Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-01-30 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
De 4 altaren in het leven van de aartsvader Abraham doopdienst van Julie Dauphine Clements, Josefien Neeltje Dorothé de Leeuw, Lennart Clément Oosse

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gen 12:8 Gen12: 6-9 Gen13:1-4 Gen13: 17-18 Gen22: 6 2011-01-30.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.2Mb)
2011-01-30_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 65.2Mb)
2011-01-30T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.3Mb)
Vier elementen uit het leven van de aartsvaders

Edit| EditReeks
Samenvatting:
De 4 altaren in het leven van de aartsvader Abraham

Het eerste altaar is in Genesis 12:7, het altaar van Sichem. Dat noem ik het altaar van de verering. Het tweede altaar vindt u in hfst 13:3en 4. Dat is het altaar van Bethel, het altaar van de vergeving. Het altaar van Hebron is het derde altaar, het altaar van de vrede. Het vierde altaar is dat van Moria, hoofdstuk 22. Dat noem ik het altaar van het vertrouwen.

1. het altaar van Sichem
Abraham wordt genoemd de vader der gelovigen. De vriend van God. Een man die leefde met God, die Gods stem had gehoord en gehoorzaamd, die Gods belofte had geloofd al voelde en ervaarde hij daar niets van. Het begon als een eenling. Hij woonde in Ur der Chaldeeën. God riep hem als een eenling, te midden van een hele wereldbevolking was hij de enige die God eruit riep. Nu heeft wel meer dan de helft van de wereldbevolking zijn wortels in Abraham. Jodendom, christendom en islam kennen Abraham een grote plaats toe. De vriend van God. God spreekt met Abraham vrij uit. Hij was zo vertrouwd met de Heere (dat kan dus voor een mensenkind,om zo nabij God te zijn dat God met je spreekt als een vriend)...Abraham hield de geboden van de Heere in Zijn huis. Hij leefde naar het Woord en naar de geboden van de Heere. Dan kan de Heere wat aan je kwijt. Hij was geen ideale gelovige, een man van gelijke bewegingen als wij. Hij maakte ook fouten. Denk aan Hagar, of aan het moment dat hij zijn vrouw als zijn zus presenteert. Als een rode draad door het leven van Abraham zien wij die altaren. Wat zou daar voor les achter zitten? Die offerplaats waar een lammetje wordt geslacht...wat kunnen we daar van leren. Hoe komt een mens te midden van zoveel afgoderij ergens in Irak waar de maangod in werd vereerd? Hoe komt zo'n mens er toe om de enige ware God te aanbidden en in Hem te geloven?
Hoe komt een mens in Rotterdam ertoe om de God van de Bijbel te volgen en te dienen? God begint met hem te roepen. En ...de heerlijkheid van God verscheen aan Abraham. De God der heerlijkheid verscheen aan hem in Mesopotamië. God ging zichzelf een stukje openbaren en dan is een mens om. Dat heeft zoveel indruk gemaakt op Abraham...dat zijn ambities de andere kant op gaan. Hij gaat andersom om die God te volgen naar het land dat God zou wijzen.
We lezen in het Nieuwe Testament van Saulus die de Heere Jezus alsmaar onteert en afwijst, totdat God hem verschijnt en dan is hij om.
De heerlijkheid van God, dat is de uitnemendheid, de stralende schoonheid van God. God als the Beautiful One, der Schönste. Hij hoorde niet alleen een stem, maar hij zag Gods glorie. Zoiets moet er wel in ons leven plaats vinden, anders blijven we tobben en sukkelen. Dat God zich openbaart, dat God iets van zichzelf laat zien. Heere, laat iets van uw glorie zien in mijn leven en in het leven van mijn kinderen. Dat raak je echt nooit meer kwijt.
Dat gebeurt ook bij Abraham. Hij gaat op reis en komt in Kanaän. Hij trekt door tot aan de plaats Sichem. Het eikenbos. De Kanaänieten waren toen in dat land. Dat was natuurlijk een domper. Vijanden in het land dat God beloofd heeft! Maar ook: de Heere verscheen aan Abraham. God kwam over. Hij vindt God ook weer, die weer verschijnt aan hem. Abraham, zie maar niet op die vijanden, maar zei op Mij. Het altaar van de verering, van de dankbaarheid. De Heere komt over en Abraham buigt daar voor de God die hem verschenen is, onder de indruk van Gods tegenwoordigheid. Hij is in het land der belofte. Midden in Sichem.
Dat geldt ook voor u: verwonderd, blij en dankbaar. Een dankaltaartje te midden van een heidense omgeving. Abraham stond te midden van dat eikenbos, een heilige eik. En daar maakt hij een altaar voor de enige ware God. Om daarmee als het ware te zeggen: mensen de weg tot God loopt niet via die eiken, maar via het offer. Die altaren hebben natuurlijk te maken met Golgotha, waar bloed gevloeid heeft. Dat is de weg om God echt te leren kennen. Sichem. Het is zo belangrijk dat we als doopouders zo'n soort huis-altaartje hebben. Dat hoeft geen echt altaar te zijn natuurlijk, maar wel een plek waar gebeden en gelezen wordt waar de Heere wordt aangeprezen. Die Sichemieten hebben het waarschijnlijk wel gevraagd: waarom buig je niet voor onze heilige eik? Nee, dat wil Abraham niet, hij buigt alleen voor de Heere. Aangaande mij en mijn huis, wij zullen de Heere dienen. Dat gaat via het kruis. Nooit buiten de Heere Jezus om. Wij doen dat via Golgotha, via Hem! Net zoals ik Abraham zie buigen, zijn hart zie overgeven aan God. Zijn aangezicht naar God. Heere, U hebt mij geleid, mij hier gebracht. Hij kan daar niet bij dat altaar om te luisteren naar een preek of zo. Niet om gesticht te worden, maar om de Heere te aanbidden, om te danken. Om zijn hart aan de Heere te geven. Niet wat God mij geeft,maar als dank geef ik me aan Hem terug. Ik ben zo onder de indruk van Uw glorie Heere, ik zou zo graag willen dat mijn kinderen dat ook zouden zien. De Vader zoekt aanbidders, niet alleen maar goede dominees of ambtsdragers of zo. Hij zoekt aanbidding. Niets achter houden van jezelf, maar jezelf volkomen geven. Dat is het eerste altaar, dat van Sichem. Dat kan overal hoor. Als je afwijkt van Gods weg, dan is het eerste dat verdwijnt de huisgodsdienst. Dat kan alleen maar als je op de juiste plek bent. Toen Abraham Hagar tot vrouw nam, toen hij naar Egypte afdwaalde, lees je van geen altaar. Later lees je ook jarenlang van Abraham geen contact met God. Hij was zijn eigen weg gegaan. Jarenlang geen echt contact met God, een hele tijd is het stilte tussen God en Abraham. Om God te aanbidden moet je ook op de juiste plek in de juiste conditie zijn.

