Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-03-20 17:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Jezus alleen Dankzegging Heilig Avondmaal

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Mar 14:50-52 Mar 14:43-54 2011-03-20_1700.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 64.8Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Op de Via Dolorosa staan allerlei figuren, bekende onbekende, hoog- en laaggeplaatsten, allerlei mensen die een bijrol spelen, aan de kantlijn genoemd en toch vinden we ze daar. Niet in het middelpunt, maar op hen valt ook licht. Een van hen is die anonieme jongeman, alleen Marcus noemt hem. Wie is hij en wat kunnen we van hem leren? Het staat er toch niet voor niets.

Jezus alleen. (Hij is de unieke, of Hij is alleen, dat laatste is bedoeld)
1 de vluchtelingen
2 de volgelingen
3 de Eenling

1
We zijn hier in de witte donderdagavond van de Stille week. Ze hebben de lofzang gezonden, op weg naar Gethsamene. Het is volle maan, koud, 11 uur 's avonds. Jullie zullen allen over Mij ten val komen. Ik niet, zegt Petrus – ik sterf voor U! Petrus, Johannes, Jacobus mogen wat verder mee. Jezus bidt en de drie die moeten waken, vallen in slaap. Zo meteen vluchten ze zelfs, deze Heilig Avondmaalgangers.
Dan komt Judas er aan met een groot arrestatieteam. De Heere Jezus wordt geboeid, en dan vluchten ze allemaal, ze blijven niet trouw als het er op aankomt. Als hazen gaan ze er van door. Net Avondmaal gevierd met de Heiland erbij, en de lofzangen gezongen, 118, ik zag de heidenen aanrukken. Maar ik hieuw ze in stukken – dat kun je wel zingen, maar ze vluchten, de uitverkoren discipelen. Ook Johannes, de apostel van de liefde. Hij had zo-even nog gelegen aan de boezem, in de schoot van de Heere Jezus. Zo intiem Avondmaal gevierd. Wegwezen. Ook Petrus, de Rotsman. Als ieder U verlaat, ik niet. Thomas, 'laten we naar Judea gaan om te sterven..'. Jacobus, die gevraagd had, mag ik samen met mijn broer in uw koninkrijk zitten op de troon.. maar ze vluchten. Je kunt wel eens wat zeggen in mooie beloften, ja ik ga met U sterven. Maar woorden verdampen.

Wie had er de snelste benen – ik denk dat ik het snelst gelopen had. Judas liep niet weg. Psalm 69, Mijn broeders ben ik vreemd. Ik zocht naar medelijden,maar vind geen trooster. Wat wil de Heilige Geest ons hier leren - het gaat hier over Avondmaalsgangers.. ze volgden Hem en ze hadden Hem lief. Wij alleen dwaalden als schapen. Zie je ze rennen? Dat is nou de gemeente van de levende God. Die gekochte schapen. Ze lopen wat ze kunnen, van de Heere vandaan.
Ik ben er van overtuigd: als wij zouden kunnen kijken in de schuilhoeken van ons eigen hart, dan gruw je daarvan. Dan moet je andere tijden gekend hebben! Geen haar op je hoofd dacht er aan om Hem te verlaten. Foetsie – waar zijn ze nu? Dat zijn wij. Die rede is zo hard, dat pruimen we niet. Duizenden mensen hadden Hem gevolgd, er blijven er twaalf over. Wij willen niet weg. U hebt woorden van het eeuwige leven. Drie jaar lang zijn ze Hem trouw gebleven.

Waarom vluchten ze nu?
Om lijfsbehoud, het gevaar windt het van geloof en vertrouwen. Je eigen hachje redden. En: jullie zullen aanstoot nemen aan Mij – ze hadden in hun achterhoofd nog het beeld van die Messias die wolken lucht en winden beheerste. Die zieken kon genezen, doden opwekken, een paar dagen roepen ze Hosanna voor de hoogste koning. Bepaalde gedachten – eenzijdig lezen van de Schift. Hij is niet in jouw luciferdoosje te vatten, altijd is Hij anders, groter meer. Het zit er zo diep bij ons in. Ze waren al bezig met de zetel verdeling in het koninkrijk. Dan wordt die Messias machteloos geboeid.
Het blijft een indrukwekkend film, Narnia van Lewis, hoe Alsan de leeuw zich laat binden en dan breekt die steen. Gebonden door zijn zondaarsliefde.

