Edit|
EditReeks Samenvatting:
Predikers zijn er al genoeg. Je neemt Jezus aan en je groeit en je volgt eens een cursus, maar wat we nodig hebben, zijn profeten. Die de duisternis van de tijd kunnen ontmaskeren, die kunnen doorschouwen wat de geestelijke strijd is, die we leveren, die vlijmscherp (omdat ze moeten) de eenzijdigheden van de kerk in onze tijd aan de kaak durven te stellen, oproepen tot wederkeer. De vinger bij de zere plek leggen en wijzen op wat verkeerd is. Die kunnen laten zien dat we leven in de eindtijd, in de kanteling van de tijden, we leven in een spannend tijd, 1948 , 1967 , val van de muur. 9 september 2001, 2011 – revolutie in Noord-Afrika, het lijkt of God bezig is met een groot schaakspel, en God gaat het winnen. En het lijkt of er weer zo'n pionnetje vooruit wordt gezet. God is de Grootmeester.
Wie doorziet dat? Wat er in Nederland gaande is, als het gaat over politiek, economie. Christendom, kleinere gemeentes, Nederland dat anti-christelijk gaat worden. Welke profeet staat op in Gods naam, naast het volk, met een bewogen hart, alzo zegt de Heere HEERE.
Jeremia is zo'n profeet. Door God gezonden. Planten, bouwen maar ook afbreken en uitrukken. God gaat met Zijn oordelen komen. Maar ook een voorbidder. “Voor zijn volk ging bidden” dat is onze tekst.
Jeremia's voorbede voor zijn volk.
1 de belijdenis van zonde (7)
2 het beroep op God (8)
3 een bede om te blijven. (9)
Jer 14, onbekend hoofdstuk. Waar gaat het over? Er was een nationale ramp gebeurd. De grote droogte. Jaren later hadden ze het er nog over. Zoals wij het hadden over DE ramp (de watersnoodramp). Zo was het, de vroege en late regen bleven uit. Een verschrikkelijk iets. Honger in de maag, de dood voor ogen. In v2-6 wordt dat beschreven. Mensen smachten naar een druppeltje water. v3 de rijken sturen hun slaven – met lege emmers komen ze terug, ook op het platteland, de grond is gescheurd, ze bedekken hun hoofd. Gekloofd en gebarsten. Zelfs de wilde beesten verlaten de jongen op zoek naar water. Kun je het voorstellen? Geen drinken. Ziekte, sterfte, geen gewas, geen arbeid, geen oogst.
Ik ben geen profeet, maar stel eens. Het gaat altijd zo goed in Nederland, stel dat er een nationale ramp zou komen tussen bid- en dankdag. Oh! En die preek komt terug. Hoe zouden we reageren?
Hoe reageert Juda? Hoe komt dat? De Egyptenaren leven van de Nijl. Het stroomt over, ze hebben geen regen van de hemel nodig, Israël wel. En als jullie gehoorzaam zijn, komen er geen vijanden, geen droogte, geen hongersnood. Maar als jullie ongehoorzaam zijn, komen die dingen wel. Ze waren afhankelijk van de hemel.
De hemel bleef gesloten. Zinderende hitte.
De regen is ook een beeld voor de Heilige Geest, stromen van zegen. Maar hoe staat met ons? Leven we in een eb of vloed getij? Er gebeuren wel mooie dingen, maar is dat nu de opwekking die komen zou? Verwachting wij een grotere opwekking?
Het kan in je persoonlijk leven zo zijn. Geestelijk leven op een laag pitje. Je sukkelt maar een beetje door. Je bent wel een schaapje, maar je bent niet zo vet. Het zit zo muurvast. Spurgeon: als het laag water is op de rivier de Thames, zitten die bootjes muurvast, maar als het water wast, heb je maar een tikje nodig. Allemaal eilandjes, iedereen op zichzelf, als er vloed komt, wordt er weer een eenheid. Er werd gepreekt en gepreekt maar we nodig hebben is een regenbui van de Geest. Dan komen er verandering in mensenlevens en in de kerk, anders geen groei geen bloei. We kunnen het draaiend houden, we teren in, het gaat net.
De mensen in Juda gaan een biddag houden. Massaal komen ze bijeen op het tempel plein. Stemmige kleding, in het zwart liggen ze ter aarde. Ook de boeren komen. Ze bedekken hun hoofd, er wordt een boetedag gehouden.