Het tweede altaar
Het altaar tussen Bethel en Ai. Hij sloeg daar zijn tent op en bouwde een altaar voor de Heere en roep de Naam des Heeren. Bethel betekent “huis van God” en Ai betekent “puinhoop”. Daar voed je je kinderen tussen op. Aan de ene kant het huis van God,de kerk, het kinderwerk, etc. En aan de andere kant de puinhoop van deze wereld. En ergens daar tussen staat dan jullie gezinnetje, waar je de Heere wilt dienen en vereren. Hoe moet dat? Durf je nog wel aan kinderen te beginnen, om het met de wereld te zeggen. Niet teveel naar Ai kijken. Zondag aan zondag naar Bethel kijken. Er staat ook dat hij daar een tent opsloeg. Altaar en tent, kenmerk van al die aartsvaders. Een altaar naar God toe. En een tent naar de wereld toe, niet te vast; we zijn maar pelgrims, bijwoners,we zijn op reis,het is maar voorbereidingstijd, we zijn op doorreis. Een altaar dichtbij God. Een tent wil zeggen “los van de aarde“, niet te vast. Die heerlijke God die in je leven gekomen is....zet niet al je troeven op deze wereld.
Hoe meer je overtuigd bent van de heerlijkheid van God, hoe meer je vreemdeling word op deze aarde. Lot was anders. Lot was ook een kind van God. Maar wat voor een kind. In heel het leven van Lot geen altaar. Sukkelaar. Hij was behouden, maar voor de rest heeft hij ook alles verloren. Zo kan het ook. Dichtbij Sodom. Volop ingaande in de wereld, en intussen huisgodsdienst...en toen hij een keer sprak met zijn schoonzoons maakten ze er een grapje van. De Kanaänieten zagen dat. Zij hoorden en zagen dat. Abraham dient een andere God, hij is van een andere God. Ze zagen het aan het altaar en ze hoorden het ook want hij bad daar hardop in de open lucht. Hij prijst zijn God, hij dankt voor God. Hij roept die Naam uit in de omgeving... Hij schaamt zich er niet voor. Hij riep de Naam van de Heere aan. Biddend aanroepen, wervend uitroepen die Naam. Er is nog plaats voor jou, je kunt er ook bij.....En dan... komt er hongersnood! Dat is ook een test van God. Hij is in het beloofde land, en dan zijn er vijanden en hongersnood. Wat doe je dan? Doortrekken.
Hij komt van boven binnen en gaat direct naar Egypte, om voedsel te bemachtigen. In Egypte geen altaar, geen intieme omgang met de Heere... Hij komt dan weer terug en Hagar zit er dan bij, hij komt dan uiteindelijk weer terug in het beloofde land. Tot aan de plaats waar hij zijn tent vroeger had opgericht. Hij komt terug en maakt een altaar van herstel. Hij heeft zich daar diep geschaamd! En diep berouw gehad over zijn zonde. Hij heeft zijn zonden beleden. Een stroom van ongerechtigheden had de overhand op mij... Hij ziet een lammetje dat geslacht wordt,om zijn zonden. Hij heeft beleden dat hij zijn eigen weg is gegaan, onbedacht uit het oog verloren heeft. Hij staat daar bij het altaar en ziet het bloed van het lam, om ook zijn zonden te verzoenen. Het altaar van de vergeving. Het zoenoffer, Bethel is het altaar van het herstel, van de vergeving. Als je gezondigd hebt, als je het in de opvoeding fout doet, terug naar af! Samen met je kinderen alles bij de Heere brengen. Papa en mama eerlijk zeggen dat het niet goed was en bij het kruis brengen. Daarom is de Heere Jezus nou gestorven meisje, voor de zonden van papa en mama, en ook voor jouw zonden. Daar moet je nou zijn jongen. Daar heeft dat bloed gestroomd,om onze zonden te verzoenen. De plaats van het altaar waar hij eerst geweest was. Je hebt je eerste liefde verlaten. Rusteloos,overal heen. Daar waar je eerst gestaan hebt, teruggebracht, er is vergeving altijd bij God geweest. Als God hem terug brengt, werpt God zijn zonden niet voor zijn voeten, maar achter Zijn rug!
Het tweede altaar is het altaar van de vergeving, van het herstel.
Als ik naar de Heere Jezus kijk, dan moet ik daar zijn. Kinderen kunnen een hoop leren, allemaal goed. Maar als je in je leven maar langs het kruis geweest bent, om daar vergeving te ontvangen, het derde altaar.

