Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-06-19 17:00:00 ds. E. Gouda (Nieuw-Lekkerland) Een schreeuw uit de diepte

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Psa 130 Psa 130 2011-06-19_1700.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 64.5Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Drie punten:
1. Ellende
2. Verlossing
3. Dankbare verwachting

Een jonge student wordt in de trein onverwacht aangevallen en roept om hulp. Niemand reageert. Eenmaal uit de trein rent hij weg, maar de dader volgt en haalt hem in. Ook nu vraagt hij omstanders om hulp. Niemand reageert. Ondertussen pakt de dader een mes. De student denkt: dit gaat mis. Pas op het moment dat het echt mis gaat, belt een omstander 112.
Daarna vlucht de dader. 1 minuut voor 12 gered… Zijn roepen werd uiteindelijk beantwoord en het loopt het goed af.

Ellende
Psalm 130 kan van David zijn; we weten het niet zeker. Ook hij heeft veel nood gekend onder Saul. Uit de diepste diepten of afgronden klaagt de dichter zijn nood. Als een dier in de nood dat geen uitweg meer ziet, zo vergaat het de dichter. Ongetwijfeld zijn er ook onder ons midden mensen die in de diepten zitten. Diepten van ziekten, zorgen. Ieder vanuit zijn eigen levensverhaal. U kunt het verbinden met deze psalm. Ook je eigen nood kun je er in zien. Toch gaat het niet alleen om de diepten van ziekten. Het gaat hier over het geestelijk leven. De dichter bevindt zich in een geestelijk diep dal. Ook wij bevinden ons daarin. Al sinds onze ontvangenis en geboorte. Misschien zegt u dat u zich daar niet in herkent. De nood moet echter wel onderkend worden om te zien waar het uiteindelijk in het leven om gaat. We moeten onze zonden onder ogen zien. Vanuit deze geestelijke nood roept de dichter tot de levende God. Dat is het beste adres. Hij is er niet door beschaamd geworden. Bij die God is er uitkomst. Ootmoed is zijn gebedshouding. Heere help mij want mijn leven hangt er van af. Herkent u dat? Dan herkent u zich ook in de man van het Nieuwe testament die roept: o God wees mij zondaar genadig. Tegen U heb ik gezondigd. Of staat het ver van u af?
Maar wie zal bestaan in de toorn van God? Als zelfs de Zoon van God ondergaat in de toorn zullen wij dan bestaan? God slaat onze zonde gade. Hij laat ze niet onbestraft. In het avondmaalsformulier staat: Ten eerste overdenke een ieder bij zichzelf zijn zonden en vervloeking, opdat hij zichzelf mishaagt en zich voor God verootmoedigt, omdat de toorn van God tegen de zonde zo groot is dat Hij -eerder dan dat Hij die ongestraft kon laten- de straf ervoor door de bittere en smadelijke kruisdood aan Zijn geliefde Zoon Jezus Christus heeft voltrokken. Wanneer je dat ziet; wanneer je leven een bron is van wanbedrijven dan kun je niet anders roepen dan met de dichter: O Heere! En dan aanhoudend totdat er antwoord komt. Weet dan dat er een God is in de hemel die hoort en die leeft om voor zijn volk te bidden: Jezus Christus. Daarom mag je met vrijmoedigheid tot die troon gaan. Hij is er om jou te helpen uit de diepten van de ellende. Doe dat! Uitgaan tot dat adres. Tot Wie anders kunnen wij heengaan?

Verlossing
De dichter weet het: bij U is vergeving. Wie kan leven zonder het wonder van de vergeving? Hij zal de schuldige geenszins onschuldig houden, maar bij U is vergeving! Geen vergeving door mensen. Wat zou het helpen als er hulp is van mensen als God niet vergeeft. Niets. Vergeving is hier niet het gevolg van het gebed. De grond ligt niet in ons bidden. De grond ligt niet in ons mensen. Het gebed wordt ingeschakeld. Maar de grond ligt in de Heere zelf. Bij Hem is vergeving die de zonde op zich nam. Die onschuldig ter dood veroordeeld is. Hij die Zichzelf liet binden zal ons ontbinden. In het Avondmaalsformulier staat: Zo heeft Hij onze vloek op Zich geladen, opdat Hij ons met Zijn zegen zou vervullen. Daartoe kwam Hij in de wereld. Op Golgotha riep Hij: Mijn God, Mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten. Hij weet dus wat die diepten zijn. Hij, de zoon van God, heeft geroepen uit de diepten. Het antwoord was er niet (Ps: 22). Jezus is daar tot zonde geworden om voor ons te betalen. Door Zijn bloedstorting is er zegen voor Zijn kerk. Op grond van dat bloed is er vergeving en vrijspraak. In deze week van voorbereiding mag u uw hand leggen op dat offer van Hem. Bij onszelf enkel schuld. Maar bij Hem volkomen overvloed waarvan Hij uitdeelt. Die tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen. De dichter heeft dat ook ondervonden. Zie dan op Hem en smaakt, proeft en ziet.