Biddag is een hele oude gewoonte. De overheid kon in de tijd vlak na de Reformatie toen nog nationale boet- en bededagen uitschrijven. Bij epidemieën, als er oorlog en ramp kwam. Ingrijpende politieke gebeurtenissen. De overheid doet het niet meer, maar wij wel. Nederland werd dan geacht zich te verootmoedigen, om het oordeel af te wenden. Het land dorst naar regen, maar: het volk dorst eigenlijk niet naar God, Jeremia ziet dieper en gaat dieper.
1
Jeremia verschijnt daar ook, op het tempelplein. Handen omhoog en hij spreekt van onze ongerechtigheden en afdwalingen. Hij ziet niet alleen op de gevolgen, hij legt de vinger bij de oorzaak van die droogte. Hij roept niet om de nood af te wenden, maar wijst op de schuld van het volk.
Schuldbelijdenis. Hij zegt geen woord over die droogte! Wat een les. Niet: 'wij hebben het zo moeilijk als volk'. Hij wijst de breuk aan.
Jeremia zegt het oordeel niet alleen aan, maar hij gaat er onder gebukt. Hij verlekkert zich niet. Hij doet voorbede voor zijn eigen volk, staat er niet boven. Straks komen de Chaldeeën - hij heeft ook geworsteld voor zijn volk. Hij doet het vurig. Drie keer Oh! in de SV. Hij staat er niet boven, “onze” ongerechtigheden. Dat zie je bij Daniël, zo'n Psalm hebben we gezongen: wij. Vers7: drie woorden voor die zonde, ongerechtigheden, afdwalingen, zonde. Wij zijn er zo mee klaar.
Bid- en boetedagen – dankdagen dat ligt ons meer. Maar wat het nu betekent ons te bezinnen en te verootmoedigen, op deze Aswoensdag, het begin van de lijdenstijd. Een stroom van ongerechtigheden, dat is geen eb. Zo Gij in het recht wilt treden. Zij getuigen (rechtbank) tegen ons. Ze staan in de rij om ons aan te klagen. Moeten we dan niet zeggen: dat oordeel, die ramp hebben we verdiend.... Uw vonnis is rechtvaardig.
Afdwalingen: ze hebben het rondzwerven zo liefgehad, bij Mij vandaan vonden ze heerlijk, bioscoopje pakken, DVD-tje, dan kijk je niet op een paar uur. Maar Bijbelstudie..? Talrijk waren onze afdwalingen. De andere kant uit. Van God af, de verkeerde kant op. God is de man van Israël. Verschrikkelijk als je geliefde bij je vandaan gaat en gaat afhoereren. Het volk vergat God.
We hebben tegen u gezondigd, dat ligt ons niet. Een versje zingen, fijne preek, niet te lang, toegerust worden Geef mij maar een evangelische Jesaja. Als de Heilige Geest gaat werken, ga je dat dan zeggen? Dan ga je toch in tongen spreken – ja ook, maar hij overtuigt je juist van zonde, gerechtigheid en oordeel. Van oordeel en uitbranding. Toen ik aan mezelf werd ontdekt, toen werd de vreze gelegd in mij. Ik kan voor U niet bestaan, ik heb het oordeel zo verdiend. God moet helemaal niks. – Uw doen is rein. Als Hij zegent, is er maar een reden, nl. dat Hij redenen neemt uit zichzelf.
En Jeremia kan maar op een ding pleiten:
2
Wat in God ligt. Hij pleit op Gods naam. U bent de verlosser. HEERE, en daar eindigt het ook mee. Jeremia komt op het geheim. Hij pakt Hem op Zijn naam, dat is Gods “zwakke plek”, Uw Naam, Heere, de naam van Jahweh, die trouwe Verbondsgod. Van het voorgeslacht, de vader van de Heere Jezus. Die ons heeft afgezonderd. Die ons Zijn wetten gegeven heeft. In de tempeldienst. Die ons verlost heeft. Op die Naam van die God, daar kan ik op pleiten. Op mijn naam kan ik niet pleiten, en de naam van mijn kerkgenootschap ook niet. Dat telt allemaal niet mee. Je kunt maar op één Naam staan. Doe het – om Uws grote Naams wille. Die over mij is uitgeroepen bij mijn doop. Het blijft altijd geldig, omdat de naam van de drie-enige God over mij is uitgeroepen. Er zijn vele Bijbelheiligen die dat geheim hebben ontdekt.
