Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-02-06 10:00:00 prof. dr. W. Balke (Em. te Den Haag) Zalig zijn de doren

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Open 14:13 Open 14:1-20 2011-02-06.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 4.3Mb)
2011-02-06_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 64.6Mb)
2011-02-06T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.0Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Zalig zijn de doden. We ontdekken hoe vreemd, hoe volstrekt buiten de wereldse orde het evangelie is. Want bij de dood past 'wel gecondoleerd', en geen gelukwens. Gelukkig, te prijzen zijn zij. Het staat dwars dat op de wetten van onze logica. Daar willen we in onze overtreding Gods wetten ook onder laten vallen. Het lijkt of deze tekst verdwaald is tussen de verschrikkelijke dingen in dit hoofdstuk. Mensen staan op tegen Zijn woord. Het gaat met ontzaglijk oordelen van God gepaard. De koning van de verschrikking, de dood, voert de boventoon. Bergen val op ons... midden daarin staat dit 'zalig zijn zij'.Is dat geen verschrijving?
Nee in tegendeel. Er staan zeven van zulke zaligsprekingen in Openbaring. Het is allerminst een verschrikkelijk boek, een troostboek voor de christenen die werden vervolgd. Er komt wel alles in voor wat in onze wereld aan de orde komt: het Beest. Daarom is dit vers juist een lichtstraal, een bazuinstoot van hoop.
Hoe komt Johannes er bij om dit door te geven? Hij hoort een stem uit de hemel. Er komt groot nieuws uit de hemel, en hij moet het opschrijven, om het alle eeuwen door te geven, ZO belangrijk is. Ook nu horen we dat.

Dan komt er nog wat overheen. De Geest zegt; zo is het, schrijf het op! Zijn fiat komt er overheen, een hele sterke verzekering, tot driemaal. Dat is wel nodig ook, want hoe zouden we dit geloven, dat zo volstrekt tegen onze logica is. Hoe zouden wij het weten? We moeten altijd op Gods woord terug vallen. Hoe zouden we hier aan kunnen twijfelen?

Hoe wordt het gezegd? Zalig de doden, die in de Heere sterven. Dat maakt een heel groot verschil. Waar en hoe en wanneer is niet het doorslaggevende. De Psalmist zegt: het leven is als gras we kunnen elk moment opgeroepen worden. Het gaat om: in Wie sterven wij? Een staande uitdrukking.
In Hem sterven is in het leven in Hem blijven, dat vangt aan wanneer de Heere Jezus ons tot Zich roept. Volg mij en geef Mij uw hart. Dat is Zijn nodiging. Daarmee vangt een nieuw aan, een ander leven. Kennen, dat is Hem liefhebben, dienen en voor Hem leven. Dat stempelt ons leven en dan stempelt het ook ons sterven. Wij leven en sterven voor de Heere. Het zij dat wij leven of sterven, wij zijn Zijn eigendom, zegt de Heere.

Dat eigendom duidt een hechte gemeenschap aan. Dat betekent dat we niet meer overal te vinden zijn. Hebben wij dat ontdekt? God geve dat; dat we in Hem beveiligd zijn, zelfs voor de dood, maar buiten Hem nergens veilig.

Mensen denken nu: dood is dood en dan ben je overal van af; een geraffineerde misleiding van de vorst van de duisternis. Het is geen eind, maar een grens, tussen het tijdelijke en het eeuwige. Er is een 'hemelsbreed' verschil tussen sterven in Hem en (ver) buiten Hem. Het is zo nodig om er geen vrede mee te hebben. Geen vrede in jezelf. Als er geen plaats om ons te verbergen.
Er is asiel in de Heere. Er is geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn. Hier ben ik veilig. Tot Hem mogen we vluchten. Dat is een kenmerk van het geloof – toevlucht nemen. Tot Hem die zei: Ik ben de Deur.

In – dat is de band van het geloof. En van de hoop en van de liefde. In Hem blijven is blijven in Zijn liefde. En voor Hem leven in Zijn dienst, naar Zijn wil en tot Zijn eer. Ongeveinsde liefde. Hebt gij Mij lief, vroeg Jezus aan Petrus drie keer. Ja, ondanks alles.
Zalig de doden die IN de Heere sterven.

Christenen in Rome, die het beest niet wilden aanbidden, en daarom vervolgd werden. Ze verwachtten als martelaars te sterven, maar het geldt voor alle christenen van alle eeuwen. Dus ook voor ons. Ook als wij leven voor de Heere, moeten we toch sterven. Die dood ontwricht en maakt stuk. Maar: vergeet niet dat geheim: in de Heere, daar kan de dood niet tussen komen. Maar die dood is een laatste vijand, hij brengt scheiding te weeg en daar wennen we nooit aan. Een wond die eigenlijk nooit geneest. Maar allen die in Hem zijn, zijn veilig. Dat ontgaat de dood.

