Preek/Lezing

Overzicht | Zoeken | Reeksen || Vorige | Volgende
Type Datum Spreker Thema opm
preek 2011-07-10 10:00:00
ds. M.M. van Campen (Rotterdam-Zuid)
Veel of alles?

Tekst: Schriftlezing: Geluid: Reeks:
Gen 33:9,11 Gen 33:1-17 2011-07-10_1000.mp3 (Hele dienst CD kwaliteit, 48kPro, 63.7Mb)

Edit| EditReeks
Samenvatting:
Bij een van jullie, doopouders, zag ik een CD liggen van Elly & Rickert – Een van hun liedjes zegt: ik heb een bus, die niet oud wordt, een schat dienooit op raakt – Jezus in mijn hart. Zoek niet naar schatten op aarde. De koning te rijk. Een lamp die niet uitgaat, een weg die omhoog leidt, een huis in de hemel en Jezus in mijn hart – dan kun je zeggen, ik heb alles.
Jakob zegt dat. Esau zegt iets dat er veelop lijkt, ik heb veel. Gen 33. Dit lijkt op het allereerste gzicht op een van de mooiste gebeurtenissen in het leven van Jakob. Ontroerend, maar ook aangrijpend. Ze komen elkaar na, maar niet helemaal, een geestelijjke kloof gaapt er. Die kan er zijn tussen u en de kerkganger naast u. Het kan zelfs binnen huwelijk. Één ding waar je niet op een lijn ligt. Jakob verzoent zich met Esau en neemt ook direct weer afheid, want het gaat niet samen.

Veel of alles?
1 Esau
2 Jakob
3 Jij

1
Als je iemand dat hoort zeggen; ik heb veel – 'genoeg' – dat hoor je niet vaak, de meesten willen meer. Jullie zitten hier als dankbare ouders. Vol vreugde mochten we ontvangen... Isaak en Rebekka hebben er 20 jaar om gebeden. Geworsteld en gesmeekt. Toen Rebbekka zwanger was botsen ze in haar buik - hoe heb ik het nou? – ze ging om de Heere te vragen. Een dubbele vreugde of een dubbel leed kan het geven – mooi zo'n moeder die een bidster is.Ze krijgen eenzelfde opvoeding, tegelijk geboren, eerste 15 jaar hebben ze opa Abraham gekend. Het altaar van opa Abraham, ze hebben er misschien wel eens naast geknield. Maar ze waren zo verschillend geestelijk en uiterlijk. Esau helemaal behaard.
H27 – daar gaat het mis in de test. Spanning in het gezin, één van de kinderen moet het huis uit. Z'n blinde vader bedrogen. Esau's handen maar Jakobs stem. Esau: ik pak jou nog wel. Akelig als twee kinderen dat zeggen. Dan vlucht Jakob, 20 jaar blijft hij daar. En dan roept de Heere hem. Gezin, en een kudde. Op de terugweg, H32 – Jakob ziet er vreselijk tegenop. De Heere laat Hem twee legers van engelen zien. Jakob, Esau komt er aan, met 400 man. Dan wordt hij zo bang, maar die engelen zijn er toch? Dat is ie even vergeten. H32:7 Hij vreesde zeer. Hij zit in het nauw en zijn leven gaat als een film voorbij en hij denkt terug aan hoe hij is weggevlucht 20 jaar geleden, alleen een staf bij zich. Zoveel schuld opgestapeld, maar God is zo trouw geweest. God, ik heb dat niet verdiend – hij zinkt weg in de verwondering en hij is doodsbang, red mij toch. Eerlijk gebed. Ik ben gewoon bang, Heere, God van mijn opa en mijn vader. Hij zet zijn vrouwen en kinderen vooraan. En een hoop cadeautjes. Dan komt Pniël, de Man die met hem worstelt. Hij blijft alleen over – vaak zo in het leven. Een nieuwe naam en de zon ging op, Israël, maar Jakob hief zijn ogen op – ach dat vlees.
Zou hij nu minder angst hebben, nu hij door Pniël gegaan is? Hij strompelt naar voren en buigt zich met zijn manke heup zevenmaal voor Esau neer. Zo ontmoeten ze elkaar.

H33:4 diep ontroerende ontmoeting. Ze huilden – wat viel het mee, was het de tijd die wonden heelt? De cadeautjes, het buigen? God heeft het hard van Esau week gemaakt. Hij kust zijn broer. Je zult er als vader en moeder bij staan. Er zijn gezinnen waar broers elkaar niet meer zien, en dan maak je mee dat het weer goed komt...! Daar liggen ze in elkaars hart. Ze schamen zich de tranen niet. Vanonder haat respectievelijk angst druppelt er iets naar boven: de bloedband, ze zijn gedragen onder hetzelfde moederhart. De broederliefde overbrugt. Het treft me.
Jakob heeft 20 jaar lang met spanning geleefd, onbewust, die vallen nu af. Geen haat, Esau huilt ook. Daar zou ik een foto van maken.
Dan komt de eerste vraag van Esau: hoe kom je aan de vrouwen en kinderen, die heeft God gegeven in genade. Genade en God noemt hij. En die geschenken? Die zijn voor jou. Mijn geschenk – mijn zegen – het is alsof hij die gestolen zegen weer een beetje goed wil maken. Ik heb veel. Afrikaans; “Ek het baie”, De ongoddelijke Esau – hij was niet bij voorbaat verworpen – 'Jakob heb Ik lief gehad en Esau gehaat', dat zei de Heere pas achteraf. Hij ontpopte zich als iemand die niets met God had en er niet over na wilde denken. 'Jij mist wat' – nou nee, zegt een wereldling, op ons 'gepeur' in evangelisatie. Ik ben tevreden, een beetje draf en modder en speelgoed, en je beseft niet, dat er iets hogers is. Het gaat goed met mij terwijl ik wandel op de brede weg, je natje en je droogje, je linzensoep en wat vriendinnetjes. Je mist één Ding, één persoon, je mist God, je mist Genade.
Dat zegt Esau niet. Hij spreekt niet over God. Ik heb veel – dat kunnen jullie ook zeggen: 1, 2 of 3 kinderen, gezond, niet depressief, krachten om je kinderen te verzorgen, lust om te werken. Als opa en oma van je kleinkinderen kunt genieten. Esau je hebt gelijk, we hebben ontzettend veel...