Het derde altaar, Hebron.
Wat wil dit altaar zeggen? Genesis 13 gaat verder. Er komt ruzie tussen de herders van Lot en Abraham. Dat is geen best getuigenis. De Kanaänieten zien dat. Geen reclame, dat broeders van hetzelfde huis bakkeleien! Abraham is wel de oudste, maar laat zijn neef als eerste kiezen. Hij wil vrede. Lot mag als eerste kiezen en hij kiest verkeerd. Hij ziet de vlakte van Sodom als de hof van Eden. Het lijkt op de wereld, hij vraagt niet wat de Heere wil, maar gaat zijn eigen weg. Hij slaat zijn ogen niet op naar de Heere, maar naar Sodom. Hij vraagt God niks en kiest verkeerd. Lot is een loser. Ze gaan uiteen. Abraham blijft eenzaam achter en als Lot verdwijnt, zien we zo mooi “en de Heere verscheen aan Abraham”. Nadat Lot van hem gescheiden was: Soms moet je mensen kwijt raken als ze zelf hun eigen weg gaan. Maar niet alleen. Als mensen verdwijnen, blijft de Heere als je Zijn weg gaat. Hebron betekent eigenlijk gemeenschap, verbinding met God. Het is zo'n vrede in mijn hart, waarom..?. Lot is weg, maar God is gekomen! Jammer dat ik dat moet missen, maar de Heere vergoedt het zelf. Gemeenschap, Abraham was niet alleen. Daar heeft hij lang mogen wonen. Er waren ook eikenbossen bij Mamre. Afgodisch vereerde eiken. Laat die Kanaänieten dan maar bij die eiken buigen, ik niet. Daar kom je weer met je Bijbeltje, met je kerkgang. Maar daar openbaart God zich. Daar spreekt God, daar ontmoet ik God, daar smaak ik vrede met God.


