Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-02-27 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Leve de Koning!

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Zondag 48 1Kro 12:1-8 1Kro 12:14-18 1Kro 12:38 2011-02-27.1713.mp3 (Preek, 16kPro, 49.7Mb)
2011-02-27_1700.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 64.7Mb)
2011-02-27T.171.mp3 (Hele dienst, 16kPro, 10.7Mb)
Catechismus

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Uw koninkrijk kome. De tweede bede in het Onze Vader. Bidden om het definitieve doorbraak van Gods koninkrijk hier op aarde.
Daar gaan we drie keer over doen. Een inleiding vanavond.

Leve de koning!
1 het koninkrijk, 2 de Koning 3 de onderdanen

Uw koninkrijk, het koninkrijk van God, waar is dat, wat is dat? Sommige wijzen terug naar het verleden, het paradijs waar het goed was. Andere dominees wijzen naar boven en wijzen naar de hemel. Veel dominees en catechisanten denken dan aan de hemel, Luter ook. Das Himmelreich, het koninkrijk IN de hemel. En weer anderen wijzen vooruit. Dat komt bij de wederkomst. Dan vestigt Hij Zijn rijk op aarde, geen ziekenhuizen meer, geen psychiatrische klinieken, geen begraafplaatsen. Waar is, was het toen, is het daar? Of komt het nog, straks? De Heere Jezus zegt: het is midden onder u – in Zijn persoon, waar de Koning is, daar is het koninkrijk. Daar gaan we eerst naar kijken – het is een heel belangrijk onderwerp.

Het koninkrijk is, dat de Heere de algemene heerschappij heeft, de Opperheer. Deze wereld is Zijn wereld. Koning van Zijn eigen schepping, de engelen erkennen Hem als Koning in de hemel over de dierenwereld: de worm en de vis bij Jona. Over de wind en watergolven. Zonder zijn wil kan niemand zich verroeren. En Hij is koning over de demonenwereld.

Nu nauwkeuriger.

Het Koninkrijk is ook, dat Hij de heerschappij wil geven in de handen van een mens. Zo is het begonnen, Adam en Eva. Koning en koningin over de schepping. In Gen 3 ging het fout. Zij gaven de wereldheerschappij over, in de handen van de satan, vandaar dat zelfs de Heere Jezus de satan de overste van de wereld noemt. Toen heeft God wat beloofd; Ik zet vijandschap tussen het zaad van de slang en de vrouw, dat zal altijd een strijd zijn. Iemand uit het zaad van de vrouw vermorzeld de kop van de slang. Het zaad van de vrouw zal het winnen. In Zijn handen komt het koninkrijk. Een nieuw koningschap. Daar hebben de heiligen in het Oude Testament vurig naar verlangd, reikhalzend naar uit gezien.

Mat 1 – de zoon van David, de zoon van Abraham. De koningszoon, van dat komende Godsrijk, die tot zegen zal zijn voor de hele aarde. Wat is het eerste dat Johannes de Doper verkondigt? – het koninkrijk van God staat voor de deur. Bekeert u, je kunt tien keer Gods volk zijn, maar zó kun je niet komen. De bijl ligt aan de boom! Die boodschap is raak. Er komen mensen, die hun zonden belijden. Voorbereiden op de komst van de Davidszoon. Nieuwe levensstijl - soldaten, tollenaars.
Je moet je bekeren, dat is de ernstige kant. De blijde kant: als het doorbreekt, dan is er vergeving van zonden, ziekten genezen, demonen uitgedreven. Die moeten wijken. Dan komt de Heere Jezus. En Hij gaat optreden, het eerste wat Hij preekt: Hij heeft het niet vaak gehad over vergeving, e.d. – maar bekeert u, *want het koninkrijk van God is nabij gekomen*, *zoek eerst het koninkrijk van God*. Het laatste wat Hij zei: aan het einde van de 40 dagen, Hand 1, ging over het koninkrijk van God. Over het Godsrijk in handen van een Mens, hoe het zal zijn. Als je tot je verbazing leest ook wat Paulus preekt; Twee jaar zat hij gevangen en preekte over het koninkrijk van God, Filippus in Samaria, preekt over het koninkrijk van God. Het project waar God mee bezig is, wat Hij nu al uit aan het werken is, en straks helemaal.

