Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-02-20 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Ziin ziel tot schuloffer

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Lev 5:15-16 Lev 5:14-6:7 Lev 7:1-6 2011-02-20.1013.mp3 (Preek, 16kPro, 5.9Mb)
2011-02-20T.101.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.6Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
1 Het vergrijp (5:15)
2 De verzoening
3 De vergoeding

Een voorbeeld. Vorige maand in de krant: Lucienne Bernse wilde schoon schip maken – ze was een winkeldief geweest 33 jaar geleden. Uit de Jamin winkel. Ze kwam tot geloof een jaar of 5 geleden. God heeft haar zonden vergeven en haar depressie weggenomen. Rond de jaarwisseling besefte ze dat ze nog wat op te ruimen had. Ze schreef een brief aan de eigenaar en vroeg vergeving en ze deed er ook 15 euro in. Commentaar: zo ruim ik ook dat stukje van mijn verleden op. Vergeving vragen en vergoeding geven. Daar gaat het vanmorgen over.
Geloofsbelijdenis heeft ook alles te maken met schuldbelijdenis. Augustinus –in zijn Confessiones, 'bekentenissen' – belijdenis van zijn zonde (het begint al met peren stelen) maar ook lofprijzing. Ook belijdenis van Gods goedheid en barmhartigheid.

Schuld en schuldoffer, mensen, gelovigen die schuld hebben gemaakt - hoe het moet worden vergoed. In de RK had je de biecht. Twee componenten – je vertelde je zonden, en absolutie. Toezegging van de vergeving. Maar als je dat gedaan had, dan begon het pas. Je moest ook beginnen aan een weg van herstel. Bijdragen aan het herstellen van een relatie, concreet excuses aanbieden, van jouw verzoenpogingen of schadeloosstelling. Bewijs dat je berouw had en dat je uit die vergeving wilde leven.

In de Bijbel staat: belijd elkaar de misdaden. Ik zie dat hier ook in de Oude Testament. Er stond een priester bij altijd, pastoraal werker.... ambtsdrager. In zijn aanwezigheid, beleed hij zijn zonde. Samen knielen bij het altaar. Zonde bij het kruis brengen, zouden wij zeggen. Leren te leven uit die vergeving. De priester was met zonden van anderen bezig.
Stenen op de akker van je hart - ik ben niet vruchtbaar voor God, of ik ben niet echt blij, het zonlicht breekt maar niet door. Dat heeft te maken met het schuldoffer. David had geen vreugde. Geef mij weer de vreugde van uw heil – het heil zelf is niet weg. Nathan – je had van je buurvrouw/man af moeten blijven en hij komt in de schuld. En die moet verzoend worden. Wat moet ik doen? Je schuld gaan belijden.

Vier bloedige offers in het Oude Testament. Brandoffer, vredeoffer, zondoffer en het schuldoffer. Net zo: Vier evangeliën Joh, Luk, Mar, Mat. Vier kanten van het kruis van de Heere Jezus. De lichtzijde van het kruis, en de donkere kant. Lichtzijde: brandoffer, de zoendood van de Heere Jezus waardoor ik welgevallig word van God. Aangenaam gemaakt in de geliefde. Vrede offer – dat mij vrede met God geeft – het ligt helemaal vlak. Zondoffer – dat mijn zonde weg heeft willen nemen, vergeven. Schuldofer, dat aspect waardoor Hij vergoedt wat ik als zondaar heb bedorven en weggeroofd. Het moet betaald, het moet weg. Het offer zorgt ervoor, dat de relatie hersteld wordt. Maar ook tussen mij en mijn naaste. Jes 53: Als Zijn ziel zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben zal Hij zaad zien.

