Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-02-06 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Mijn Vader kan alles!

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 46 :120,121 1Joh 2:22-3:2 2011-02-06.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 5.6Mb)
2011-02-06_1700.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 64.9Mb)
2011-02-06T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.4Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1. Wij mogen vrijmoedig bidden (vr.&a. 120)
2. Wij moeten eerbiedig bidden (vr.&a. 121)

Ik zie nog wel eens het bekende tegeltje waarop staat:
4 jaar: mijn pappie kan alles
7 jaar: mijn vader weet heel veel
12 jaar: mijn vader weet lang niet alles
15 jaar: vader is hopeloos ouderwets
30 jaar: toch eens aan pa vragen
60 jaar: ik wilde dat ik het aan vader kon vragen

God is de strenge rechter, maar ook de barmhartige Vader in Christus voor ieder die in hem gelooft.
God is de allerbeste Vader: hij is volmaakt. Geen gebrek, geen zwakheid of zonde. Wat Vader doet is altijd goed, en daarom hebben we het goed.
God is de alleen wijze Vader. Hij is te wijs om vergissingen te maken. Hij weet wat voor ons het beste is. Wat hij ons geeft of ons onthoudt, hij doet het met wijze bedoelingen. Als we dat echt geloven, zijn we niet opstandig.
God is de rijkste Vader: het zilver, het goud, vee op duizend bergen. Aardse vaders zeggen nog weleens: ik zou het je graag geven, maar het is op. God zegt dat nooit: hij geeft mild van zijn onnaspeurlijke rijkdommen. Achsa was de dochter van Kaleb, zij trouwde met Otniël en kreeg een stuk land van haar vader. Ze vroeg hem toen ook om een waterbron, en hij gaf hooggelegen en laaggelegen waterbronnen. Ze vroeg om één bron, maar ze kreeg er vijf. Als een aardse vader al zo mild geeft, hoeveel te meer de Hemelse Vader!
God is de eeuwige Vader: Hij gaat nooit dood. Als een aardse vader is gestorven, kan het voor de kinderen een troost zijn: bij de hemelse vader kun je altijd terecht.
God is de liefhebbende Vader: ‘Stel uw vriendelijk hart, op wiens gunst wij hopen, eeuwig voor ons open.’ In de gave van Christus is Gods liefhebbende hart helemaal opengegaan. Hij verzorgt zijn kinderen, vergeeft ze en verwent ze ook weleens. Hij geeft soms meer dan het gewone, een dubbel portie. Ik denk aan de dominee die zei: als je twee keer naar de kerk gaat, heb je meestal meer aan de ene dan aan de andere dienst. Ook op de preekstoel. Maar soms gebeurt het dat beide diensten zo rijk en vol zijn, dat de Heere in beide diensten helemaal meekomt. Goede ouders doen dat ook weleens: op ouderavond nemen ze een snoepje of koekje mee en stoppen dat als verrassing in het laatje van het kind. Je hoeft je geen zorgen te maken voor de dag van morgen, want Hij zorgt voor ons.
God kan soms zijn aangezicht verbergen; dat maakt je dan onrustig. Soms kan Hij een pedagogische tik geven; dat is nodig om je te vormen naar het beeld van zijn Zoon. Hij kan soms met zijn woorden streng zijn, maar zijn hart blijft altijd in liefde voor je kloppen. Soms laat Hij je een drinkbeker drinken die je liever voorbij zou laten gaan. Maar als je dan toch die beker aanneemt uit zijn hand, dan doet Hij er altijd wat suiker in: Hij verzoet die bittere beker.
God is ook een gewillige Vader. Hij zal je veel minder afwijzen dan aardse vaders doen, Hij zegt niet makkelijk nee. Hij zegt ook niet klakkeloos ja, maar hij wil zijn kinderen wel genoegen doen. We hoeven niet te smeken om God te bewegen.
Ik herinner mij een keer dat een van mijn dochters thuiskwam met een vriendinnetje, die een lekke band had. Mijn dochter zei: Kom maar mee naar mijn vader, die kan hem wel maken en hij wil het ook wel doen. Op dat moment vond ik het niet leuk: had dat kind geen eigen vader die de fiets zou kunnen maken? Maar toen ik er verder over nadacht, vond ik het toch wel mooi, voor één keertje: mijn dochter had er vertrouwen in dat haar vader de kennis en de wil had om die fiets te maken. Dat kunnen we vergelijken met voorbede: wij vragen onze Vader iets te doen voor een ander en vertrouwen erop dat Hij het wil doen.
Een van de grootste zegeningen van het Nieuwe Testament is dat je zijn kind mag worden. Dat zit wat magertjes in onze Reformatorische belijdenisgeschriften: daarin is het blijven hangen op rechtvaardiging door het geloof alleen. Ook een geweldige rijkdom, maar nog rijker is de aanneming tot kind van God. Als God als rechter je vrijspreekt van schuld en straf en recht geeft op eeuwige leven, is dat enorm. Maar als vervolgens diezelfde rechter je adopteert in zijn huisgezin en je rechten geeft op de erfenis, zijn vaderlijke gunst en liefde: dat gaat alles te boven. Daarom is 1 Joh. 3:1 mijn lievelingstekst: Ziet, welke een liefde de Vader ons gegeven heeft dat wij kinderen van God geworden zijn.
Toen Mozes in het biezen kistje op de Nijl dobberde en de verdrinkingsdood nabij was, adopteerde Farao’s dochter hem tot haar kind. Hij kreeg een koninklijke opvoeding en koninklijke familie, recht op de troon… Van een arm slavenkindje tot een koningszoon, gezet naast prinsen en wereldgroten. Dat is de aanneming tot kinderen. En als je opnieuw geboren bent, ben je niet maar van koninklijk bloed, maar van hemels bloed.
David heeft daar een indruk van: als jongen van nederige komaf mag hij trouwen met Sauls dochter en zegt: wie ben ik, dat ik de schoonzoon van de koning mag worden?