2
Vers 11, het lijkt wel een geloofsbelijdenis. Hij roemt in de Heere, overtreft zijn broer. Niet wat hij heeft, maar Wie God voor hem is. Zijn bezittingen doen niet onder, maar hij heeft meer. Gods genade en zegen. Het woord genade komt in bijna elke zin terug. Jakob betrekt de Heere in alles. Jakob zegt het, maar Esau heeft er geen antennen voor. Jakob heeft het woord genade leren spellen. Hij had een staf en een flesje olie toen hij vluchtte, en nu? Hoe komt dat. Van straatarm naar steenrijk. Omdat God in zijn leven kwam, Bethel had plaatsgevonden.
God die mij als herder heeft geleid, zegt hij op zijn sterfbed. Hij had een Herder. Esau is tevreden, Jakob dankbaar; Esau: succes, Jakob: zegen. Esau heeft goud en geld en graan; Jakob heeft God. Een Leidsman in zijn leven.
Hoe is het met Esau afgelopen, straatarm – je kunt niets meenemen van het aardse goed. Als je alles hebt, maar schade aan je ziel lijdt.... een ding ontbreekt u.. ga heen, zoek niet naar schatten op aarde, volg je Mij dan word je de koning te rijk.
Hoe is Jakob geëindigd? Op zijn sterfbed: op uw zaligheid wacht ik heer. Vlak voor hij sterft, heeft hij vast de ladder weer gezien, om zijn ziel mee te nemen naar God in de hemel. Dan heb je alles. 'Veel' is het beste wat een wereldling kan zeggen.

3
Hoe is het met ons, u, jou, mij? Ouders, vader en moeder – veel of alles? Daar moet je een antwoord op geven. Heb je veel of alles? Esau was geen buitenkerkelijk iemand – maar kind van het verbond! Zoon van een gelovige vader en moeder, opa Abraham heeft hij gekend. Hij is besneden, zoals jullie kinderen gedoopt worden, maar het had geen betekenis voor hem toen hij opgroeide. Veel van del liefde van de Heere is aan hem verteld. De beloften waren hem niet onbekend.
Wie de wereld verkiest.... je kunt zeggen, ik heb genoeg - ik heb een mooi leven gehad. Als het komt op een scheiden straks, dan heb je geen van beide, God niet en de wereld niet...
We leven in het heden der genade, ons leven is nog niet afgesneden, Afgelopen week 2x – midden twintig, plotseling om het leven gekomen of terminaal ziek. U mag nog zitten onder de preekstoel, we staan nog niet onder Rechterstoel van God. Wat legt de Heere veel mest om onze levensboom, wat een roepstemmen komen er op ons af. Het aanbod van Gods genade klinkt ook vanmorgen. De Heere spreekt nog tot je, je geweten is nog niet verhard.... veel kerkelijke voorrechten. Een Heiland vol genade die ook jullie kinderen tot Herder wil zijn, het heil wordt uitgedeeld. Een troon van genade, we mogen nog bidden tot de ware God. Vele bidden op een matje tot een andere god, niet de Ware. Wat hebben we veel, dat we hier kennis van mogen hebben.

Maar toch is het niet genoeg. Eén ding ontbreekt nog – dat je ook mag zeggen – uit genade ben ik zalig geworden, door het geloof. Dat je zelf net als Jakob mag roemen, dat ik die het niet verdien, het leven vond. Jakob heeft het ook niet verdiend. Mijn vader bedrogen, mijn broer ontstolen. Genade onverdiend, om Jezus' wil.
Om Jezus Christus' wil; Hij was en is alles. Als je Hem hebt, heb je alles (Col 3). Hij was rijk maar is om uwentwil arm geworden, Hij bezat alles in de hemel, en Hij was alles in de hemel; maar wordt niets. Opdat gij door Zijn armoede rijk zou worden.
Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?

Twee kinderen uit een gezin hebben we gevolgd in vogelvlucht tot het einde. Twee broers.

Er was een rijke verwaande boer, hij ontmoete een arme christen. Op het land en het vee wijs hij – dat is nou allemaal van mij. De arme christen zag hem vol medelijden aan – hij wees naar de hemel en zei – en die is van mij. Wie was het rijkst? Door het persoonlijk geloof, een huis in de hemel en Jezus in je hart.


Ik heb mijn God, dat is genoeg,
Ik wens mij niets daarneven.
Veel meer dan ’t meeste, dat ik vroeg,
Is mij in Hem gegeven:
Mijn hoogste goed, mijn troost in smart,
Het enig rustpunt van mijn hart,
Mijn eeuwig licht en leven.

Edit