Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-01-30 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Onze vader is de beste!

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 46 Gal 3:21-4:7 2011-01-30.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 6.2Mb)
2011-01-30_1700.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 65.1Mb)
2011-01-30T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.3Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Titulatuur was vroeger een onderdeel van elke agenda, hoe moet je mensen aanspreken. Een hoogleraar, een prins of koning. Dat is er een beetje uit bij ons. Arts, dominee, vroeger noemde je een minister Excellentie. Maar je zag daar nooit bij staat, hoe je de Heere God moest aanspreken. Dat leert de Heere Jezus ons nu in het Onze Vader. Zeg maar: Onze Vader.

Onze Vader is de beste!

1 De indeling van het gebed (119)
2 de aanspraak van dat gebed (120)


Het laatste gedeelte van de catechismus. Het gaat over geloof, gebod en gebed. De twaalf artikelen, over de Tien Geboden en de zes beden van het Onze Vader. 12 regels voor het geloof, Tien regels voor het leven en een regel voor het bidden. Van de lippen van de Zoon van God, het volmaakte gebed. De laatste zeven zondagen gaan erover.

De indeling. Zes beden, eigenlijk maar kort. Geen omhaal van woorden. Als je het bidt, doe het dan zo.
Aanhef: Onze Vader, gelijk goed en groot van de Heere te spreken.
De eerste drie gaan over de eer van God. Uw Naam, Koninkrijk en Wil. We richten ons op God. En dan pas 3 x onze noden. Brood, vergeving en geen verzoeking, dan een lofprijzing en amen – we mogen met verwachting bidden.

Niet: ik. Dat komt er niet in voor. Ons, geen zelfzucht. Zo zijn wij wel vaak in ons gebed, ik-gericht, dan misschien een ander en dan lofprijzing. Maar: eerst op Hem, dan een ander, ons en dat is ook ik.
Niet mijn verlanglijst maar Gods urgentielijst.

Ons/onze komt 8 keer voor. Niet alleen voor mij, maar ook mij broeders en zusters. Ik denk aan die gemeenschap. Broedermin. Ik draag ze mee. Ik noem ze en denk aan hen. Mooi als je zo breed mag bidden.
Elia op de Karmel. Hij hoorde tot het Tienstammenrijk. Elia richt een altaar in, van Twaalf stenen. Niet van de tien. Hij denkt ook aan het afgescheurde gedeelte. Onze. Niet mij en mijn kerk, over kerkmuren en landsgrenzen heen.

Zo mogen wij bidden in de kerk, niet alleen voor onze landelijke kerk, maar ook voor onze Rooms-Katholieke broeders en zusters, onze charismatische broeders en zusters; die hele wereldwijde kerk. Die een allen dierbaar geloof ontvangen hebben; er is een band.

Het Onze Vader is een hangende brug, het begint in de hemel, het middenstuk is op aarde, en het eindigt weer in de hemel. Het precieze middelpunt is gelijk in de hemel alzo ook op aarde. De Heere Jezus' naam komt niet voor in dit gebed.

Ik denk niet dat de Heere Jezus het zelf gebeden heeft. Waarom niet? Als Zoon van God heeft Hij zo'n unieke relatie met Zijn Vader, nooit Onze vader als in: Ik en mijn discipelen, maar: “Mijn en uw Vader”, niet Onze Vader. Zo uniek, Hij is de eeuwige, natuurlijke Zoon. Wij zijn hooguit geadopteerd. Bovendien: vergeef ons onze zonden? Dat hoeft Hij niet te bidden...

Mogen onbekeerde mensen dit bidden? Ja, maar je moet wel eerlijk zijn. Wil je dat? Als je geen kind van God bent, en God is je Vader niet, wil je dan bidden, Uw naam worde geheiligd? Als je dat echt wilt, dan ben je bekeerd. Meen je dat als je dat bidt? Als ongelovige heb je niets met dat koninkrijk; Uw wil... dat wil ik niet. Wij vergeven onze schuldenaren? Een ongelovige zal dat niet gauw bidden.

