Edit|
EditReeks Samenvatting:
Een dominee leidde eens een dienst voor verstandelijk gehandicapten – wisten ze wat de Heere Jezus nu in de hemel doet? Hij zet daar voor ons de stoelen alvast klaar... papa en mama doen dat, als ze visite krijgen!
Een oud kinderversje zegt: alles is gereed in het vaderhuis. Hoe kom ik daar? Ben jij al op reis naar dat vaderhuis? Daar is vreugd, vreugd, vreugd.
Heel veel gelovigen zijn deze verzen zo dierbaar. Een geur van troost gaat er van uit – misschien denkt u aan geliefden met wie u deze verzen gelezen heeft op het laatst, of op een rouwkaart. Hemelvaart is huisbereiding.
Alles is gereed in het Vaderhuis
1 het hart
2 het huis
3 de Heiland
1
Het is goed om te zien in welk verband deze woorden staan - afscheidsgesprekken met Zijn discipelen, Witte Donderdagavond. Het avondmaal is gevierd en Hij voert de laatste gesprekken, de laatste nacht van Zijn leven. Hij spreekt over verraad, ze kunnen niet met Hem mee. Hoe dan verder, straks?
Weest niet al te zeer bedroefd: Ik kom terug. Een afscheid maar niet voor goed. En Ik zal u geen wezen laten (v18). Straks lichamelijk en Ik kom snel tot U in de Geest.
U hart worde niet ontroerd. Zijn hart was tot driemaal toe wel ontroerd, en niemand troostte Hem. Joh 11:33, 12:27, 13:21. Hij werd ontroerd in de Geest, emotioneel, bewogen. En dan: jullie hart – dat hoeft niet. Hij troost ze.
De discipelen waren Torah getrouwe Joden. Ze geloofden in de God van Abram Izaak en Jakob, die ze nog niet gezien hadden. Op die manier moet je ook in Mij gaan geloven, want straks zie je Me niet meer. Ik ga zitten aan de rechterhand van God de Vader, maar Ik ben er wel.
2
Er zijn vele woningen in het huis van Mijn vader, er is niet alleen voor Mij plaats. Voor allen die hun schuld belijden. Achter de dood lag de vreugde van het Vaderhuis. Een appartement in het Vaderhuis, aan de Wateren van het Leven. Bomen met geneeskrachtige bladeren. Daar moet je geen geleerde betogen over houden. Ds Kivit: als ik de sterren zie, denk ik wel eens: dat zijn de portieklichtjes van die vele woningen. Dat is nog maar de buitenkant van de hemel, zei een kind,wat moet de binnenkant dan wel niet zijn!
Die donkere hemel is het kleed, sterretjes zijn de gaatjes in het kleed waar je onder gedoken bent.
Je moet er niet vanuit gaan dat je daar vanzelf komt. De deur wordt op een goed moment gesloten. Als er nieuwe huizen worden gebouwd – kan ik die kopen, of krijg ik ze toegewezen? Hoe kom ik daar, vroeg Thomas ook. De weg is niet gebarricadeerd. Kun je daar voor boeken? Jezus zegt: Ik ben de Weg. Wie door de enge poort van de bekering gaat. En bij de paarlenpoort van het vaderhuis komt, denk aan de verloren zoon, de deur staat open.
Als het anders was, had Ik het ook gezegd.
De uitdrukking Vaderhuis is zo hoog en verheven. Zo teer en verheven. Wij denken vaak, als een kind van God opstaat, gaat hij naar de hemel. Maar dat vraag me ook af. Goed luisteren. Is dat automatisch zo? Er staat: de hemel is voor God en de aarde is aan de mensenkinderen gegeven. Adam was de eerste voorouder. Hij was gezet op aarde in het paradijs. Als hij nu niet van die verboden vrucht gegeten had? Dan had hij voor altijd gelukzalig hier op aarde blijven leven in het Paradijs, met de Boom des Levens. Maar niet in de hemel. In zonde gevallen, de Heere Jezus heeft die macht verbroken en de zonde vergeven. Hij is gaan herstellen, denken wij, wat we in Adam verloren hebben. Als dat zo is, dan is onze eindbestemming de aarde. En eigenlijk denken velen dat ook: nu gaat je ziel naar de hemel en na de opstanding mag je op de nieuwe aarde leven. De hemel als tussenstation. Maar er is veel meer.
