Edit|
EditReeks Samenvatting:
Het is een machtig getuigenis van Paulus: Jezus Christus, gestorven en opgestaan om de levende en de doden te oordelen. Licht over Pasen. En Goede Vrijdag. De diepste betekenis van het evangelie: gestorven en opgestaan van de doden en Hij zal terug keren. Onopgeefbaar, daarbij valt en christelijk getuigenis, t.o.v. alle andere meningen en levensovertuigingen. Opgestaan uit de doden. Waarom noemt hij het hier. Paulus verbindt het hier aan het oordeel dat Hij zal vellen als Hij terug komt op de grote oordeelsdag. Daartoe. Dit is de bedoeling. Om te oordelen, over allen, wie ze ook zijn. Waar ze ook wonen of begraven liggen of hun as is verstrooid. De opstanding moeten we niet los maken van de toekomst. Hij komt om de aarde te richten. Van Pasen naar de wederkomst. De Opgestane zal oordelen. De levende en de doden. Ik geloof in Hem, die zal komen om te oordelen... daar hoort u het ook. De belijdenis van kerk wil niets anders dan de Schrift naspreken.
Waarom het oordeel, hier, Paulus? Geen aantrekkelijk onderwerp. Hij doet het niet om de domper er op te zetten. De christenen in Rome zijn volop bezig om elkaar te (ver)oordelen en over elkaar te heersen. Er zijn twee groepen, de ene groep wijst het eten van onrijne spijzen af, houden de Joodse feestkalender, de ene dag is voor hen niet gelijk aan de andere. Ze willen niet alles overboord gooien en anderen moeten zich voegen in hun traditie – de zwakken in het geloof. Anderen zien er geen kwaad in om onrijne spijs eten. Wat moeten we ermee, we zijn er niet bij groot gebracht en zijn niet van plan zo te leven – waarschijnlijk een heidense achtergrond. De praktijk tussen christenen. Daarin doen we het niet zo veel beter dan de wereld, standpunten verharden. Paulus gaat daar op in. Hij staat zelf op het standpunt van de sterken – Christus heeft ons bevrijd. Die spijze mag je wel eten. Maar: Paulus doet geen moeite om die zwakke te overtuigen van het standpunt van de sterken. 'Wat dom en traditioneel zijn jullie. Eet toch wat ik eet en loof de Heere'. Hij wil een ander niet oordelen. Maar men moet elkaar aanvaarden in die gemeente. De een moet niet op de ander neerkijken, maar accepteren. En niet: 'bij die kan er alles mee door' – zowel de zwakke als de sterke is door de Heere aangenomen, dan mogen wij de ander niet afwijzen.
Niets menselijks, zondigs is ons vreemd, ook al is die oude mens afgelegd. Al zijn wij ingepland in Christus, elke dag moeten wij een oude jas uittrekken. Paulus wint de ander niet voor zijn standpunt. Hoe is jouw relatie tot de Heere, dat is belangrijker. In een gezin zijn ook verschillen, je doet dingen anders dan je broer, jij zou het nooit zo doen, maar je houd van elkaar, als leden van een gezin.
Paulus noemt het voorbeeld van een slaaf – je oordeelt niet over een slaaf van een ander. De maatschappij kende slavernij toen. Hoe een andere heer oordeelt moet hij zelf weten, een ieder is rekenschap verschuldigd aan zijn eigen heer. Bemoeizucht is niet fraai, geef er niet aan toe. Als je lijdt, laat dat dan niet zijn doordat je je bemoeid hebt met datgene, waar je je niet mee moest bemoeien. Laat het lijden zijn om de Heere Jezus, en niet omdat je een pak slaag verdiend hebt, zegt Petrus.
De sterke en de zwakke heeft een relatie tot de Heere. Hetzij dat wij leven of sterven, we zijn van Hem, Zijn eigendom. Wat is nu uw, jouw troost, je houvast, als alles wegzakt, in leven en in sterven? Dat ik het eigendom ben van mijn getrouwe Zaligmaker die mij heeft losgekocht, mij tot Zijn eigendom heeft gemaakt. Ook dat stukje belijdenis spreekt weer alleen de Schrift na. Wat houdt dat geloof nou in? Kun je wat zeggen? Zou je durven zeggen: ik ben het eigendom van Jezus – ik heb een baas boven mij? De Goede Herder, die de schapen voedt en de lammeren weidt. Een hond blijft zijn baas volgen. Niet alleen Jezus, maar Heere Jezus, Kurios.
Ik zie het zus en ik zie het zo. Ho – ga elkaar niet oordelen als het over bijzaken gaat. Maar til dit op een ander niveau, door je af te vragen, wie is mijn Heere. Niemand sterft voor zichzelf.
In Paulus' tijd kon je je wel iets voorstellen bij vrij zijn, slaaf zijn, gebonden aan je baas. In leven en sterven afhankelijk van zo'n persoon. Dat was toen normaal. Nu is het abnormaal – baas in eigen huis. Ik ben wie ik ben – zijn vrouw/kinderen bezit van een man? Het is maar hoe je het uitlegt. Zonder geloof is het gevaar groot, dat je juist een ander als je eigendom gaat zien. Zitten en je mond houden. Zo doen we met elkaar wat we willen, niemand die ons corrigeert, niemand die de vinger bij de pols houdt. Niemand die op de rem trapt. Ik wil aan mijn trekken komen en de ander moet zich daar bij voegen. Een zorgeloze tijd, iedereen is meester geworden, nog een paar taboes oproepen en dan zijn we vrij, helemaal vrij.