1
De NBV noemt het het hersteloffer. Restitueren, weer in orde maken, naar God toe: Verzoening. Naar de naaste toe vergoeding. Wiedergutmachung. De ander is benadeeld door mij. Het bestaat uit twee delen, Lev 5:14 de Heere sprak tot Mozes – tot 19, waar God is benadeeld. En dan weer de Heere sprak. Waarin je de naaste kan benadelen (Lev 6:1-) Het staat los van elkaar.
Hoe kun je God benadelen: Trouwbreuk plegen – tegen de heilige dingen van de Heere. God heeft recht op zaken, en die onthoudt je Hem, of door ze te ontwijden. Een paar voorbeelden – De eerstelingen behoren aan God, daar kun je een rekenfout in maken. Tienden. Tegen de heilige dingen van de Heere. Of je had de Heere een gelofte gedaan. Niet alleen de helft, maar alles. Dat is een soort beroving. Annanias en Safira – ze gaven niet alles wat ze beloofden. Als je een christen bent heeft de Heere recht op je lichaam, op zondag en doordeweeks. Geven we Hem tienden of een fooitje? Een collecte in de kerk – fooi. “Beloofd om mee te werken aan de opbouw van het lichaam van Christus naar de u geschonken gaven”. Maar je vind het best om 1 of 2 keer naar de kerk te gaan,. Waar zijn jullie allemaal?
Als je in de schuld stond tot God, moest je offeren en vergoeding geven + een vijfde deel. 120%.

Een tweede voorbeeld (v17). Tegen de geboden. Ongerechtigheid dragen – je leidt eronder. Ik wil graag een vat zijn gevuld met de Heilige Geest, maar het moet wel een schoon vat zijn. Reinig mij van mijn bloedschuld, o God. Voor David is dat niet moeilijk te noemen. Zijn er dingen uit het verleden, misschien heb je een pastoraalwerker nodig, en samen naar het kruis gaan. Duistere zaken in je verleden. Pa en moe weten dat allemaal niet. Wat er in mijn oren en ogen gekomen is, muziek, dvd's – zo pervers en gewelddadig – dat komt nu terug als je belijdenis gaat doen. Of stelen. Terug. Of tegen je vader en moeder. Dwars geweest vroeger tot en met – wonder dat ze nog van mij houden. Ik wil je officieel vragen om vergeven, pa, ik heb je op je hart getrapt. Agressief geweest vroeger - niemand weet dat. Je hebt iemand ook wel eens iemand in elkaar geramd. Valse getuigenis. Een bloed hekel aan die en die en je hebt ze zwart gemaakt. Je hebt leraren het leven op school moeilijk gemaakt en geprobeerd hen weg te treiteren. Naar die bewuste juf of meester – waar je vroeger zo dwars was.

H6: de tweede tafel van de wet. Roven, afpersen. Concrete voorbeelden. Wil je hier even op passen? Het wordt weer opgevraagd – en je liegt over het eigendom. Je vindt het maar geeft het niet terug. Je laat schuld op je. Zelfs meineed. Je misbruikt Gods naam dan ook nog. Hoe vaak komt het iet voor. Ouders overleden, Erfenis verdeeld. Oneerlijkheid en nog meer verwijdering. Neem je deze dingen te harte als je christen bent. Je verkopt iets als geode waar, maar het is slecht, je rijdt een deuk in een geleende auto en zegt niets.
Goed maken naar de Heere en naar een ander. Schuld naar God wordt zelfs als eerste genoemd. Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, pa. Zo leren wij het onze kinderern toch ook. Als ze stopt doen – of de Heere het wil vergeven, wat ze hebben gedaan, maar ook je ouders om vergeving vragen.

De Heere Jezus wijst daar ook op; als je op weg bent naar het altaar en er is een broeder die wat tegen mij heeft. Laat het dan liggen en ga naar die broeder en dan het offer. Dan mag je ja zeggen voor Gods aangezicht. De schuld komt terug. De broers hebben lekker gegeten toen Jozef in de put zat. Dan komen ze voor de onderkoning. Het is omdat wij schuld op ons gelaten hebben vanwege onze broeder. Het komt terug en moet verzoend worden.
Wij zouden zeggen: het is lang geleden. Ik beleid het aan God en dan is het toch verder OK? De echtheid blijkt zo, dat je het ook gaat goed maken. Dat moet je doen op de dag, dat je het schuldoffer brengt. Op dezelfde dag. Er is zoveel verwijdering gekomen, daar heb ik schuld aan 'dat doet ik nog wel een keer' – nee, jij als eerste en nu.

Dan is er weer plek voor de Vaderlijke gunst, als je die weg mag gaan, die onderste weg, dan komt er weer ruimte. Het zonlicht van Zijn genade. Lange tijd mistig, onbruikbaar voor de Meester. De stenen waren nog niet weg.

Nieuwe Testament: Zacheüs – toen de Heere Jezus in zijn huis kwam: zie Heere, de helft van al mijn goederen geef ik de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst geef ik geen 120 maar 400% dat is nog eens een echte bekering.