Niet de ellende troost de mens. In de NGB staat: want onze troost is gelegen in de vergeving van onze zonde om Jezus wil. Dat is de bron van troost waaruit Gods kerk leeft. En dat niet 1 keer, maar telkens weer. Soms hoor je dat aan iemand een keer gratie wordt verleend. Zo ligt het niet bij God. God geeft niet één keer gratie, maar elke keer weer om ons vrij te spreken om Jezus wil. Hij laat u niet tevergeefs roepen. Hij stuurt niemand leeg weg. Nooit doet iemand tevergeefs een beroep op Hem. Daarom mag je met alles naar het kruis. Wat is het doel? Opdat Gij gevreesd wordt. Dat is het doel. Opdat wij Hem zouden vrezen: aanhangen betrouwen, liefhebben; Hem op de eerste plaats zetten. Dat wil God u hier leren. En daarom zegt Hij: wordt maar als een kind. Afhankelijk. Wie veel vergeven is, heeft veel lief. Hoe meer vergeving, hoe meer kinderlijke vrees en aanhankelijkheid. Recht kinderlijk gevreesd. Dat wilt Hij werken in ons leven. Zodat wij Hem met alles wat in ons is Hem liefhebben. Dat geeft een dankbare verwachting.

Dankbare Verwachting
Het antwoord komt vaak niet in één adem terug. Het eerste wat een kind van God leert is wachten en verwachten. Wij zijn ongeduldige mensen. Waarom laat God ons wachten? Omdat Hij ons aan Hem wil binden. Het wachten is hier niet lijdelijk, maar is actief. Smekend, roepend, schreeuwend uitzien naar een antwoord van boven. Zo wacht de dichter op Zijn woord, tot de hemel hem antwoordt. Hij weet dat dit niet een tevergeefs wachten is. Want bij de Heers is veel verlossing. De hoop komt dus uit en wordt niet de grond ingeboord. God is een God die hopen niet tot wanhopen laat komen. Dat is een troost; ook vanmiddag. God mogen we houden aan Zijn woord. Al moeten we een poos wachten. Luther zegt: allen die Hem zo vasthouden en Hem vasthouden verwachten dat zijn ware Israëlieten. Zij mogen wachten op de Heere. Wel wanhopen aan jezelf. Maar nooit aan God wanhopen. Want bij Hem is vergeving. Al voelen we ons alleen; door mensen verlaten. Eenmaal breekt Hij door en zien we de weg die Hij gaat in ons leven. Zo heeft de dichter het beleefd en het is zijn belijdenis geworden. Ook Jezus wist er van. Aan het kruis roept Hij: Mijn God waarom hebt U Mij verlaten? Hij weet dus van die diepten. Maar onder het bidden mogen we verwachten. Hij is een God van veel verlossing. Hij verlost van alle ongerechtigheden. Klem u vast aan Hem en leer van Jezus dat er vergeving is door Hem en uit Hem. Hoop op Hem, want deze God is een God van genade. Een gebed uit de diepten bereikt de hoge hemelen. Hij reikt dieper dan onze ellende. Zijn genade reikt verder. Wacht en verwacht dankbaar Zijn antwoord. Wat Hij belooft doet Hij om Jezus wil. Gods barmhartigheden hebben sinds Jezus geen einde. Hij verlost Zijn volk van hun ongerechtigheden. Gods kind zegt: zo doe Hij ook aan mij. Met het oog op de toekomst. Hoopt op de Heer vrome!

Edit