Hoe wordt Hij jouw Vader? Jezus zegt: Ik ben de weg. Mag Ik je hand vasthouden? Dan zal Ik je brengen naar de hemelse Vader. Aan moeders en vaders hand tot Jezus en aan Jezus’ hand tot God. ‘Vader, vol van vrees en schaamte buigen wij voor u…’ In die gestalte gaan we. ‘Vader God, ik vraag me af hoe ik ooit heb geleefd zonder te weten dat uw Vaderhart al zolang om mij geeft.’
Opwekkingsprediker Whitefield zegt ergens: ‘ik mag door genade God mijn Vader noemen, al moet ik tot de verdorvenheid zeggen: je bent mijn zuster.’ Dat houdt je bij het wonder; het wordt nooit vanzelfsprekend voor je.
Vrees en toevoorzicht, eerbied en vertrouwen gaan altijd hand in hand. Het gebed tot de Vader loopt op twee benen: ontzag en kinderlijk vertrouwen. Ik mag mijn zorgen neerleggen in zijn Vaderschoot, daar mag ik uithuilen. Mijn nood mag ik leggen in zijn Vaderhand. Als er alleen maar vreze, respect, is, blijft er de afstand. Dan blijft God ver weg. Als er alleen vertrouwen is, wordt het vrijpostig. Ze zijn dus allebei nodig. Het is rijk als het in je eigen gebedsleven in balans is. Van Luther is bekend dat hij met zoveel vertrouwen bad alsof hij het tegen zijn lijfelijke vader had, maar ook met veel ontzag.
Als Jezus bidt in het hogepriesterlijk gebed, noemt hij God Rechtvaardige en heilige Vader. Bij ons is het vaak uit balans. Hoe komt dat? Vroeger zongen wij weleens het lied: ‘God is tegenwoordig, God is in ons midden, laat ons diep in t stof aanbidden. Dat in heilige eerbied alles in ons zwijge, dat voor Hem de ziel zich neige.’ Er is diep ontzag.
Pas stond in het RD een artikel over Oscar Lohuis, een baptistische broeder. Hij zegt dat de evangelischen werelds geworden zijn. Er wordt nauwelijks meer gepreekt over de zonde, de hel en de toorn van God. Mensen zeggen: God is toch geen oordelend God, hij is toch liefde? Ja, maar tegen de achtergrond dat wij zonder de Here Jezus zeker verloren zullen gaan.

2. Wij moeten eerbiedig bidden.
‘Vader’ wil zeggen: liefde, trouw, bescherming, ontferming, barmhartigheid. Maar ‘die in de hemelen zijt’ geeft verhevenheid aan, hoogheid. In het bijbelse spraakgebruik heeft God de hemelen tot zijn troon en de aarde als een voetbank. Die God is Vader en die Vader is wel een God. Niet al te aards denken. Toch, al zijn de volken voor hem als een druppel, toch ziet hij mij, als stipje stof, en maakt mij tot zijn kind. We moeten niet te aards van Hem denken. Zo hoog de hemel is boven de aarde, zo hoog is Hij boven ons. Hij gaat uit boven het dak van ons denken. Maar zo hoog is ook zijn goedertierenheid over degenen die Hem vrezen.
Onze schat ligt in de hemel, daar is Jezus, daar is zijn Vader. In antwoord 121 gaat het weer over de majesteit van God. Koningin Beatrix spreken we aan met ‘majesteit’, maar God is de hemelmajesteit. Als de steden Jezus verwerpen, heft Hij zijn ogen op en zegt: ‘Ik dank U, Vader, Heer van de hemel en van de aarde.’ Niet alleen Vader, maar ook Heer van hemel en aarde.