Paulus zingt: want ik ben verzekerd dat noch dood of leven ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus. Niemand kan je uit Mijn hand rukken, Mijn schapen en lammeren. Ik heb ze in Mijn beide handpalmen gegraveerd.

---
Wat houdt die zaligheid dan in? Heel kort: het eeuwige leven. Het leven in al zijn volheid, aan Hem verbonden. Ogen en oren schieten daar te kort. Iedere menselijke maat schiet het ver te buiten. Tot die zaligheid te geraken.... Allen die in de Heere sterven, voortaan.
Al die zorgen en bezigheden, zo moe. En alles wat we met ons meeslepen, hier nog aan denken, daar nog heen. Hoe komt het ooit klaar? Het maakt ons zo moe. Job zei het: hij wilde liever onder doden liggen. Daar rusten de vermoeden van kracht en zij horen de stem van de drijver niet. De vorst der duisternis. Wat kan dat een drijver zijn. De meest onvermoeibaren worden toch moe van alles. Ja – dat zij rusten mogen, zegt de Geest, van hun moeite.
Rusten: de aardse werkdag is ten einde, de eeuwige rustdag breekt aan. Onvoorstelbaar lang er zal geen nacht zijn. Door eenvoudig de rustdag te vieren. Tot rust te komen op de rustdag, ons leven trekt zich terug in die rust, na alle besognes. We begeven ons in de rust van de Heere, die zich uitstrekt over ons hele leven. Nu reeds.
Het betekent niet niets doen, maar God dienen en loven en voor Hem leven, zonder dat er nog iets tussen komt. Ons aardse leven wordt nooit afgerond, maar afgebroken. Maar de Geest wil onze tranen drogen en afwissen. En hun werken volgen met hen.

Wat wordt bedoeld met die werken? Alle arbeid die in de Heere gedaan is. Naar zijn wil. En tot zijn eer. Alle andere werken laten we achter. Wetend dat uw arbeid niet ijdel is in de Heere. Zijn er dan toch goede werken? Ja, maar niet in de zin van verdienstelijkheid. Maar toch zijn er werken die God goedkeurt, omdat ze in de Here gedaan zijn in geloof en liefde. We dragen ze niet voor ons uit, en niet naast ons om er op te leunen, maar ze volgen. Ik ben maar een onnutte dienstknecht. En we kijken niet achter ons of onze werken wel volgen. We mogen ingaan in de rust.

Noem er eens een paar... om een leesbare brief van Christus te zijn – voorbede is ook heel belangrijk. Ook werken van vriendelijkheid. Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. Met de daad. We leven niet langs anderen heen, geroepen tot medelijden en medestrijden. Amecitia christiana (de christelijke vriendschap) is een groot geschenk. Een blijde glans op hun gezicht.
Ook werken van barmhartigheid, ten nutte van het Koninkrijk van God, die zijn niet ijdel in de Heere, zinvol en ten zegen. De nagedachtenis van Godzaligen is zelfs tot nut. Met onze ouders en kinderen tot in geslachten, dat Verbond van God. Die werken zijn van een andere orde dan die moeitevolle arbeid. Ze zullen niet verloren gaan. God houdt gedachtenis aan Zijn woord.

We hebben het Woord niet voor niets. Er komt een heleboel mee met een gelovige die in gaat in de rust. Die werken gaan mee tot in het eeuwige leven en doen ook mee aan de overkant. Het geeft mensen ook hun eigenheid. Ieder mens is anders. 'Zo was hij nu, ten voeten uit'. De identiteit blijkt uit de werken. Het leven is niet eentonig, het eeuwige leven is levendig – wordt een voorrecht om daaraan een bijdrage te doen in de dag der opstanding. Dan zijn we dezelfde in onze eigen identiteit, maar nieuw, herschapen. Het veranderde lichaam vernieuwd. Hij zal in de wederkomst dat sterke woord waarmaken, hoezeer dat sterven in de Heere toekomst heeft.

Wij zeggen gecondoleerd als de dood iemand wegmaait. Maar gelukkig mogen we zeggen tegen alleen die in Hem leven: zalig zijn zij. De dood is daarmee zijn prikkel kwijt, hij kan de nodiging niet verhinderen. Ga in in de vreugde uws Heeren.

Hij zal dat woord waarmaken, zalig zijn de doden die in de Heere sterven, van nu aan.

Zo is het, vast en zeker

Hun blijdschap zal dan, onbepaald,
Door 't licht, dat van Zijn aanzicht straalt,
Ten hoogsten toppunt stijgen. [Ps68:2]

Edit