David: ps 25: vergeef mijn zonden, want – 'ik heb het niet expres gedaan, het was een zwak moment, het zijn er niet zo veel'? -- nee: ze zijn groot, maar: om Uws Naams wil... Psalm 79 Heere,help ons, uw grote Naam ter eer. Dan komt U aan Uw eer, niet die mensen zijn zo slim, maar de God van die mensen heeft dat gedaan.
Jeremia: v8 de hoop van Israël, o Israëls verwachting (SV). Als ik kijk naar mijn voorgeslacht, die hebben op God gehoopt en ze zijn niet beschaamd uitgekomen. Zo deed U vroeger. Als ik onderaan de kansel sta, die eerste woorden zijn vaak zwaar. Onze hulp en onze enige verwachting – dat is zo'n troost. Onze verwachting is van de Heere alleen en je bent diep ongelukkig en arm als je het verwacht van mensen, of je eigen slimmigheid, redeneerkunst. Jij weet wat onzin is, je eigen werkkracht – dan ben je arm. Van mensen, van kerkelijk groeperingen, dan kijk je nog steeds te laag. O Israëls verwachting, mijn hoop is op U alleen. Een versmachtende aarde, maar een verwachtende profeet. Die op God blijft hopen.
Ook als er rampen gebeuren. Als je het van Hem veracht, kan het niet tegenvallen, dat duldt Zijn glorie niet.
Zijn verlosser in tijd van benauwdheid. Daar stonden ze voor de Rode Zee, een doodlopende weg, maar er was een Verlosser die een weg baande waar geen weg was. Mara, ze konden niet drinken en ze wisten het weer niet. De Heere gaf in de engte ruimte. U bent toch dezelfde.
Engels: Saviour, Josjua, de Heere Jezus, DE verlosser gaat geboren worden, Hij brengt een verlossing aan voor allen. De hoop van Israël en Verlosser in tijd van benauwdheid.
Als Jeremia terug bladert: toen kwam Hij met uitredding en toen met verlossing. En als u terug bladert in uw eigen boek: maar nu? Nu droog, – ik kijk omhoog,
Zulke Jeremia's hebben we nodig, geen Jona's die onder een boom gaan zitten en kijken wat er van komt, 'ik vind wel dat die PKN het verdiend heeft om opgerold te worden over tien jaar.' Maar zonden belijden, collectief, ook van ons als gemeente.
3
bede om te blijven.
4 beelden: als een vreemdeling in het land, als een reiziger, (9) als een radeloos man, als een held die niet verlossen kan. Wat bedoelt Jeremia?
a) Een vreemdeling in het land, wat dat zijn, dat weten we wel. Die kan voor een tijd in Nederland wonen en werken, maar hij wordt nooit helemaal Nederlander. Elders is zijn vaderland. Vrijblijvendheid.
U bent toch geen vreemdeling in Israël? Zo voelt U zich toch niet? Hoort U er niet meer bij? Hebt u geen hart meer voor uw volk. Jeremia is er bang voor. Vreemd in Zijn Eigen huis – O God bewaart U ons er voor.... we zijn rijk – en ondertussen voelt de Heere Jezus zich niet meer thuis in ons midden..... Voelt u zich thuis? Hoe ben je hier gekomen – sommige gaan weg en anderen komen – maar voelt de Heere Jezus zich thuis? Is God een vreemdeling voor u geworden, ooit vertrouwelijk ging ik met Hem om. Twee vreemden voor elkaar geworden. Dat kan in een huwelijk zo zijn... en ook in een kerk, gij hebt uw eerste liefde verlaten.
Hij woont graag onder de lofzangen van Israël. Waar de kerk zijn lof bezingt. Bij de armen en verslagenen van Geest. Dan zitten wij alweer met kromme tenen. Die lofzang dat willen we wel, dat moet worden uitgebreid. Vind ik ook, maar onder dezen zal Ik wonen, onder verbrijzelden van Geest, dat moet ook worden uitgebreid.
Dat gaat in de Bijbel samen op. En, en. Hoe dieper in de vernedering , hoe groter in de verrukking. Voelt u zich een vreemdeling Heer? Een liedje is wat anders dan aanbidding.
