Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-06-12 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Het wekenfeest

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Lev 23:16 Lev 23:16 2011-06-12_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 65.6Mb)
De feesten van de Heere uit Lev 23

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Het Wekenfeest heeft te maken met:
- De eersteling van de oogst
- Met de wetgeving
- Met de uitstorting van de Heilige Geest

Toen de dag van het pinksterfeest vervuld werd (Hand2). Dat was het Oud testamentische Pinksterfeest: Het wekenfeest. Van ouds één van de drie grote Joodse feesten (Pascha, Wekenfeest en het Loofhuttenfeest). Vanaf 13 jaar moest iedereen naar Jeruzalem om met elkaar voor Gods Aangezicht feest te vieren.
Op de (na 7x7 & 1=) 50e dag na Pasen was er het Pinksterfeest.
Op Goede Vrijdag ging het over het Pascha.
Op 1e Paasdag ging het over het feest van de eerstelingsgarve. (De eerstelingen van de gersteoogst werden bij de Heere gebracht. En Jezus is de Eersteling van degenen die ontslapen zijn!
En op de 2e paasdag was er de preek over het feest van de ongezuurde broden.
En nu vanmorgen het Wekenfeest.
De eerste 4 feesten zijn de lentefeesten. De herfstfeesten zijn: het feest van het bazuingeklank, de Grote verzoendag en het Loofhuttenfeest
Opvallend is dat bij de komst van de Heere Jezus de lentefeesten exact vervuld zijn. De 3 herfstfeesten zien op Zijn wederkomst.

En op die 50e dag na de eerstelingen van de gersteoogst wordt de Heilige Geest uitgestort en ontstaat de christelijke gemeente. Op het Wekenfeest. Het Wekenfeest of Pinksterfeest: een feestelijk begin van de tarweoogst. Aangeboden aan de Heere in de tempel, in de vorm van tarwebroodjes. Een soort Dankdag. Iedereen had een mandje bij zich met 2 broden erin. Een pelgrimsfeest. In een stoet, met elkaar, richting Jeruzalem. Voorop gaat een rund met versierde hoorns. De liederen van Hamaäloth worden gezongen. En als ze aankomen in Jeruzalem worden ze begroet door de inwoners: Sjalom! En zo gingen ze naar het tempelplein. Daar werden de broodjes gelegd naast het altaar.
Lev.23: 16 lezen we dat er geteld moet worden tot de 50e dag! Letterlijk tellen. Tot de dag van vandaag doet men dat. (En op de 40e dag was er de hemelvaart). En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd! Toen gebeurde het! Op een zondag.
Zo mag een christen ook tellen: Van de verzoening, van de opstandingdag tot de vervulling met de H. Geest.
De Joodse boer moest in z’n eigen woonplaats de eerste halmen afmaaien, en daarmee werden de 2 broodjes gebakken die als beweegoffer voor de Heere bestemd waren. Er moest zuurdeeg (beeld van de zonde) in. Maar wel gebakken: de werking van het zuurdeeg was gestopt.
Nu: Pinksteren is het Oogstfeest van het Evangelie: De eerste 3000 vallen als halmen in de handen van de Heere. (= 2 tarwebroodjes)
2 broden: gelovige Heidenen en Joden. De Gemeente is de eersteling van de Geest. En wordt binnengehaald op de Pinksterdag.
En de zondaren houden nog wel de zondige natuur(= zuurdesem)
Kenmerk van dit pinksterfeest is vreugde. In Deut. 16:11 lezen we over het Wekenfeest: Gij moet vrolijk zijn voor het aangezicht van de Heere. In Hand. 2 zien we dat de discipelen vol vreugde. De 3000 bekeerden prezen God.
In vs. 18, 19 en 20 lezen we de offers die gebracht moesten worden: een brandoffer, een zondoffer én een dank- of vredeoffer.
Alleen op grond van het Lam van God (brand- en zondoffer) …..
Het brood (vrolijkheid en dankbaarheid) rust op het Lam van God. Het vredeoffer is het beeld van het Heilig Avondmaal. Gemeenschap met elkaar op grond van het volbrachte werk van de Heere Jezus.
Vs. 22: Bij het oogsten van de oogst mag de rand niet afgemaaid worden. En wat valt mag niet opgeraapt worden Dat is voor de arme en de vreemdeling.
Met Pinksteren komt de wereld in beeld.
En in de synagoge wordt het boek Ruth gelezen. (Oogst, Moabitische vreemdeling Ruth, Feest)

De wetgeving.
Als Israel het Wekenfeest viert, denkt men ook aan de wetgeving. Zo lazen we Ex. 19.
Op de derde maand kwam het volk bij de Sinaï, en geeft God Zijn gave: de Thora. 2 stenen tafelen. De Heere daalt neer op de Sinaï. God komt in een verbondsrelatie met de mens. De Thora is daar het huwelijkscontract van. (Bevrijding is nooit een doel in zich zelf: Bevrijd uit Egypte; gebonden aan God)
Pinksteren: God daalt neer tot de mens. Verlossing is niet alleen dat je verzoend raakt met God, maar dat je vervuld raakt van de Heilige Geest.
Zoals de Heere in het OT de Wet gaf aan zijn volk, geeft hij in het NT Zijn Heilige Geest aan Zijn gemeente. En treedt daarmee in een nieuwe verbondsrelatie.
In Ex.19 lezen we over donderslagen etc.
In Hand. 2 lezen we over tongen van vuur en stemmen. Bedoeld om te gaan leven uit Zijn Woord. De Geest die Gods wet in onze harten schrijft. En rekening gaan houden met de arme en vreemdeling.

Op 8 en 9 juni in Jeruzalem: die nacht daarvoor noemen de Joden de leernacht. Niet naar bed. Thorastudie. Vroeg in de morgen, rond 04:00 uur gaan ze psalmzingend en dansend naar de Klaagmuur. (Dronken? Nee: Thorastudenten die vol van God zijn.) Als ik dat nu leg naast Hand. 2, zie je de overeenkomst.
In Hand. 2 zien we dat ze waren bijeen. Niet kwamen. Ik denk dat ze die nacht aan de hand van het OT Jezus leven en woorden hebben overdacht. En op die ochtend slaat de vlam in de pan. In geestvervulling.

Ik eindig met iets voor de kinderen:
Als de Joden het Wekenfeest vieren, versieren ze de huizen en de synagoge. Een overvloedige bloemenzee. Een bruidsboeket.
Omdat God Zijn wet, Zijn Woord gaf. En ze eten melk en honing. Omdat het Woord zo zoet is (Hoe zoet zijn mij Uwe redenen)
Dat is nu de betekenis van het Pinksterfeest: Vol van God. In vuur en vlam.
En God geve dat wij allen bij een geopende Schrift, vol van het Woord, vol van de Geest, zicht op de Heere Jezus zullen hebben.

Edit