Edit|
EditReeks Samenvatting:
Er is een ongekende droogte. Het droogste voorjaar in een eeuw tijd. De aardappeloogst schijnt al grotendeels mislukt te zijn. Landbouwers maken zich grote zorgen. Geniet u als stadsmens van het mooie weer – u merkt het, straks aan uw portemonnee. Vandaag komen er enkele regenbuien. Maar we hebben twee weken stortregens nodig....
De Heere God belooft water in dit schriftgedeelte. Beeld van de Geest. Het beeld van het water was goed bekend in Israël. Er waren twee regenperiodes: de vroege regen in okt/nov, die de grond bouwrijp maakt en maart/april om de warmte van de lente te kunnen doorstaan en vrucht te dragen. Ik zal stromen op het droge geven. Water ook als beeld van de Heere zelf. Hos 6 – hij komt naar ons toe als de regen. Het loofhuttenfeest: de Heere Jezus roept het uit: wie dorst heeft kome tot Mij en drinke. En dit zei Hij van de Heilige Geest.
De Heere God belooft hier al aan Jesaja die uitstorting, een geestelijke opwekking. In vervulling gegaan in eerste instantie in de tijd van Ezra en Nehemia. Maar de diepere vervulling geschiedt op de Pinksterdag. De sluizen van de Hemel open.
We mogen nu ook hopen en bidden om die late regen. Laten we net zo vurig bidden als de discipelen dat deden in de opperzaal vlak voor Pinksteren. De Heere kan verrassend uit de hoek van Zijn Genade komen.
We zien het hier: het volk is God zó aan het treiteren. Het volk werd gestraft. Bewijs maar eens dat je onschuldig bent. Maar Juda kan niets ter verdediging aanvoeren. Wie van ons kan zijn eigen onschuld bewijzen t.o.v. God. Want wat maken wij de Heere telkens weer moe...
En dan komt weer zo'n verrassing: H44 begint met Maar. Jullie staan schuldig, maar toch kom Ik met de boodschap van Mijn Genade... op het meest onverwachtse moment. Ons maar is dikwijls niet zo'n best maar. Waar we Gods welwillendheid tegen spreken.
Jeschurun, een moeilijke naam. “Darling”, zegt Calvijn, een koosnaam. Een troetelnaam, meestal zelf verzonnen,die je niet zult gebruiken voor een ander. Ik zal water gieten op het dorstige. Zegen op uw nakomelingen. Wat een machtige toezeggingen, mag Jesaja het volk voorhouden. De Bijbel is een boek vol belofte. Op elke situatie in je leven is wel een belofte van toepassing, vraag is, of je daar uit leeft. Een jaar vol beloften (Spurgeon). De Bijbel is als een kast vol kostbare beloften. Wij moeten het uit de kast halen en rond strooien in de gemeente.
Ik zal water gieten op het dorstige, of de dorstige (HSV). Mensen met een geestelijke dorst – met wie de Heilige Geest al aan de gang is gegaan. Onze eigen dorst is geen goede dorst – naar vrije seks en drank, wraak, geld, aanzien. Kenmerkend voor de geestelijke doodsstaat.
Hebben jullie wel eens dorst? Ik wil drinken, mam. Ik heb zo'n dorst. Ik verlang zo naar U Heere, geeft U mij levend water. Niet voor de gezelligheid een glaasje meedrinken. Maar zoals een eenzame woestijnreiziger. Is er bij ons die dorst naar de vergeving der zonde, heiliging, vernieuwing van je leven, vernieuwing en gerechtigheid?
Zet je emmer dan maar neer voor de Heere. Ik zal water gieten op het dorstige land van je ziel. Want onze koning geeft niet karig, maar royaal. Geen motregen. Het regent dat het giet.
Dan word je leven vol van God.