Moet je het letterlijk zo bidden? Dat hoeft niet perse. “Bidt gij dan aldus”, niet: bidt dan *dit*. Deze dingen koninkrijk, vergeving, en aardse dingen. Het hoeft geen pater noster te zijn. Duizende keren per dag. Het is een gebedsmodel. Als u alleen maar formuliergebeden doet – ik vind het een beetje mager. Op huwelijksgesprek zeg ik vaak – doe minstens één keer per dag een vrij gebed, om en om, man en vrouw. Benoem alles van een dag. Dominees weigerden wel eens formuliergebed. Vanmorgen bij de doop nog. Sleur en slenter, dat is niets... Zo ver wil ik niet gaan, maar het zijn krukken, voor beginnelingen. Beter een formulier, dan helemaal geen gebed. Maar heel je leven op krukken is niet gezond.
Als kind mag je bidden: Ik ga slapen, ik ben moe. 'k Vouw mijn handjes – prachtig. Maar zeg ook eens – wat heb je te vertellen tegen de Heere? Dana hoor je vaak ontroerende dingen.

Een typisch Joods gebed is het. De structuur. Hij en zijn discipelen waren Joden. In de synagoge hebben ze het zgn Achtiengebed, hoofdgebed in de synagoge ((http://www.kerkenisrael.nl/voi/voi37-3c.php)). Als je iets wil vragen aan je rabbi, moet je hem eerst prijzen,dan komt je verzoek en dan neem je afscheid in dankbaarheid. Als je in Jeruzalem geweest ben, dan is daar de Paster noster kerk. In 82 talen aan de muur hangt het OnzeVader. Ook in het Nederlands en ook in Braille. Dat geeft een verbroedering. Het schept een band!

2
De aanspraak (v&a 120). Waarom Onze Vader. Kinderlijk ontzag en vertrouwen in God. Je kunt je voorstellen, het is geen alleenspraak maar een spreken tot. Wat voor beeld heb je van Degene tot wie je bidt? Wat is jouw verhoudeing tot die persoon? In de hemel – je hoeft niet te schreeuwen. Hij hoort het toch wel. Belangrijk om te zeggen. Ik was eens in een charismatische dienst hier niet ver vandaan. En de voorganger zei aan het begin, laten we allemaal heel hard roepen: “Jezus!”, de mensen schreeuwden het uit en het klonk in mijn oren als een vloek. De baalspriesters op de Karmel riepen luidkeels tot Baäl – je moet wat harder roepen, zei Elia, misschien is ie op reis. Een zucht verstaat Hij al. We hoeven zijn aandacht niet te trekken.

Welk beeld heb je van God. Ben je bang – dan hoor je mensen bidden – och Heere laat het niet kwaad zijn in Uw heilige ogen, als wij tot u naderen. Welk beeld heb je dan? Aan de andere kant: je gebruikt Hem als wegenwacht. Dan bid je ook niet vertrouwelijk met Hem. Welk beeld heb je dan van Hem? Veel kinderen hebben toch een soort Sinterklaas geloof. Wil u dit en dat en dat. Dat moet je zachtjes corrigeren als ouders.
Anderen zien hem alleen als Rechter en bidden eigenlijk alleen om genade. Pleiten, smeken om een nieuw hart, maar met een rechter ga je niet vertrouwelijk om, want elk woord kan tegen je gebruikt worden! Wel bij een Vader, maar niet bij een boeman of de wegenwacht.

Als je nou bidt zeg dat, niet een lange aanspreek titel, o allerhoogste, volmajesteitelijke heiligheid, eeuwige enig en drieënig, die en dan uiteindelijk komt het gebed. Zo zegt de Heere Jezus het niet. Zeg: onze Vader. Abba, lieve vader. De kroon van Zijn heerlijke namen. Hoe moet dat geklonken hebben in hun oren. Ik hoop dat je er weer verrukt van gaat zijn, dat je Hem Vader noemen MAG. Gods liefde komt zo tot zijn hoogtepunt. Dichterbij kan Hij niet komen. Hoe eindig ws de afstand tussen Schepper en mens, door de zondeval was dat oneindig geworden. Heilig hoog verheven en dat zondige mensenkind, dat ik ben en dat door de Heere Jezus een ongelofelijke nabijheid gekomen is. Zo staat het ook in Antwoord 120: dat Hij onze Vader *geworden* is. Mijn vader is de beste, Hij kan alles.
Moslim kennen dat niet. Zendeling komen dat tegen, hoe moet ik bidden tot jullie God, ze rollen om van verbazing. Alla is nooit Abba, maar Akbar (groot). Zijn knechten maar nooit zijn kinderen. Zo intiem kun je nooit worden, met de God van de Bijbel wel.
Ook in het Jodendom is dat niet zo bekend. Het Achttiengebed is oud, maar het begint niet met Onze Vader. Gezegend zijt Gij Heere onze God, vam Abraham Izaak en Jakob.
Ook in het Oude Testament lees je die Vadernaam maar zelden. Vader van Zijn volk, maar niet van de individuen. In geen enkele gebed in het OT komt het voor. In het Nieuwe Testament honderden keren. Door de Heere Jezus bekend gemaakt. Hij wist wie de Vader was, wij niet, dat kan er maar Een vertellen. Wie ik als vader ben, kunnen mijn dochters vertellen en die ene die in de box zit, maar mijn vrouw niet. De Heere Jezus wist van de schoot van de liefde van de vader. Hij is gekomen om de Vader bekend te maken, Hij wordt ook jullie Vader. Christelijk voorrecht. Vlak voor zijn leiden en sterven, net voor Gethsemane spreekt Hij. Donker en koud, volle maan. Het hogepriesterlijke gebed Joh 17. Vader, ik heb Uw werk gedaan, Uw naam bekend gemaakt. Zo mag je Hem noemen en zo mag je Hem leren kennen.

