Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-02-13 17:00:00 ds. C.J. van der Plas (Zwijndrecht) Strijd om in te gaan!

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Luc 13:24-25 Luc 13:18-30 heb 4:1-16 2011-02-13.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 4.6Mb)
2011-02-13_1700.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 66.2Mb)
2011-02-13T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 9.1Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Een wonderlijk beeld, in de krant. Mensen met koffers en tassen, vlak bij het vliegveld. Ze zaten muurvast. Wanhopig proberen om op tijd te komen. Lopend gingen ze verder. Je zult het vliegtuig missen... Als ik daar eerst maar ben – als de deur dicht gaat, kom je er niet meer in, ook al heb je een ticket. Dan ben je te laat. Je kunt van alles zeggen, maar het is: u bent te laat, we checken niet meer in. Je moet op tijd je kans grijpen. Wacht het af, maar wacht niet te lang. Je kunt wel denken dat je rechten hebt, maar je komt toch te laat.
Daar wijst de Heere Jezus op in deze tekst. Iemand krijgt een draai om zijn oren. Het is wel een heel radicaal antwoord. Zo scherp. De vraag is immers belangrijk genoeg. Een serieuze man – hij is bezig met Gods koninkrijk. Zalig worden, het is niet vanzelfsprekend dat allen daar in zullen delen. Weinigen. Velen hielden zich daar niet mee bezig, het zit wel goed, kinderen van Abraham, als wij zijn. Ze waren met veel andere dingen bezig. Ze kwamen om genezing en om brood, om wonderen te zien. Ze wilden Hem wel koning maken. Deze man is toch een goede uitzondering. Hij heeft het over zalig worden,. Hij lijkt op die rijke jongeling, wat moet ik doen om zalig te worden. Bijna twee broers. Met kernvragen bezig. Hoe veel kom je er daarvan tegen vandaag?

Die rijke jongeling en hij lijken meer op elkaar. Ze weten kennelijk het antwoord al. Hij suggereert al direct dat het er nooit veel kunnen zijn. Zo doen journalisten – ze geven het antwoord al. Je hoeft alleen ja te zeggen. Mensen weten nu ook het antwoord wel. Natuurlijk, zeggen sommigen: – heel veel. God is toch liefde? Een schare die niemand tellen kan? Anderen gaan verder – God laat toch niemand verloren gaan? Karl Barth - een onmogelijke mogelijkheid. Voor iedereen is er dan straks een plekje in de hemel. Bij een begrafenis buiten de kerk: 'het zit wel goed, daar boven is een sterretje en dat ben jij'.
Anderen zijn weer heel precies. Weinigen, dat klopt toch wel? Je rijdt langs de Hillevliet, allemaal aan het winkelen. Hoe zou het met zulke mensen zijn, of je denkt aan de macht van de zonde in je eigen leven. Hoeveel ongeloof er in je eigen hart leeft.. – het kunnen er toch nooit veel zijn, een groot wonder als er *iemand* zalig wordt.. Eng is de poort.
Geloven is geen kinderspel, daar wordt je niet mee geboren. Wedergeboorte is nodig. De wereld is vol van vijandschap met het evangelie. Gespot met God en gebod – dan zeg je toch – er zullen er maar weinig zalig worden?

Misschien keek de man wel naar al die mensen om de Heere Jezus heen – geesteloze mensen, de massa. Die discipelen – uit Galilea nota bene. Daar komt niet veel van terecht.

Dat is me toch een partij ongeloof... die man staat nota bene voor de Heere Jezus, de Zaligmaker! Er zijn er zeker wel weinig die de Zaligmaker zalig maakt? Hij lijkt wel heel vroom en ernstig, maar hij zegt met andere woorden, – U gaat er toch ook wel van uit dat Uw werk weinig vrucht zal dragen? Dat is nu het ongeloof. Hij heeft de kracht van de genade nooit ervaren. Of de overweldigende liefde van de Heere. De werking van de Heilige Geest, die een nieuw mens van je maakt. Geen besef hoe diep de genade en de liefde van Christus is. Dat staat haaks op wat Hij eerst zegt van het mosterdzaadje en het zuurdeeg. Het heeft een geweldige uitwerking, hoe klein het begint.

Dat koninkrijk van God heeft een verborgen kracht, klein naar menselijke maatstaven. Heel de wereld zal weten. Christus is de Zaligmaker. Maar, het is niet vanzelfsprekend, dat je daar in deelt. Daarom de 'draai om zijn oren'. Mensen spitsen de oren: Zal Hij veel of weinig zeggen?