Het vierde altaar op de berg in het land Moria.
Izaäk zal 37 jaar oud, Abraham 137. Zestig jaar met God geleefd, en dan komt op een goed moment in zijn geloofsgeschiedenis dat dat vierde altaar moet worden opgericht, het altaar van de gehoorzaamheid, al denk je: nu gaat het mis.
Moria – de traditie zegt: het tempelplein. In Jeruzalem, middelpunt van de wereld, daar komen die drie wereldgodsdiensten samen, graf-kerk, klaagmuur en rotskoepel. Neem uw zoon, zegt God. Uw enige. Die gij liefhebt, dat is er maar een. Alles op het altaar neerleggen. Er is een oud lied dat zingt: ziel en geest en en lichaam Heer, leg ik op Uw altaar neer. Dat is moeilijk. Je kunt wel zeggen neem mijn leven laat het Heer, toegewijd zijn aan Uw eer. Maar als je je kind echt moet opofferen geestelijk gesproken... God vraagt dat moeilijkste niet gelijk. Er kan een punt komen dat de Heere je gaat testen, Als je kinderen groot worden, tiener, puber worden. Volwassen de deur uit gaan en een eigen weg gaan.
Abraham gehoorzaamt, na jaren lang intiem te hebben gediend, dat is geloof. Meer dan alles voor waar aannemen, of erkennen dat je een zondaar bent en belijdenis doet. Mooi. Maar geloof is niet om in de hemel te komen., maar het wil ook geoefend worden in de praktijk. Alledaags praktisch geloofsvertrouwen. Ik vind het makkelijk om te vertrouwen dat de Heere Jezus mij straks in de hemel brengt ,dan Hem alle dagen te vertrouwen, mijn kind kwijt raken – waaraan? Aan God, de wereld; praktisch geloofsvertrouwen, door diepe dalen heen. Vertrouwen, ook al snap je Zijn weg niet. Abraham is wat dat betreft echt de Vader van de gelovigen, door de dood, door de dalen heen tot het leven.
Ik ga jou een kind geven, Abraham – dat kan niet Heere! Ik ga het doen. Wat doet U wonderen Heere. Maar je moet het ook afstaan. Maar hij zal toch erfgenaam zijn? Hoe zit het met Uw belofte. Hij overlegde; er is maar één conclusie: God zal hem uit de dood opwekken. God is machtig om door de dood heen te werken. Wat een geloof en wat een geloofsvertrouwen. Ik heb geen voorbeelden, ik weet niet hoe het moet. Er waren nog geen mensen uit de dood opgewekt!
Wat is dat leerzaam. Een kind van Abraham te zijn. Dat ben je niet door de doop! Dat wordt je door het geloof. Datzelfde geloof in de enige ware God dat Abraham beoefende. En God beproeft het. Duistere wegen, maar ik blijf op God vertrouwen.
Als God dingen doet die fijn zijn, dan is het niet zo moeilijk. Als God dan dingen doet die je niet begrijpt -ik kan ze niet vast houden, maar moet ze los laten. Deze mijn (verloren) zoon was dood. Verloren in de wereld, maar hij is weer levend geworden, Hij is bij machte door de dood heen, ook al begrijp ik het niet, ik blijf hem vertrouwen.

Neem het mee. De vier altaren in het leven van Abraham: dankbaarheid, vergeving, vrede, geloofsvertrouwen.

Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor Mijn aangezicht, wees oprecht. (Gen 17:1)

Edit