Edit|
EditReeks Samenvatting:
Deze woorden zijn in Oosters-orthodoxe kerk de groet waarmee gelovigen elkaar begroeten op Paasmorgen. Waarom juist deze woorden?
1. Het is een woord om op te rusten, te bouwen als op een hoeksteen. Ze geven aan hoe fundamenteel de opstanding van Christus is voor het christelijk geloof.
We hebben met een levende Zaligmaker te doen. Het geloof rust niet alleen op wat lang geleden in de heilsgeschiedenis is gebeurd, maar ook op Hem die woont in de troon van de Vader. Een dood geloof heeft genoeg aan een dode Jezus en de heilsfeiten als feiten uit de geschiedenis, maar een levend geloof heeft ook een levende Zaligmaker nodig. Die dat wat Hij heeft voldaan aan het kruis ook indraagt in ons hart.
Als de nodiging van Jezus uitgaat, is dat geen nodiging van iemand die lang geleden geleefd heeft en nu dood is, maar zijn dat woorden van Iemand Die leeft.
In deze Paasgroet staat: ‘De Héére is waarlijk opgestaan.’ Kleopas en zijn vriend willen graag in Jeruzalem vertellen dat zij de Christus gezien hebben. Voordat ze hun verhaal kunnen doen, worden ze enthousiast ontvangen: ‘De Heere is werkelijk opgewekt! Hij leeft, want Petrus heeft Hem ontmoet.’ Ze noemen Hem niet ‘Jezus’ of ‘Messias’, maar ‘Heere’. Daar wil ik niet te veel gewicht aan hechten, maar het valt op dat het hier kort en krachtig staat: ‘Kurios’, de Levensvorst. De titel waarmee de Koninklijke heerlijkheid van de Messias wordt aangeduid. Tegelijk verbindt het Hem met zijn Vader, want het is ook een vertaling van de Godsnaam ‘Adonai’, vaak in een verwijzing naar het Oude Testament. Maar hier gaat het over Jezus. Hij is één met zijn Vader. In zijn opstanding blijkt Jezus Christus de Heere te zijn, één met zijn Vader.
In Rom. 1 zegt Paulus: ‘In zijn opstanding is Hij krachtiglijk bewezen de Zoon van God te zijn.’ Hij is het niet geworden door de opstanding, want Hij was het al. Maar het is wel een bewijs.
De catechismus vraagt waarom wij Jezus ‘Heer’ noemen. Het antwoord is: omdat Hij mij niet met zilver of goud, maar met Zijn dierbaar bloed gekocht heeft.
In de Herziene Statenvertaling staat: ‘De Heere is werkelijk opgewekt’. Dat is passief, terwijl ‘opgestaan’ actief is. De Herziene Statenvertaling kiest er vaak voor om de passieve vorm te gebruiken. Ik ben dankbaar voor de Herziene Statenvertaling, maar dit wil ik toch even noemen. Het kan allebei: het Griekse woord kan zowel actief als passief worden vertaald. In de Herziene Statenvertaling hebben ze ervoor gekozen zo concordant mogelijk te vertalen, dus zo vaak mogelijk hetzelfde woord hetzelfde te vertalen. In dit geval is er daarom steeds gekozen voor de passieve vorm ‘opgewekt’. Misschien hadden ze hier toch een uitzondering moeten maken, omdat het hier om de paasgroet gaat, omdat Hij machtiger is dan zonde en dood. Hij is opgewekt door de Vader en daarna is Hij opgestaan. Hij was een met de Vader omdat Hij de Heere is. Door zijn dood heeft Hij de dood gedood.
Jezus heeft op Golgotha de angel van de dood eruit gehaald. De dood is er nog wel, verschrikkelijk. Toen ik zonet de kerk binnenkwam, moest ik denken aan de begrafenis van mijn schoonmoeder, die uit deze kerk begraven is. De dood kan zo dichtbij komen, je kunt er ook bang voor zijn. Maar Jezus heeft de angel eruit gehaald. De dood is er nog wel, maar doet geen pijn meer. Het is een deur naar het eeuwige leven. Als de rekening is vereffend, als de wet is volbracht, dan is de dood een doorgang naar het eeuwige leven.
De opstanding van de Heere Jezus is het bewijs dat het werk door Hem volbracht, daadwerkelijk geldt. Hij mag ervan uitdelen aan arme, verloren zondaren. Hij leeft! Op dit moment, ook voor mij.
In de Geneefse catechismus staat dat Jezus door Zijn opstanding de dood teniet gedaan heeft. Hij heeft zich getoond als overwinnaar over dood en graf. Daarop mag je nu je hand leggen en rusten. Je mag je eraan toevertrouwen in leven en sterven: de Heere leeft, Hij is waarlijk opgestaan.
Ook als je aangevochten of bestreden wordt, mag je zeggen in de stilte van je hart: ‘Amen, het is echt waar! Hij leeft ook voor mij.’ Ook als je elf jaar bent, of veertien, of twintig.
2. Het is een woord om door te geven. Het is een groet. Elke zondag in de kerkdienst krijg je een groet van God: ‘Genade en vrede zij u…’ Zo klinkt ook deze groet de eeuwen door in de gemeenten van Jezus Christus. Het geloof is uit het gehoor, je moet het horen. Ik merk dat nu ik wat minder vaak preek: het is goed om zelf ook te luisteren, aan te horen wat je wordt aangezegd vanaf de preekstoel.