2
De verzoening. Het ritueel met dat ram. Vergeef ons onze schulden Heere. Die vergeving is er alleen maar omdat er een Lam geslacht moest worden. Het ram werd gedood. Om verzoening te doen. Bloedstorting. Gaaf, zonder gebrek. Een offerdier moest zijn leven opofferen voor jou, om jou van je schuld te bevrijden. Hij in plaats van mij.

Ik denk aan de Heere Jezus als zijn ziel zich tot een schuldoffer gesteld zal hebben. Iets allerheiligst. De priester stond er bij, het bloed vloeide weg. Het mes en het vuur; en het werd opgeofferd voor de Heere. En zo worden mijn schulden betaald. Ik geloof de schuldvergeving, om des Middelaars bloed.
Als je daar staat bij dat offer, dat U de dood moest ingaan. Mijn zonde: een spijker meer, een speer meer in Uw zijde, mijn schuld is zwaar en U moest er voor boeten. Psalm 69: een echte schuldoffer Psalm. De Messias zegt: – wat Ik niet geroofd heb moet Ik toch teruggeven. Plaatsvervangend voor schuldige mensen. God kreeg zijn eer terug.

Waar staat het nog meer? Bij de wet op de melaatsheid. H14. Als je vrij was van de melaatsheid, 14:14, er kwam bloed en olie op de rechter oorlel, duim en grote teen. In het verleden misschien een uitbrekende zonde. Maar als je wordt bevrijd – het bloed van de Heere Jezus, op mijn oren - ik heb vroeger dingen gehoord met mijn oren, daarvan moet ik gereinigd worden. En op je duim, met mijn duim heb ik dingen gedaan tegen de Tien Geboden in, en mijn voet – ik ben wegen gegaan, waar ik als christen --- het achtervolgt me, ik moet er van gereinigd worden. Gehoord, gedaan en gegaan, daarvan reinigt het bloed. En dan vervolgens olie - de Heilige Geest op die plekken. De Geest die voortaan mijn handel en wandel in de dienst van God stelt. Mijn handen gaan doen wat Hij wil en mijn voeten zullen Zijn weg gaan.

3
100% vergoeding en 20% erboven op. 20% smartengeld als het ware. De winkel, de juffrouw, de meester, waar tegen je echt rot hebt gedaan, gemeenteleden, ook. Niemand is “too big to fail”. Als je de onderste weg gaat - hoe moeilijk is dat geweest, maar als je hem mag gaan, wat een bevrijding en opluchting geeft dat.
Ik heb daar diep spijt van – je ex man, vrouw. 100 + 20, meer dan gestolen is. Als ik denk aan de Heere Jezus. Als Hij schuldoffer is. Als Hij voor voldoening moet zorgen. Wat Adam heeft weggeroofd, heeft Christus hersteld, maar Hij heeft er veel meer er aan toegevoegd dan Adam ooit verloren heeft. Hij is niet alleen gekomen om het paradijs te herstellen. Maar veel meer ervoor in de plaats. Meer dan Adam had in het paradijs. Door de verlossing heeft God meer gewonnen dan Hij verloren had door de val. Genade verrijkt, vermeerderd en herstelt niet alleen. God is door de Heere Jezus Vader van kinderen. Dat was in het paradijs niet zo. Een kind van God kan nooit meer vallen. Adam was sterfbaar, gehoorzaamheid zou het verlengen, maar een christen krijgt eeuwig leven.
Adam was in een paradijs, waar een slang in komen komen, – dan is er nog maar één boom en zonder slang!

Hoe rijk hoe diep is dat schuldoffer. De overtreder, dat ben ik, het Schuldoffer is de Heere Jezus en de vergoeding aan een ander, dat mag ik concreet goed maken. De Vader wilde ons in zijn nabijheid hebben. Ik zie dat God recht is, bloed moest vloeien, en hij bekommert zich om de naaste – onrecht tegen hen neemt God hoog op. God neemt het gebod van de naastenliefde serieus.

Ik geloof de schuldvergeving
enkel om des Midd'laars bloed;
in mijn eigen werk en waarde
is geen troost voor mijn gemoed.
Alles, alles is genade:
hoe strafschuldig ik ook zij,
ja, mijn Vader, ik gelove,
al mijn schuld vergeeft Gij mij!
(Gez 208:10)

Edit