgen voor altijd. Want wat we hier hebben en zijn wordt vroeg of laat door de mot of roest ontoonbaar gemaakt als het niet door inbraak geroofd wordt. Ons vreemde hart dat ook zo vaak verbitterd en verdwaasd is, maar ook ons arme hart dat geborgen mag zijn in de Rotssteen van ons hart. Onze schat ligt in dat grote Vaderhart van God. Stel Uw Vaderhart eeuwig voor ons open. In het heilig hart van Christus onze Heere: uit Zijn hart zijn de oorsprongen van het ware leven. De vrede van God die alle verstand, alle begrip te boven gaat zal onze harten en zinnen bewaren in Christus Jezus onze Heere.

Edit