Ondertussen is de Heere Jezus alleen. Eenzaam. De profetieën gaan in vervulling. Het lijkt een beetje op de hof van Eden. Waar zijt gij? Waar zijn zij? Deze les zit erin: die we niet graag willen leren, je kunt met het werk van de Heere Jezus niet bezig zijn, zonder zelfkennis op te doen. Niet door een cursus, niet door een discipelschapstraining, alleen in de praktijk leer je, door pijnlijke ervaringen heen, dat ons hart dodelijk is.
Petrus, drie jaar met de Heiland gewandeld. Gij zijt de Christus. En toch zegt hij, bij gebrek aan zelfkennis: Als allen u verlaten, ik niet - hoogmoed. Dat is taal van de Farizeeërs. Ik ga mijn leven geven – zelf overschatting. Dat is zo'n moeilijke les. Ware gelovigen, – te ontdekken dat er nog steeds zoveel zonde in ons zit. Die oude mens is dood, ja, dat is waar, dat heeft u ook vanaf deze kansel gehoord. Maar die oude natuur is nog zo krachtig. De verdorvenheid van je eigen vlees. Als de kracht van de Geest niet overwinnend werkzaam is, dan val je. Hij weet wat van Zijn maaksel is te wachten, maar wij weten het nog niet. De Heere wil wel dat we het aan de weet komen. Zodat we ons zelf leren veroordelen. Je eigen krachten leren verachten. Dat wordt in Zijn school geleerd.
Hij wordt verlaten door Zijn beste kinderen, en als je denkt: ja maar ik niet, dan ken je het gewicht nog niet van je zondige natuur. Geen één kerk van God is hier te vinden bij de Heere Jezus.

2
Een jongeman volgde Hem. Hé, apart. De apostelen laten het afweten, maar deze was trouw. De grote bekenden zijn foetsie, dan is er nog een onbekende. Dat moet een lichtstraaltje geweest zijn voor de Heere Jezus. Dat heeft Hij geweten. Hij zag Nathanaël onder de vijgenboom. In het Latijn staat adolescent - tussen 16-21 jaar. In de kracht van dapperheid. Vele verklaarders denken dat het hier over Marcus zelf gaat. Hij noemt het ook als enige. Dat zou goed kunnen, want hij woonde in Jeruzalem. Vermoedelijk is het Avondmaal gevierd in het huis van Marcus' moeder. Dat zou kunnen. Waarom noemt hij zijn naam dan niet? Het gaat alleen om Zijn naam. Dat doet Johannes ook niet, “de discipel die Jezus liefhad”. Zo zegt Marcus dat hier, 'die jongeling'. Hij had een linnen kleed omgeslagen. Meeste verklaarders: vermoedelijk is hij op het rumoer afgekomen en hij springt zijn bed uit. Misschein letterlijk bloot, of in zijn ondergoed; hij doet even snel iets aan en gaat kijken wat er aan de hand is. Soms hoor je wat in de stad, even kijken wat er aan de hand is, even een badjas aan. Vooral als je jong bent....

En zij grepen hem. Ze zagen dat hij Hem volgde. Ze pakken hem vast bij zijn kleed. Hij wil niet gevangen genomen worden. Laat de mantel dan maar achter, en vlucht in zijn nakie tussen de bomen door – zo zijn bed weer in (M. Henry). Bijna gearresteerd. Zijn angst wint het van zijn schaamte.
Ook hij wordt van volgeling vluchteling.

Jozef wordt ook gepakt bij zijn kleed en ook zegt een apokrief boek, naakt wegvlucht, maar dat is om de verzoeking te weerstaan. Adam en Eva – zagen dat ze naakt waren, ze vluchten weg voor God. Zoals deze jongeman niet in die dodelijke greep van de soldaten terecht komen, zo Adam en Eva niet in de liefdesgreep van God. Ik denk dat hier het wezen van de zonde wordt genoemd. Die tegen de wet van God in gaan, maar het wezen is: van God wegvluchten. Los rukken van God en je eigen gang gaan.