Ik zal – en dan gebeurt het ook. Dat 'ik zal' van ons... daar komt vaak niets van terecht. Maar als de Heere God het zegt. Mooi – maar ik ben niet dorstig, maar onverschillig. Mijn hart zit in de wereld. Ik zal stromen gieten op het droge. Dat is een andere belofte: er is geen sprake van geestelijk dorst. Daar leeft helemaal niets, ze zoeken de Heere niet. Er is onderscheid tussen beloften voor Gods kinderen en voor de wereld. Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld, dat geldt Zijn volgelingen. God heeft ons gesteld tot verkrijging der zaligheid. Dan geldt dat hen die delen in Zijn verlossingswerk. Maar: zoekt en gij zult vinden, dat geldt iedereen.
En er zijn voorwaardelijke en onvoorwaardelijke beloften, niet dat je zelf iets moet opbrengen, maar dat er een hartsgesteldheid aan voorrafgaat – die zijn zonden belijd en laat die zal barmhartigheid verkrijgen, bekeer u en Ik zal u genezen. Schuldbelijdenis is nooit te vergeefs.
Onvoorwaardelijke beloften: Ik zal stromen gieten op het droge. Een hart zo hard als de keiharde uitgedroogde grond, waar niets op wil groeien. Zo zal het gaan, Ik zal het doen. Niet: ik zal de fiolen van Mijn toorn uitgieten....Er is geen opening naar boven toe; Toch: ik zal stromen geven....
De dorstigen worden slechts begoten. Het droge krijgt het bij stromen! De discpelen worden gedoopt met de Heilige Geest, ondergedompeld in dat Water. De Geest wordt uitgestort, gaan miezer, geen plensbui, maar stromen op het droge. 3000 mensen bekeerd op een dag. Het groen schiet te voorschijn. Zo gaat het, ook in die dorre woestijn. Een verlangen tot een leven tot Gods eer.
Wees maar werkzaam met deze belofte als u dat niet kent. Al bent u dor en woest, de woestijn zal bloeien als een roos. Breng dat dode hart bij de Heere. Leg je vinger bij deze belofte – Heere U hebt het zelf beloofd. Niet: zult u dat nog eens willen doen – maar; doe gelijk Gij beloofd hebt! Werkzaam zijn met Gods belofte. Schudden aan Gods appelboom en dan zal de vervulling ervan ons ten deel vallen.
Dat mogen we ook doen voor anderen. Allereerst voor Israel. Zo zal geheel Israel zalig worden,. Hen is het het eerst gegeven. Maar ook: Onverschilligheid bij je kinderen – “een zegen op uw nakomelingen”. Dat biedt zo'n ontzettend houvast. Geen negativisme - wat schiet je op met geklaag, niet klagen maar vragen om de vervulling op deze troostrijke belofte. Een zegen op uw nakomelingen. Al mijn kinderen en kleinkinderen wikkel ik dagelijks in deze belofte. Heere U hebt het toch zelf beloofd, maak het waar tot hun zaligheid en tot Uw eer.
Of meent u dat deze belofte vandaag niet meer geldt? Denk aan “Jij daar” – dorst onder jongeren. Dat komt van de Heere vandaan. Vers 4 en 5. Ze zullen geestelijk groeien, zo snel. Ik ben van de Heer, zegt de een. Ik ben een Jakob – dat was een bedrieger? Ja maar hij heeft schuld beleden en bij de Jabbok heeft de Heere hem Zijn Zegen gegeven. En de ere-naam Israël. Strijder, overwinnaar. Met zijn hand, of: op zijn hand schrijven: ik ben van de Heere. Met je hand, is niet alleen een belijden met je mond. Zwart op wit. Je bent duur gekocht. Een document voor in de strijd tegen de zonde. Voor de nabestaanden een rijke troost.
Zou het niet goed zijn dat gebruik weer in ere te herstellen?
Water op het dorstige – wees er werkzaam mee aan de troon der genade. Neem het mee als huiswerk voor deze dagen mee. Zing er van, dat God deze belofte vervult
Er komen stromen van zegen
Dat heeft Gods Woord ons beloofd,
Stromen, verkwikkend als regen,
Vloeien tot elk die gelooft.
Stromen, stromen van zegen,
Komen als plasregens neer.
Nu valen drupp’len reeds neder
Zend ons die stromen, O Heer.