Het evangelie is net als een munt, de ene kant kennen wij heel goed. Het evangelie van Gods genade. De andere kant van de medaille – het evangelie van Gods koninkrijk... De Heere Jezus zegt in de rede over de laatste dingen: en als het evangelie van het koninkrijk zal worden gepredikt aan alle volken, dan kom Ik terug. Wat is het verschil. Twee kanten. De ene kant: hoe je van de hel verlost wordt en in de hemel kan komen, door geloof in de Heere Jezus. Maar het evangelie van het koninkrijk heeft te maken met de aarde, hoe we hier op aarde leven mogen. Hoe je gered wordt en hoe je hier op aarde je leven leeft. Jezus als mijn Heer, die het in mijn leven voor het zeggen heeft. Dat zijn we niet zo gewend. Niet alleen geloven maar ook gehoorzamen. Toewijden.

Genade 'kennen' we allemaal, je mag komen zoals je bent, maar dat is maar de helft. Maar je mag niet blijven zoals je bent, God gaat je maken zoals Hij wilt dat je gaat worden.
Hij was de Koning der Joden, die zochten de wijzen en dat stond op het bordje boven Zijn kruis. Wilt U aan mij denken en als U in Uw koninkrijk gekomen zult zijn! Die had het begrepen! Dat maakt me nieuwsgierig.

De Israelieten waren vol verwachting. “Na de intocht breekt dat koninkrijk door”. Maar het gaat anders, Luk 19:11 “ zij dachten dat het Koninkrijk van God onmiddellijk zou aanbreken.” Het komt wel, maar niet nu direct. De gelijkenis: Die man gaat eerst naar het buitenland – ze moeten met hun talenten woekeren, totdat hij terugkomt. Het gaat een andere kant op. Het wordt nog uitgesteld omdat Zijn volk de Koning verwierp. Dan zullen de bergen vrede dragen. De zwaarden omgesmeed, de profeten hadden een vergezicht! Maar het gaat anders, want Mijn volk heeft Mij verworpen. Wij willen niet dat deze koning over ons is, we hebben geen koning dan de keizer.
Als de Heere Jezus opgestaan is, spreekt Hij met Zijn discipelen over het koninkrijk in zijn nieuwe vorm. In de tussentijd krijgt het een andere vorm dan de profeten hadden gezegd. Hersteld U het in deze tijd? Die tijd is in handen van Mijn vader, intussen krijgen jullie de Heilige Geest en ik zend jullie uit om voor Mij discipelen te gaan winnen, in die tussentijd. Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ik ga naar het buiten land - het hemelse land, de Koning is op aarde nog afwezig, ik zend jullie de wereld in – werf de volkeren van de aarde voor Mij. Terwijl Ik afwezig ben.

Wij zijn op de aarde en mogen onderdanen voor koning Jezus gaan werven, totdat Hij terug komt.
Wij mogen al proclameren, als knechten gaan bazuinen. Buig u voor Hem neer, volg Hem na. Jezus Hij is koning.

En ondertussen is de wereld wel bezet gebied. Er zijn twee machten. Die van de drie L's: leven, licht, liefde, en er is ook het rijk van de drie D's: duivel, duisternis en dood, en dat botst. Daar krijg je mee te maken, ook als gemeente in de stad. De satan heeft het verloren. Het lijkt of het rijk van de satan groter is, zo is het in elke straat. De christenen zijn een minderheid. Nu zien wij nog niet dat alle dingen aan Hem onderworpen zijn (Hebreeën) maar we zien nu al Jezus met eer en heerlijkheid gekroond, in de hemel. Daar moet je wel geopende ogen voor hebben.

Gelovigen kennen een geheim, dat de wereld niet kent. De mens Jezus is door God tot heer en Christus gemaakt. De mens Jezus is tot Kurios, tot heer over Zijn Godsrijk gemaakt. Alle macht. Aan U, Jezus, de tweede Adam, die de wereldheerschappij zal krijgen, dat is nu dat evangelie van het koninkrijk.