b) Een reiziger die slechts inkeert om te vernachten. Bed-and-breakfast, geen enkele band met zo'n hotelier. U bent toch geen doortrekker? U hebt ons land aangedaan, tijdje gebleven – trekt Hij nu weg? Geen gevoel bij die gastheer, ik ga weer verder, opwekkingen in Zuid-Oost Azië, God wordt gast en Zijn huis hier een hotel, tijdelijk verblijf, Jeremia is daar bang voor. U hebt een tent onder ons gehad. Luther: een regenbui van het evangelie, maar als die wegtrekt, komt die niet meer terug. God is de koning – hij bepaalt het – maar Jeremia zegt het ook. Kijk maar naar Turkije – zeven gemeenten – niets van over. Cyrene, Lybië, Alexandrië in Egypte. Daar bloeide de kerk, weg is weg. Is dat zo ? Ik weet het niet, maar ik ben er bang voor, net als Jeremia. In Laodicea stond Jezus voor de deur, maar ze hoorden Hem niet, ze zongen te hard. Ze misten Hem niet eens. Jezus wordt niet meer gevonden in een kerkdienst – mis je Hem?
Heere vertrek niet voorgoed, ik zie God gaan - heel langzaam trekt Hij weg. Ik zou willen bidden, Heere, blijf bij ons, want de avond is gevallen en de nacht komt, de nacht van de Grote verdrukking. En als U vertrekt, dan wil ik U aankleven, waar U ook naar toe gaat. Ik wil u niet kwijt.
De bruid in het Hooglied, hij is mijn liefste, tekst en versje, en zij was in slaap gesukkeld. Dan komt ze eindelijk, maar hij is weg – en dan wordt ze wakker. Jezus is weg. Ik wil mijn liefste terug en Hij liet zich vinden!
C,d) U bent toch geen man die het ook niet meer weet? Die geen wijsheid heeft om ons er uit te halen, U weet toch raad? U bent toch niet als held die niet meer verlossen kan? We zijn zo diep gezonken, U bent toch groot van raad en machtig van daad, uw arm is toch niet verkort?
U bent toch in ons midden, Heere, de tempel staat er nog, Uw huis is er toch, de ark is er toch nog? Dat is hier in Rotterdam ook zo, ook al wordt het steeds moeilijker – het gaat geld kosten. Maar U bent toch nog in ons midden, we zijn toch naar Uw naam genoemd?
Als de kerk verdwijnt in Rotterdam, Nederland, dan zullen de heidenen kunnen zeggen – haha. Vorige week sprak ik mijn Turkse kapper. Het ging over kerk en moskee. Hij zei: waarom zijn al die kerken zo leeg? Ik gaf er een goede draai aan. 'Daar kunnen ze beter moskeeën van maken'. Dat was een aardig gesprek. Heere als dat zo zijn zijn, dat duldt Uw glorie toch niet? Dat er een heidens geloof komt, wereld, brood en spelen, of een andere godsdienst, dat duldt uw glorie toch niet? Uw woord en Uw zoon niet.
verlaat ons niet, dat hebben wij wel gedaan. Israël had God verlaten, Verlaat ons niet. Als er dan geen regen komt, al moeten we droog brood eten, maar verlaat ons niet. Dan kunt U nog in het midden zijn, van drie die vergaderen in Uw naam.
Heeft de Heere dit gebed verhoord? Nee. V11: bid niet voor dit volk ten goede. Hij krijgt een afwijzend antwoord. Dit volk, – ik ken ze niet. Niet: Bid niet voor Mijn volk... dat volk. Die droogte was nog maar het begin, straks komt het zwaard van Nebukadnezar. Het land zal kaal zijn van mensen.
Al die predikant die slaapliedjes zingen, er komt geen honger en zwaard; het is zo over. Want een antwoord....
Van Jeremia naar de Heere Jezus, de Man van smarten, in plaats van de wenende profeet, Hij is meer dan Jeremia. Dat ontroerende gebed: en God zegt niet bid niet meer. Dat zegt Hij nooit tegen de Heere Jezus. Houd er maar mee op.... de voorbeden van de Heere Jezus zijn veel krachtiger en succesvoller dan de voorbede van Jeremia. Hij kon die zonden van het volk niet wegnemen. Jezus nam de ongerechtigheden over. Is erom verbrijzeld. Hij kan ze overnemen en wegnemen, voorbidder en Verzoener van de zonde. Zijn bloed dat weg wast en Zijn geest die het hart van het volk vernieuwt.
Een profetische preek en toch blijven we bidden, net als Jeremia en Elia, we bidden om een wolkje als eens mans hand. Heere bezoek met Uw heil en niet met de roede die we verdiend hebben; geef nog die spade regen, vlak voor de wederkomst.
blijf met mij, heer, als 't zonlicht niet meer straalt,
blijf met mij, heer, als straks de avond daalt.
als vrienden, henen gaan in stormgetij,
blijf gij ter hulp gereed,