Het moet een schok geweest zijn voor de Joden,. De naam van God werd niet uitgesproken. Abba, eerste woord van elk Joods kindje. Niet alleen de hogepriester een keer per jaar, voorzichtig, maar jullie allemaal, elke gelovige in Mij. Het is een echt “kindgebed”, bij uitstek.

Wanneer mag je het bidden? Wanneer mag je Vader zeggen? Daar is ook zo veel over gesproken. Het is heel simpel volgens mij. Als je uit God geboren bent, hoeft je niet eerst een “bevestigd kind van God” te zijn, ook een beginnend gelovige mag die Vadernaam al op de lippen nemen. Onze gereformeerde vaderen zijn daarin heel ruim geweest. “Almachtige God en Vader.” Als je een kind bent in de genade (Joh 2) is dat ze de Vader kennen.
Hoe komt dat nu, ook in onze kring ook bij de ouderen, dat geduchte God eerbiediger klinkt dat lieve Vader. Meer bij de vraagtekens van het Oude Testament dan bij de uitroeptekens van het Nieuwe Testament.
God zo aanspreken – het is een gebod van Christus! Hoe komen we aan zoveel Vaderschroom? Als je DIE naam mag uitspreken... “het zijn maar weinige kinderen Gods die die weldaden krijgen. Vaderhart is het allerlaatste”. Daar waren veel mensen van onder de indruk. Maar het is hartstikke fout. “Als het eens teer ligt, dan durf ik die Vadernaam te noemen”. Het klinkt heel wat, maar het is niet gezond. Het is andersom. Van stond aan 'kinderlijke vrees verwekken...' het wekt juist dat vertrouwen OP! Niet als het teer ligt, mag ik het zeggen. Maar juist als er niet voldoende vertrouwen is, dat ik die naam noem en daardoor dat vertrouwen wordt opgewekt. Snapt u de redenering van de catechismus? Dat ik fiducie krijg op God. Heere, Heere, en nooit eens Vader, daar doen we God verdriet mee, en ook de Heere Jezus,die die Vader bekend gemaakt heeft! Zijn kinderen, die nooit Vader zeggen, en nooit verder komen dan 'ik hoop het', het is een eer voor God als Zijn kinderen zich niet schamen voor 'Vader'....

Meester,juf, juf, kun je heel de dag horen, maar thuis toch papa? Als ze een vraag stellen op catechisatie, vallen ze uit hun rol en zeggen pa. Ik blijf je vader, ook als zit je op catechisatie. Als je dat altijd onderdrukt doe je daar uiteindelijk God verdriet mee.

Die mij rechtvaardig in Zijn zoon verklaart. Door Christus is Hij mijn Vader geworden, geadopteerd tot een geliefde dochter of zoon, opgenomen in zijn huisgezin en door het geloof in de Heere Jezus. Geen gelukkiger mens op aarde die God als zijn vader heeft. Op school moet je presteren, op je werk moet je het kunnen, maar thuis mag je je zelf zijn,. Die oneindige hoge God,dat ik zo vertrouwelijk mag zijn als een klein meisje dat kruipt op de knie van vader.... Geen meneer, directeur, professor, meester, maar Abba, lieve Vader.