Dat is heel beangstigend. Het evangelie van Gods genade daar ligt de keizer niet van wakker. Zonde, genade – naar de hemel. Prima. Maar dat Paulus verkondigde in bijv Hand 17, dat er een andere koning is – Opstand, dat moeten we niet hebben. Als je onderdaan van Hem wordt, een afgezant, dan doe je je best om die koning aan te bevelen. Die koning in Zijn schoonheid – dat je zo wordt overweldigd – U kiest mij..?? Dat is een koning die zijn leven heeft gegeven voor zijn onderdanen. Normaal is het andersom.

Wij kennen de verheerlijkte koning, wij zien Hem nu al. Stralend van schoonheid en pracht. En wij volgende verworpen Koning, de wereld verwerpt Hem en dus ook ons. Een kruis en een graf – dat is het laatste wat de wereld gezien heeft. We moeten vertellen dat Hij alle macht heeft.

Het koninkrijk van God nu is overal waar het gezag van de Heere Jezus wordt erkend en aanvaard. Daar wordt er wat van zichtbaar.
Het is nu nog bezet gebied, maar er zijn overal van die lichtpuntjes, die gebieden, die huwelijken, die gezinnen, christelijke partijen, scholen en universiteiten, verenigingen, waar rekening gehouden wordt met het gezag van Koning Jezus. Daar komt iets van het Koninkrijk openbaar. Het koninkrijk van God. Dat heeft te maken met de mens Jezus Christus. Het koninkrijk der hemelen in Mattheus is niet in de hemel, maar van de hemel gelegd in de handen van de Mens, over de aarde.

Niet alleen in persoonlijke levens, maar ook in christelijke gezinnen, een mooie gedachte. Wat is het verschil tussen de kerk en het koninkrijk. De kerk is Zijn lichaam, de verzameling van de ware christenen. De gemeente, maar het koninkrijk is groter, alle belijdende christenen of het nu met hun hart is of alleen met de mond. Christelijke gezinnen, huwelijken, scholen, daar waar de Bijbel opengaat, waar opgeroepen wordt tot geloof en bekering. Waar Christus de baas is.

Sommigen doen het met hun hart, anderen voor de vorm. Dat heeft de Heere Jezus ook gezegd: 7 gelijkenissen over het koninkrijk. Het is nu gemengd. Het is gelijk aan.... tarwe en onkruid. Goede vissen en bedorven vissen; als Hij terugkomt vindt er een zuivering plaats, je hebt mensen die zich veinzend onderwerpen. De kinderen moeten mee naar de kerk. Sommigen gaan mee – anderen met ruzie en ellende. Half te pitten in je bank; je onderwerpt je uiterlijk aan het gezag van je ouders en Jezus. Ondertussen hoor je wel van de Koning. Tweeërlei kinderen van het koninkrijk.
Waar het uiterlijk was – die zullen buiten geworpen worden, nooit op je knieën gegaan, nooit van harte.

2
Kinderen: apart eigenlijk. Het Koninkrijk der Nederlanden daarvan weet je wat het is. – je weet dat het grenst aan België en Duitsland - maar zoek nu eens het koninkrijk der hemelen op. Daar is geen grens van. Het is eigenlijk overal waar die lichtpuntjes zijn. Gezinnen, bedrijven, scholen.
Net van deze wereld en toch erin. Geen soldaten, nou misschien heilsoldaten. Geen wapens, of het moet het Woord zijn.
De koning: de Heere Jezus. De Messias, Davids Grote Zoon. Van Hem geldt wat we gezongen hebben, de beminnelijke vorst, Zijn schoonheid hoog te loven. Jesaja heeft Hem aangekondigd. Vorst Immanuël. Gekenmerkt door de liefde, dat is het centrale Woord in het koninkrijk. Hij had Zijn onderdanen lief en daarom hebben ze Hem lief gekregen Col 1, we zijn uit de macht van duisternis overgeheveld (bij de bekering), het rijk van de drie D's in het koninkrijk van de Zoon van Gods liefde. Die koning is toevallig Gods geliefde Zoon – die heeft Zijn leven voor mij gegeven – -hoogst persoonlijk. Daarom wil ik Hem graag dienen. Hij gaat zo zacht om met Zijn onderdanen – een band tussen Hem en mij.