Hoe is het wel: als een gelovige sterft waar gaat hij dan naar toe? Naar het paradijs, de schoot van Abraham. Toen Lazarus stierf nam de engel hem mee naar de schoot van Abraham. Heden zult Gij met Mij in het Paradijs zijn. Ziel, nog niet volmaakt, want zijn lichaam wacht in het graf.
En Ik zal wederkomen, persoonlijk komt Hij, niet een engel, dan zal Hij alle gelovigen tot Hem nemen en dan zullen we in het Vaderhuis ingevoerd worden, niet de nieuwe aarde. Hij haalt ons van de aarde weg en voert ons dan in het Vaderhuis. Dat doet Hij persoonlijk. De hemel en dan de meest verheven plaats. De allerhoogste plaats waar de Vader en de Zoon en de Heilige Geest voor de grondlegging der wereld verkeerden. Dat is het Vaderhuis. Hij lag aan de boezem van de Vader, van alle eeuwigheid. Gods eigenlijk woonplaats.
Het is toch zo geweldig dat ik daar als verlost schepsel mag komen. Voelt u dat dat oneindig meer is, dan dat de Heere Jezus onze zonden vergeven heeft om op de nieuwe aarde te wonen. Heel dicht bij Hem. Niet een aards paradijs. De Heere Jezus geeft veel meer terug dan Adam verloren heeft.
Toen de Heere Jezus mens werd, wat gebeurde er toen? Toen verliet Hij de schoot van de vader, Hij heeft geen menselijk lichaam aangetrokken met Kerst en met Hemelvaart weer uitgedaan. Hij is voor eeuwigheid mens geworden. Om het voor altijd te blijven. Als zoon des mensen is Hij opgevaren ten hemel. Als zoon der mensen zit Hij in het Vaderhuis.. en daarom zullen andere mensen daar ook kunnen komen!
Dat bad Hij ook in het Hogepriesterlijk gebed. Vader, Ik wil dat, waar Ik ben, ook zij zullen zijn, die U mij hebt gegeven. Geef Mij die heerlijkheid maar nu als zoon der mensen. De heerlijkheid die U Mij gegeven heeft als mens die geef Ik aan hun! Ik wil ook hen bekleden daarmee. En ik wil ze bij me hebben.
Als je dit gaan snappen met je ziel – wat hoog, wat rijk. Hij komt persoonlijk terug om ons op te halen.
Je zou de hemel kunnen vergelijken met een paleis, een troonzaal. Een gedeelte is open voor het publiek, in een paleis. Maar er hangen ook koorden. De privé-vertrekken. Engelen zijn de lakeien. De koningen heeft niet alleen een troonzaal, maar ook een gezin. Ik ga jullie niet alleen onderdanen maken, dat je in de troonzaal mag komen, maar Ik ga jullie meenemen om jullie zonen en dochters te maken en jullie in te voeren in die privé-vertrekken, waar jullie met Mij en de Vader en de Heilige Geest mogen leven... Er blijft geen woning leeg staan en er is geen woningnood. Dat huis moet vol worden en daarom wordt er vanmorgen gepreekt voor diegenen die nog geen plaats hebben gereserveerd. Het is hoog tijd!
Er is ruimte genoeg, zelfs verloren zonen mogen er komen. De deur is nog steeds open. Plaats te bereiden. Wat was de Heere Jezus hier op aarde? Zoon van een timmerman. Hij gaat naar de hemel om een huis te timmeren. Het is bijna af. En op elk appartement komt een naambordje. Daar komt mijn naam ook op te staan. Ik ga heen om voor u! een plaats te bereiden.
Stoelen klaar zetten, de lichtjes aan de buitenkant van de hemel... prof vd Schuit, gebruikt ook een simpel beeld: In deze zes maanden (ziekte) heb ik mee geleerd dan in 60 hiervoor: als mijn stoel op aarde leeg zal zijn, is die in het vaderhuis bezet. En er staat op “uit genade gekocht”.
Ik sta er garant voor, Ik ga heen om te bereiden. Ik ga heen – wanneer was dat – hij zei het op Witte Donderdag, het kan net zo goed doelen op Zijn kruislijden en sterven. Ik ga heen naar Golgotha om zo uw plaats te bereiden. Dat zou net zo goed kunnen. Of als mens naar de hemel om daarmee de plaats bereid te hebben. Kwartier te maken. Als de rest straks komt, dat hun bedje gespreid is.