Al Gods kinderen mogen dat zeggen, geen ideaal kinderen, ook vreemde, rare, ongehoorzame kinderen; geen model gelovigen. Die Vader is zo goed, kinderen zijn dwars en ondeugend af en toe rare kostgangers. Houdt God er lievelingetjes op na, nee. Hij houdt van allemaal evenveel. Geadopteerde zonen worden niet tweederangs behandeld. Gods geliefde kinderen. Hij ontfermt zich over al zijn schepselen, maar met Zijn kinderen gaat het verder. De melk van Zijn liefde gaat uit naar al Zijn schepselen, maar de room naar Zijn kinderen.
De Heere Jezus is dan je oudste broeder geworden. De liefde waarmee U mij hebt liefgehad, dat die liefde in hen zij. De erfenis met hen delen, wat is dat rijk!! De engelen moeten een stapje terug doen. Kinderen mogen dichter bij de troon zijn. Cherubijnen en Serafijnen aanbidden Hem als koning, knechten van de Koning, maar wij zijn kind van de Vader.

Onze vader, daar kun je al je liefde en vreugde mee uitdrukken, dat is al een zee, hemelse muziek. Kent u dat ouderwetse lied uit Glorie klokken, ik ben een koninklijk kind ...

'k Ben een koninklijk kind, niet slechts dienstknecht of vrind,
'k ben gekocht met het bloed van mijn Heer!
En dat bloed geeft mij recht, meer te zijn dan een knecht,
'k ben Gods kind, dat verblijdt mij zo zeer.

Dat wordt hier bedoeld. God als Vader, geworden door Christus. In Hem mag ik Hem als Vader nederig aanroepen. Zonder Hem niet. Als je Hem hebt aangenomen, heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden. Adopteren in Zijn huisgezin. Elohi, in die duisternis, niet meer Mijn Vader. Daar maakte Hij verloren zondaars tot Gods kinderen.
Gal 3: door het geloof in de Heere Jezus zijn we kinderen van God. En de Heilige Geest is er bij te pas gekomen, door Hem leren wij roepen, Abba, Vader. Hij helpt de zwak en beginnend gelovigen om Abba te roepen. En de Vader zelf – zie de gelijkenis van de verloren zonen. Of “de verlangende Vader”. Hij is zijn kinderen kwijt geraakt. Allebei, de oudste en de jongste. Ik wil uw kind niet meer zijn. Bam, de deur uit. Ik kan er onmogelijk mee opschieten, ik ga wel op mezelf wonen. Daar gaat ie. Alles op, berooid en dan terug. Stel je voor, ik wilde kind niet meer zijn, dan zal je vast mijn vader niet meer willen zijn. Maak me dan knecht.
Maar je ziet het vaderhart van God, Hij wacht niet tot je aangebeld hebt. Hij rent hem tegemoet. Voor die jongen een woord kan zeggen, geeft hij hem al de kus van de verzoening. Hij voelt zijn vaderhart kloppen. En het eerste woord, dat die jongen zegt: Abba, ik heb gezondigd. Dat is dat vaderlijke meedogen.

Corrie ten Boom: toen ik klein was dekte mijn vader me wel eens toe. Kindergebed, we praten wat, wat voorlezen. En dan legde hij zijn grote hand op mijn gezichtje en dan bewoog ik me niet. Ik wilde dat gevoel vasthouden, dat vertroostte me. Toen ik in Ravensbruck zat, bad ik soms: Hemelse Vader, wilt u uw hand op mijn gezicht leggen. Mijn aardse vader toonde mijn zijn liefde, daarom kon ik de liefde van mijn hemelse Vder zo goed begrijpen. Vaders! Wat een opdracht. Toon die vaderlijke liefde, zo dat ze daar een goed beeld bij krijgen, niet: mij pa was onbereikbaar...
Soms ging vader mee naar de dokter of de tandarts, dat vond ik zo eng. Dan zijn mijn papa wel eens, niet: je zult geen pijn hebben. Maar wel: je moet flink zijn, geef me maar een handje. In die stoel kreeg ik dan toch moed. Zo mogen we met God om gaan, Hij zegt niet: je zult nooit pijn hebben. Valse predikers die dat beloven. Maar ik krijg wel moed, ik weet dan, ook in donkere dagen: Hij zit er bij. Hij is nabij,

Vader in de hemel,
dank U voor uw Zoon.
Want door zijn pijn en lijden
kunt U mijn Vader zijn.
De straf die ik verdiende,
die droeg Hij aan het kruis.
Zo nam Hij al mijn zonden weg
en bracht mij bij U thuis.

Edit