Veel of weinig is niet belangrijk – maar dat je er zelf bij bent, dat is belangrijk! Het gaat om je eigen zaligheid en daar moet je voor strijden. Hoe moet dat met die en die ander. Laat dat aan God over. De deur staat open maar je moet er wel door naar binnen gaan.

Sta daar eens bij stil: dat de deur openstaat, hebben wij niet verdiend. Een toegang tot het Vaderhuis, dat is wat anders dan Genesis 3. Een vurig zwaard – afgesloten. Geen weg naar de hemel. Dat laat God ons ook verkondigen: wij zoeken van onszelf uit naar een toegang tot dat verloren paradijs. Hoe meer je probeert, des te ongelukkiger word je ervan. Van de ene ellende naar de ander in al die glamour-bladen.
Je loopt tegen jezelf aan en je vindt geen weg. Maar de Heere Jezus zegt: Ik ben de Deur. Ik heb de weg gebaand, er is vergeving en vrede bij Mij te vinden. Mijn bloed reinigt van alle zonden. Je hebt niet meer nodig dan Mij. Maar je kunt ook met minder niet toe.

Ik was in Mexico – we wamen te laat, dan moet je kiezen – je koffer mee en dan mis je je vliegtuig. Of: je gaat lopen en die koffer komt wel. Zo gebeurde het ook. Maar je moet wel kiezen. Er zal geen rijke ingaan. Hier zal niet inkomen dat ontreinigt en leugen spreekt maar die geschreven zijn in het boek van het Lam. Zo nauw luistert het dus. Je moet alles achterlaten waarop je steunt buiten de Heere Jezus. Dat staat je allemaal in de weg, ook geen koffer met goede werken en dat je er zo mee bezig bent geweest en zo ernstig was. Daar kom je niet mee binnen, alleen op geloof. Niet ieder die zegt Heere, Heere, maar die doet de wil van de Vader. Daarom is die poort ook nauw. Geloven is niet op je gemak door het leven komen. Geloven is midden in de strijd staan. Hoe dichter bij Christus des te meer strijd met jezelf. En om je heen van alles tegen; de wereld trekt aan ons en de boze wil je meenemen op de weg van God af. Je wilt het leven ontdekken, als jongere, en voor je het weet – strijd je voor dingen die voorbijgaan.
De meeste mensen worden bekeerd, als ze jong zijn. Dat is ook de beste tijd om Christus te leren kennen. Je strijd om te overleven op je werk. Keuzes maken, en voor je het weet ben je de Weg kwijt.
Blijf niet aan de kant staan, maar laat je leven op God gericht staan, bekering, opnieuw of voor het eerst.. Het ligt in ons allemaal. Het leven kan je zo in zijn greep hebben, druk druk druk. Hoeveel tijd heb je voor het woord van God? Hoeveel tijd besteed je aan Facebook... en vergelijk het eens met wat je besteed aan Gods woord, veel mensen twitteren langer, dan dat ze bidden. Je kunt ook als oudere steeds oppervlakkiger worden. Je maakt je druk om veel dingen.
Er kunnen mensen zijn die anderen in de weg staan met al hun waan-wijsheid, godsdienst uit een boekje waar jonge mensen op stuk lopen. Als het nu zo moet, dan hoeft het van mij niet. Dan komt Jezus weer langs: strijd om in te gaan, zet alles op alles, heb alles er voor over. Doe weg wat je hindert. Richt je op dat ene doel: Ingaan in het koninkrijk.


Maar dat ga je pas doen als je ontdekt, dat alles buiten God dood is. Buiten Jezus is er geen leven. Wat je ook uitvoert. Als je dan nog voor de poort staat blijf je voor eeuwig buiten. Ik zie een poort wijd openstaan, ….. dat licht schijnt in deze donkere wereld: wie in Mij gelooft heeft het eeuwige leven. Jagen naar de Heiligmaking noemt Paulus dat, biddend leven bij het woord, telkens weer met Gods belofte bij Hem terecht komen – daarmee word je veranderd. Je hebt de Heere Jezus nodig, toen het er werkelijk op aankwam, bleef voor Hem de deur dicht. In de buitenste duisternis van de Toorn van God. Toen Hij uitriep: het is volbracht, toen is de scheiding met God geopend en de deur van het Vaderhuis opengegaan. Daarom zegt Hij het zo indringend – strijd om in te gaan. De toegang is vrij. Je mag gratis naar binnen, Hij wil je kracht geven voor de strijd van het geloof. Die gaat je leven lang door. Blijf strijden – je moet het je leven lang voorhouden en het vraagt offers. Een heroïsch gevecht, zo zegt suggereert het Grieks, op leven en dood. Martelaren, ook vandaag. Mensen, die vanwege hun geloof terechtgesteld worden.