Een toegeruste plaats, maar ook een toegerust volk. De Heilige Geest gaat een volk geschikt maken om daar voor eeuwig te wonen. Die hoogste plaats moeten wij hier op aarde voor worden bereid.
't Hoofd omhoog, daar Gij ons reeds hier bereid voor des hemels heerlijkheid
Geloof je in Hem, niet alleen in God. Dat doet de duivel ook. Geloof je in de Heere Jezus als Zoon van God en Zoon der mensen. Als jouw plaatsbereider. Dan is er een begin gemaakt met jou voorbereiding.
Heb je de Heere Jezus lief, houd je echt van Hem? Dan maak je vorderingen.
Haat je de zonde? Jaag je naar een leven dicht bij God, dan schiet het al op.
Is de Heere Jezus in praktijk je alles geworden, als dat echt zo is, dan ben je bereid voor de hemel.
Dan is het weerzien, met de opstanding van de gelovigen. 1Tes 4 kun je hier naast leggen. Dan zullen de graven opgaan en de gestorven gelovigen opstaan en wij gaan de Heere tegemoet in de lucht. Jezus zal ons tot Zich nemen, blij, gastvrij verwelkomen. En in de lucht gaan wij Hem tegemoet. Opdat gij ook zijn mocht waar Ik ben. Zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. Niet op de Nieuwe Aarde, maar in het Vaderhuis, Hij komt om ons te halen. Verheerlijkt in de meest intieme plaats, veilig in Jezus armen.
Pas sprak ik over Izak, en hij ging uit om te bidden in het veld. Rebacca komt uit de woestijn en hij gaat uit. Ook zo'n dubbele beweging. Wie is die man die ons tegemoet komt? Dat is nou je bruidegom! Dan neemt Hij haar mee tot in de tent van moeder Sara. Zo komt Hij. Dat is nu je Bruidegom, in het huis van der Vader.
Opdat gij ook zijn mag waar Ik ben, zo zullen we altijd bij de Heere zijn en wordt Zijn gebed ten volle vervuld. De kerk viert dan Hemelvaart. Dat is de vreugde die voor ons ligt.
Een grote schare zal daar ook zijn, verloste zondaren.
Het laatste is het mooist, opdat u mag zijn waar Ik ben. Geen vakantiewoning, geen bejaardenwoning, maar een Vaderhuis waar je altijd bij Hem bent. Nooit meer afstand, geen verzoekende duivel geen verstrikkende wereld.
De beste wijn voor het laatst, “het vette van Uw huis gesmaakt”. Kent u het gezang, niet lang zal het lijden duren, dan zijn we eeuwig thuis, verlost van zonden en pijn, .. wat zal dat zalig zijn.
Het huis van de Vader. Wij denken aan een paleis, of: de tempel. Moest ik niet zijn in het Huis van mijn Vader. Voorhof, tempelhuis, Heilige der Heilige. Maar er was meer. Aan de zijkanten waren ook drie verdiepingen, zij-vertrekken, een eerste en een tweede waar de kamers groter waren en de derde helemaal. Priester woningen voor de dienstdoende priesters. Als ik zo de hemel vergelijk – dat geeft ook aan, wat ik daar ga doen – offers brengen. Dienst te doen in de hemel, God dienen en te loven, offers van reukwerk en aanbidding.
Dat begint al hier. Na de hemelvaart gingen ze weer terug naar Jeruzalem en aanbaden Hem en waren steeds in de tempel en loofden God. Niet alleen om de aardse dingen, maar dat uw zonden vergeven zijn, dat Hij mij wil maken van zondaar tot koning en priester en wil invoeren in dat meest intieme gedeelte van de hemel, de privé-vertrekken van God.
Ben je al op reis naar het Vaderhuis. Er zijn mensen die erg vast zitten, vechten voor het leven. Er zijn ook mensen die weten van die opperzaal en verlangen naar het Vaderhuis.
Hoe dichter ik nader,
naar het huis van mijn Vader.
Hoe sterker ik hijg,
naar de eeuwige woning,
het feest van mijn kroning,
en het eind van de krijg.
En wat zou mijn hinderen,
'k zie de uurtjes steeds minderen.
Laat 's wereldsgedruis,
men moet niet verslappen,
nog weinige stappen,
en dan ben ik thuis.
(Hiëronymus van Alphen (1746-1803)
De vrolijke reiziger, fragment)