Als wij nu geen Heere Jezus zouden hebben.
Wat is nu je enige troost in leven en sterven...als je daar antwoord op geeft...een christen die niet van zichzelf is, maar eigendom is van een ander. Het is juist ellende als je alleen maar van jezelf bent en niet het eigendom van de Heere Jezus. Als je niet het eigendom van de Heere Jezus bent, wiens eigendom ben je dan? Dan ben je van jezelf, dan moet je alles zelf opknappen en maar zien of je het redt, met de wet van God bijvoorbeeld. Om die in eigen kracht te houden, steeds maar meer je best doen. Dan ga je jezelf alsmaar opknappen, maar uiteindelijk red je het niet. Je raakt steeds verder bij God vandaan en je moet maar zien hoe je uit de put komt. Je bent zonder God en zonder de Heere. Buiten God. Dan ben je een ellendig mens! Wie ben je dan eigenlijk met al wat je probeert? Je redt het niet bij God. Wat is het dan geweldig om te weten dat het Goede Vrijdag is geweest. Ik ging niet tot Hem, maar Hij kwam tot mij! Hij buigt je hart om,zodat je gaat zien wie je zelf bent en wie de Heere is. Hij ging de weg van leven en sterven in de weg van Zijn vader. Hij was volkomen gehoorzaam aan de wil van Zijn Vader. Hij wilde slaaf worden en gehoorzamen tot het einde. Opdat Hij ons zou verlossen van een gewis verderf. Ik voor u.........de Bevrijder is gekomen. Die eerst zelf slaaf wilde worden, die gestorven is. Zijn nedergang ter helle.....je ziet Hem gaan, Hij ging de diepte in. Hij ging voor zwakken en sterken de dood in, tot verzoening van onze schuld. Hij heeft geen geld op tafel gelegd om ons los te kopen, maar Hij gaf Zijn eigen bloed. Hij heeft ons geadopteerd, ons aangenomen tot Zijn eigen kinderen. Zouden we dan niet dankbaar zijn? Als ik Hem mag volgen, voor Hem leven. Dankbaarheid als vrucht van de Heilige Geest ook in mijn leven.
Paulus zegt: ik leef niet meer voor mezelf, maar voor de Heere. Vraag naar de Heere en Zijne sterkte, naar Hem die al uw heil bewerkte, zoekt dagelijks Zijn aangezicht. Hou die spijswetten dan maar, gemeente van Rome, als u denkt dat dat goed is, maar maak er geen halszaak van. En u vindt uw Joodse buurman misschien wat pietluttig,maar veroordeel hem niet, want Jezus heeft Zijn bloed voor hem gestort! Ik bewonder de Heere Jezus voor zijn oneindige liefde en trouw, die voor mij zijn leven heeft gegeven. Bij zo'n geweldige Heere mag ik horen! Er zijn tijden dat ik daar niet zo bij stil sta. Maar soms wel. Dan denk ik: hoe kun je dit nou verantwoorden naar God? Dan zeg ik Heere, ik heb te veel voor mijzelf geleefd, en U teveel uit mijn leven weggeduwd. Ik heb geen oog gehad voor mijn naaste, en ik had niet door dat ik het straatje van een ander wiedde, zonder mijn eigen onkruid te zien. En je buigt het hoofd, want je hebt genoeg aan jezelf en hoeft niet naar een ander te kijken. Je hoeft niet te oordelen, dat doet de Heere Jezus straks wel. Hij heeft het oordeel van de Vader ontvangen. Daartoe is Hij opgestaan om te oordelen de levenden en de doden. Zijn vader heeft het Hem toevertrouwd. Hij kan ook rechtvaardig heersen en oordelen, Hij trekt niet voor, Hij kan dat rechtvaardig. Allemaal zullen we voor de rechterstoel van Christus gesteld worden. Dat is geen nieuwe ontdekking van het Nieuwe Testament, ook niet na Pasen, nee er staat geschreven: voor Hem zal alle knie zich buigen en alle tong zal U belijden. Jesaja heeft al geweten dat Hij zal opstaan voor de strijd. Wij moeten allen geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus. Een ieder zal rekenschap moeten geven.
Als de Heere Jezus eens anders oordeelt dan ik heb gedaan.... Ik kwam niet verder dan de buitenkant. Ik had mijn oordeel al zo gauw klaar, dan moet ik mij schamen, dat ik zo weinig doe wat de Heere mij heeft gevraagd. Hij blijft de Rabouni, zoals Maria dat heeft geroepen, mijn Meester. Mijn Heere en mijn God, Thomas. Niet meer leven voor jezelf, maar voor Hem die is opgestaan.
Deze verwisseling van eigenaar … je mag wel een standpunt innemen, zeker als je het kunt motiveren uit de Schrift, pas ervoor op dat je geen aanstoot geeft aan een ander, laat het in de liefde geschieden door de Heilige Geest en het dienen van de Heere Jezus. Maar laat het niet tot minachting en veroordeling van de ander leiden. Heere U bent recht en en weet wat die ander nodig hebt, ik verschijn straks ook voor U. Ik moet U kennen als Mijn Redder en niet alleen als Rechter. Wees mij, zondaar genadig, daar ik geen vreemd God zal ontmoeten, maar zal zeggen, met Job, ik weet Mijn verlosser leeft. Ik ben de zijne, Hij mijn God. Ik mag leven en sterven voor Hem, om straks altijd bij Hem te mogen zijn.
Ik ontving door Uw bevelen het leven. Ik ben de Uwe, Heere, van U, U bent mijn Heere, in leven en in sterven, Hallelujah,