Al je kracht inzetten om dat doel te bereiken. Het einddoel ligt echter vast voor ieder die gelooft. Ingaan in het koninkrijk der hemelen. Wat een dag zal dat zijn. Wanneer de Heere al de Zijnen thuis haalt! Wie zegt dat Jezus niet binnenkort komen kan? Gaat in in de vreugde van je Heer. Daar worden tranen afgewist, levende fonteinen. Rust nu maar uit. Je hebt je strijd gestreden. Heere het was soms zwaar, maar we zijn door de kracht van Uw liefde doorgetrokken. Als we op Christus zagen, dan merkten we dat er kracht van Hem uitging. Klein van krachten – niet beter dan een ander, maar we zijn er toch. Op die poort staat aan de achterkant – “uit genade zijt gij zalig geworden, met een eeuwige liefde getrokken”.

Wie is de Heere Jezus voor u geworden? Als Christus alles voor je wordt, ben je op Hem gericht. Als Hij nog die grote onbekende voor u is -dan gaat je hart naar andere dingen uit, je kunt er over praten, maar het raakt je hart niet.
Mensen liepen achter Hem aan – maar aan het einde was het: deze rede is hard. – en dan brachten ze Hem aan het kruis.

Zijn er weinigen? Hij bleef aan de buiten kant staan. Vlak bij Schophol zaten ze vast en ze bleven zitten. Ik moet eerst mijn koffer, ze praten erover met de chauffeur. Als ik het nu nog maar haal. Maar ze blijven op hun plaats. Je mist je vliegtuig – tijd genoeg. Maar toen ze kwamen was de tijd verstreken.
De deur zal gesloten zijn – Heere Heere doe ons open – Ik ken u niet. Aangrijpend. Zoeken in te gaan en niet kunnen. Je moet die woorden niet uit hun verband rukken – dan lijkt het of ze wel wilden, maar geen kans kregen. “Tenslotte – het moet je wel gegeven worden. Als je niet uitverkoren bent...” Dan geven we God de schuld van onze eigen onbekeerlijkheid.

Ze blijven niet buiten om dat ze er niet in mogen, maar omdat ze te laat zijn. De tijd van dat welbehagen, toen de deur openstaan. Er komt dus een moment dat de tijd van bekering voorbij is, dan ben je te laat om binnen te gaan.

Kairos – het beslissende moment, dat moet je niet voorbij laten gaan. Eenmaal andermaal – dan moet je bieden, – bij “verkocht” is het voorbij. Voor de hamer valt. Zo was het met Israel in de woestijn – Kanaän gingen ze niet binnen, en toen mochten ze er niet meer in. Laten we niet in dat voorbeeld van ongeloof vallen –

Met andere woorden:

Je zonden houden je niet buiten. Maar je ongeloof wel. Je bent nooit te zondig om binnen te gaan. Nooit te zwak, te klein van geloof, maar als je het woord voorbij leeft – je hart voor de Heere dicht houdt, dan blijf je straks voor altijd buiten. Je kunt alleen door het geloof binnen gaan.
Doe ons open – ze rekenen er nog op. Maar ze worden werkers der ongerechtigheid genoemd – ze wilden daar dus niet meer breken. Nooit voor Hem door de knieën gegaan. Nooit gebeden om genade, een waarschuwing voor ons.

Hebt u uw knieën wel eens gebogen voor Jezus, Die het zo goed met je voorheeft? Dan is je toekomst zeker. Armen en bedelaars als Lazarus hebben een ereplaats in de hemel. Uit noord en zuid en oost en west. Eerste en laatsten draaien om: Hij maakt zondaren zalig.
De deur staat open, de poort is nauw, je moet klein worden om er doorheen te kunnen. Elke dag vergeving en genade om voort te kunnen. Maar zie naar de gekruisigde Christus, de opgestane Heiland en Hij roept je vandaag toe: Mijn genade is ook voor u, voor jou genoeg. Volg dan Jezus' stem Hij zal je plaats bereiden en door Zijn geest je lijden in het Nieuw Jeruzalem.

Edit