De Emmaüsgangers gaan terug naar Jeruzalem om te delen wat ze hebben geleerd en gehoord. Hun ogen werden geopend toen ze de beweging herkenden van het breken van het brood. Op datzelfde moment stonden ze op om terug te gaan naar Jeruzalem. Ze konden er niet over zwijgen.
Toen ze aankwamen, kwam dat woord hen ook tegemoet. Ze versterkten elkaar door er met elkaar over te spreken. Doen wij dat ook? Of zeggen we alleen ‘Hallo’ of ‘Goedemorgen’tegen elkaar? Dat is op zich niet fout, maar het is goed als we ook aan elkaar vertellen wie Jezus voor ons is.
Morgen is er een belijdenisdienst, en dan mogen veel jongeren vertellen dat ze God willen volgen. Dat is zo bemoedigend, vooral als je denkt aan de grote afval van de eindtijd. Gods werk stopt niet! Daar mag je moed uit scheppen. Het evangelie is de moeite waard om door te geven.
Ik leg ook even de vinger bij het woordje ‘werkelijk’ of ‘waarlijk’. Waarom staat dat hier? Is dat tegen de twijfel? Als mensen vaak zeggen: ‘Het is echt waar!’ ga je je afvragen of ze het zelf wel geloven. Maar hier gaat het om de werkelijkheid van Jezus’ lichamelijke opstanding, dat is moeilijk te geloven. Zelfs als Jezus zelf in hun midden staat, geloven ze het niet, maar denken ze dat ze een verschijning zien. Maar Jezus laat hen zijn littekens zien: een geest heeft geen vlees en botten. Als ze het dan van blijdschap nog niet kunnen geloven, eet Hij gebakken vis en honingraat. Niet omdat hij voedsel nodig heeft: zijn lichaam is onsterfelijk, verheerlijkt. Maar het is wel een menselijk lichaam, van vlees en bloed. Daarom staat er ‘waarlijk’.
In de vroege kerk waren er stromingen die zeiden dat Jezus is opgestaan in een ‘geestelijke werkelijkheid’. De opstanding ‘des vleses’ was aanstootgevend voor het Griekse denken. Zij zeiden dat Jezus voortleeft in de Heilige Geest. Moderne christenen zeggen soms dat Hij voortleeft in de leer van de kerk.
Een van mijn kinderen vroeg: ‘Wat gebeurt er met de mensen die verdronken zijn in zee en niet worden gevonden? Staan die ook op?’ Wij geloven dat ook hun lichamen zullen opstaan uit de doden, zoals ook in Openbaringen staat: ‘De zee geeft haar doden terug.’
Jezus is opgestaan aan de andere kant van de doodsjordaan. Lazarus, de jongen in Naïn, het dochtertje van Jaïrus en anderen die zijn opgewekt uit de dood, niet. Jezus is de eerste die is opgestaan en niet opnieuw door de doodsjordaan zal hoeven.
‘De Heere is waarlijk opgestaan’ is ook een woord om door te geven aan de rest van de wereld. Jezus zegt tegen zijn discipelen: ‘Jullie zijn van deze dingen getuigen.’ In Zijn naam moeten onder alle volken bekering en vergeving van zonden worden gepredikt. Het goede nieuws van Zijn opstanding moet worden doorgegeven aan een wereld waarin mensen ervoor gaan om te investeren in het heden, omdat er geen garanties zijn voor de toekomst.
Door die macht van de dood wordt de mensheid beheerst. Niet alleen nu, ook in de Hebreeënbrief gaat het daar al over. Het christelijk geloof is geen filosofie of alleen maar moraal, maar het betekent dat je in lichaam en ziel eigendom bent van Jezus Christus. Al is mijn lichaam broos en wordt het straks in het graf gelegd, toch leef ik voort in Hem.
3. Het is een Paasgroet om je in te verheugen. God is een verrassend en genadig God. De tekst eindigt met ‘Hij is aan Simon verschenen.’ De eerste van de twaalf apostelen die Jezus heeft opgezocht na zijn opstanding was Petrus. Hij had nog iets goed te maken. Toen Jezus was opgestaan, heeft Hij als eerste zijn gevallen apostel die Hem drie keer verloochend had, opgezocht. Niemand was erbij of weet wat er is gezegd, maar Jezus zocht eerst deze discipel op. Het is of deze tekst wil zeggen: het is voor iedereen mogelijk.
Jezus heeft de doodsangst doorstaan en ook voor Simon geleden. Hij heeft ook aan Simon gevraagd: ‘Simon, zoon van Jona, heb je mij lief?’ ‘Ja, Heere, U weet alle dingen, U weet dat ik U liefheb.’
De Heere is waarlijk opgestaan. Rust erop, leg je hand erop, steun erop. Geef het door, aan elkaar en aan een Paasloze wereld. En verblijd u in de Heere, te allen tijd. Wederom zeg ik u: verblijd u! Want de Heere is waarlijk opgestaan, en Hij is van Simon gezien. En Hij openbaart zich als een volkomen Zaligmaker!