Als je zo de Bijbel gaat lezen, krijg je een rijkere Bijbel. Zo moet je de evangeliën eens gaan lezen. In de synagoge in Kapernaum zit iemand met een boze geest. Trouwe kerkganger, en dan komt de Koning, de demon siddert en hij gaat roepen, ik weet wel wie jij bent, de heilige Gods!! De duivel en demonen sidderen. Zielig zo'n mens, helemaal gedemoniseerd. Zij zijn sterker dan wij als mensen. Vandaar dat je bezet gebied kan zijn. Demonen zijn sterker dan mensen. Maar hij siddert van Jezus.
De bezetene van Gaddera had er 6000. Hij was zo sterk dat ijzeren ketting hem niet hielden. De Heere Jezus komt naar die man – dat legioen siddert – ga uit – mogen we in de zwijnen varen. Ze weten niet waar ze naartoe moeten.... Hoe machtig is Hij. De dood, de ziekte, de demonen moeten wijken. Het woord van de Koning is machtig, De kracht van het Koninkrijk – o mensen.

Lees zo de Bijbel eens. De verzoeking in de woestijn. Kijk eens achter de schermen, de botsing tussen het hoofd van de hellemacht en het Hoofd van het koninkrijk Gods. De Heere Jezus zegt, als je iets tegen een sterkere wilt uitrichten, moet je hem eerst binden. Daar komt de sterke, maar Hij is de Sterkste. En vervolgens ontrooft Hij hem zijn huisraad, mensen worden genezen, veranderd. Het duel is daar en de satan moet het in de woestijn al verliezen. De kracht van de Koning komt openbaar. Elke keer als een zondaar voor de Heere Jezus buigt. Elke keer als zieken worden genezen, mensen van demonen bevrijd, zondaars bekeerd, wordt het koninkrijk van God een stukje uitgebreid. En dat vieren we in de kerk, een feest in de gemeente en gejuich in de hemel als een zondaar zich bekeerd.

Onderdanen – bewaren we voor volgende week.

De Bergrede heeft de Heere Jezus gegeven als de grondwet van het koninkrijk: zalig zijn de armen van geest, zij die treuren – niet 'over hun zonden', maar als de zaak van God schade lijdt, de zachtmoedigen – de stijl van de Koning- ze gaan lijken op hun Heer. Zalig die vervolgd worden. Je zult vertroost worden.

David hebben we gelezen. Hij is een type van de Heere Jezus. Bij hem zien we dat hij eerst als koning wordt gezalfd, in de belofte – je zult koning worden. Dan het duel tussen David en Goliath, de kop wordt vermorzeld, letterlijk. En dan moet David vluchten, hij wordt niet direct koning, hij moet vluchten voor de 'bezetter' Saul. De satan is verslagen, maar eerst moet hij naar het buitenland, David moest tot zijn 30e vluchten, de Heere Jezus is al 2000 jaar weg. Ze werden beide verworpen door de meesten, toch waren er enkelen die naar David ging, David betaalde hun schuld en vertrooste ze. Er waren 400 mensen in de spelonk van Adullam. Ze maakten hem al koning over hen. Zo heeft de Heere Jezus een kleine kudde nu, dat handje vol, een kleine minderheid in de grote stad, die Zijn kruis moeten dragen. Ze bleven Hem trouw.

Ze zijn een in Zijn lijden, maar ééns wordt David koning over heel Israel. Naar die tijd zien we uit, zo is het met ons ook. We lijden en weten - straks komt Hij terug. De Geest wordt vaardig over Amasai: wij zijn de uwe o David, wij zijn van u. Vrede, want God helpt u. We gaan voor u. U bent nu al onze koning.

In die positie mogen we zijn. Aan welke kant staat u? Die van Saul of mag je door genade overgezet zijn aan de kant van Koning Jezus? Onder Zijn heerschappij is het zalig en vrij, liever een knecht van de Heere Jezus, dan koning in de wereld. Die 400 hebben er nooit spijt van gehad. Ere posities kregen ze.
Bunyan zei: roep maar: o zoon van David, ontferm u over mij. Laten we het er op wagen. In Zijn armen te springen, die Hij nog even wijd open houdt om ons aan Zijn hart te drukken, als toen Hij aan het kruis werd genageld...

Edit