Er zit weer een les in: ons discipelschap is zo teleurstellend. Ons ja woord – als er verzoeking komt en nood en de vorst der duisternis komt er op af en er komt lijden, dan komen we allen vroeg of laat naakt aan de dijk te staan. Al die vrome woorden: Ik zal geenszins, ik ga met U, ik niet. De laatste getrouwe... hij haakt af en valt om. V 51 Hij volgde Hem, en 52 hij vluchtte van Hem. Zo snel. In onze armoe staan we in Gods evangelie. Is er nog een jongeling of een ouderling, die belijdenis wil doen – ja. Daar zijn we blij mee, een onbekende, daar doen we een kleed overheen, totdat.... de navolging wordt een mislukking.
Petrus volgde Hem ook, hij was gevlucht, maar kennelijk heeft hij toch rechtsomkeert gemaakt, hij was toch te nieuwsgierig. Van verre volgde hij Hem. Op een afstand. Het moet de liefde zijn, dat hij weerom komt, maar: op een veilige afstand. Ook deze Rotsman, die ongemerkt in het hol van de leeuw komt. Ook hij valt om. Drie maal verloochent hij Hem. Hij volgt Hem niet op de voet, maar op veilige afstand. Daar springt de duivel altijd tussen en hij zorgt dat de afstand nog groter wordt.

3
Op dat moment moet de duivel naar de Heere Jezus zijn gegaan: Voor wie moet je nu eigenlijk sterven Niemand wil met je te maken hebben, man! – waar zijn die schapen – ik zie er niet een meer.
Er was niemand, Hij blijft helemaal alleen achter, en Hij gaat wel helemaal alleen door, tot op het kruis! Als is er niemand meer te vinden is, maar Hij blijft gehoorzaam aan de opdracht van Zijn Vader.
Hij vlucht niet weg, maar Hij gaat als Aslan de Leeuw. Voor wie gaat Hij dan? Voor weglopers, voor Jezusverlaters, voor discipelen die ontrouw worden, voor zulk soort mensen gaat de Hij de dood in. Wat is dat vertroostend! Je kunt op je tenen lopen. Maar je valt toch ooit om.

Het verlossingswerk is zonder ons, voor ons gedaan. De discipelen wilden niet mee, maar konden ook niet, hoefden niet, mochten niet mee.....

Hij gaat verder, alleen. Morgen zou het nog een stap dieper gaan, diepste versmaadheid en angst der hel – door Zijn God verlaten. Ik heb geen mens kan Hij hier al zeggen, en dan: nu heb Ik zelfs geen God meer.
Hij door Godverlaten - OPDAT wij niet door Godverlaten zouden worden.

Wat een troost, ze konden wegvluchten, maar niet uit het hart van de Heere Jezus! Hij houdt ze vast. Hij neemt aan die verlaten zijn, maar ook die verlaten hebben, actief!
Hij verzameld ze weer. Rondom Hem. Waarom zijn we bij elkaar, gemeente – ik zou u niet uitkiezen en u mij niet, maar die Ene brengt ons bij Hem en bij elkaar. Door Hem is er ook weer gemeenschap met elkaar. Door die Eenling een schare die niemand tellen kan.

De discipelen zullen er wel last van hebben gehad. Petrus – hij weende bitter, dat is het verschil tussen de Heere vrezen en niet vrezen. Als ze dan bijeen vergaderd worden zijn ze weer verblijd. Je krijgt er last van, dat weglopen doe je niet met plezier. Dat leer je verstaan, daar krijg je ook rouw over. Je leert ook verstaan dat het helemaal alleen in Hem is, in Hem en daar is het vast.

De Heere laat elke keer weer die hoeksteen zien, Hij heeft het helemaal alleen gedaan. Die naakte jongeman – als het Marcus was, is het goed afgelopen. Straks hangt de Heere Jezus naakt aan het kruis, om ook voor deze jongeman een mantel te weven van liefde, om je naakte, blote schouders. Geloven is die mantel aandoen. Hem aan doen, je hebt een les geleerd. Geloven is uiteindelijk geen keuze van jou, maar bij de gratie van God,dat Hij mij vasthoudt en weer terug brengt en weer opzoekt!

Hij zorgt dat we weer elkaar terug krijgen. Vroeg of laat word je ook in elkaar teleurgesteld. De Heere Jezus hier in Zijn beste vrienden, dat zullen alle christenen meemaken, ook vrienden in de kerk. Teleurgesteld in ouderlingen, in jongelingen, die enthousiast hun ja-woord hadden gegeven, in de kerk, in relaties die stranden, geestelijke vrienden die je verlaten. Paulus heeft dat ook ervaren. Ik heb geen mens.
Teleurstelling op het kerkelijk erf. Als soms vrienden ons verlaten. Hij weet wat dat is, Hij is een nooit falende Vriend.

Hij verdroeg het van Zijn vrienden, zei niet: Ik zoek wel een trouwer stel uit. Maar Hij bleef ze liefhebben en zocht ze weer op en schakelde ze in en maakte ze tot pilaren van Zijn kerk, Hij vergaf ze en herstelde de relatie.

Ga dan heen en doen wij evenzo.

Edit