Sommigen vinden dat er een groot verschil is tussen de God van het Oude en van het Nieuwe Testament? In het oude lijkt Hij veel strenger, straffender, en in het Nieuwe Testament komt Hij veel meer als Vader, liefdevol, barmhartig. Het klopt dat in het NT God meer van zichzelf laat zien: in het OT sprak Hij door profeten, maar in het NT openbaart Hij zich door zijn Zoon. Het OT is de dageraad van Gods zelfopenbaring, maar het NT is de middag: het volle licht. Jezus is de afstraling van Gods wezen. Maar er is geen tegenstelling, je mag het niet tegen elkaar afzetten.
In 1 Petrus 1 staat: ‘als je God als Vader aanroept, wandel dan in de vreze des Heeren.’ Een nieuwtestamentische tekst! Ook in het NT staat dat God een verterend vuur is. In het OT lezen we over Gods toorn, maar ook in het NT. Dat moeten we dus niet uit elkaar trekken.
De apostel van de liefde, Johannes, die veel vertelt over God als Vader en in Jezus schoot lag, ligt in Openbaring 1 als dood aan zijn voeten. Je hoort niet alleen als een kind bij de Vader op schoot, maar ook eerbiedig aan zijn voeten.
De vreze van God is er niet minder op geworden, Hij is niet minder heilig dan in het OT. God heeft zijn Vaderhart in de Heere Jezus helemaal opengezet. Als je daaroverheen stapt, zal het vreselijk zijn te vallen in de handen van de levende God, zegt het NT. Wee u, als u op zo’n grote zaligheid geen acht geeft. Intieme omgang met en eerbiedige verering van de Vader gaan hand in hand. Angst is niet nodig, die is door Jezus weggenomen. Het gaat over ootmoed: niets te zijn in eigen oog, zodat Hij alles is.
Binnen de vertrouwelijke omgang heeft de eerbiedige verering een belangrijke plaats. In het gezin heeft vader het laatste woord, ook al protesteren de kinderen.
Antwoord 121 wijst ook op de almacht van God. Het hoeft ons niet af te schrikken; Gods almacht staat ons door het offer van Christus ter beschikking. Als Vader wil Hij geven, als almachtige kan Hij ook geven. God is zo machtig dat Hij kwaad kan weren, maar ook ten beste keren. Hij kan alles.
Aardse vaders hebben iets van die liefde en die macht, maar God kan zoveel meer. Aardse vaders zijn beperkt in tijd en plaats, in kennis en begrip, in kunnen en willen, in wijsheid en bekwaamheid. We kunnen niet altijd helpen, al zouden we willen. Een van de meest ontroerende klachten is die van David als Absalom gestorven is: ik wilde dat ik in jouw plaats gestorven was. Dat kon niet.
Maar God kan en wil altijd: Mijn God is zo groot, zo sterk en zo machtig, er is niets wat Hij niet kan doen. Zo onbegrensd als de hemel is, zo groot is zijn almacht. Dwars door de dood heen. Daar mogen we alles van verwachten.

We hebben vanavond eigenlijk drie woorden besproken: vertrouwen, vreze en verwachten. ‘Onze Vader’ doet een beroep op zijn liefde, ‘in de hemelen’ op zijn almacht.
Het komt vaak in de bijbel voor dat er vensters in de hemel zijn. Ook al lijkt de hemel soms van koper, er zijn vensters in waardoor God de wereld ziet en bestuurt. Soms doet God dat venster open en gaat het gieten: zegen in overvloed.
Onze Vader die in de hemelen zijt: een prachtige aanspraak. De Heere is de Hemelkoning die woont in zijn hemelse woning, waar Hij heerst als Koning. Zijn goddelijke ogen zien op al ’t mensdom neer. Die ogen doorlopen de aarde en slaan in liefde zijn kinderen gade. Wij zien Hem niet, maar Hij ziet ons wel. Hij houdt alles onder controle.
Ik weet dat de weg in het gebed naar de hemelse Vader nooit geblokkeerd kan worden. Een aardse vader kan in het buitenland zitten en de weg naar hem geblokkeerd zijn, maar ook al zit je in de gevangenis, misschien zelfs zo dat je de hemel niet kunt zien, maar niemand kan voorkomen dat je bidt tot God die in de hemel is.

Ik eindig met een Opwekkingslied:

Uw majesteit is onaantastbaar
niemand is aan U gelijk
Onvolprezen, zonder weerga
koning van het hemelrijk
Oorverdovend als de donder
helder als een bliksemschicht
Oogverblindend is de luister
van Uw heilig aangezicht

En toch bent U niet onbereikbaar
door Uw Geest woont U in mij
U bent alomtegenwoordig
overal altijd nabij!

U bent adembenemend, eindeloos mooi
overstijgt wat een mens
ooit heeft gezien, gehoord, bedacht
U bent meer dan bijzonder, buitengewoon
Niets is vergelijkbaar
met Uw majesteit en pracht

Edit