Edit|
EditReeks Samenvatting:
We begonnen met een bidstond, jaren lang en we zijn nu naar een biddag. Dat gaat de goede kant op. Naar een biddend leven. Daarom gaat het op de biddag. Bidden is leven en leven is bidden. We kunnen niet leven zonder eten en drinken, immers. Het water en drinken des levens.
Maar je eet en drinkt niet de hele dag, nee, maar je bent er indirect wel mee bezig. Je werk gaat om eten en drinken en wat er bij hoort. Levensonderhoud.
Laat ons eten drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven wij. Dat ziet op een gesloten wereldbeeld. Hier en nu genieten, en na de dood is er niets meer. Kenmerkend voor onze tijd, voor de mens zonder God. Zijn wij niet goed beschouwd zo werelds als wat geworden?!
Kenmerkend voor de kerk, voor de gemeente in de eindtijd is: laat ons `eten` en `drinken` en `vrolijk zijn`, want morgen *leven* wij. Een open wereldbeeld, naar God toe.
Laat ons eten het brood des levens en het water des leven en vrolijk zijn (verblijd u te allen tijd, vers 16!). Want morgen leven wij.
Je bent de hele dag bezig met eten; Bidden doe je de hele dag, ook 's nachts. Bidden zonder ophouden is iets anders dan een "gebed zonder eind".
Het leven wordt bepaald door Jezus Christus, zodat wat we ook doen, waken of slapen, ons leven met Hem verbonden is. Is Hij zo totaal ons leven?
De toekomst van Christus leefde erg sterk in de gemeente van Thessalonica. Ze verwachtten Hem zeer spoedig. Ze hadden er allerlei theorieën over. En daar ging men meer in op dan men leefde in Zijn toekomst zelf. Al ben je nog zo orthodox daarin, je leeft niet, als het wereldbeeld niet open is naar Zijn toekomst - en Hem daadwerkelijk iedere dag verwacht.
Dan overleg je ook alle dingen met de Heere God. Heel ons leven in verband met de komende Heere.
Een christen doet niets zonder te overleggen met God. Bidt zonder ophouden. Heeft u zo vandaag uw dag ingedeeld? De kerk, de gemeente leeft in groot contrast met de wereld, met name in de autonomie. De mens die zelf uitmaakt wat ie doet.
God heeft ons gesteld tot een verkregen eigendom. Hij doet er mee wat Hij wil, en je vraagt heel secuur wat Hij wil, of je bent mogelijk niet Zijn eigendom en je doet je eigen wil. We hebben een waakzaam leven te lijden als we willen overleven als kerk. We konden nog wel eens in allerlei dode vormen overleven, gereformeerd, oud gereformeerd, maar het gaat om een levende kerk. Een open toekomst houdt haar wakend. Niet overgeven aan allerlei theorieën, maar een waarachtig waakzaam leven.
Dit open leven wordt bepaald door de drie-eenheid van de verzen 16-18: verblijden, bidden, danken.
Wees wakend vanuit het waarachtige bidden. Het gaat om het hele leven. Het bepaalt alles wat je doet en wat je laat. Bidden is dan geen gril, doordat er van alles op je afkomt.
Bidden zonder ophouden. De Joodse gebeden zijn op gezette tijden. De RK kent het, de Islam ook. Het NT bidden zonder ophouden is enerzijds een confrontatie met het wetticisme en met de Islam. De confrontatie met de Islam moet aangegaan worden door zonder ophouden te bidden.
Paulus kende gebedsformules ook, en hij zegt toch: bidt aan één stuk door. U bidt voor uw eten, ook op kantoor, u hebt uw stille tijd. Dit moet zijn uitstraling hebben in het hele leven. Maar daartoe beperkt blijft het wetticisme. Je maakt het jezelf gemakkelijk. Een gesloten wereldbeeld. God komt tot de uitspraak: ik mag uw dagen niet!
Bidden zonder ophouden - U verwacht ik de ganse dag. 24 uur. Bidden kun je niet laten.
Bidt staat er: meervoud dus. De enkeling is ingebed in het gebed van de gemeenschap. Weer een contrast met de wereld zonder God. Gemeenschap. Een gezond geestelijk gemeenteleven. Wat gaat hier aan vooraf? vers 12 t/m 15: erkenning van de ambten. `Ik houd niet zo van die man.` Erkent u hem in zijn ambt? We bidden om verhindering van scheuring, maar God werkt niet over de zonde heen. Sommige ambtsdrager hebben we torenhoog, andere wijzen we af.
En dan: Wees vreedzaam onder elkander. Zelfs van Saul gold: raak Mijn gezalfde niet aan.
14: vermanen, vertroosten, ondersteunen, geduldig zijn. De gemeente naar binnen toe.
Geen kwaad vergelden met kwaad. Jaag het goede na, tegen elkaar en allemaal.
Als het gemeenteleven niet gezond is, kan de enkeling niet meer ademen in het 'bidt zonder ophouden'. Het persoonlijke staat niet los van het gemeenschappelijke.
Laat ons waken en nuchter zijn. Het einde aller dingen is nabij.
Mijn laatste biddagpreek onder u. Ik benadruk een Bijbels geestelijk leven, diep en breed, als het niet breed is in de gemeenschap van de gemeente is het zogenaamde diepe ondiep. Bidt; meervoud.
Dan kunnen we omgaan met wat op ons afkomt maatschappelijk en kerkelijk. Dragend, opengebroken naar Zijn toekomst. En zo kan Paulus eindigen en eindig ik deze laatste biddagpreek onder u: De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.