Edit|
EditReeks Samenvatting:
2Cor 8 en 9 handelen over de collecte voor de hulpbehoevende collecte in Jeruzalem. Paulus spoort de gemeente in Corinthe aan om ook mee te doen. Er was onenigheid geweest tussen Corinthe en Paulus. Hij heeft een vermanende brief geschreven, die niet 1Cor of 2Cor was. Een andere die ons niet is overgeleverd (de zgn. `tranenbrief`). Die brief heeft effect gehad. Het heeft tot bekering geleid. Nu moet het gestalte krijgen door hun collecte voor Jeruzalem. In vers 8: Hij wil hun liefde beproeven.
Moet hij daar nu twee hoofdstukken aan besteden? Daar zit de verbondenheid van de hele kerk in. Hij geeft het voorbeeld van Macedonië. Zij werden verdrukt en waren zeer arm. Maar ze hadden een overvloed van blijdschap in de Heere. Vers 4 lijkt te zeggen dat ze Paulus gesmeekt hebben of ze het geld mochten afstaan. Wat wij rijk noemen kan in Gods maatstaf wel eens dood arm blijken. Het geheim was: ze gaven zich eerst aan de Heere. Denkt u nog eens na als de collectezak voorbij komt: Waarom geeft u en hoe? Omdat u weet dat u Zijn eigendom bent?
De motivatie van de Macedoniërs was het belangrijkste. Christus is voor allen gestorven opdat degene die opgewekt zijn niet meer voor zichzelf leven maar voor Hem. De Corinthiërs wordt het tot voorbeeld gesteld. Vers 7: jullie zijn in alles overvloedig, laat dat ook blijken in de collecte.
Jezus Christus is zelf het ultieme voorbeeld van iemand die uit Zijn eigen rijkdom het kostbaarste gaf: Zijn leven. Om arme berooide zondaren rijk te maken.
Vers 9: "daar Hij rijk was". De rijkdom waarover Hij beschikte bij Zijn Vader. Niemand weet hoe rijk God is. Daar is een volmaakte vreugde waarin Vader, Zoon en Heilige Geest delen en zij beminnen elkaar. God is zelfgenoegzaam. De `zalige` God. God heeft dus geen wereld nodig om lief te hebben.
De Zoon nam de kwetsbare menselijke natuur aan. Een natuur die niet meer was zoals God hem bedoeld had, door de zondeval. `Ontledigd`, vernederd, ontdaan. Gehoorzaam tot de dood, de dood op het kruis. De aller rijkste werd de aller armste.
Vluchten voor Zijn leven toen Hij nog maar net geboren was. Zijn hele leven een vreemdeling geweest, onbegrepen. Het eindigde in het graf van een vreemde. Geen vaste woon- of verblijfplaats. Zijn volk kende Hem niet, noemde Hem een zuiper en een kind uit overspel geboren. Door Zijn beste vrienden verlaten, Hij worstelde zelfs met Zijn Vader. Maar het donkerste moest nog komen. In de nacht konden Zijn vijanden met Hem doen wat ze wilden. De vorsten der aarde solde met de koning der koningen. En Hij moest de gunst en de gemeenschap van Zijn Vader missen: Mijn God, Mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten. Wat dat geweest is weet niemand. Toen werd het nacht voor de Zoon, en nacht op aarde. Hij ging onder in de golven van het oordeel. En Hij boog het hoofd en gaf de geest. Hij was veracht. Waar openbaart God zich het meest en het diepst? Waar je Hem het minst verwacht: in de schamelheid van Jezus' sterven. Je kunt niet om Golgotha heen als je God wilt leren kennen.
Christus deed dat om uwentwil zegt de apostel. U kunt schatrijk worden, vanwege een arme zaligmaker. Paulus schrijft dit aan een gemeente in een goddeloze stad. Zwart was het verleden van de gemeente leden in Corinthe. Om uwentwil, dwz ten goede van mensen die God niet zoeken.
Als je erachter komt dat je zelf doodarm bent word je immens blij, dat God ons die kwijtschelding van schuld verkondigd. God was ons niets verplicht toen wij de deur achter ons dicht trokken; God in het gezicht sloegen. Wat was er in Gods hart? Liefde, genade. De koning werd dienstknecht. Hij verruilde de hemel voor de chaos die wij van Zijn schepping hebben gemaakt.
Zijn rijkdom zijn alle vruchten van Zijn verzoenend lijden en sterven: vergeving der zonden, aanneming tot kinderen, troost in aanvechtingen, voortdurende bijstand en hulp, uiteindelijk het eeuwige leven. U mag uw armoede bij Hem kwijt raken en zo deel krijgen aan zijn rijkdom, en laat u door uw zonden niet verhinderen tot Hem te komen. Hij wordt van onze schuld en armoede niet armer. Maar u wordt de rijkste mens van de wereld, zelfs als je het zelf nauwelijks begrijpt.
De rijkdom ligt enigszins nog in het verschiet. Toezegging, geloof. De genieting ligt nog in de toekomst, het verhult zich voor ons in de schijn van het tegendeel. We nemen meer waar van onszelf dan van de rijkdom van God, ons ongeloof houdt de belofte van God niet voor waarachtig.
Het voorschot is de bewustwording van de vergeving van je zonden. Als de Heilige Geest Zijn intrek neemt je in leven. Onze rijkdom is verankerd in Zijn uitroep: het is volbracht.
Wie zo gelooft neemt Hij op in Zijn familie. Een familie deelt.
Te zeggen: ik ben toch te ziek, te zondig is een aanklacht indienen *tegen* Hem. Als u zich schaamt zich te laten dienen door Hem, blijf je in je armoede.
God is al nederig en de mens nog trots, zei Augustinus.
Kom zoals u bent. Zo en zo alleen ontvangt God zondaren. De bruid van Christus mag door de tranen heen zeggen: U bent mijn gerechtigheid en ik Uw zonden. Mist u het kleed? Het is om niet verkrijgbaar. Bij God is veel genade. Blijf bedelaar bij de bron.